Arbre généalogique Lobé en verwanten. » Cornelis Pieterszoon Hooft (± 1547-1626)

Données personnelles Cornelis Pieterszoon Hooft 

Source 1

Famille de Cornelis Pieterszoon Hooft

Il est marié à Anna Jacobsdr. Blaeu.

Ils se sont mariés environ 1578.


Enfant(s):



Notes par Cornelis Pieterszoon Hooft

Cornelis Hooft

 

Cornelis Pietersz. Hooft (1547- 5 januari 1626) was de vader van de dichter en toneelschrijver Pieter Corneliszoon Hooft. Hooft bekleedde tal van functies in het bestuur van Amsterdam. Hij was onder andere schepen, acht maal burgemeester, en thesaurier in een periode van snelle groei, zodat de stad driemaal moest worden uitgelegd.

 

Cornelis Pietersz. Hooft werd in 1547 te Amsterdam geboren. Hij was de kleinzoon van een Zaanse graanhandelaar en schipper. Zijn vader Pieter Willemsz. vestigde zich in Amsterdam. In 1569 ging hij in ballingschap,in 1574 keerde hij uit Koningsbergen terug en vestigde zich in Hoorn. Eerst in 1578, na de Alteratie durfde hij zich weer in Amsterdam wagen. Hij woonde op de Nieuwendijk niet ver van 't IJ. Hooft was geïnteresseerd in theologie, niettemin tolerant uit handelsoverwegingen. Zijn vrouw Anna Jansdr Blaeu was Doopsgezind.

 

Als onafhankelijk koopman had hij een groot aandeel in de Oostzeehandel en verscheepte haring, olie en graan. In 1584 werd hij lid van de vroedschap, waar hij tot zijn dood zitting heeft gehad. In 1588 werd hij gekozen tot burgemeester. Als lid der regering van Amsterdam werd hij afgevaardigd naar de Staten van Holland en door deze naar de Staten Generaal. Hooft was tegen de benoeming van vreemdelingen op belangrijke posten, duidend op de Vlaamse Calvinisten en predikanten zoals Petrus Plancius. Ook verzette hij zich tegen uitbreiding van macht voor de stadhouder.

 

Ook op andere punten bleek Hooft een kritische stem te zijn. Als lid van commissie betreffende de stadsuitbreiding bleek de handel en wandel van speculerende vroedschapsleden op de Lastage en bij de aanleg van de Grachtengordel niet naar zijn zin. De stad moest de bouwgrond voor grof geld terugkopen en het kwam tot een proces met de heren Cromhout en Oetgens van Waveren. In 1611 was zijn rol in de vroedschap uitgespeeld, toen hij werd benoemd als weesmeester en commissaris van de Wisselbank.

 

Hooft was nooit betrokken bij de VOC of WIC, zoals de meeste Amsterdamse burgemeesters. Vondel prees hem in zijn hekeldicht 'Roskam' als een degelijk man enbeschreef hem als een Hoofd vol kreuken, een geweten zonder rimpel. In 1618 heeft stadhouder Maurits van Oranje hem niet uit de vroedschap gezet. Hooft was blijkbaar een middenfiguur, die zich niet voor de Remonstranten of de Contraremonstranten uitsprak. Hooft ligt begraven in de Oude kerk.

 

Bron:

S.A.C. Dudok van Heel (1981): De Familie van Pieter Cornelisz Hooft in Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie, deel 35

 

---------------------------------------------------------------

Aan de vermelding van Jacob Dirksz. de Graeff worden zes bladzijdengewijd. Het is algemeen bekend, dat deze in den jare 1618, toen Prins Maurits, na het in hechtenis nemen van Oldenbarneveld, De Groot en Hoogerbeets, de regeringen in de Steden veranderde, mede van zijne stedelijke Raadplaats werd ontzet, en dat hij een bijzonder vriend van den Burgemeester Cornelis Pietersz. Hooft was; maar minder bekend is het, dat hij, van zijne werkzaamheden in den Raad ontslagen, met zijnen vriend Pieter Jansz. Hooft eene fabrijk van chemicaliën oprigtte, en nog minder, ‘dat deze beide mannen reeds vroeger te zamen een kunststuk vervaardigden, aan hetwelk zij den naamgaven van perpetuum mobile of eeuwig durende beweging; dat de Koning van Engeland zijn verlangen deed betuigen om dit kunststuk te zien; dat Jacob de Graeff het aan Cornelis Jansz. Drebbel (2) toevertrouwde, die daarmede naar Engeland vertrok, en aldaar, zoo al niet zich zelven als den vervaardiger voordoende, evenwel den naam der uitvinders verzweeg; dat de Koningin, weliigt door eene onvoorzigtige behandeling, het werktuig deed stil staan; dat Drebbel in de herstelling niet kon voorzien, en dat de ware uitvinders naderhand, uit ontevredenheid wegens het gedrag van Drebbel, zich ongezind betoonden, om hun verbroken werk te herstellen, of door een ander van gelijken aard te vervangen.’ De Heer Koning heeft deze bijzonderheid, blijkens de aanteekeningen, ontleend aan eene aanteekening van Pieter de Graeff. Wij zijn het met onzen schrijver eens, dat het wenschelijk ware geweest, dat in het geschrift van den berigtgever meer bepaalde narigten omtrent dit, voor den goeden naam van Drebbel niet zeer vereerend, voorval aangetroffen wierden, en bovenal, dat men hier ingelicht wierde, of de uitvinding van De Graeff en Hooft in verband heeft gestaan met zeker Werk van Drebbel over de Eeuwig durende beweging. Over het geheel komt het ons voor, dat dit verhaal nog al voor eenige bedenkingen vatbaar is.

 

(1) Wel was de vader van dezen Dirk, met name Jan Pietersz. de Graeff, reeds in 1542 Raad en in 1543 Schepen der stad Amsterdam, en het verwonderd ons, dat de Heer K. van dezen geheel geen gewag maakt. Vondel bedacht hem in zijn Mengeldicht. De familie De Graeff behoort alzoo tot de weinige voormalige zoogenaamde patrische familiën, die én vóór én ná de Reformatie in de regering der stad Amsterdam waren. Meest al de overigen zijn van jonger dagteekening.

(2) Cornelis Jansz. Drebbel; - in het Vaderl. Woordenboek wordt hij Cornelis Jacobsz. Drebbel genoemd. [p. 326]

 

Gecommitteerde raad 1 Mei 1599 - 30-4-1601.

Koopman, voornamelijk in haring, olie en granen. Handelde in 1584 in compagnie met zijn broeder Willem Pietersz Hooft onder de firma Cornelis en Willem Pietersz Hooft; later van 3 Mrt 1607 tot 10 jan 1611 (Op welkenlaatsten datum de vennootschap ontbonden werd ) in compagnie met de weduwen van zijne beide broeders Willem en Gerrit Pietersz Hooft.

Woonde eerst op den Nieuwendijk, tusschen de Haarlemmersluis en de Haarlemmerpoort, in het huis 'De Witte Voet' dat hij met bijbehoorenden spijker en haringpakkerij, van achteren uitkomende aan het IJ, 4 Dec 1591 van zijne schoonmoeder kocht, doch reeds voordien tijd bewoonde.

Sedert 1600 op den Singel, in een huis dat in 1627 aldus beschreven wordt: thuts packhuys erve ende olye staende ende gelegen op de Westsijde van de Coninxgracht tusschen Jan Rooden poirts ende de blaeuwe brugh, streckende ( van achteren ) tot d' oostsijde van de Heeregraft alhier volgende den voorsz. Inventaris gestelt op: Fl 23.000.

bezat een hofstede en 3 kavelen land in de Purmer.

Cornelis Pietersz Hooft en zijne huisvrouw lieten een vermogen na van Fl 321.700.

Cornelis Hooft

Cornelis Pietersz. Hooft (1547- 5 januari 1626) was de vader van de dichter en toneelschrijver Pieter Corneliszoon Hooft. Hooft bekleedde tal van functies in het bestuur van Amsterdam. Hij was onder andere schepen, acht maal burgemeester, en thesaurier in een periode van snelle groei, zodat de stad driemaal moest worden uitgelegd.

Cornelis Pietersz. Hooft werd in 1547te Amsterdam geboren. Hij was de kleinzoon van een Zaanse graanhandelaar en schipper. Zijn vader Pieter Willemsz. vestigde zich in Amsterdam. In 1569 ging hij in ballingschap, in 1574 keerde hij uit Koningsbergen terug en vestigde zich in Hoorn. Eerst in 1578, na de Alteratie durfde hij zich weer in Amsterdam wagen. Hij woonde op de Nieuwendijk niet ver van 't IJ. Hooft was geïnteresseerd in theologie, niettemin tolerant uit handelsoverwegingen. Zijn vrouw Anna Jansdr Blaeu was Doopsgezind.

Als onafhankelijk koopman had hij een groot aandeel in de Oostzeehandel en verscheepte haring, olie en graan. In 1584 werd hij lid van de vroedschap, waar hij tot zijn dood zitting heeft gehad. In 1588 werd hij gekozen tot burgemeester. Als lid der regering van Amsterdam werd hij afgevaardigd naar de Staten van Holland en door deze naar de Staten Generaal. Hooft was tegen de benoeming van vreemdelingen op belangrijke posten, duidend op de Vlaamse Calvinisten en predikanten zoals Petrus Plancius. Ook verzette hij zich tegen uitbreiding van macht voor de stadhouder.

Ook op andere punten bleek Hooft een kritische stem te zijn. Als lid van commissie betreffende de stadsuitbreiding bleek de handel en wandel van speculerende vroedschapsleden op de Lastage en bij de aanleg van de Grachtengordel niet naar zijn zin. De stad moest de bouwgrond voor grof geld terugkopen en het kwam tot een proces met de heren Cromhout en Oetgens van Waveren. In 1611 was zijn rol in de vroedschap uitgespeeld, toen hij werd benoemd als weesmeester en commissaris van de Wisselbank.

Hooft was nooit betrokken bij de VOC of WIC, zoals de meeste Amsterdamse burgemeesters. Vondel prees hem in zijn hekeldicht 'Roskam' als een degelijk man en beschreef hem als een Hoofd vol kreuken, een geweten zonderrimpel. In 1618 heeft stadhouder Maurits van Oranje hem niet uit de vroedschap gezet. Hooft was blijkbaar een middenfiguur, die zich niet voor de Remonstranten of de Contraremonstranten uitsprak. Hooft ligt begraven in de Oude kerk.

Bron:

S.A.C. Dudok van Heel (1981): De Familie van Pieter Cornelisz Hooft in Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie, deel 35

---------------------------------------------------------------

Aan de vermelding van Jacob Dirksz. de Graeff worden zes bladzijden gewijd. Het is algemeen bekend, dat deze in den jare 1618, toen Prins Maurits, na het in hechtenis nemen van Oldenbarneveld, De Groot en Hoogerbeets, de regeringen in de Steden veranderde, mede van zijne stedelijke Raadplaats werd ontzet, en dat hij een bijzonder vriend van den Burgemeester Cornelis Pietersz. Hooft was; maar minder bekend is het, dat hij, van zijne werkzaamheden in den Raad ontslagen, met zijnen vriend Pieter Jansz. Hooft eene fabrijk van chemicaliën oprigtte, en nog minder, ‘dat deze beide mannen reeds vroeger te zamen een kunststuk vervaardigden, aan hetwelk zij den naam gaven van perpetuum mobile of eeuwig durende beweging; dat de Koning van Engeland zijn verlangen deed betuigen om dit kunststuk te zien; dat Jacob de Graeff het aan Cornelis Jansz. Drebbel (2) toevertrouwde, die daarmede naar Engeland vertrok, en aldaar, zoo al niet zich zelven als den vervaardiger voordoende, evenwel den naam der uitvinders verzweeg; dat de Koningin, weliigt door eene onvoorzigtige behandeling, het werktuig deed stil staan; dat Drebbel in de herstelling niet kon voorzien, en dat de ware uitvinders naderhand, uit ontevredenheid wegens het gedrag van Drebbel, zich ongezind betoonden, om hun verbroken werk te herstellen, of door een ander van gelijken aard te vervangen.’ De Heer Koning heeft deze bijzonderheid, blijkens de aanteekeningen, ontleend aan eene aanteekening van Pieter de Graeff. Wij zijn het met onzen schrijver eens, dat het wenschelijk ware geweest, dat in het geschrift van den berigtgever meer bepaalde narigten omtrent dit, voor den goeden naam van Drebbel niet zeer vereerend, voorval aangetroffen wierden, en bovenal, dat men hier ingelicht wierde, of de uitvinding van De Graeff en Hooft in verband heeft gestaan met zeker Werk van Drebbel over de Eeuwig durende beweging. Over het geheel komt het ons voor, dat dit verhaal nog al vooreenige bedenkingen vatbaar is.

(1) Wel was de vader van dezen Dirk, met name Jan Pietersz. de Graeff, reeds in 1542 Raad en in 1543 Schepen der stad Amsterdam, en het verwonderd ons, dat de Heer K. van dezen geheel geen gewag maakt. Vondel bedacht hem in zijn Mengeldicht. De familie De Graeff behoort alzoo tot de weinige voormalige zoogenaamde patrische familiën, die én vóór én ná de Reformatie in de regering der stad Amsterdam waren. Meest al de overigen zijn van jonger dagteekening.

(2) Cornelis Jansz. Drebbel; - in het Vaderl. Woordenboek wordt hij Cornelis Jacobsz. Drebbel genoemd. [p. 326]

Gecommitteerde raad 1 Mei 1599 - 30-4-1601.

Koopman, voornamelijk in haring, olie en granen. Handelde in 1584 in compagnie met zijn broeder Willem Pietersz Hooft onderde firma Cornelis en Willem Pietersz Hooft; later van 3 Mrt 1607 tot 10 jan 1611 (Op welken laatsten datum de vennootschap ontbonden werd ) in compagnie met de weduwen van zijne beide broeders Willemen Gerrit Pietersz Hooft.

Woonde eerst op den Nieuwendijk, tusschen de Haarlemmersluis en de Haarlemmerpoort, in het huis 'De Witte Voet' dat hij met bijbehoorenden spijker en haringpakkerij, van achteren uitkomende aan het IJ, 4 Dec 1591 van zijne schoonmoeder kocht, doch reeds voor dien tijd bewoonde.

Sedert 1600 op den Singel, in een huis dat in 1627 aldus beschreven wordt: thuts packhuys erve ende olye staende ende gelegen op de Westsijde van de Coninxgracht tusschen Jan Rooden poirts ende de blaeuwe brugh, streckende ( van achteren ) tot d' oostsijde van de Heeregraft alhier volgende den voorsz. Inventaris gestelt op: Fl 23.000.

bezat een hofstede en 3 kavelen land in de Purmer.

Cornelis Pietersz Hooft en zijne huisvrouw lieten een vermogen na van Fl 321.700.

Cornelis Hooft

Cornelis Pietersz. Hooft (1547- 5 januari 1626) was de vader van de dichter en toneelschrijver Pieter Corneliszoon Hooft. Hooft bekleedde tal van functies in het bestuur van Amsterdam. Hij was onder andere schepen, acht maal burgemeester, en thesaurier in een periode van snelle groei, zodat de stad driemaal moest worden uitgelegd.

Cornelis Pietersz. Hooft werd in 1547te Amsterdam geboren. Hij was de kleinzoon van een Zaanse graanhandelaar en schipper. Zijn vader Pieter Willemsz. vestigde zich in Amsterdam. In 1569 ging hij in ballingschap, in 1574 keerde hij uitKoningsbergen terug en vestigde zich in Hoorn. Eerst in 1578, na de Alteratie durfde hij zich weer in Amsterdam wagen. Hij woonde op de Nieuwendijk niet ver van 't IJ. Hooft was geïnteresseerd in theologie, niettemin tolerant uit handelsoverwegingen. Zijn vrouw Anna Jansdr Blaeu was Doopsgezind.

Als onafhankelijk koopman had hij een groot aandeel in de Oostzeehandel en verscheepte haring, olie en graan. In 1584 werd hij lid van de vroedschap, waar hij tot zijn dood zitting heeft gehad. In 1588 werd hij gekozen tot burgemeester. Als lid der regering van Amsterdam werd hij afgevaardigd naar de Staten van Holland en door deze naar de Staten Generaal. Hooft was tegen de benoeming van vreemdelingen op belangrijke posten, duidend op de Vlaamse Calvinisten en predikanten zoals Petrus Plancius. Ook verzette hij zich tegen uitbreiding van macht voor de stadhouder.

Ook op andere punten bleek Hooft een kritische stem te zijn. Als lid van commissie betreffende de stadsuitbreiding bleekde handel en wandel van speculerende vroedschapsleden op de Lastage en bij de aanleg van de Grachtengordel niet naar zijn zin. De stad moest de bouwgrond voor grof geld terugkopen en het kwam tot eenproces met de heren Cromhout en Oetgens van Waveren. In 1611 was zijn rol in de vroedschap uitgespeeld, toen hij werd benoemd als weesmeester en commissaris van de Wisselbank.

Hooft was nooit betrokken bij de VOC of WIC, zoals de meeste Amsterdamse burgemeesters. Vondel prees hem in zijn hekeldicht 'Roskam' als een degelijk man en beschreef hem als een Hoofd vol kreuken, een geweten zonderrimpel. In 1618 heeft stadhouder Maurits van Oranje hem niet uit de vroedschap gezet. Hooft was blijkbaar een middenfiguur, die zich niet voor de Remonstranten of de Contraremonstranten uitsprak. Hooftligt begraven in de Oude kerk.

Bron:

S.A.C. Dudok van Heel (1981): De Familie van Pieter Cornelisz Hooft in Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie, deel 35

---------------------------------------------------------------

Aan de vermelding van Jacob Dirksz. de Graeff worden zes bladzijden gewijd. Het is algemeen bekend, dat deze in den jare 1618, toen Prins Maurits, na hetin hechtenis nemen van Oldenbarneveld, De Groot en Hoogerbeets, de regeringen in de Steden veranderde, mede van zijne stedelijke Raadplaats werd ontzet, en dat hij een bijzonder vriend van den Burgemeester Cornelis Pietersz. Hooft was; maar minder bekend is het, dat hij, van zijne werkzaamheden in den Raad ontslagen, met zijnen vriend Pieter Jansz. Hooft eene fabrijk van chemicaliën oprigtte, ennog minder, ‘dat deze beide mannen reeds vroeger te zamen een kunststuk vervaardigden, aan hetwelk zij den naam gaven van perpetuum mobile of eeuwig durende beweging; dat de Koning van Engeland zijnverlangen deed betuigen om dit kunststuk te zien; dat Jacob de Graeff het aan Cornelis Jansz. Drebbel (2) toevertrouwde, die daarmede naar Engeland vertrok, en aldaar, zoo al niet zich zelven als denvervaardiger voordoende, evenwel den naam der uitvinders verzweeg; dat de Koningin, weliigt door eene onvoorzigtige behandeling, het werktuig deed stil staan; dat Drebbel in de herstelling niet kon voorzien, en dat de ware uitvinders naderhand, uit ontevredenheid wegens het gedrag van Drebbel, zich ongezind betoonden, om hun verbroken werk te herstellen, of door een ander van gelijken aard te vervangen.’ De Heer Koning heeft deze bijzonderheid, blijkens de aanteekeningen, ontleend aan eene aanteekening van Pieter de Graeff. Wij zijn het met onzen schrijver eens, dat het wenschelijk ware geweest, dat in het geschrift van den berigtgever meer bepaalde narigten omtrent dit, voor den goeden naam van Drebbel niet zeer vereerend, voorval aangetroffen wierden, en bovenal, dat men hier ingelichtwierde, of de uitvinding van De Graeff en Hooft in verband heeft gestaan met zeker Werk van Drebbel over de Eeuwig durende beweging. Over het geheel komt het ons voor, dat dit verhaal nog al voor eenige bedenkingen vatbaar is.

(1) Wel was de vader van dezen Dirk, met name Jan Pietersz. de Graeff, reeds in 1542 Raad en in 1543 Schepen der stad Amsterdam, en het verwonderd ons, dat de Heer K.van dezen geheel geen gewag maakt. Vondel bedacht hem in zijn Mengeldicht. De familie De Graeff behoort alzoo tot de weinige voormalige zoogenaamde patrische familiën, die én vóór én ná de Reformatie in de regering der stad Amsterdam waren. Meest al de overigen zijn van jonger dagteekening.

(2) Cornelis Jansz. Drebbel; - in het Vaderl. Woordenboek wordt hij Cornelis Jacobsz. Drebbel genoemd.[p. 326]

Gecommitteerde raad 1 Mei 1599 - 30-4-1601.

Koopman, voornamelijk in haring, olie en granen. Handelde in 1584 in compagnie met zijn broeder Willem Pietersz Hooft onder de firma Cornelis en Willem Pietersz Hooft; later van 3 Mrt 1607 tot 10 jan 1611 (Op welken laatsten datum de vennootschap ontbonden werd ) in compagnie met de weduwen van zijne beide broeders Willem en Gerrit Pietersz Hooft.

Woonde eerst op den Nieuwendijk, tusschen de Haarlemmersluis en de Haarlemmerpoort, in het huis 'De Witte Voet' dat hij met bijbehoorenden spijker en haringpakkerij, van achteren uitkomende aan het IJ, 4 Dec 1591 van zijne schoonmoeder kocht, doch reeds voor dien tijd bewoonde.

Sedert 1600 op den Singel, in een huis dat in 1627 aldus beschreven wordt: thuts packhuys erve ende olye staende ende gelegen op de Westsijde van de Coninxgracht tusschen Jan Rooden poirts ende de blaeuwe brugh, streckende ( van achteren ) tot d' oostsijde van de Heeregraft alhier volgende den voorsz. Inventaris gestelt op: Fl 23.000.

bezat een hofstede en 3 kavelen land in de Purmer.

Cornelis Pietersz Hooft en zijne huisvrouw lieten een vermogen na van Fl 321.700.

Avez-vous des renseignements supplémentaires, des corrections ou des questions concernant Cornelis Pieterszoon Hooft?
L'auteur de cette publication aimerait avoir de vos nouvelles!


Barre chronologique Cornelis Pieterszoon Hooft

  Cette fonctionnalité n'est disponible que pour les navigateurs qui supportent Javascript.
Cliquez sur le nom pour plus d'information. Symboles utilisés: grootouders grand-parents   ouders parents   broers-zussen frères/soeurs   kinderen enfants

Image(s) Illustration(s) Cornelis Pieterszoon Hooft

Ancêtres (et descendants) de Cornelis Pieterszoon Hooft

Pieter Willemsz Hooft
± 1513-± 1580

Cornelis Pieterszoon Hooft
± 1547-1626

Cornelis Pieterszoon Hooft

± 1578

Avec la recherche rapide, vous pouvez effectuer une recherche par nom, prénom suivi d'un nom de famille. Vous tapez quelques lettres (au moins 3) et une liste de noms personnels dans cette publication apparaîtra immédiatement. Plus de caractères saisis, plus précis seront les résultats. Cliquez sur le nom d'une personne pour accéder à la page de cette personne.

  • On ne fait pas de différence entre majuscules et minuscules.
  • Si vous n'êtes pas sûr du prénom ou de l'orthographe exacte, vous pouvez utiliser un astérisque (*). Exemple : "*ornelis de b*r" trouve à la fois "cornelis de boer" et "kornelis de buur".
  • Il est impossible d'introduire des caractères autres que ceux de l'alphabet (ni signes diacritiques tels que ö ou é).



Visualiser une autre relation

Les sources

  1. Zwartendijk Web Site, Robert Zwartendijk, Cornelis Pietersz Hooft, 10 août 2018
    Toegevoegd door een Smart Match te bevestigen
    Stamboom op MyHeritage.com
    Familiesite: Zwartendijk Web Site
    Stamboom: Zwartendijk Family Tree

Des liens dans d'autres publications

On rencontre cette personne aussi dans la publication:

Événements historiques

  • En l'an 1626: Source: Wikipedia
    • 5 février » paix de La Rochelle, qui garantit celle de Montpellier. La Rochelle fait partie des places fortes qu'Henri IV a concédées aux protestants pour leur sécurité. Si Richelieu peut tolérer que les protestants tiennent tête à son pouvoir, il ne pourra plus, un an après, admettre le pacte qui lie La Rochelle à l'Angleterre. Cette dernière déclare la guerre à la France.
    • 6 février » sur proposition de Richelieu, rédaction d'un édit royal contre les duellistes, qui se voient privés de noblesse; le duel ayant entraîné mort d’homme est considéré comme un crime de lèse-majesté.
    • 5 mars » le traité de Monzón, entre la France et l'Espagne, confirme l'indépendance du canton suisse des Grisons, et interdit à l'armée espagnole le passage du Valteline (Italie).
    • 4 mai » Pierre Minuit, le nouveau gouverneur de La Nouvelle-Amsterdam, débarque sur l’île de Manhattan.
    • 24 mai » Peter Minuit achète Manhattan.
    • 5 août » Gaston d'Anjou, Monsieur, frère du roi de France Louis XIII, et bientôt duc d'Orléans, épouse Mademoiselle de Montpensier, dans la chapelle de l'Oratoire de Nantes.
  • En l'an 1626: Source: Wikipedia
    • 5 février » paix de La Rochelle, qui garantit celle de Montpellier. La Rochelle fait partie des places fortes qu'Henri IV a concédées aux protestants pour leur sécurité. Si Richelieu peut tolérer que les protestants tiennent tête à son pouvoir, il ne pourra plus, un an après, admettre le pacte qui lie La Rochelle à l'Angleterre. Cette dernière déclare la guerre à la France.
    • 6 février » sur proposition de Richelieu, rédaction d'un édit royal contre les duellistes, qui se voient privés de noblesse; le duel ayant entraîné mort d’homme est considéré comme un crime de lèse-majesté.
    • 5 mars » le traité de Monzón, entre la France et l'Espagne, confirme l'indépendance du canton suisse des Grisons, et interdit à l'armée espagnole le passage du Valteline (Italie).
    • 4 mai » Pierre Minuit, le nouveau gouverneur de La Nouvelle-Amsterdam, débarque sur l’île de Manhattan.
    • 24 mai » Peter Minuit achète Manhattan.
    • 5 août » Gaston d'Anjou, Monsieur, frère du roi de France Louis XIII, et bientôt duc d'Orléans, épouse Mademoiselle de Montpensier, dans la chapelle de l'Oratoire de Nantes.


Même jour de naissance/décès

Source: Wikipedia


Sur le nom de famille Hooft

  • Afficher les informations que Genealogie Online a concernant le patronyme Hooft.
  • Afficher des informations sur Hooft sur le site Archives Ouvertes.
  • Trouvez dans le registre Wie (onder)zoekt wie? qui recherche le nom de famille Hooft.

Lors de la copie des données de cet arbre généalogique, veuillez inclure une référence à l'origine:
Gé Lobé, "Arbre généalogique Lobé en verwanten.", base de données, Généalogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-lobe/I23987.php : consultée 24 février 2026), "Cornelis Pieterszoon Hooft (± 1547-1626)".