Zierikzee wordt belegerd door de Spaanse veldheer Mondragon en in de herfst van dat jaar zijn er geruchten
dat de magistraat de stad in handen van de Spanjaarden wil overgeven.
Op 13 oktober 1575 wordt mr. Werckendet Lievens, samen met de beide burgemeesters van Zierikzee
(waaronder Cornelis Claes, die de gebeurtenissen heeft opgetekend), Thomas Leendertse Rinck, Adr. Lievense van
Lisse en mr. Corn. Adr. Backer, secretaris 'omtrent de klokke 2 uuren ten huijse van voorsegde gouverneur Dorp ontboden,
die gelogeert was in 't huijs van mijnheer van Serooskerke omtrent die Barnditeclooster.
Daar komende, wert ons geseyd, dat de voornoemde gouverneur wat besig was, dat wij daaromme
wat naar hem soude wagten en werden gewesen in een kleijn saletje. En nademaal
dat wij daar een quartier van een uur bij malkanderen geweest hadden, zoo kwam de voornoemde capiteyn
Ruijghaver met nog omtrent 8 à 10 capitijnen in de salette getreden en trok terstond van leere, seggende: nooijt en
hadde ik meerder lust om een Ciciliaansche versper te spelen dan alhier. En de andere insgelijks haar geweer
trekkende en sloegen en staken al dat zij mogten. Jegelijk van de magistraat kreeg wat omme haar te bergen, d'eene
agter een tafel, d'andere met stoelen; indiervoegen, dat er een groot geroep en getier in de salette was, dat de
voorszege gouverneur - die wel van alles geinformeert mogt wesen - in de voorszegde salette kwam geloopen en
riep: hoe dus mijn heeren, hoe dus? Indiervoegen, dat er wat stilte gebeurde, soodat den voorszegde Ruijghaver
onder andere seyde: dese heeren zijn hier op de plaatse daar se sterven sullen etc. Zulks dat de voornoemde
Thomas Leendertse sijde: Hoe? Heer capiteijn, wild gij ons aldus vermoorden ongehoord? Hebben wij wat
bedreven, neemd ons gevangen en laat ons hooren, etc. Sulks dat den voorscreven gouverneur stond, alsof hij stom
geweest hadde etc. Indiervoege, dat den capiteijn Bernard zeijde: "Per Dieu, il dit vrai" ende stak sijn geweer op,
gelijk den meestendeel van d'andere capiteijns ook deden. Dan bleef denzelven Ruijghaver fulmineerende,
seggende, dat er eenige burgers waren, die de magistraat suspecteerde en dat hij hetselve gevoelen hadde etc, dat
de magistraat ook het water intijds niet in 't land gelaten hadden, met vele frivole woorden, etc.'. Daarop ontstaat
een verdere woordenwisseling waarbij Cornelis Claes in zijn arm gestoken wordt. Op de 21e van de maand worden
zes van de notabelsten uit de magistraat gevangen genomen en 'te Middelburg op den burch gelogeert, daar sij een
geruijmen tijd bleven'. Cornelis Lievense Werckendet is één van hen. Cornelis Claes, de schrijver van het stuk, hoeft
vanwege zijn kwetsuur niet mee. In 1630, 55 jaar na dato, legt Jacques Manteau, landmeter en secretaris, ook een
verklaring af over de gebeurtenissen. Hij vertelt dat hij tot zijn huwelijk in mei 1575 negen jaar lang bij Cornelis
Werckendet had gewoond en dat die hem veel had toevertrouwd. Hij verklaart dat Cornelis Werckendet nooit iets
gedaan had ten nadele van de opstand. Integendeel. Op de ochtend dat de geuzen binnenvoeren kwam Manteau
langs bij Werckendet, die op een stoel bij het vuur zat. Hij stuurde Manteau uit om uit te zoeken wat er precies aan
de hand was, en toen die hem dat vertelde, sloeg Werckendet met een wat onstuimig gemoed tegen de kant van
zijn stoel en riep 'Dorp, Dorp, waartoe hebt gij ons gebracht?' Werckendets vrouw, die nog op bed lag zei 'Hoe tiert
ghij aldus?', waarop hij antwoordde 'Dorp heeft ons met deze vergaderinghe dit spel berockend'. Kort daarop
kwam het scheepsvolk het huis invallen en nam Werckendet gevangen. Toen Manteau in februari 1576 een keer
wacht liep hoorde hij van een aantal geuzen dat Werckendet dood was. Zij vertelden de manier van zijn sterven en
het einde ervan. Hij is toen naar de huisvrouw van Werckendet gegaan en heeft aan haar bed staand verteld dat
haar man overleden was. Hoe Werckendet gestorven is wordt uit het verhaal van Manteau niet duidelijk. Een
rapportage uit november 1575 geeft echter aan dat hij door de geuzen gemarteld is
Oorzaak: Overleed in gevangenschap, doodgemartled door de Geuzen
(1) Hij is getrouwd met N.N. Soetemans.
Zij zijn getrouwd voor 1548.
(2) Hij is getrouwd met Suzanna van Strijen.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1548, hij was toen 28 jaar oud.Bron 1
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Cornelis Lievensz. Werckendet | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) < 1548 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
N.N. Soetemans | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1548 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Suzanna van Strijen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||