Gemeenteontvanger.
De Steinse burgemeester Corten, Toon, J.R. Janssen en H. Frederici (bewakers van het gemeentehuis) en als laatste M.H.J. Höppener worden door de SIPO gevangen genomen.
De afgelopen nacht omstreeks 1.00 heeft de Sittardse Knockploeg een overval gepleegd op het gemeentehuis van Stein, dit omdat de administratieve manipulaties van enkele gemeenteambtenaren aan het licht dreigen te komen. de waarnemend groepscommandant van de marechaussee te Elsloo schrijft in zijn rapport over de overval (dat hij overigens verkeerd dateert, namelijk 25 in plaats van 26 juli 1944), dat hem op 25 juli omstreeks 22.00 door de burgemeester van Stein telefonisch werd medegedeeld dat Peter Wilhelmus Berix van het burgerwachtpersoneel zijn wachtdienst op het gemeentehuisvan 22.00 wegens ziekte niet kon waarnemen (hij was die avond om 18.00 samen met zijn vrouw vertrokken met de mededeling die nacht niet thuis te komen en bleek te zijn ondergedoken). Daar deze wachtdienst steeds door twee mensen wordt verricht werd H.A. van Rooy benaderd, maar deze weigerde omdat hij reeds van 18.00 tot 22.00 dienst had gedaan en zich ook ziek voelde. Opperwachtmeester Hochstenbach nam daarop de dienst waar tot 00.30 toen hij werd afgelost door H. Frederici, die zich volgens Hochstenbach wrevelig toonde omdat hij de dienst moest doen voor een zogenaamd ziek geworden burgerwachtman. Omstreeks die tijd werd er aangebeld aan de woning van de gemeenteontvanger Toon Lenssen die toendertijd woonde aan de Keerenderkerkweg 5, toen deze opendeed stond een aantal geúniformeerde engemaskerde mannen voor hem die hem bevallen mee te gaan (in het rapport worden deze mannen meestal aangeduid als bandieten). Hij werd in een zogenaamde overvalwagen gezet en met pistool onder dwang gehouden. Ofschoon hij op de vraag waar de burgemeester woonde geen antwoord gaf, reed de auto toch regelrecht naar diens woning op de Mauritsweg 73. Toen de burgemeester opendeed dacht hij te maken tehebben met de Nederlandse politie, dit vanwege een diefstal van radiotoestellen en het onderduiken van twee wachtmeesters op 22 en 23 juli. op de vraag of hij in het bezit was van de sleutels van hetgemeentehuis antwoorde hij onkennend, alleen de wacht had een sleutel. Daarop werd hem medegedeeld dat hij mee moest gaan naar het gemeentehuis, waaraan hij gevolg gaf (nadat hij zich had aangekleed). Hij dacht nog steeds te doen te hebben met de echte politie en stapte in de auto en ging zitten naast Toon. Onderweg naar het gemeentehuis konden beide geen woord met elkaar wisselen, Toon werd onder schot gehouden, iets wat de burgemeester niet merkte. Bij het gemeentehuis aangekomen, werd de burgemeester op bevel gesommeerd om uit te stappen en aan te bellen, waarop de wacht J.R. Janssen gevraagd werd de deur te openen. Dit door te roepen naar Janssen "Doe maar open, ik ben het, de burgemeester". Hij opende de deur waarna de burgemeester, Toon en de gewapende mannen de gang binnengingen. Een van de gemaskerde mannen sprong op Janssen af en gaf hem een pak slaag, hem toeroepend, "ben jij die verrader". Daarna werd hij tegen de muur gezet en in bedwang gehouden. Wachtmeester Frederici was ondertussen als overmeesterd. Volgens zijn verklaring stond hij in de gang toen de bel overging. Op de vraag wie er was werd met een stem gelijkend op die van de burgemeester, geantwoord: "Doe maar open, ik ben het, de burgemeester". Toen de deur halverwege was geopend werd hij vastgegrepen , naar buiten getrokken, snel ontwapend en met een pistool onder bedwang gehouden. Volgens Janssen die zeide eerste bel niet te hebben gehoord bevond zich Frederici reeds buiten toen de aanvallers kwamen aangereden. Hij zou op weg zijn naar van Rooy, wiens huis op 50 meter ligt van het gemeentehuis, om hem alsnog over te halen die nacht wacht te houden, wat Höppeners telefonisch goed had gevonden. Deze Frederici moet dus buiten zijn overvallen, iets wat hij ten stelligste ontkend. Toen de overvallers binnen waren vroeg een van hen waar zich de kluis bevond. Op het antwoord, dat er geen kluis was, gingen ze het kantoor van de Toon binnen en eisten van hem, onder bedreiging van een pistool, dat hij de brandkast opende. Ze namen er een bedrag aan gemeentegeld en een trommel met alle voorradige blanco persoonsbewijzen en T.D.-zegels uit.
Vervolgens vroegen ze de burgemeester de sleutel van de secretarie, echter ook deze had de burgemeester niet, deze had de waarnemend gemeentesecretaris. Dus werd deze opengebroken met bijl en breekijzer. In de secretarie gingen de indringers gelijk naar de stalen kasten, waarin zich het bevolkingsregister bevond. ook deze kasten werden weer met bijl en breekijzer bwewerkt, en nadat de deuren geforceerd geopend waren, werdenm alle bevolkingskaarten eruit gehaald en naar de auto gebracht. Inmiddels was Frederici binnengebracht en moest hij zijn bovenkleding uittrekken, om vervolgens de overjas van de burgemeester aan te trekken. Nadat hij dit gedaan had werd hij naar de auto gebracht. De burgemester, Toon en Janssen werden naar boven gebracht, in het wachtvertrek. Hier moesten zij plaatsnemen en kregen ze een zakdoek gedrenkt in Chloroformonder hun neus gedrukt, totdat ze buiten bewustzijn waren. Ze werden niet vastgebonden.
>>(In het rapport is zowel bij de behandeling van Frederici als bij die van de slachtoffers van de overval later met potlood in de marge aangetekend: "NIET WAAR"<<
Geen van de slachtoffers kon verklaren hoeveel indringers we geweest waren. Zowel de burgemeester als Toon beweerden dat er 2 auto's waren, waarschijnlijk met Duits kenteken.
Nadat de overvallers waren vertrokken ontwaakte de burgemeester uit zijn "narcose". De telefoontoestellen waren door beschadiging buitenwerking gesteld, echter het toestel in de archiefkelder was aan het oog van de overvallers ontsnapt, omdat de kelder afgesloten was. Dit toestel, wat ook gebruikt werd voor de commandopost van de luchtbescherming, gebruikte de burgemeester om het in Stein wonende marechaussee personeel te alarmeren. Ook de politie te Beek en Geleen, de afdelingscommandant te Sittard, de sicherheitspolizei te Maastricht en de waarnemend groepscommandant te Elsloo werden van het gebeuren op de hoogte gesteld. Deze laatste ging daarop met spoed vanuit Elsloo op de fiets naar het gemeentehuis in Stein, waar de oppperwachtmeesters van Kaam ne Hochstenbach van de groep Stein reeds aanwezig waren. Alvorens de toestand op te nemen gaf hij eerst telefonisch een alarmbericht door aan de hoofdcentrale te Maastrichtmet het verzoek tot opsporing en aanhouding van beide auto's met inzittenden en een korte toedracht van het gebeurde. Tevens verzocht hij posten uit te zetten in Limburg en Noord Brabant. Inmiddels waren omstreeks 2.00 drie mannen van de sicherheitspolizei uit Maastricht gearriveerd die het onderzoek verder op zich namen.
Na een vluchtige inventarisatie bleken ontvreemd te zijn:
- alle aanwezige blanco persoonsbewijzen
- alle aanwezige zegels T.D.
- alle persoonskaarten van het bevolkingsregister
- 10 radio-ontvangtoestellen
- 2 schrijfmachines
- 3.000 gulden (uit de gemeentekas)
Echter de indringers hadden ook spullen achtergelaten:
- 1 pistool, kennelijk uit het voormalige Nederlandse leger
- 8 patronen in houder
- 1 zaklantaarn met rood en blauw licht
- 1 mokerhamer
- 1 bijl
- 1 breekijzer
- 1 vuile zakdoek ruikend naar Chloroform
- 1 flesje waar waarschijnlijk zich de Chloroform in had bevonden.
het pistool en de zaklantaarn werden aangetroffen in een schap bij deingang van het wachtvertrek. De bijl, het breekijzer en de moker bij de stalen kasten, en het flesje en zakdoek op de weg voor het gemeentehuis, schuin voor de buitendeur in de goot naast het trottoir.
Rond 3.00 werd door de marechaussee te Susteren telefonisch medegedeeld , dat daar 2 auto's waren gesignaleerd, die, ondanks het bevel tot stoppen, waren doorgereden. Er was verschillende keren geschoten op de auto's, maar zover bekend, zonder resultaat. De afdelingscommandant met personeel van de groep Stein, vergezeld door twee leden van de sicherheitzpolizei, begaven zich daarop terstond met de auto richting Susteren. Daar vonden ze in de schuur achter een boerderij het complete bevolkingsregister, twee schrijfmachines, het complete aantal blanco persoonsbewijzen, de T.D. zegelsen 10 radio-ontvangtoestellen. Hiermee was al het gestolene terecht met uitzondering van de 3.000 gulden van de gemeetekas alsmede 200 gulden van wachtmeester Frederici.
Omstreeks 3.15 verscheen Frederici, volgens zijn verhaal, was hij na zijn ontkleding em ontwapening naar de auto gebracht en middels Chloroform buiten bewustzijn gebracht. De auto reed richting Geleen, nadat hij weer bijbewustzijn was gekomen hadden de aanvallers hem gevraagd of hij wilde onderduiken, wat hij echter had geweigerd. Vervolgens had men hem in de buurt van het Stikstofbindingsbedrijf in de Lutterade aande kant van de weg gezet, alleen gekleed in onderkleding en overjas. Hij was van daaruit teruggewandeld naar Stein. Hij had geen van de gemaskerde mannen herkend en kon derhalve ook geen signalement geven, en hij wist ook niet met hoeveel mannen zij waren.
De stukken van de overvallers werden meegenomen door de Sicherheitspolizei, de gestolen waren werden weer teruggegeven aan het gemeentebestuur.
Burgemeester Corten, gemeenteontvanger Toon Lenssen, bewakers Janssen en Fredrici en gemeenteambtenaar Höppeners werden na verhoor door de Sicherheitspolizei gearresteerd en overgebracht naar Maastricht.
De overvallers zijn nooit gevonden, ondanks dat Nitsch tevergeefs laat postvatten bij de boerderij. De burgemeester en de anderen worden 5 september weer ontslagen uit het huis van bewaring te Maastricht.
Dagloner, Kantonnier te Meerssen
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Julius Christianus Elias Extra | ||||||||||||||||||
Toegevoegd via een Smart Match
Stambomen op MyHeritage
Familiesite: extra Web Site
Familiestamboom: 416511691-1