Er ist verheiratet mit Augusta Adolfa (Gusta Moesje).
Sie haben geheiratet
Kind(er):
Allereerst wil ik nog iets vertellen over het huis waar Oma en Opa in Malang hadden gewoond. Aan de voorkant liep langs het huis een spoorbaan van een lokaal treintje, die de voorsteden met elkaar verbond. Het was een heel grappig treintje waar ik vaak naar heb gekeken. Tussen het huis en deze spoorbaan stroomde een klein beekje. Soms vingen mijn broer en ik er kleine visjes met een schepnet en die deden wij dan soms in een vissenbak. Achter het huis, overigens op vrij grote afstand, liep ook een spoorbaan, n.l. van de S.S. Deze baan werd gebruikt voor de directe treinverbindingen met o.a. Soerabaja en Madioen. Van de broers en zuster van Opa Anton heb ik eigenlijk het beste Tante Doppie Dunlop-Lafontaine en Oom Freddie Dunlop gekend. Zij woonden ook in Malang, in de z.g. âÇúbergenbuurtâÇÑ, waar toen de nieuwere woningen stonden. Zij waren hele lieve mensen ,die altijd aardig voor mij waren. Zelf hadden zij geen kinderen. Tante Doppie was gek op honden en wel witte poedels. Zij had zeker 5 witte poedels en sommige hadden een klein gekleurd strikje op hun kopje. Oom Freddie was een lange stevige man met kort geknipt haar; hij had veel gevoel voor humor. Van de broers van Opa kende ik alleen Oom Ernest en verder Oom Peng. Oom Peng was de jongste van alle zusters en broers van Opa. Oom Peng was eerder getrouwd geweest en na scheiding naderhand weer getrouwd met Tante Zus. De ouders van Tante Zus waren Oom Willy Sibbald en Tante Koosje Sibbald-Schutter(zij was de jongere zuster van Oma Moesje).Tante Zus heeft ook nog een broer gehad, Oom Warry, maar die is al vóór WOII, vrij jong gestorven. Tante Zus is ook getrouwd geweest en had een zoon uit dit huwelijk, Henk Sissingh Henkie is in een kamp overleden in Sidoardjo (Oost-Java), waar hij met zijn familie was geïnterneerd door Indonesiërs, nadat de Japan in 1945 voor de Geallieerden had gecapituleerd.. Als we in Malang waren gingen we ook vaak op bezoek bij Oom Ulrich en Tante Auggie. Zij woonden toen in een huis in Blimbing/Glintoeng. Tante Ellie (oma Ellie van Duijvenboode Varkevisser- Veenhuijzen) woonde daar toen ook samen met het zusje van Tante Augie, Babsje Voor zover ik mij dat kan herinneren werd Babsje geboren met het z.g. âÇúDown SyndroomâÇÑ Ik heb haar na WOII nooit meer ontmoet en weet eigenlijk ook niet wat er precies met haar is gebeurd. Mijn Opa Anton was op de Middelbare School een enthousiast sportbeoefenaar. Zo was hij een uitstekend turner en âÇúde ringenâÇÑ was zijn lievelingstoestel, waar hij uitstekende resultaten mee behaalde tijdens turnwedstrijden. Hij was verder een heel goed schermer en voorts, zoals dat vroeger heette - âÇúMeester op alle WapensâÇÑ- o.a. op de korte en lange stok. Na zijn middelbare schoolopleiding met succes te hebben beëindigd trad hij in dienst bij de Staatsspoorwegen & Tramwegen (S.S.) in Ned. Indië. In een artikel in het Algemeen Handelsblad van 24-09-1907 werd melding gemaakt, dat Opa Anton in sep. 1907, als 1ste Klerk bij de S.S., tijdelijk werd belast met de waarneming van de functie van Commies van de stationsdienst bij de Spoorwegen. Het leukste bericht, dat ik echter over Opa Anton heb gelezen, was het artikel in âÇú Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië van 10 mei 1927 UITSLAG SPOORWEGEXAMENS S.S. âÇúVoor stationscommies slaagden: o.aâǬâǬâǬ.A.Lafontaine te Ngebroek âǬâǬ..Candidaten, die voldoende kennis bezaten van nog eenen taal waren, G.W. Busselaar te Kalimas in het Madoereesch en A.Lafontaine te Ngebroek in het FRANSCH !âÇÑ Als afstammeling van de indertijd uit Frankrijk gevluchte âÇúHugonotenâÇÑ heeft Opa Anton, die trots was op zijn Franse afkomst, het altijd belangrijk gevonden om naast het Nederlands, ook goed Frans te kunnen spreken. In de loop der jaren vervulde hij op verschillende plaatsen op Oost-Java, de functie van Stationschef bij de Spoorwegen. Tenslotte ging Opa Anton als âÇúHoofdstationshoofd bij de S.S. & Tr.âÇÑ, m.i.v. 7 maart 1924 op eigen verzoek met eervol ontslag, wegens volbrachten diensttijd en met recht op pensioen uit âÇÖs Lands DienstâÇÑ. Daarna heeft Opa Anton nog vele jaren gewerkt, als Hoofd van de Administratie op de Suikerfabriek Toelangan. Opa Anton en Oma Moesje(Gusta) gingen tenslotte in een mooi huis in Malang wonen. Voor Opa Anton was toen het moment aangebroken, om zich meer op zijn hobbyâÇÖs toe te leggen, t.w. knutselen en het houden van vogels. Hij had een aantal volières met allerlei soorten zangvogels en rijst(etende)vogels, zoals o.a. een prachtige gele Wielewaal (kepodang),een Beo en Indische zanglijsters. De Beo sprak een aantal Nederlandse woordjes, zoals âǬâǬBeo is stoutâǬâǬ.pas op hoorrrrâǬ!! Een ander favoriete kreet van OpaâÇÖs Beo was om regelmatigâǬâǬ.ventjeâǬ..ventjeâǬâǬventjeâǬâǬ te roepen, de âÇúkoosnaamâÇÑ, die mijn Oma altijd gebruikte als zij de dringende hulp van mijn Opa nodig had. Wat Opa Anton ook heel graag deed, was om samen met zijn kinderen, t.w. zijn zoon Ulrich en Oda (mijn moeder) en later ook met mijn vader Robert, muziek te maken. Opa Anton speelde daarbij de fluit, Ulrich de viool en mijn moeder Oda de piano. Mijn vader Robert speelde dan gitaar of banjo. Terwijl hij rustig in een rieten stoel zat in de voorgalerij van zijn woning in Batavia, overleed Opa Anton op 31 augustus 1947 geheel onverwacht - met een glimlach op zijn gelaat - als gevolg van een acute hartkramp. Jacques Zéno Brijl,
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.