Hij is getrouwd met Alberada.
Zij zijn getrouwd in het jaar 885, hij was toen 36 jaar oud.
Kind(eren):
Reinier I van Henegouwen, ook Reginar, (~850 - Meerssen, tussen 25 augustus 915 en 19 januari 916) was in zijn tijd de machtigste edelman in Lotharingen. Hij versterkte zijn positie door gebruik te maken van de positie van Lotharingen tussen Oost- en West-Francië, in een tijd dat het nog niet vanzelfsprekend was dat Lotharingen tot het Heilige Roomse Rijk (Oost-Francië/Duitsland) zou gaan behoren.Ten onrechte wordt hem vaak de bijnaam Langhals toegekend. Deze bijnaam is alleen bevestigd in de bronnen met betrekking tot zijn kleinzoon Reinier III van Henegouwen en zijn achterachterkleinzoon Reinier van Leuven (zoon van graaf Lambert I van Leuven).
Leven en loopbaan
Reinier was een zoon van Giselbert I van Maasgouw en van Ermengarde, dochter van Lotharius I. Daardoor behoorde hij tot de hoogste adel van Lotharingen. In zijn jonge jaren was hij samen met de bisschop van Luik aanvoerder van een expeditie tegen de Vikingen op Walcheren. Volgens Dudo van Saint-Quentin voerde hij daarna ook nog met Radbod, de leider van de Friezen, een leger aan in Walcheren tegen de Noormannen onder leiding van Rollo. Dudo's betrouwbaarheid is echter niet onbetwist. Reinier werd benoemd tot graaf van Henegouwen, Bergen en Haspengouw. In de Capitulare van Quierzy uit 877, wordt hij genoemd naast zijn vader als één van de regenten van het koninkrijk tijdens de afwezigheid van Karel de Kale die oorlog voerde in Italië.
Na de dood van zijn vader volgde hij hem op als graaf van de Maasgouw. Ook erfde hij grote bezittingen langs de Maas. In 886 nam hij deel aan de gevechten tegen de Vikingen tijdens het beleg van Parijs. Hij steunde de zaak van Karel de Eenvoudige tegen Odo I van Frankrijk. In 895 steunde Reinier de benoeming van Zwentibold tot koning van Lotharingen. Reinier werd een belangrijke adviseur van Zwentibold en die beloonde hem in 897 met de benoeming tot lekenabt van Sint-Servaas in Maastricht en de abdij van Echternach. Zwentibold kwam echter al snel in conflict met de edelen en ontsloeg in 898Reinier als zijn raadgever. Reinier vroeg toen aan Karel de Eenvoudige om koning te worden van Lotharingen. Als straf daarvoor wilde Zwentibold alle titels en bezittingen van Reinier afnemen maar dieweigerde ze op te geven. Reinier verschanste zich met medestanders bij "Durfos" aan de Maas (het is niet bekend welke plaats dat is) en kon een aanval van het leger van Zwentibold afslaan. In 900 werd Zwentibold gedood in een veldslag tegen opstandige edelen en werd als koning van Lotharingen opgevolgd door Lodewijk het Kind. Lodewijk benoemde in 903 Gebhard tot hertog van Lotharingen. Reinier werd in 900 wel benoemd tot lekenabt van de abdij van Stavelot-Malmedy en kreeg ook in 908 formeel de titel van graaf van Henegouwen terug. Toen Gebhard in 910 sneuvelde tegen de Hongaren werd zijn positie waargenomen door Reinier.
Na de dood van Lodewijk het Kind in 910 weigerde de adel van Lotharingen, onder leiding van Reinier, zijn opvolger Koenraad I van Frankenland trouw te zweren maar erkende Karel de Eenvoudige als koning. Karel gaf Reinier als beloning de functie van lekenabt van de rijksabdij Sankt Maximin te Trier. Zo had Reinier gaandeweg als graaf, lekenabt en als grootgrondbezitter, uitgestrekte gebieden in en rond het huidige Wallonië en Luxemburg onder controle gekregen. Hij kreeg de titel markgraaf van Karel in 915. Formeel was dat een benoeming tot markgraaf maar in de praktijk waren de rechten en bevoegdheden dezelfde als die van een hertog. Reinier was onbetwist de militaire leider van het gebied onder Karel. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Giselbert II, maar hun dynastie slaagde er niet in om een hegemonie in Lotharingen te vestigen zoals de Liudolfingen in Saksen en de Liutpoldingen in Beieren.
Huwelijk en kinderen
Reinier trouwde in 885 met Alberada (854 - na 919). Haar herkomst is onbekend maar haar voor die tijd hoge leeftijd bij het huwelijk suggereert dat ze een (rijke?) weduwe was. Ze kregen de volgendekinderen:
Giselbert II van Maasgouw (ca. 890 - Andernach, 2 oktober 939), hertog van Lotharingen
Reinier II van Henegouwen (ca. 890 - 932, of later), graaf van Henegouwen
Een dochter, gehuwd met Berengarius van Namen.
Meerssen (Limburgs: Meersje) is een dorp in het heuvelland van de Nederlandse provincie Limburg met ongeveer 5840 inwoners. Het is sinds 1 januari 1982 de hoofdplaats van de toen gevormde gelijknamige fusiegemeente Meerssen. Samen met Bunde en Rothem vormt de plaats een dichtbevolkt gebied ten noorden van de provinciehoofdstad Maastricht. Meerssen was tot 2010 een zelfstandig dekenaat. Per 1 januari 2010 heeft het Bisdom Roermond het dekenaat Meerssen opgeheven en is de parochie Meerssen toegevoegd aan het dekenaat Maastricht.
Meerssen is gelegen op de grens van het Maasdal en het Geuldal aan de rivier de Geul op ongeveer 50 meter boven NAP. Eveneens kruisen bij Meerssen de snelwegen A2 en A79. Dit geeft aan dat Meersseneen gunstig gelegen plaats is en het dorp wordt dan ook vaak door toeristen gebruikt als uitvalsbasis naar het Geuldal. Eveneens zorgt de gunstige ligging er voor dat er veel forensen wonen die werken in Maastricht, Parkstad of Sittard.
Geschiedenis
Romeinse tijd
In de Romeinse tijd werd het gebied rond Meerssen reeds bewoond. Met name in Maastricht was er al sprake van een Romeinse nederzetting. In Meerssen vestigden in die tijd de eerste bewoners zich aande oever van de Geul. In die tijd was het gebied nog zeer drassig en hierdoor kreeg Meerssen de naam Marsna of ook wel Marsana of Marna, wat zoiets betekende als moeras.
Frankische tijd
In later tijden werd Meerssen een soort buitenverblijf van verschillende Frankische vorsten als bijvoorbeeld Karel de Grote en werd Meerssen steeds belangrijker. Het lag immers niet ver van het centrum van het Frankische Rijk dat Aken als hoofdstad had. Meerssen was daarom ook de plek waar Lodewijk de Duitser verbleef tijdens de onderhandelingen over het verdrag van Meerssen in 870. Na de dood van Lotharius II werd toen Neder-Lotharingen verdeeld tussen het West-Frankische en het Oost-Frankische Rijk.
Middeleeuwen
Omstreeks het midden van de 10e eeuw was het allodium Meerssen eigendom van koningin Gerberga, dochter van keizer Hendrik I en echtgenote van Lodewijk van Overzee, koning van Frankrijk. In 968 schonk Gerberga haar bezittingen, inclusief kapel en daaraan verbonden kapittel aan de benedictijner abdij van Sint-Remigius te Reims.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Reinier I van Henegouwen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
885 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Alberada | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.