Sie ist verheiratet mit Adrianus van Assendelft.Quelle 1
Cornelis Jacob werd op 2 april 1779 gedoopt te Haarlem. Zijn doopouders waren Ds. Adrianus van Assendelft, predikant te Leiden, en diens vrouw Sara Arooij, die een nicht was van zijn moeder. Vijf jaar later werd Cornelis Jacob door zijn peetouders benoemd tot hun erfgenaam en naast geldelijk gewin leverde dit hem ook een zr fraaie dubbele naam op: VAN ASSENDELFT VAN WIJCK.
Ds. Adrianus van Assendelft werd op 18 september 1736 geboren te Haarlem als zoon van Petrus van Assendelft en Alida van den Burg. Na een studie theologie te Leiden werd hij in september 1761 benoemd tot predikant in Nieuwenhoorn. Twee maanden later, op 10 november 1761, trad hij te Haarlem in het huwelijk met de zeer welgestelde Sara Arooij. Hun huwelijk zou kinderloos blijven.
In april 1764 aanvaarde hij het ambt van predikant in Assendelft (een tijdgenoot schreef "Zoo zal van Assendelft nu Assendelft gaan stichten"), en tenslotte volgde in december 1770 zijn benoeming tot predikant in Leiden. Op 25 september 1784 lieten Ds. van Assendelft en zijn vrouw Sara bij notaris F.van Stipriaan te Leiden hun testament opstellen. Bij die gelegenheid bestemde zijn vrouw f 40.000,- voor het weeshuis van de Hervormde Diaconie te Haarlem en werd hun petekind Cornelis Jacob van Wijck benoemd tot erfgenaam. Twee jaar later, op 29 augustus 1786, liet Sara echter een codicil maken waarin zij het bedrag voor het weeshuis liet verlagen tot f 20.000,-. (De overige f 20.000,- was kennelijk bestemd voor haar echtgenoot). Daarnaast bepaalde zij dat haar nicht Helena Maria van Luijk, echtgenote van Willem van Wijck te Haarlem, haar leven lang kon beschikken over de rente van dit kapitaal, mocht haar echtgenoot hertrouwen of komen te overlijden.
En dat liet niet lang op zich wachten, want binnen een jaar was Sara Arooij, de vrouw van Ds. van Assendelft, overleden en niet veel later was de predikant hertrouwd. Bij Antje Ruijterbeek werd hij alsnog vader van een dochter. Naast zijn werk als predikant had Ds. van Assendelft artistieke aspiraties. Zo had hij al in 1755 een toneelstukje geschreven, Leeuwendaal in vreugde, en vervolgens diverse gedichten gepubliceerd, w.o. Eeuwzang van Leydens beleg (1774) en Nieuwjaarswensch voor de Leydsche weezen (1780). Hij werd geprezen om zijn fijn gevoel, smaak en goed oordeel. Ook vertaalde hij uit het Latijn Heilgroete der Leydsche Zanggodinnen aan Willem V. In het begin van de jaren tachtig in de 18de eeuw was hij enige tijd voorzitter van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden.
In 1785 werd Ds. van Assendelft een van de oprichters van het Haagsch Genootschap te Verdediging van den Christelijken Godsdienst, waar hij werd geprezen om zijn "ongeveinsde zucht voor het belang der waarheid en gezetheid op de regtzinnigheid des geloofs". Hij was er 24 jaar secretaris.
Op 12 januari 1807 ontplofte er tijdens een feest in Leiden een kruitschip met 37.000 pond buskruit. De daverende explosie sloeg een enorm gat, met als droevig resultaat 151 doden en rond de 2000 gewonden. Woningen werden door de kracht van de explosie weggevaagd, waaronder de woning van Ds. van Assendelft en zijn gezin. Twee jaar later, op 6 januari 1809, overleed hij te Leiden en vijf dagen later werd hij naast Sara Arooij, zijn eerste vrouw, begraven in Haarlem. Zijn getekend silhouet is te vinden in het Prentenkabinet van het Rijksmuseum te Amsterdam.
Sie haben geheiratet am 10. November 1761 in Haarlem.