Sie ist verheiratet mit Antoine la FONTAINE.
Sie haben geheiratet
Kind(er):
NOTE: Tijdens de 2de Expeditie naar Atjeh onder Commando van Generaal J. van Swieten, landde dit Nederlandse Leger op 9 december 1873 bij het dorpje Leué, aan de Rede van Gighen, 10 km N. van het dorp KUALA GIGHEN (= dorp Gighen aan de monding van de rivier). Door de goede en strategische ligging van de Rede van Gighen is de Koninklijke Marine,die ook aan de 2de Expeditie deelnam, de Rede gaan gebruiken als vaste ankerplaats voor haar schepen. Kotaradja lag aan de andere zijde (West) van de Atjeh rivier. Door het leger werd in Kuala Gighen een permanent versterkt militair bivak ingericht, waar ook aan de gezinnen van de militairen, eenvoudige huisvesting kon worden geboden. Ook mijn overgrootmoeder,Oma Kathie Schutter, de echtgenote van mijn overgrootvader August Schutter kreeg hier na enige tijd een klein houten huisje toegewezen. Zij stond er altijd op, om z.s.m. haar man te mogen volgen, naar zijn nieuwe bestemming. En het was op deze plaats, dat mijn Oma Moesje Lafontaine-Schutter op 25 juli 1880 werd geboren. Dat de gezinnen daar ook doorlopend gevaar liepen, moge blijken uit de Staat van Dienst van mijn Opa Schutter, die hier eenâÇÑEervolle VermeldingâÇÑ kreeg met de volgende mutatie âÇú28 feb.1876: Bestorming eener versterking Z.W.van Bivak Gighen; Langs enen zeer nauwe toegang het eerst door eene door den vijand sterk bezette vesting verdedigend wordende en met een stuk geschut bewapende versterking binnen te dringen en daardoor den vijand te verdrijvenâÇÑ. Haar jongere zusje Koosje Sibbald-Schutter zou naderhand in Lambaru worden geboren;deze plaats maakte indertijd deel uit van een militair postenstelsel rond de hoofdstad Kotaradja (= Kutaraja). Oma Moesje en Tante Koosje groeiden voor een deel van hun jeugd op in militaire bivakken. Daar leerden zij op zoâÇÖn buitenpost allerlei âÇúhoornsignalenâÇÑ kennen, die door de hoornblazers regelmatig werden geblazen. Zoals de âÇúrappersâÇÑ van vandaag dat ook doen, rijmden en zongen zij dan vaak een liedje op een bepaald trompetsignaal, zoals bijv.: Compliment van Wilhelmien, compliment aan Kaatje; Zeg dat Kaatje is verliefd, op een jong soldaatje!âÇÑ Na haar huwelijk met mijn Opa Antoine(Anton) Lafontaine woonde zij op verschillende plaatsen in Oost-Java, o.a. in Kertosono, S.F.Toelangan en Malang. Zij was een echte Indische Oma die dol was op haar (klein)kinderen en wilde daarom nooit enig kwaad over hen horen. Zij regelde het gehele huishouden en kon fantastisch koken. In de keuken werd ze daarbij altijd geholpen door de oude Javaanse kokkin , Baboe Baï. Voor mijn broer Aubri en mij waren het dan ook altijd hele gezellige tijden, als wij bij onze grootouders mochten logeren.Oma hield verder veel van honden; meestal had zij een teckel en een fox- terriër in huis. Verder vond ze het heerlijk om met mijn Opa inkopen te doen in haar oude wijnrode Fiat, die door haar chauffeur Man (= afkorting van Suparman) werd gereden. Mijn grootouders kenden een heel gelukkig huwelijk, totdat WOII daar abrupt en op een verschrikkelijk manier een einde aan maakte. Door het plotseling capituleren van Japan aan de Geallieerden, ontstond er een machtsvacuüm in het voormalige Nederlands-Indië. Het gevolg hiervan was, dat mijn grootouders en vele andere Nederlanders door o.a. Indonesische Extremisten in kampen werden geïnterneerd. Na hun bevrijdingen zijn zij in Batavia gaan wonen, waar mijn Opa Anton als gevolg van een hartkramp in 1947 onverwachts kwam te overlijden. Mijn grootouders waren intussen door alle vreselijke gebeurtenissen al hun bezittingen kwijtgeraakt. In 1950 repatrieerde mijn Oma naar Nederland. Op 23 mei 1954 overleed zij in Voorburg (Z.H.) en werd zij begraven op de begraafplaats âÇúOud Eik en DuinenâÇÑ in den Haag. Jacques Z. Brijl
Augusta Adolfa (Gusta Moesje) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Antoine la FONTAINE | ||||||||||||||||||||||||||||||||||