(1) Hij is getrouwd met Maria Goossen.
Zij zijn getrouwd op 6 augustus 1749 te Cool (Rotterdam), hij was toen 22 jaar oud.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Maria Caenen.
Zij zijn getrouwd op 24 december 1773 te Amsterdam, hij was toen 46 jaar oud.
koopman en koorenwijnbrander te Delfshaven (1774)
1.96 Registers houdende aantekening van de huwelijken van de onderscheiden gezindten
Bernardus Detert
Datering:23-08-1749
Bernardus Detert, J.M. van Rotterdam en woont op de Schie, onder Cool, geassisteert met sijn vader Joris Detert met Maria Goossen J.D. van Dordrecht en woont aan't Blijkensdijkeje, geassisteert met haar mioeder Anna van Holters (?), wed. Maghiel Goossens.Getrout 13-9-1749
Toegangsnummer:11 Doop-, trouw- en begraafboeken van Dordrecht Inventarisnummer: 96
https://proxy.archieven.nl/46/EC4C50FE888A4B488040FD57EB58DF75
Trouwen op 6 augustus 1749 te Cool
Ondertrouw op 6 augustus 1749 te Cool
BruidegomBernardus Deters, j.m., wonende te o/d Schie onder Cool
Bruid Maria Goosen, j.d., wonende te Dordrecht
Opmerkingf 15,-
Stadsarchief Rotterdam te Rotterdam, DTB Trouwen
Archief van het Ambacht en de voormalige Gemeente Cool, Cool, archief 295, inventarisnummer 51, 06-08-1749, Trouw gaarder; Ambachtstrouw
Bron: Ondertrouwregister
Soort registratie: Ondertrouw(Akte)datum: 24-12-1773
Plaats: Amsterdam
Soort akte: Ondertrouw
Bijzonderheden: Opmerking: Huwelijksintekeningen van de PUI.
https://archief.amsterdam/archief/5001/747
Bruidegom Bernardus Detert, weduwnaar van mejuffrouw Maria Goosens, koopman en koornwijnbrander te Delfshaven (wonende Delfshaven)
Bruid Maria Caene, meerderjarige dogter, geassisteerd met haar moeder Juffrouw Ida Maria Robol, weduwe van den heer Guiljan Caenen (wonende binnen deze Stad)
Vermoedelijke begraafinschrijving:
Begrafenis op 5 november 1802
Geregistreerde Bernardus Johannes Deters op den Overtoom
Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, DTB Begraven
Deel: 1268, Periode: 1801-1811, Amsterdam, archief 5001, inventarisnummer 1268, 5 november 1802, DTB Begraven, aktenummer DTB 1268, folio p.17vo en p.18
Bernardus Detert (Rotterdam, mei 1727 - ergens in Nederland na 1792) was een 18de-eeuwse publicist in Brugge.
Wikipedia: Levensloop
Detert werd gedoopt op 17 mei 1727 in de oud-katholieke kerk Sint-Laurentius aan de Slijkvaart (later Lange-Torenstraat genoemd) in Rotterdam. Hij was de zoon van Joris Detert (1764) en Anna Maas, die de blekerij 'Het vergulde paart' in Rotterdam in eigendom hadden. Detert trouwde in 1749 met Maria Goossen (1769) uit Dordrecht. Ze kregen zes kinderen die, met uitzondering van de oudste dochter Anna (1752-1778), vroeg stierven. Na de dood van zijn echtgenote hertrouwde Detert in 1774 met Maria Caenen uit Amsterdam.
Na een verzorgde lagere school te hebben gevolgd, studeerde Detert zes jaar aan de kweekschool van de 'Utrechtse Clerezij' in Amersfoort. Dit in 1725 opgerichte seminarie werd geleid door voormalige hoogleraren van Leuven die omwille van hun jansenistische denkwijzen waren uitgeweken. Hij leerde er Latijn, Grieks, filosofie en theologie, maar besliste niet door te gaan tot het priesterschap en werd handelaar en 'koornwijnbrander' in Delfshaven. Hij verdiepte zich in de problematiek van het geschil tussen Rome en Utrecht en genoot weldra de reputatie een der stijfzinnigste en bekwaamste onder de ongewijde personen te zijn. Hij schreef hierover om de argumenten van de katholieke missionarissen tegen te spreken. Het resultaat was echter dat Detert stilaan aan zijn eigen argumenten begon te twijfelen en contact opnam met katholieke geestelijken, meer bepaald met de Antwerpse kanunnik Petrus Van Eupen (1744-1804). Hij was er weldra van overtuigd dat de oud-katholieken zich opnieuw moesten herenigen met Rome en gaf in 1779 alvast het voorbeeld. Hij probeerde zijn geloofsgenoten in Rotterdam en Delfshaven te overhalen om hem hierin te volgen, maar dat lukte hem niet. Hij werd als een verrader beschouwd, zijn vroegere vrienden scholden hem uit, er werd tegen hem gepredikt vanop de kansel, en zijn zakenrelaties lieten hem in de steek. Het leven in Delfshaven werd hem onmogelijk gemaakt.
Door de tussenkomst van kanunnik van Eupen werd hij in 1780 directeur van de gemeentelijke jeneverstokerij in Nieuwpoort, met als opdracht de Hollandse technieken aan te leren. Het jaar daarop, als ze in Nieuwpoort alles van hem geleerd hadden, werd hij ontslagen. Detert verhuisde met zijn vrouw naar Brugge.
Brugse periode
In Brugge aangekomen trad Detert zeer waarschijnlijk in dienst als klerk of boekhouder bij een of andere koopman. Misschien was het bij koopman Jacques De Net, die hij zijn weldoener noemde. Brugge was toen, samen met Oostende, een knooppunt van Europese handel en scheepvaart, als gevolg van de Vierde Engelse Zeeoorlog. De sfeer was euforisch in de stad, waar heel wat buitenlandse reders en handelaars verbleven, om er handel te drijven via de bemiddeling van neutrale autochtonen. Plots werden tientallen buitenlandse schepen de nominale eigendom van Bruggelingen of Oostendenaren en voeren voortaan onder 'neutrale' Vlaamse of Oostenrijkse vlag, enige middel om verder de zeeën te kunnen bevaren. In mei 1784 werd de vrede tussen de oorlogvoerende naties gesloten en dit betekende het einde van de bijzondere handelstoestanden.
Détert verdiepte zich in de toestand en in de te verwachten evolutie en maakte voorstellen over aan de regering in Brussel, opdat door een aangepaste tolpolitiek de scheepvaart in Oostende en Brugge zou kunnen behouden worden en vooral het vervoer naar en van de Verenigde Staten bestendig van de Verenigde Provincies kon worden afgesnoept. Hij deed tevens een voorstel, namens enkele Brugse kooplui, om kolonies te stichten in de Caraïbische eilanden.
Om nieuwe activiteiten te vinden, bedacht Detert de mogelijkheid om een kleine rederij te stichten en hiervoor vissers uit Vlaardingen aan te trekken. Hij vond echter geen geldschieters en het plan ging niet door. Dan zocht hij maar naar mogelijkheden om haring uit Holland in te voeren en richtte zich hiervoor vooral op de mogelijkheden in Brabant, gebied dat ver van de zee lag.
Detert was snel ingeburgerd in Brugge waar hij bekend werd omdat hij goed Nederlands schreef. Als dichter en schrijver gold hij weldra als een autoriteit. Hij sloot zich aan bij de Brugse hoofdkamer van rederijkers 'van den Heiligen Geest' en viel er in de prijzen met dichtwerk dat hij indiende als antwoord op prijsvragen. Hij sloot vriendschap met verschillende leden, onder meer met drukker-uitgever Joseph Bogaert.
In 1787 wilde Detert een reclameblad uitgeven, maar dit stuitte op het monopolie van de Gazette van Gendt. Hij had zich ondertussen ook al op het politieke pad begeven. Hij was hiermee al begonnen in 1783 door het uitgeven van een pamflet waarin hij wilde aantonen dat de Zuid-Nederlandse landsheer, keizer Jozef II, het recht had de vrije doorvaart op de Schelde te eisen en zelfs met wapengeweld af te dwingen.
De Rapsodisten
Om zijn ideeën kracht bij te zetten, besloot Detert een halfmaandelijks blad uit te geven onder de naam De Rapsodisten. Joseph Bogaert was bereid als drukker-uitgever te fungeren. Op 10 juli 1784 verscheen het eerste nummer. Dit werd geen nieuwsblad maar een beschouwend blad, naar het voorbeeld van spectatoriale bladen in de Verenigde Provincies, zoals de Hollandsche Spectator. Detert vatte dit op als een voortdurende dialoog tussen de Hollander (hijzelf) Philalethes en de Bruggeling Sincerus.
Detert was keizersgezind en zijn uiteindelijke doel was Jozef II en zijn bestuurders voor te lichten en hun beleid te inspireren. De onderwerpen die hij aansneed gingen over koophandel, over de ideale staatsvorm en over de godsdienst. Hij volgde de ideeën van de voornaamste kooplui in de stad (hij noemde ze de mannen met baarden. Enkele van zijn ideeën waren:
dat de Bruggelingen zo veel mogelijk vreemdelingen moesten aanlokken, in de eerste plaats Hollandse vissers, kooplui en fabrikanten,
er moest in Brugge en Oostende een bank komen,
er moest een Schelde-Rijnkanaal gegraven worden,
het land moest zich een kolonie zien te verwerven,
alle douanes en tolrechten dienden te worden afgeschaft,
vooral graan moest vrij in- en uitgevoerd kunnen worden,
het 'Brugsche Vrije' moest méér bevolkt worden en het bestuur moest huizen bouwen en ze gratis ter beschikking stellen,
de boeren moesten zich, naar Hollands model, specialiseren in 'melkboeren' en 'zaaiboeren'
magistraten en andere onproductieven, zoals geestelijken, mochten geen vrijstelling van belastingen krijgen,
consumptiebelastingen moesten worden vervangen door zwaardere belastingen op luxegoederen.
Detert verdedigde de politiek van Jozef II door dik en dun. Hij noemde hem 'de Salomon van deze tijd' en 'een Verlicht Filosoof'. Voor de bestuurders van de staten en van de steden had hij weinig achting. Hij verweet hen onbekwaamheid en corruptie. Detert had zijn ideeën over de ideale magistraten en ambtenaren. Het moesten bij voorkeur filosofen zijn, vond hij. Rechtsgeleerden en welbespraakte, deugdzame en gegoede burgers vond hij de meest geschikten. Armere lui vond hij niet geschikt, want die waren te veel bezig met de 'struggle for life'.
Detert gaf ook uitgebreide informatie over de revolutie in de Verenigde Provincies en hierbij was het duidelijk dat hij de zijde van de democraten koos.
Op religieus gebied was Detert het volkomen eens met de politiek van Jozef II. De tolerantie-edicten juichte hij toe. De strijd tegen bijgeloof en superstitie vond hij noodzakelijk. Hij bekritiseerde scherp de hogere geestelijkheid die in weelde leefde, alsook de monniken die in de kloosters de gelofte van armoede niet meer naleefden. Hij vond het uitstekend dat Jozef II een aantal kloosters wilde afschaffen.
Detert was ook geïnteresseerd in maatschappelijke problemen. Hij stak de draak met zijn jongere tijdgenoten wiens frivole en oppervlakkige levenswijze hij veroordeelde. Hij ging te keer tegen de fransdolheid in de betere kringen.
Alle geleverde inspanningen hadden als doel Detert bekendheid te doen verwerven en vertrouwen te doen verkrijgen in de betere kringen van de kooplui, zodat ze zijn idee van een rederij ter visserij zouden ondersteunen en financieren. De sympathie hiervoor kwam er wel, maar niemand wilde de daad bij het woord voegen. Detert werd dan ook moedeloos en na een jaar hield hij er met zijn nieuwsblad mee op.
Laatste jaren
In 1787 werd Detert uit Brugge verbannen. Hij had in deze onrustige tijd een pamflet geschreven in opdracht van de Brugse stadsontvanger Antoine de Peñeranda. Het pamflet, onder de titel De Bruggelingen uyt hunne sluimering ontwaekt was in opruiende taal opgesteld, niet zozeer tegen Jozef II maar tegen de vertegenwoordigers in Brussel van het Oostenrijkse keizerlijke gezag en dit naar aanleiding van de aanzienlijke wijzigingen die men wilde aanbrengen in de bestuursorganen van de staten, de steden en de beroepsgilden.
Detert keerde dan maar naar Holland terug. In 1789 verbleef hij in Vlaardingen. In 1792 was hij blijkbaar in Dordrecht in dienst bij een cementfabrikant. Nadien is over hem niets meer te vinden.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Bernardus Detert | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1749 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Goossen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1773 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Caenen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.