Sluzigers (e.a.) » Albertus Volken (1864-1944)

Personal data Albertus Volken 

  • He was born on September 3, 1864 in Zwartsluis.Source 1
  • Birth registration on September 5, 1864.Source 1
    Pieter Worst witnessed this.
    Roelof Slagter witnessed this.
  • Profession: starting before 1910 arbeider.Source 2
  • Facts:
    • (Krantenbericht) in the year 1893 .Source 3
      Rechtbank te Zwolle
      Voorzitter mr. J. S. van Roijen. Openbaar ministerie mr. Roosenburg.
      Het gebeurde te Zwartsluis op den Oudejaarsavond en den Nieuwjaarsmorgen werd gisteren beknopt vermeld. Een meer uitvoerig verslag dient te volgen.
      Daar in den laatsten tijd ook aldaar van eenigen zucht tot verzet was gebleken en 't bekend was geworden, dat men zich voorstelde op den Oudejaarsavond de politie eens een gevoelige les te geven, was de betrokken autoriteit op mogelijke rustverstoring bedacht geweest.
      De politiemacht was met eenige beambten versterkt. Drie marechaussees, Prijs, Zuidam en Somers, waren aangewezen om hun bedreigde ambtgenooten in hun moeitevolle taak bij te staan. Dit was zeker niet onnoodig, want zij die het afkeurenswaardige voornemen hadden opgevat, toonden maar al te zeer dat zij vrienden waren van de daad. Of het nu ook deze zijn, welke gister ter terechtzitting van de rechtbank zich over hun gewelddadig optreden tegen de politie hadden te verantwoorden, kan niet met zekerheid worden gezegd; doch zeker is het, dat zij in 't afschuwelijk spel een eerste viool speelden.
      Twee van hen, nl. Piet(er) Mastebroek, oud 29 jaar, visscher en tapper, en Johannes Lassche, oud 33 jaar, arbeider, beiden te Zwartsluis woonachtig, die zich in voorloopig arrest bevinden, worden, gestoken in hun gevangenispak, de gerechtszaal binnengeleid, terwijl de beide anderen, Hendrik van de Wetering., oud 23 jaar, koopman, en Albertus Volken, oud 28 jaar, arbeider, uit vrijen wil uit hun woonplaats Zwartsluis zijn gekomen, om hun zaak te bepleiten.
      Reeds de stemming, die in den vroegen avond van het oude jaar in de tapperij van Piet Mastebroek heerschte, leverde het bewijs dat er iets gaande was. Toen dan ook op het bij plaatselijke verordening bepaalde uur - 11 uur - de gemeenteveldwachter Split die tapperij kwam sluiten, verwijderden zich de daar aanwezige personen niet dan onder teekenen van hevig misnoegen. Men scheen er ook niet aan te denken om huiswaarts te keeren: men bleef buiten de tapperij staan. Spoedig sloten zich bij hen eenige nieuwsgierigen aan, zoodat weldra een schare van ongeveer 40 personen was samengeschoold. Behoefte scheen men te gevoelen om uiting te geven aan de misnoegde stemming en die gelegenheid bood zich aan toen de burgemeester van Zwartsluis in gezelschap van den rijksveldwachter De Ruiter voorbij ging. Deze werden eerst met kiezelsteentjes, daarna met grootere steenen achterna geworpen. Geen van beiden stoorde zich daar evenwel aan: integendeel, na een eindweegs voortgewandeld te hebben, keerden zij terug en gedoogden het toen ook, na de massa weer gepasseerd te zijn, dat diezelfde handeling werd herhaald. Zij gingen verder en ontmoetten kort daarop de 3 marechaussee's, alsmede den gemeenteveldwachter Split. De politiebeambten gingen nu gezamenlijk terug, maar toen zij de brug over de Aremberg schutsluis passeerden, die zich onmiddellijk in de nabijheid van de tapperij van Piet Mastebroek bevindt, werden zij weder met steenen gegooid, waarvan een der marechaussee Prijs aan den linkerarm trof. Zij gingen de brug over, en aan den anderen kant gekomen overlegden zij, dat Prijs en Split dezen weg zouden vervolgen, terwijl de drie overigen zouden retourneeren. Aldus geschiedde, maar toen laatstgenoemden de massa volk weer voorbij trokken, hadden enkelen op nieuw de brutaliteit om met steenen te werpen. Dit verbitterde den rijksveldwachter De Ruiter, hij draaide zich om en sommeerde het volk om uit een te gaan. Toen daaraan evenwel na herhaalde vordering niet werd voldaan, trok hij zijn hartsvanger en dreef de menigte, daarin bijgestaan door de andere politiebeambten, uiteen. Bij dit optreden werd een zekeren Tuin verwond, die, toen hij eenigen tijd later onder politiegeleide zou worden weggevoerd, door enkele belhamels aan die handen weder werd ontrukt.
      Na dit tumult begrepen de politiebeambten, dat de zaak eene ernstige wending begon te nemen. De rijksveldwachter De Ruiter snelde dan ook naar huis, om zijn karabijn te halen, en toen hij kort daarop zich weder bij zijn zijne confrères voegde, werd er overlegd, wat hun te doen stond. Ziende dat de schare onderwijl was afgetrokken, besloot men op aanraden van De Ruiter zich schuil te houden, wellicht zou zij dan kalm blijven. Aldus geschiedde, doch men kon niet lang bij het genomen besluit volharden, want bijna onmiddellijk daarna kwam een man tot hen gesneld met de mededeeling, dat de oproerige bende zich onledig hield met het inwerpen der glasruiten. Onmiddellijk begaven zij zich daarheen en toen zij voorbij de tapperij van Piet Mastebroek kwamen, zagen zij dat de schare aldaar verzameld was, zich den drank, die door Mastebroek haar werd aangeboden, goed latende smaken.
      De beambten liepen door en posteerden ongeveer 50 à 60 meter verder zich op de stoep van het huis van den kleermaker Snijder, afwachtende de dingen, die komen zouden. En de door den drank nog opgewondener geworden oproerlingen lieten niet lang op zich wachten en bezorgden de politie aan de stelling, die niet met 't oog op een eventueele verdediging door hen gekozen was, eenige benauwde oogenblikken. Zij werden tegen den muur aangedrukt; men greep hen bij de kolven der karabijnen, kortom men was volkomen in de macht van hen, die reeds menig bewijs dien avond hadden afgelegd, het niet goed met de politie te meenen. Bij deze gelegenheid weerde zich voornamelijk Blei, die later door een kogel doodelijk getroffen werd, en Mastebroek Deze laatste ging op den rug liggen en slaande met armen en beenen, tierde hij zich als een razende. De politie verkeerde niet in een benijdenswaardige positie. Het getuige dan ook van den krijgsmansblik van De Ruiter, toen hij op een gegeven oogenblik van de omstandigheden partij trok, om zich uit de knel te helpen en zijn confrères beduidde, hem in dat voorbeeld na te volgen. Ook dezen bevrijdden zich, uitgenomen, zooals hem een oogenblik later bleek, Somers, die opgehouden werd door de 4 beklaagden, eindelijk aangegrepen en tegen de muur geslingerd. De gemeenteveldwachter Split kwam hem echter verlossen.
      De vijandelijkheden namen hiermede evenwel nog geen einde. De menigte achtervolgde hen en de belhamels gingen zelfs tot handtastelijkheden over. Zij beproefden namelijk de aaneengesloten politiemacht te splitsen, om dan met ieder van hen afzonderlijk schuldvereffening te kunnen houden. Dit liep den rijksveldwachter De Ruiter toch een beetje te erg. Hij greep naar zijn karabijn en vuurde een schot in de lucht af. Dit scheen echter wel olie in 't vuur, want men schoot op hem toe, stompte hem rechts, stompte hem links, zoodat hij eindelijk op den grond viel, waarna men hem het karabijn, dat hij onmiddellijk weder geladen had, afhandig maakte. Piet Mastebroek scheen zich nu ten taak te stellen, om de rekening met De Ruiter te sluiten en bracht hem dan ook onder meer een verwonding onder 't oog toe.
      Maar onderwijl dit gebeurde, was er een ander drama afgespeeld. Blei, die reeds den geheelen avond moeite had gedaan, om een vuurwapen te bekomen, door bij dezen en genen te vragen, mocht zich nu in 't gelukkig bezit van zulk een voorwerp rekenen. En hij scheen voornemens te zijn, het niet ongebruikt uit handen te leggen. Dit voornemen kostte hem evenwel het leven, want toen hij het geweer op den marechaussee Zuidam aanlegde, bracht de marechaussee Prijs schielijk de karabijn aan 't hoofd, trok af en joeg Blei een kogel door 't hoofd.
      Na dit treurig voorval, dat schijnbaar niet onmiddellijk door allen werd opgemerkt, had er nog een kleine schermutseling plaats, waarbij de marechaussee's zich met revolverschoten verdedigden en daarna ging men schielijk uiteen. Het was evenwel Piet Mastebroek die nog weder terugkwam, wellicht om de gevallen makker te wreken. Telkenmale verscheen hij met eenige steenen gewapend, die hij naar de politie wierp. Eindelijk gaf ook hij er evenwel de brui van, toen de marechaussee Prijs hem eenzelfde lot als zijn makker Blei voorspelde, indien hij zich niet spoedigl uit de voeten maakte. Toen ging Mastebroek, al beweerde hij, dat een gelijktijdig genieten van 't aardsche leven door de politie en hem tot de onmogelijkheden was gaan behooren.
      De beklaagden ontkennen allen in meerdere of mindere mate. Albertus Volken zelfs geheel. Piet Mastebroek accepteert slechts het hem ten laste gelegde steenen gooien. Hendrik van de Wetering wendt onwetendheid voor en wil de ongeloofwaardigheid der hem ten laste gelegde feiten op grond van zijn klein postuur bepleiten.
      De officier van justitie, mr. Roosenburg, bekomt thans het woord en zegt: Wanneer onder de Romeinsche Republiek de staat gevaar dreigde, kwam er een waarschuwing van de zijde der consuls, waarvoor steeds de formule werd gebruikt: "Caveant consules ne quid detrimenti respublica capiat."
      Deze formulie had ook op den 31 December jl. te Zwartsluis dienst kunnen doen. Want het op den avond van dien dag plaats gegrepen feit is van hoogst ernstigen aard. In de dagvaarding is aan den beklaagden wederspannigheid ten laste gelegd, maar het gold werkelijk een ernstig oproer. Wat de oorzaak van al die ongeregeldheden is, is een vraag, waarop geen bevredigend antwoord kan gegeven worden. Er is niets van gebleken, dat bij het publiek ernstige grieven tegen de politie bestonden. Het zal dan ook hoogstwaarschijnlijk wel weer gegaan zijn zooals in den regel, het volk heeft zich laten opwinden door eenigen die het slecht men hen meenen.
      Alvorens tot een uiteenzetting der feiten over te gaan, wenscht Z.E.A. een woord van lof aan de politie te brengen voor haar bezadigd optreden. Zij heeft niet dan in de uiterste noodzakelijkheid van de wapenen gebruik gemaakt en al valt het nu ook te betreuren, dat het bloed gevloeid is, zonder eenigen twijfel was het gebiedende noodzakelijkheid voor hen om aldus te handelen. Het gold hier een daad van wettige zelfverdediging, want het uit complex van feiten blijkt met overtuigende klaarheid, dat de toeleg bestond om de politie een nederlaag toe te brengen. Dit blijkt uit het herhaalde geroep: "de sluis in", dit wordt duidelijk uit de gewelddadige aanranding van den marechaussee Somers.
      Een waardeerend woord voor haar nauwgezette plichtsvervulling meent spreker der politie niet te mogen onthouden doch hij hoopt en vertrouwt, dat, wanneer straks het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, de regeering hun, die het op dien avond zoo zwaar te verantwoorden hebben gehad, een rechtmatige belooning niet zal onthouden.
      Thans overgaande tot behandeling der vraag, of de ten laste gelegde feiten aan beklaagden bewezen zijn, merkt spreker op, dat de tegenstrijdigheid, die in enkele opzichten in de verklaring van de getuigen bestond, een pleidooi houdt voor de juistheid van het gerelateerde. Men heeft hier immers niet met een feit, maar met een reeks van feiten te doen, en nu spreekt het wel van zelf, dat de handeling ter 11½ uur niet volkomen identiek was aan die te 12½ uur.
      En nu zijn in al die geconstateerde feiten twee hoofdmomenten aan te wijzen, nl. dat wat in de voornacht is voorgevallen en dat wat een aanvang heeft genomen te 1½ uur circa, toen men de politie op de stoep bij Smit in 't nauw drong. Voor het in den voornacht plaats gegrepene, zich bepalende tot het werpen met steenen en ingooien van glasruiten, kunnen geen bepaalde personen worden aangewezen. Anders is 't gesteld met het tweede hoofdmoment, dat plaats greep nadat Mastebroek aan het volk jenever had geschonken. Uit het getuigenverhoor is ten duidelijkste gebleken, dat de 4 beklaagden in meerdere of mindere mate zich daaraan schuldig hebben gemaakt. En wat hiertegen door de getuigen à décharge wordt ingebracht, beteekent zoo weinig, dat het spreker geen enkel oogenblik kan schokken in zijn overtuiging van de juistheid van het aan hun ten laste gelegde.
      Welke straf dient nu aan beklaagden te worden opgelegd?
      Z.E.A. meent, dat de wet hier in haar volle gestrengheid moet worden ten uitvoer gelegd. Dit belemmert evenwel niet om rekening te houden met de straf die Johannes Lassche reeds in de verwonding van zijn arm heeft bekomen en welke hem geheel of ten deele zal ongeschikt maken voor eenigen arbeid. De officier qualificeert het hun ten laste gelegde feit als: wederspannigheid door twee of meer personen met vereenigde krachten gepleegd, lichamelijk letsel tengevolge hebbende, en vordert dat Piet Mastebroek zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar en 6 maanden, Johannes Lassche tot 6 maanden, Henderik van de Wetering en Albertus Volken ieder tot 1 jaar en 6 maanden, de eerste beiden onder aftrek der straf, die zij in voorloopige hechtenis zullen hebben doorgebracht van de dag hunner arrestatie af tot aan de uitspraak van 't vonnis.
      De verdediger der eerste beide beklaagden, mr. B.R. Roijer, ziet in het voorgevallene een der vele zaken die als gevolg van 't optreden eener zekere partij aan de orde van de dag zijn. De aanvoerders blijven achter de schermen en uiten door het onderontwikkelde volk hun haat tegen de maatschappelijke instellingen. Spreker releveert dit niet om het optreden van beklaagden te vergoeilijken, doch om te doen uitkomen dat de volle verantwoordelijkheid voor 't bedrevene niet op hun schouders gelegd mag worden. Want dat het verzet tegen de politie door opruiing van die zijde is gekweekt, bewijst het reeds lang te voren bekende plan, om op Oudejaarsavond een socialistische betooging te houden. Spreker erkent dat de politie het op dien avond zwaar te verantwoorden heeft gehad, maar juist daarom mag men de verklaring niet zonder aarzeling, niet dan na nauwgezette overweging en met groote voorzichtigheid aanvaarden. Ten bewijze hiervan wijst pleiter op de tegenstijdigheid van 't geconstateerde op sommige punten en concludeert ten slotte dat Johannes Lassche zal worden vrijgesproken, terwijl hij voor Piet Mastebroek een mildere toepassing der betrekkelijke wetsbepaling vraagt.
      Het comische element ontbrak ook al weer niet aan dit tragische feit. Nadat Hendrik van de Wetering zijn verdediging met enkele woorden had voorgedragen, hield Albertus Volken zijn pleidooi, een moordkuil der Nederlandsche taal, waarvan de slotwoorden aldus luidden: En op grond hiervan, Edelachtbare heren, acht ik de mij ten laste gelegde feiten niet bewezen en vraag ik vrijspraak. De president liet hem uitspreken en bepaalde de uitspraak van het vonnis op Donderdag 2 Maart a.s.

      Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 3 maart 1893
      Rechtbank te Zwolle
      De rechtbank heeft heden de navolgende vonnissen gewezen:
      Piet Mastebroek, 29 jaar, visscher en tapper, Johannes Lassche, 33 jaar, arbeider, Hendrik van de Wetering, 23 jaar, schoenmakersknecht en Albertus Volken, 28 jaar, arbeider, allen te Zwartsluis, wegens wederspannigheid op 31 December jl. aldaar, no. 1 tot 2 jaar, no. 2 tot 6 maanden gevangenis, onder aftrek der preventieve hecht, nos. 3 en 4 ieder tot 1 jaar gevangenis.
    • (Krantenbericht) in the year 1897 .Source 4
      Rechtbank te Zwolle
      Met flinken pas marcheerde een soldaat de zaal binnen, maakte voor de rechtbank front, salueerde en nam toen plaats in het bankje der beschuldigden. Het was de 32jarige Albertus Volken uit Zwartsluis, thans in garnizoen te Amersfoort als plaatsvervanger. Hij had zich nu te verantwoorden wegens huisvredebreuk en mishandeling. Het was Zaterdag avond 13 Februari in den winkel van Willem Huisman te Zwartsluis. Volken kwam kaas koopen en nu was daarover een quastie gerezen. Volgens Huisman wilde Volken kaas zonder korst, terwijl Volken beweerde, dat hij niet zooveel korst wilde hebben. Hoe dit ook zij, het einde was dat Huisman boos werd en Volken aanmaande zijn woning te verlaten. Nu zou hij daaraan niet hebben voldaan. Hij geraakte met Huisman handgemeen; deze kreeg hulp van zijn vrouw en eindelijk is Volken de deur uit gegaan, toen Huisman het kaasmes op nam. Aan Volken was ook ten laste gelegd dat hij Huisman zou hebben geschopt en geslagen, maar diens verklaringen waren zeer weinig bezwarend en die van zijn vrouw nog minder, zoodat de officier vrijspraak van de mishandeling vroeg. Voor de huisvredebreuk eischt Z.E.Achtbare f 5 boete, te vervangen door 5 dagen hechtenis.
      Mr. H. van der Vegte trad als verdediger op en deelde mee dat beklaagde , nu hij pas in dienst is, alles in het werk wilde stellen om zijn onschuld aan te toonen om zoodoende van gev.straf bevrijd te worden. Door het requisitoir van den officier kon pleiter zich bepalen tot de huisvredebreuk en deze was z.i. niet aanwezig. De verschillende opgaven van Huisman en zijn vrouw omtrent den duur van het gebeurde, terwijl een andere getuige verklaart den winkel te hebben verlaten voor het gebeurde en nog geen 20 pas te zijn weg geweest toen Volken hem volgde, bracht pleiter tot de conclusie, dat wanneer er al gesommeerd is, niet is afgewacht of Volken aan die sommatie voldeed. Hij vroeg daarom vrijspraak.

      Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 19 maart 1897
      Rechtbank te Zwolle
      18 Maart. Door de rechtbank is heden het volgende vonnis gewezen:
      Albertus Volken, 33 jaar, arbeider te Zwartsluis, wegens huisvredebreuk, 13 Februari jl. aldaar, tot f 2 boete of 2 dagen hecht.
  • Resident in the year 1910: Buitenkwartier, Zwartsluis.Source 5
    idem 1912
  • He died on May 29, 1944 in Zwartsluis, he was 79 years old.Source 6
  • Death registration on May 30, 1944.Source 6
  • A child of Thijs Jans Volken and Idigjen Pereboom
  • This information was last updated on February 18, 2026.

Household of Albertus Volken

He is married to Harmke Gernand.

They got married on May 28, 1910 at Bellingwolde, he was 45 years old.Source 2

bij huwelijk 1 kind gewettigd

Child(ren):

  1. Idigjen Volken  1910-1931
  2. Pieter Volken  1912-1985
  3. Geerd Volken  1914-1998
  4. Femmigje Volken  1920-1989
  5. Thijs Volken  1918-1998
  6. Harm Volken  1908-1944

Do you have supplementary information, corrections or questions with regards to Albertus Volken?
The author of this publication would love to hear from you!


Timeline Albertus Volken

  This functionality is only available in Javascript supporting browsers.
Click on the names for more info. Symbols used: grootouders grandparents   ouders parents   broers-zussen brothers/sisters   kinderen children

Ancestors (and descendant) of Albertus Volken

Albertus Volken
1864-1944

1910
Pieter Volken
1912-1985
Geerd Volken
1914-1998
Thijs Volken
1918-1998
Harm Volken
1908-1944

With Quick Search you can search by name, first name followed by a last name. You type in a few letters (at least 3) and a list of personal names within this publication will immediately appear. The more characters you enter the more specific the results. Click on a person's name to go to that person's page.

  • You can enter text in lowercase or uppercase.
  • If you are not sure about the first name or exact spelling, you can use an asterisk (*). Example: "*ornelis de b*r" finds both "cornelis de boer" and "kornelis de buur".
  • It is not possible to enter charachters outside the standard alphabet (so no diacritic characters like ö and é).



Visualize another relationship

Sources

  1. BS Zwartsluis 1864 geb. akte 112
  2. (Not public)
  3. Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 25 februari 1893
  4. Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 12 maart 1897
  5. BS Zwartsluis 1910 geb. akte 83
  6. BS Zwartsluis 1944 ovl. akte 13

Matches in other publications

This person also appears in the publication:

About the surname Volken

  • View the information that Genealogie Online has about the surname Volken.
  • Check the information Open Archives has about Volken.
  • Check the Wie (onder)zoekt wie? register to see who is (re)searching Volken.

The Sluzigers (e.a.) publication was prepared by .contact the author
When copying data from this family tree, please include a reference to the origin:
Alle Elbers, "Sluzigers (e.a.)", database, Genealogy Online (https://www.genealogieonline.nl/sluzigers/I137014.php : accessed September 23, 2026), "Albertus Volken (1864-1944)".