Coen-Van Impe » Jan I van Brabant (1253-1294)

Persoonlijke gegevens Jan I van Brabant 


Gezin van Jan I van Brabant

Hij is getrouwd met Margareta van Dampierre.

Zij zijn getrouwd


Kind(eren):

  1. Jan II van Brabant  1275-1312 
  2. Maria van Brabant  1280-1328


Notities over Jan I van Brabant

Hertog Jan van Brabant en Lotharingen (1267-1294) en Limburg (1288-1294)


Jan is weduwnaar van Margareta Capet (1255-1271).


Hij trouwde met


Margareta Van Dampierre, geboren omstreeks 1251. Margareta is overleden op dinsdag 3 juli 1285, ongeveer 34 jaar oud.


Notitie bij Margareta: Margaretha van Dampierre (1251 - 3 juli 1285) was een dochter van Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, en van Mathilda van Bethune. Zij werd in 1273 de tweede echtgenote van hertog Jan I van Brabant. Het paar kreeg volgende kinderen:


 


Godfried (-1283)


Jan II van Brabant (1275-1312)


Margaretha van Brabant (1276-1311), die in 1292 huwde met Hendrik VII van Luxemburg (-1313)


Maria, die in 1305 huwde met graaf Amadeus V van Savoye (1253-1323)


Kinderen uit dit huwelijk:


I. Godfried van Brabant. Godfried is overleden in 1283.


II. Maria van Brabant. Maria trouwde in 1305 met Amadeus V de Grote van Savoye, 55 of 56 jaar oud. Amadeus is geboren in 1249 in Le Bourget, zoon van Thomas II van Savoye (zie 50261,IX) en Beatrix Fieschi. Amadeus is overleden op zondag 16 oktober 1323 in Avignon, 73 of 74 jaar oud. Amadeus is weduwnaar van Beatrix Baugé, met wie hij trouwde in 1272.


 


 


 


Jan I van Brabant, geboren in 1253 in Brussel (Laken). Jan is overleden op maandag 3 mei 1294 in Bar-le-Duc (FR), 40 of 41 jaar oud.


Notitie bij Jan: Jan I van Brabant volgde zijn mentaal gestoorde oudere broer Hendrik IV op, die door zijn moeder-regentes van de troon was geweerd.


Jan I was een krachtige heerser die zijn gebied aanzienlijk vergrootte. Hij kondigde ook een algemeen landrecht af en reorganiseerde de administratie van zijn vorstendom. Zijn pogingen de Brabantseinvloed tussen Maas en Rijn te versterken brachten hem onder meer in botsing met de machtige aartsbisschop van Keulen. Omdat zijn Rijnpolitiek strookte met hun handelsbelangen, kon hertog Jan rekenenop de financiële steun van de Brabantse steden, waaraan hij als tegenprestatie uitgebreide privileges toekende. Zijn belangrijkste aanwinst was het hertogdom Limburg, (samenvallend met het noordoosten van de huidige Belgische provincie Luik en het zuiden van de Nederlandse provincie Limburg, en genoemd naar de burcht Limburg aan de Vesder). Toen de kinderloze hertogin Irmgard van Limburg in 1283 overleed, kocht Jan I het opvolgingsrecht van één van haar erfgenamen over. Dat was niet naar de zin van haar weduwnaar Reinoud I van Gelre. Het verzet werd echter tijdens de Slag bij Woeringen (5 juni 1288) gebroken, waarna het hertogdom Limburg definitief aan Jan I werd toegewezen.


 


Jan I staat bekend als een levensgenieter en minnaar van muziek, zang en dichtkunst, aan wie een aantal mooie minneliederen als Eens meien morgen vroe (oorspronkelijk in het Middelnederlands) toegeschreven worden. Ook is er een bekend Brabants volkslied waarin hij wordt vereerd. Zijn hartstocht voor jachtpartijen en gewelddadige riddertoernooien moest de hertog echter met de dood bekopen: hij verongelukte tijdens een toernooi.


 


In Brabantse volkslegenden leeft "hertog Jan" voort als een populaire, gulle en goedlachse vorst die graag in het gezelschap van eenvoudige lieden genoot van spijs en drank. Na de Slag bij Woeringen zou hij een groot overwinningsfeest voor zijn leger hebben gehouden, met heel veel bier. Om zijn soldaten toe te spreken ging hij zitten boven op een stapel biervaten. Volgens sommigen zou hij op die manier model gestaan hebben voor de allegorische bierkoning Gambrinus, wiens naam ontstond door de volkse verbastering van zijn Latijnse naam (< Jan primus = Jan de eerste). Alleszins wordt zijn afbeelding te paard gebruikt als logo voor de in België populaire biersoort Primus (van Brouwerij Haacht) die naar Jan I verwijst. Op het logo van het naar hem vernoemde Nederlandse biermerk Hertog Jan staat hij afgebeeld als bebaarde vorst in hermelijnen mantel die een grote pul bier heft.


--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Jan I van Brabant

="http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_I_van_Brabant#mw-navigation">navigatie, zoeken
ntent-ltr" lang="nl" dir="ltr">ding="1">lspan="3" align="center">1252/54-1294n en hertogen van Brabant" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_graven_van_Leuven_en_hertogen_van_Brabant">Hertog van BrabanteBrabant" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrik_IV_van_Brabant">Hendrik IVp://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_II_van_Brabant">Jan II: bold;">Vaderold;">Moeder>Jan I (Leuven, 1252/54 - Bar-le-Duc, 3 mei 1294) was hertog van Brabant van 1267 tot 1294 en van Limburg van 1288 tot 1294. Jan was een zoon van Hendrik III enAleidis van Bourgondië. Hij was verder bekend als minnezanger. Jan I van Brabant volgde zijn mentaal gestoorde oudere broer Hendrik IV op, die door zijn moeder-regentes van de troon was geweerd. Hij huwde in 1273 met Margaretha van Dampierre, dochter van de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre. Zijn eerste vrouw, Margaretha, een dochter van Lodewijk IX van Frankrijk, overleed in 1271 na amper één jaar huwelijk in het kraambed. Jan was vader van:



http://www.dbnl.org/tekst/_mad001199401_01/_mad001199401_01_0050.php


="bottom-small-margins">artikel3>n Keulen, de beslissing in het al jaren slepende conflict om het bezit van het hertogdom Limburg. De overwinning die Jan, gesteund door de graven van Mark, Berg, Gulik en Loon, daar behaalde op zijn tegenstanders, de graven van Luxemburg en Gelre en de aartsbisschop van Keulen, heeft hem een reputatie bezorgd die hem lang zou overleven, namelijk als de ridder-vorst bij uitstek die in de voetsporenwas getreden van de ‘neuf preux’. Het gaat niet te ver wanneer men stelt dat de herinnering aan het leven van Jan van Brabant min of meer is versmald tot die ene dag.1. Zijn blijvende faam heeft hij behalve aan zijn eigen optreden voor een groot deel te dankenaan het uitvoerige verslag-in-verzen dat Jan van Heelu enkele jaren later daarover op schrift heeft gesteld. Want daarin krijgt dit treffen een dimensie waardoor het kan wedijveren met de grote veldslagen die in de ridderromans zijn opgetekend, en wordt de hertog zelf getransformeerd tot een man van heroïsche allure:


s="line">ine-nr"> 
lass="line-content-container">r">-content">Die men vint van hen bescreven,ertoge doen daer dede.2.eld van de ideale ridder gaat echter een persoonlijkheid schuil die in de praktijk van het politieke handelen een bekwaam bestuurder was en die, zo nodig, realist en opportunist kon zijn.3. Dat laatste is onder anderen Lodewijk van Velthem niet ontgaan, die hiervan in zijnVoortzetting van de Spiegel historiael het volgende voorbeeld verhaalt, waar hij zelf bij was. In de aanloopfase van het Vlaams-Franse conflict dat zou uitmonden in de Gulden Sporenslag bij Kortrijk (1302), wordt Jan I van verschillende kanten benaderd als de aangewezen persoon voor een bemiddelingspoging. Hij weigert echter en prefereert een afwachtende houding om pas in te grijpen als het moment daarvoor gunstig is:


ass="line">="right">>In 1988 is de slag bij Woeringen aanleiding geweest tot een reeks van publikaties. Zie het besprekingsartikel van R. van Uytven: ‘Woeringen 1288-1988: Brabantse overwinning, maar Keulse triomf’, Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden 104 (1989) 224-233.
="http://www.dbnl.org/tekst/_mad001199401_01/_mad001199401_01_0050.php#189T">2.J.F. Willems (ed.), Rijmkroniek van Jan van Heelu betreffende den slag van Woeringen (Brussel 1836) vs. 5787-5793.90T">3.Zie: R. van Uytven, ‘Standenprivilegies en -beden in Brabant onder Jan I (1290-1293)’, Revue Belge de Philologie et d'Histoire 44 (1966) 413-435.r">>91T" href="http://www.dbnl.org/tekst/_mad001199401_01/_mad001199401_01_0050.php#191">4.terke hang naar het ridderlijke en het avontuurlijke, dat hij ook uitdrukkelijk de gelegenheden heeft gezocht om zich zo te kunnen presenteren. Zo begaf hij zich in 1278 hals over kop te paard naar Parijs omwille van zijn zuster, Maria, koningin van Frankrijk, wier goede naam in diskrediet was gebracht door Pierre de La Broce, raadsheer van de koning. Zijn ingrijpen was succesvol; La Broce werd opgehangen.5. En in 1285 vergezelde hij, ondanks het feit dat door de spanningen in verband met de boven genoemde Limburgse kwestie een gewapend treffen in de lucht hing, zijn zwager op diens kruistocht naar Aragon. Deze expeditie door het ruige en kale bergland, waar ‘;die vliegen waren also groet’ dat men zich er nauwelijks tegen kon verweren, eiste veel slachtoffers, waaronder Filips III, en ook Jan kwam van deze barre tocht meer dood dan levend in Brabant terug.6.


Behalve op het slagveld of tijdens expedities zoals die naar Aragon, vond de hertog van Brabant voor zijn hartstocht voor ‘grote dade van ridderscape’ vooral bevrediging op het toernooiveld. Want Jan I is ongetwijfeld een ‘toernooitijger’ pur sang geweest. Zijn voorkeur voor deze vorm van krijgsbedrijf lijkt te grenzen aan het pathologische. Te Saint-Quentin had hij zelfs een toernooiveld gekocht dat voor iedereen toegankelijk was. ‘Tornoye die minde hi sere’, zegt Boendale van hem en Heelu typeert hem als iemand die ‘sochte niet el [anders], / Dan wijch [strijd], ochte tornier spel, / Van lande te lande, waer hijt vant’7., een voorliefde die hem uiteindelijk noodlottig werd.


s="notenr">4.Lodewijk van Velthem, Voortzetting van den Spiegel Historiael, H. van der Linden e.a. (ed.), dl. 2 (Brussel 1931) bk. 3, c. 38.s-container">/em>, vs. 1375 e.v., en het (veel uitvoeriger) verslag van Velthem: Voortzetting, bk. 3, c. 40-43.f="http://www.dbnl.org/tekst/_mad001199401_01/_mad001199401_01_0050.php#193T">6.Zie: Rijmkroniek, vs. 2573 e.v., en: Velthem, Voortzetting, Bk 3, c. 43, die opnieuw veel gedetailleerder is.php#194T">7.J.F. Willems (ed.), De Brabantsche Yeesten, dl. 2 (Brussel 1839) bk. 5, c. 2; Rijmkroniek, vs. 890 e.v.id="text">_mad001199401_01_0050.php#195">8. in gezelschap van een tiental jonge ridders, fraai uitgedost in mantels met het hertogelijke wapen, naar Bar-le-Duc om acte de présence te geven bij het toernooi dat de graaf van Bar had uitgeroepen naar aanleiding van zijn huwelijk met Eleanora, dochter van de Engelse koning Edward I. Hij zal mede daarom zijn uitgenodigd, omdat het om een familie-aangelegenheid ging, want Jans oudste zoon en opvolger was enkele jaren daarvoor getrouwd met een andere dochter van de Engelse koning, Margaretha van York, de vrouw voor wie Heelu zijn rijmkroniek bestemd had.


Bar-le-Duc ligt in het deel van Frankrijk dat als de bakermat van het middeleeuwse toernooi geldt. De toernooien in die regio hadden een ‘internationale’ reputatie en kenden verschillende organisatievormen. Te Le Hem (een plaatsje aan de Somne) werd in 1278 een ‘Tafelronde’ gecombineerd met een tweedaags toernooi, waarin individuele ridders elkaar te paardin drie ronden met afgestompte lansen bestreden. In 1285 organiseerde de graaf van Chiny, gehuwd met Jeanne de Bar, te Chauvency een toernooi waarin 120 deelnemers elkaar en masse bestreden, in feitedus een veldslag op kleine schaal. Van beide evenementen zijn uitvoerige beschrijvingen bewaard gebleven, die als belangrijke historische bronnen gelden voor dit aspect van het ridderbedrijf.9.


1199401_01_0050.php#195T">8.Zie: Velthem, Voortzetting, bk. 3, c. 40, vs. 2768.ame="196" href="http://www.dbnl.org/tekst/_mad001199401_01/_mad001199401_01_0050.php#196T">9.Zie: Juliet Vale, Edward III and Chivalry. Chivalric Society and its Context 1270-1350 (Suffolk 1982), Ch. 1, en: F.P. van Oostrom, ‘Hoofse cultuur en litteratuur’, in: R.E.V. Stuip en C. Vellekoop (red.), Hoofse cultuur. Studies over een aspect van de middeleeuwse cultuur (Utrecht 1983) 119-139.r>
1. Groot ruiterzegel van hertog Jan I van Brabant. Het randschrift luidt: - SI-GILLVM: [IOH]-ANNIS: DVCI[S:LOT]-HARINGIE: BRABA[N]-TIE-. Foto: A. Schreurs, G.A. 's-Hertogenbosch.

 


Hoewel van het evenement te Bar-le-Duc een dergelijke gedetailleerde beschrijving ontbreekt, staan er niettemin over het onfortuinlijke optreden van Jan I daar voldoende bronnen ter beschikking voor een plausibele reconstructie. Een gedetailleerde en vroege bron is de Chronica de origine ducum Brabantiae, een kroniek over de herkomst van de Brabantse hertogen, vervaardigd tussen 1298 en 1304, een versie die sterke overeenkomst vertoont met die in een continuatie van de Gesta abbatum Trudonensium, een kroniek in verschillende etappes tot stand gekomen in de benedictijnerabdij te Sint-Truiden. Daaruit blijkt dat het ging om tweegevechten - ook Velthem spreekt van ‘banen / Daer si haer spel souden baren (vertonen)’. De gang van zaken, daarin beschreven, is in hoofdlijnen als volgt:


Ter gelegenheid van dit huwelijk was er aan het grafelijk hof (‘in curia comitis’) een druk bezocht en luisterrijk feest georganiseerd, waaraan ook Jan,


s="contentholder">sdag, 3 mei) onder druk gezet zijn buitengewone kwaliteiten in het ridderlijk krijgsbedrijf te demonstreren. De hertog komt aan deze wens tegemoet, en omstreeks vespertijd (‘circa horam vespertinam’) staat hij in volle wapenrusting gereed en kiest een gerenommeerde tegenstander uit. Met scherpe lansen - dus niet afgestompt, zoals gebruikelijk - werpen beide combattanten elkaar bij de derde stoot uit het zadel, waarbij de hertog aan de arm dodelijk gewond raakt (‘et dux in brachio letali vulnere sauciatur’). Direct wordt hij naar zijn gastverblijf (‘hospitium’;) gebracht. Bij het vallen van de schemering (‘advesperascente vero die’) als zijn krachten beginnen af te nemen, biecht hij, neemt vervolgens afscheid van de aanwezigen, leunt achterover, tracht zijn hand over zijn gewonde arm te leggen (kennelijk in een poging een devote houding aan te nemen) en sterft bij zonsondergang (‘declinante sole ad occasum’), zijn ziel opdragendaan God.


erwonding aan zijn arm, opgelopen tijdens een jouste, nog op dezelfde dag te Bar-le-Duc is overleden. Duidelijk is ook dat het allemaal erg snel is gegaan, waarschijnlijk binnen het tijdsbestek van enkele uren, want het treffen vond volgens genoemde bron plaats ‘circa horam vespertinam’, dus om vespertijd, dat wil zeggen omstreeks zes uur, en Jan blies de laatste adem uit bij zonsondergang, en dat zal op die datum omstreeks acht uur zijn geweest. Het Chronicon monasterii Sancti Bertini bevat nadere bijzonderheden over de verwonding.10. Daarin staat dat door de lans een armspier werd doorboord (‘brachii musculum transfossus’) en dat de spieren en de aderen werden afgescheurd (‘ruptis nervis et venis’), een formulering die ook voorkomt in de Istore et chroniques de Flandres: ‘et luy furent tout li nerf portet hors de la lance’ (werden alle spieren door de lans naar buiten gerukt). Zeer gedetailleerd is Velthem:


ass="line">e-nr"> 
v class="line-content-container">e-content-container">nt-container">s="line-content">Tot inde muus [spieren], daer al warmDbloet ute quam geronnen,[gelaat] begonnent. (...)ame="198T" href="http://www.dbnl.org/tekst/_mad001199401_01/_mad001199401_01_0050.php#198">11.rmee het metalen armstuk was bevestigd en via de ontstane ruimte drong het wapen de arm binnen. Door het bloedverlies trok het gelaat van de hertog terstond wit weg. Kennelijk heeft men de bloedingen uit de armslagaders niet kunnen stelpen tengevolge waarvan de dood vrij spoedig moet zijn ingetreden.


1199401_01_0050.php#197T">10.Opgenomen in de appendix bij Heelu's kroniek: Rijmkroniek, 381-382.class="note">11.Velthem, Voortzetting, bk. 3, c. 41.>n degene die deze fatale stoot op zijn conto mocht stellen, wordt in de vroegste bronnen niet genoemd. Velthem en Boendale noemen hem evenmin. De eerste bron, voorzover mij bekend, waarin dat wel gebeurt, is de reeds genoemde kroniek van het klooster Sint-Bertijns (Artois) die weliswaar stopt bij het jaar 1294, maar waarvan de auteur Johannes Longus van Ieperen stierf in 1383. Volgens deze was de dader Petrus de Bausmes, volgens de chroniqueur Edmond de Dynter (gest. 1448) Pierre de Beaufremont, en indien dat laatste juist is, leidt het spoor naar een adellijk geslacht, afkomstig uit de streekrond Neufchateau, dat bezittingen verwierf in Champagne en Bourgondië.12.


 


 


s="notenr">12.Zie: ‘Bauffremont’, in: Lexikon des Mittelalters, Bd. I, kol. 1623.n het Brabantse hofn arm - aannemelijk voorkomen, er zijn ook bronnen die wat betreft de sterfdatum varianten vertonen. En het is vooral J.F. Willems geweest die op basis daarvan voor enige discussie heeft gezorgd. Dezebegon met een niet nader gedocumenteerde opmerking aan het slot van de inleiding van zijn Heelu-uitgave (1836) dat Jan I te Lier (vlakbij Antwerpen) gestorven zou zijn. Hierover aangevallen door ‘den heer’ Van Hasselt in het dagblad L'Indépendant, als zou zijn bewering dat Jan te Lier en niet te Bar-le-Duc overleden was, een misslag zijn, gaf Willems drie jaar later ineen voetnoot bij zijn editie van Boendales Brabantsche Yeesten (waarin de dood van Jan I ook aan de orde komt) opheldering van zaken: ‘Den doodsteek, ja, kreeg hij te Bar’, maar zijn sterfbed stond te Lier. Zijn argumentatie berust op Butkens' Trophées de Brabant (die op zijn beurt weer terugging op Edmond de Dynter) waarin staat dat Edward I, op zoeknaar bondgenoten tegen Filips de Schone van Frankrijk, Jan op zijn ziekbed heeft opgezocht met het verzoek om medewerking te verlenen aan het arrangeren van een huwelijk tussen zijn zoon Edward en Filippina van Vlaanderen, een poging die met het verdrag van Lier op 31 augustus met succes werd bekroond. Deze opvatting bleek echter onhoudbaar toen Alphonse Wauters in zijn biografie van Jan I bijna dertig jaar later aantoonde dat er op 4 augustus van genoemd jaar voor de hertog een jaarlijkse memoriedienst werd ingesteld.13.


Het is dus vrijwel uitgesloten dat Jan het fatale treffen nog vier maanden overleefd zou hebben, maar anderzijds zijn er verschillende bronnen (onder andere het Chronicon monasterii Sancti Bertini en de Istore et Chroniques de Flandres) die vermelden dat Jan I pas na een week is gestorven. Toch zie ik hierin geen aanleiding om de reconstructie die ik hiervoor aan de hand van de oudste bronnen heb gegeven, te betwijfelen. Die mening is vooral gebaseerd op Velthems verslag, wiens betrouwbaarheid ik in dezen geneigd ben hoog aan te slaan. Want hoewel Velthem zijn werk uiteindelijk, toen hij de laatste twee van de acht boeken voltooid had, heeft bestemd voor de heer van Voorne, bevat dit werk anderzijds verscheidene aanwijzingen dat Velthem nauwe contacten onderhield met het Brabantse hof en dat zijn werk in eerste instantie binnen deze publiekskring heeft gefunctioneerd. Deze kwestie wil ik hier niet verder uitwerken, maar afgezien van het feit dat Velthem Jan I persoonlijk heeft gekend, participeerde hij in een netwerk dat op verschillende manieren


1199401_01_0050.php#200T">13.A. Wauters, Le duc Jean I et le Brabant sous le règne de ce prince (1267-1294) (Brussel/Luik 1862) 219. Van het door hem genoemde bronnenmateriaal heb ik in dit artikel dankbaar gebruik gemaakt.ht"> 
2. Afbeelding naar een zeventiendeeeuwse kopergravure boven het graf van Jan I van Brabant in de Minderbroederskerk te Brussel. Uit: Le grand théatre sacré du duché de Brabant (...) I (Den Haag 1729).
levenseinde van Jan I opvallend, minstens zo goed blijkt hij op de hoogte van de ziekte, de medische begeleiding en het sterfbed van Jan II in 1314. Vooral uit de proloog van het vijfde boek - waarin de tocht van Hendrik VII naar Rome wordt behandeld, een relaas dat overigens opnieuw bewijst dat Velthem over uitstekende berichtgevers beschikte, waaronder de koster van Hendrik VII, de biechtvader van zijn vrouw, Margaretha van Brabant, een zuster van Jan I - blijkt dat Velthem niet in de stilte van de pastorie te Veltem aan zijn kroniek werkte maar participeerde in een milieu dat literair actief was en te midden waarvan hij zijn positie als dichter moest waarmaken.


 


oord op de vraag uit welke hoek zijn gedetailleerde kennis van de omstandigheden waaronder Jan I is gestorven vermoedelijk afkomstig is, zij geeft ook aanleiding aan zijn versie geloof te hechten. Tegen deze achtergrond worden ook de aanvullende details die hij noemt, interessant. Velthem ziet Jans deel-


 


 


s="contentholder">
/div>ne">"line-nr"> 
99401_01_0050.php#201">14.l en men wist vaak niet waar hij zich dan wèl ophield - vaak vrouwen in het spel waren. Dat geeft hij dan ook aan als het voornaamste motief dat Jan tot zijn tocht naar Bar-le-Duc bewoog:


iv class="line">ss="line-nr"> 
ng wekt de indruk dat zijn publiek er meer van weet, een aanwijzing die de hypothese van het Brabantse hof als geïntendeerde publiekskring lijkt te versterken. Hoe dit ook zij, feit is dat de bijVelthem zo expliciet verwoorde voorstelling van Jans notoire zwakte voor het vrouwelijk schoon een thema is dat ook in andere historiografische bronnen wordt beklemtoond en uitgewerkt. Een sprekend specimen is de kroniek van de Gentse monnik en tijdgenoot Johannes de Thielrode die Jans leefwijze schildert als waarschuwend voorbeeld in het licht van de eeuwigheid: allen die genoegen scheppen in wereldse vermaken worden opgeroepen deze te versmaden, want ze gaan voorbij en lopen uit op een droevig einde, zoals door deze polygame ‘dux militiae’ (eerste der ridders) die Venus' pijlen liefhad, wordt bevestigd.


Wellicht is dit ‘aureool’ dat Jan van begin af aan omgaf, voor latere schrijvers aanleiding geweest het beeld nog scherper aan te zetten, zoals voor Jean d'Outremeuse (tweede helft veertiende eeuw) in zijn Myreur des histors waarin historie en fictie tot een boeiend geheel aaneengeweven zijn. In een van die latere bronnen treft men ook een versie van de gebeurtenissen die een nadere invulling bevat van Velthems suggestie dat er een vrouw in het spel geweest zou zijn. Het verhaal, dat in strijd is met de historische gegevens, is in ieder geval interessant als neerslag van de beeldvorming van Jan I.15. Tijdens een diner na afloop van een toernooi dat Edward had georganiseerd en dat door de hertog was gewonnen, staat de Engelse koning hem zijn jongste zuster af. Deze gaat mee naar Brabant. Wanneer Jan echter later verneemt dat de oudste, die tevens de knapste is, aan de graaf van Bar is geschonken, begeeft hij zich gegriefd naar Bar-le-Duc om haar te schaken. Bovendien laat hij de graaf door een heraut uitdagen tot een tweegevecht om uit te maken wie van beide zusters het beste huwelijk heeft gesloten. Maar in plaats van de graaf, die als jonge echtgenoot door zijn omgeving wordt ontraden daar zelf op in te gaan, betreedt Pierre de Bomelmont (sic) het perk, die de hertog dodelijk treft. ‘Or est-il paiés de sa malvaise volonté’, zo kreeg de hertog zijn verdiende loon en wordt zijn dood dusvoorgesteld als een rechtvaardige straf voor laakbaar gedrag.


s="notenr">14.Velthem, Voortzetting, bk. 3, c. 40.1_01/_mad001199401_01_0050.php#202T">15.Istore et Chroniques de Flandres, Kervyn de Lettenhove (ed.), dl. 1. (Bruxelles 1879) 193 (met dank aan René Stuip voor zijn vertaal-assistentie).v>keren - werd Jans lijk ter plaatse geprepareerd en naar Brussel overgebracht. In deze stad die hij ‘eerde ende minde, / Vor al die stede die hi kinde’, werd hij begraven in het koor van de Minderbroederskerk, voor het altaar en naast zijn tweede vrouw, Margaretha, dochter van Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen.


De geschiedenis heeft met succes verschillende pogingen gedaan de sporen van Jans laatste rustplaats uit te wissen. Zowel de kerk waarin hij begraven lag als zijn grafmonument zijn verwoest - hetgeen Wauters retorisch heeft doen uitroepen waar men de ‘poussière du plus glorieux de nos souverains’ nu toch wel zou moeten zoeken. Wat zij intact heeft gelaten, en niet zonder grond, is de herinnering aan deze hertog als iemand wiens dood een weerspiegeling is van de wijze waarop hij een groot deel van zijn leven heeft doorgebracht: als ‘so goeden ridder / Die so menige ere verwarf in striden ende in orlogen’, voor wie tijdens toernooien ‘boech [door de knieën ging] al dat hi voer hem [zich] vant’ - zij het dan met die ene noodlottige uitzondering.



 


IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII


http://gw.geneanet.org/mon1?lang=nl&m=NOTES


Onder hertog Jan I (° 1252-1294) verdringt Brussel meer en meer Leuven als hoofdstad van het hertogdom Brabant.
Jan I kwam op 5 juni 1288 als overwinnaar uit de Slag van Woeringen (bij Keulen) waardoor Brabant voortaan de handelsweg Brugge-Keulen beheerste. Brussel is dan al groter dan Leuven.
De stad blijft tijdens de dertiende eeuw in omvang toenemen omdat de buitenwijken (zoalsSint-Joost-ten-Node, Molenbeek, Opbrussel) onder het gezag van de stad komen.
Hertog Jan was een man vol tegenspraken. Hij was een poëtische minnaar (hij heeft een aantal mooie liefdesgedichten geschreven - zie onderaan) en tegelijk was hij een ruige oorlogsvoerder. Hij was wel een verstandig bestuurder en heeft besluiten genomen die het dagelijks leven in Brabant zeer ten goede kwamen.Maar tegelijk was hij een bourgondisch levensgenieter. Hij leefde schuimend en luidruchtig hongerend en dorstend naar meer. Het was alsof hij steeds haast had.
Hij leefde inderdaad kort, van 1252 tot 1294, wat niet ongewoon was voor die tijd. Toen hertog Jan op zijn tweeenveertigste overleed was hij al tweemaal weduwnaar. Hij had veel kinderen, vooral buiten het huwelijk.


Vrouwen van Hertog Jan


Reeds op vijftienjarige leeftijd werd Jan noodgedwongen, na het overlijden van zijn vader, officieel uitgeroepen tot Hertog van Brabant.
Jan’s moeder, Aleidis besliste Jan voorrang te geven op zijn oudere broer, dewelke zij onbekwaam achtte om die taak te vervullen.
Mede daardoor behield Aleidis nog gedurende jaren zeer veel inspraak in de bestuursaangelegenheden.
Een grootaantal vertegenwoordigers van de kerkelijke overheid, van steden en van adel waren in 1267 aanwezig bij dit historische feit in de abdij van Kortweg.
De Duitse Keizer bekrachtigde korte tijd later de hertogelijke titel.
Drie jaar later, in 1270, trad Hertog Jan in het huwelijk met Margaretha, de dochter van de Franse koning Louis IX. Het was een louter politiek huwelijk. Reeds in 1255 was aan de Franse koning al een bruidsschat betaald voor Margaretha, die dus wellicht in eerste instantie was voorbestemd voor Jans zwakkere broer.


Ten tijde van Hertog Jan was het niet ongewoon wanneer een weduwnaar spoedig hertrouwde. Toen Margaretha in 1271 overleed in het kraambed, zonder kinderen na te laten, was de hertog negentien jaar.Zijn moeder Aleidis adviseerde haar zoon achter de schermen nog steeds in vele zaken en was daardoor misschien wel de belangrijkste vrouw in zijn leven.

Van zijn omgang met Frederique Robulait was nagenoeg niemand op de hoogte. Zij was de dochter van de bourgondische bierbrouwer Pierre Robulait die na de dood van zijn vrouw werd benoemd tot brouwmeester aan het hof. Zijn dochter Frederique kreeg werk in de keuken.

Aan vrouwen had de jonge Hertog geen gebrek.
Frederique was niet het enige aardige meisje in zijn volle dagen en nachten. Janneke Pijlijser (1253-1297) was een eenvoudige boerendochter. Toch was zij de enige vrouw waaraan Hertog Jan van Brabant echt zijn hart verloren heeft.

Pas in 1273 stelde Aleidis Hertog Jan voor aan Margaretha van Vlaanderen, de dochter van Guy (Gwijde), erfgenaam van het Graafschap Vlaanderen, en Mathilde, vrouwe van Béthune en Dendermonde. Enkele maanden na het huwelijk overleed Jans moeder.

Het huwelijk met zijn nieuwe Margaretha mocht dan al goed zijn, maar Hertog Jan bleef een vitale heer vol tegenspraak. Thuis in Brussel zat hij niet alleen met zijn echtgenote, maar ook met vele onwettigekinderen, die hij in huis had genomen. Deze kinderen waren hem even lief als de anderen. De namen van sommigen zijn bekend; Margaretha van Tervueren, Jan Meeuwse, Jan Pijlijser, Hanneke van Mechelen en Joannes van der Plast.
De naam Robulait is daar niet bij. Frederique was wel het hoofd van de kasteelkeuken in Brussel en haar vader brouwde het steeds populairder wordende hopbier.

Na de dood van zijn tweede gemalin in 1285 besloot de Hertog nooit meer in het huwelijk te zullen treden. Want de enige vrouw waar hertog Jan wel zijn hele leven hartstochtelijk en intens verliefd op was, was tegelijkertijd de meest onbereikbare.
De vurige, rossige Janneke Pijlijser was immers van te lage komaf en maakte een huwelijk uitgesloten. Deze heimelijke passie bracht hij tot uiting in talloze door hem geschreven minnedichten die hij aan haar opdroeg. Een passie bovendien die Hertog Jan zijn hele leven achtervolgde.


EENS MEIEN MORGENS VROEGE

HERTOG JAN I VAN BRABANT (1254-1294)

Eens meien morgens vroege
Was ic upghestaan;
In een scoen boemgerdekine
Soudic spelen gaen.
Daar vant ic drie joncfrouwen staen,
Si waren so wale ghedaen,
Dene sanc voor, dander sanc na:
Harba lorifa, harba harba lorifa,
harba lorifa!

Doe ic versach dat scone cruut
In den boemgardekijn,
Ende ic verhoorde dat suete gheluut
Van den magheden fijn,
Doe verblide dat herte mijn,
Dat ic moeste singhen na:
Harba lorifa, harba harba lorifa,
Harba lorifa!

Doe groette ic die alrescoenste
die daer onder stont.
Ic liet mine arme al omme gaen
Doe ter selver stont;
Ic woudese cussen an haren mont;
Si sprac: "Laet staen, laet staen, laet staen".
Harba lorifa, harba harba lorifa,
Harba lorifa!


 


 


 


 

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Jan I van Brabant?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Jan I van Brabant

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Voorouders (en nakomelingen) van Jan I van Brabant

Jan I van Brabant
1253-1294