Elk overlijden moet worden vastgesteld (lijkschouwing) door de behandelend arts van de overledende of door de gemeentelijk lijkschouwer. Deze moet de verklaring van overlijden opstellen, waarin hij aangeeft overtuigd te zijn van een natuurlijke dood van de overledene. De overlijdensverklaring bestaat verder uit informatie over de doodsoorzaak. Dit formulier wordt (meestal door de begrafenisondernemer) afgegeven aan een ambtenaar van de burgerlijke stand. De ambtenaar zal de geanonimiseerde informatie over de doodsoorzaak opsturen naar het Centraal Bureau voor de Statistiek en de overlijdensakte opstellen. De burgerlijke stand geeft een verlof tot begraven of verbranden af als er sprake van een natuurlijke dood is. Bij een niet-natuurlijke dood pas nadat de Officier van Justitie een verklaring van geen bezwaar heeft afgegeven.
Uitvaart
In Nederland zijn normaliter de enige twee zonder meer toegestane manieren om ervoor te zorgen dat een dood lichaam geen schade aan de gezondheid van levenden kan toebrengen begrafenis of crematie. Voor ontleding is een verlof van de burgemeester nodig. Bij balseming moet toestemming van de Officier van Justitie worden gevraagd. Balseming is wel toegestaan als het lichaam naar het buitenland wordt getransporteerd. Een uitvaart mag niet eerder dan 36 uur na overlijden en niet later dan 5 dagen na de dag van overlijden plaatsvinden. Uitvaarten eerder dan 36 uur moeten worden goedgekeurd door de Officier van Justitie, uitvaarten later dan 5 dagen na overlijden moeten toestemming van de burgemeester krijgen.
Overlijden op zee
Op zee geldt het zeerecht. Daar zijn voor de gezagvoerder van een zeeschip bijzondere voorschriften geldig, die in een speciaal protocol zijn vastgelegd, dat is geënt op het Besluit op de lijkbezorging. Getracht dient te worden een lijk aan wal te brengen, maar als de omstandigheden dat vragen zal het overboord moeten worden gezet.
Overheidszorg
Als niemand initatief neemt tot begrafenis of crematie van het lijk, wordt de burgemeester verantwoordelijk voor de uitvaart. Meestal regelt de Sociale Dienst de uitvaart in dat geval namens de burgemeester. De uitvaart zal dan zo goedkoop mogelijkworden uitgevoerd.
Bij een begrafenis zal de overledene ook begraven worden in een algemeen graf, in zo'n graf wordt deze begraven met andere mogelijk onbekenden van hem of haar. De overledene wordt wel in een standaardkist begraven. Begraven op een plank of alleen ineen lijkwade is tegenwoordig ook toegestaan. Het monument (vaak ter grootte van een stoeptegel) op een algemene graf wordt zonder meer na 10 jaar van dit graf verwijderd en zodra men het graf weer nodig heeft voor een begraving zal dit graf wordengeschud (stoffelijke resten blijven op de bodem) of het wordt helemaal geruimd. Er is geen mogelijkheid tot verlengen van het bestaansrecht van het algemene graf. Indien zich tussentijds nog iemand meldt en die wenst dat de overledenen een eigen graf krijgt mag dat wettelijk, maar moet wel toestemming van de beheerder van de begraafplaats worden verleend. Aanvraag tot herbegraven dient via de officier van justitie en de burgemeester aangevraagd worden. Na de verplichte 10 jaar mogen de stoffelijke resten alsnog bijgezet worden in een eigen graf of worden gecremeerd.
Elk overlijden moet worden vastgesteld (lijkschouwing) door de behandelend arts van de overledende of door de gemeentelijk lijkschouwer. Deze moet de verklaring van overlijden opstellen, waarin hij aangeeft overtuigd te zijn van een natuurlijke dood van de overledene. De overlijdensverklaring bestaat verder uit informatie over de doodsoorzaak. Dit formulier wordt (meestal door de begrafenisondernemer) afgegeven aan een ambtenaar van de burgerlijke stand. De ambtenaar zal de geanonimiseerde informatie over de doodsoorzaak opsturen naar het Centraal Bureau voor de Statistiek en de overlijdensakte opstellen. De burgerlijke stand geeft een verlof tot begraven of verbranden af als er sprake van een natuurlijke dood is. Bij een niet-natuurlijke dood pas nadat de Officier van Justitie een verklaring van geen bezwaar heeft afgegeven.
Uitvaart
In Nederland zijn normaliter de enige twee zonder meer toegestane manieren om ervoor te zorgen dat een dood lichaam geen schade aan de gezondheid van levenden kan toebrengen begrafenis of crematie. Voor ontleding is een verlof van de burgemeester nodig. Bij balseming moet toestemming van de Officier van Justitie worden gevraagd. Balseming is wel toegestaan als het lichaam naar het buitenland wordt getransporteerd. Een uitvaart mag niet eerder dan 36 uur na overlijden en niet later dan 5 dagen na de dag van overlijden plaatsvinden. Uitvaarten eerder dan 36 uur moeten worden goedgekeurd door de Officier van Justitie, uitvaarten later dan 5 dagen na overlijden moeten toestemming van de burgemeester krijgen.
Overlijden op zee
Op zee geldt het zeerecht. Daar zijn voor de gezagvoerder van een zeeschip bijzondere voorschriften geldig, die in een speciaal protocol zijn vastgelegd, dat is geënt op het Besluit op de lijkbezorging. Getracht dient te worden een lijk aan wal te brengen, maar als de omstandigheden dat vragen zal het overboord moeten worden gezet.
Overheidszorg
Als niemand initatief neemt tot begrafenis of crematie van het lijk, wordt de burgemeester verantwoordelijk voor de uitvaart. Meestal regelt de Sociale Dienst de uitvaart in dat geval namens de burgemeester. De uitvaart zal dan zo goedkoop mogelijkworden uitgevoerd.
Bij een begrafenis zal de overledene ook begraven worden in een algemeen graf, in zo'n graf wordt deze begraven met andere mogelijk onbekenden van hem of haar. De overledene wordt wel in een standaardkist begraven. Begraven op een plank of alleen ineen lijkwade is tegenwoordig ook toegestaan. Het monument (vaak ter grootte van een stoeptegel) op een algemene graf wordt zonder meer na 10 jaar van dit graf verwijderd en zodra men het graf weer nodig heeft voor een begraving zal dit graf wordengeschud (stoffelijke resten blijven op de bodem) of het wordt helemaal geruimd. Er is geen mogelijkheid tot verlengen van het bestaansrecht van het algemene graf. Indien zich tussentijds nog iemand meldt en die wenst dat de overledenen een eigen graf krijgt mag dat wettelijk, maar moet wel toestemming van de beheerder van de begraafplaats worden verleend. Aanvraag tot herbegraven dient via de officier van justitie en de burgemeester aangevraagd worden. Na de verplichte 10 jaar mogen de stoffelijke resten alsnog bijgezet worden in een eigen graf of worden gecremeerd.
(1) Il est marié à Johanna Goes.
Ils se sont mariés le 19 janvier 1837 à Bunnik, Utrecht, NL, il avait 22 ans.
Enfant(s):
(2) Il est marié à Cornelia Vonk.
Ils se sont mariés le 2 décembre 1858 à Bunnik, Utrecht, NL, il avait 44 ans.
Enfant(s):
grand-parents
parents
frères/soeurs
enfants
Gerrit Hulsdouw | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1837 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Johanna Goes | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1858 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Cornelia Vonk | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||