Hij werd gedoopt te Helden op 27.7.1685. De doopgetuigen waren Godefrida van den Boomen en Mathias Kemon, die vervangen werd door Wilhelmus Knippenbergh. Thomas overleed te Helden Stogger de 29.4.1746. Hij huwde te Helden de 9.6.1718 met Henrica Simons. Het is slechts bij de geboorte van de eerste twee kinderen, dat de naam Henrica Simons voor de moeder gebruikt wordt, voor de andere kinderen en in het schepenarchief luidt de naam Henrica (Henriske, Henderske) Wilms. Mogelijk betreft het hier weer het gebruik van een alias-naam.
In het rechterlijk archief van Helden beslaat een geding, wegens een overtreding tegen de openbare orde door Thomas, meerdere tientallen pagina's. Hij werd door de schepenbank aangeklaagd om in staat van dronkenschap een ruzie uitgelokt te hebben. Thomas, te dien tijde nog ongehuwd heeft van zijn kant ook een klacht ingediend tegen Peter Heesen wegens het toebrengen van lichamelijk letsel. De 6.6.1717 kwamen Peter Heesen en Ghijs Heynen, langs het voetpad van de Scheutelkensweg in de richting van het dorp gewandeld terwijl Thomas vanuit Helden langs de Cromstraat hen tegemoet kwam. Blijkbaar om ruzie te zoeken is hij het tweetal achterna gelopen en omtrent het huis van Lennart Slots heeft hij Ghijs Heynen een spotnaam toegeroepen. Omdat de beide wandelaars niet reageerden en hun weg voortzetten, heeft hij hun de weg versperd. Dan is het tot een woordenwisseling gekomen en kort daarop tot een vechtpartij. Thomas werd door Peter Heesen zo deerlijk toegetakeld dat hij gekwetst en bloedend in het aangezicht door een dokter .moest verzorgd worden. Hij bleef geruime tijd werkonbekwaam. Op 12.7.1717 ondervraagt het gerecht Ghysbrecht Heynen over het verloop van de gebeurtenissen tussen zijn vriend Peter Heesen en Thomas van Knippenbergh.
Ook Peter Heesen wordt dezelfde dag ondervraagd en ook hij verklaart dat Thomas opzettelijk ruzie uitgelokt heeft, dat hijzelf zijn bloed voelde koken en dat hij Thomas met de vuist in het aangezicht geslagen heeft zodat deze ter aarde stortte. De verklaringen van beide vrienden werden op 18.11.1718 opgetekend. Op 16.1.1719 werd ook nog de verklaring opgenomen van Jenneken Denis uit Maasbree die in het jaar 1717 .dienstmeid was bij Maen van Meulendijk, alwaar Thomas zijn eerste zorgen ontvangen heeft. Jenneken heeft alleen het rumoer gehoord, gezien heeft zij niets omdat zij om deze tijd te bed lag. Op 31.1.1716 en op 14.2.1718 wordt Thomas door de procureur de Bonn, in naam van de heer van de heerlijkheid, de baron de Neerysche en Macken, in beschuldiging gesteld. Dirick van Knippenbergh, de vader van Thomasp spant dan een proces in tegen Gertruidt Gommans weduwe van Thomas Heesen en moeder van Peter. Hij hoopt door de onschuld van zijn zoon in dit proces te bewijzen, te kunnen ontsnappen aan de boete die aan zijn zoon zal opgelegd worden. Hij verlangt van de weduwe Heesen de terugbetaling van de dokterskosten van Dr.Veltscherer voor de verzorging van Thomas alsmede een gouden pistool voor de geleden pijn en smart. De weduwe Heesen was aanvankelijk bereid om deze kosten te betalen doch naderhand heeft zij deze belofte in het bijzijn van twee getuigen wederroepen en verklaart niets schuldig te zijn. In een. brede uiteenzetting van 21.3.1718, die een tiental paginas beslaat verdedigt de procureur de Bonn de zaak van de gedaagde weduwe Heesen. Hij brengt naar voor dat niet de zoon van de weduwe schuldig is maar wel Thomas van Knippenbergh. Op 4.4.1718 verklaart het gerecht dat het proces van Thomas of diens vader tegen de weduwe Heesen niets te maken heeft met diens overtreding tegen de voorschriften van het koninklijk plakaat van 8.7.1716 en dat hij daarom de boete verschuldigd blijft. Op de zittingen van 2.5.1718, 11.7.1718 en 5.9.1718. wordt het relaas van al de gebeurtenissen nogmaals uit de doeken gedaan, maar een oplossing is niet nabij. Het proces sleept zich voort over de zittingen van 5.9.1718, 19.9.1718, 17.10.1718, 31.10.1716, 14.11.1718, 20.11.1718, 26.11.1718, 12.12.1718 en 16.1.1719. Willem van Knippenbergh, de toenmalige substituut-secretaris. vulde een dertigtal pagina's met de verslagen van al deze zittingen. De pastoor Andreas Knippenbergh, landdeken van Erkelenz deed nogmaals een poging om te bemiddelen, maar dit stuitte op verzet van het gerecht. Door een vroegere tussenkomst van de pastoordeken was het op 24.6.1717 tot een voorlopige minnelijke schikking gekomen met Gertruy Goemans, in naam van haar zoon Peter Heesen. Andreas had dit zo goed weten te regelen, zodat Gertruy al de kosten zou betalen, zelfs deze die ten laste zouden vallen van Thomas wegens de overtreding van de Koninklijke voorschriften. De getuigen worden opnieuw verhoord op 12.12.1718, nl. Hendrick van Oyen, het echtpaar Molendijk en Detick Zeelen, die Thomas in het. huis Molendijk verzorgd en geholpen hebben. Aan ieder der getuigen werden 13 gelijkluidende vragen gesteld, die zij afzonderlijk moeten beantwoorden. Op 17.6.1720 maakt het gerecht haar rekening op voor de 15 zittingen met de daaruit vloeiende kosten. Deze bedragen in totaal 25 gulden Brabants. Het edele Hof van Gelder doet op 27.8.1720 uitspraak over de zaak Thomas van Knippenbergh contra Peter Heesen. De gedaagde Peter Heesen wordt veroordeeld tot de betaling van 3 gulden Brabants schadevergoeding aan Thomas, vermeerderd met de proceskosten. Het restant. uit het schatboek van Helden voor het jaar . 1722 bedraagt 1 gulden 10 stuivers voor Thomas.
Peter Smolders en Wilm Winckens, als zaakgelastigden voor de weduwe van Wilm Verhaegh, van wie Thomas zijn huis en erf gehuurd had, verklaren op de gerechtszitting van 27.2.1730, dat hij zijn plichten als huurder niet nageleefd heeft, omdat hij het land niet bemest heeft zoals overeengekomen werd. op 13.3.1730 verklaart Thomas, dat hij het huis en de akker voor een periode van zes jaren gehuurd heeft, maar dat hij niet beloofd heeft van het weiland ieder jaar te bemesten en daarom niet gehouden is hiervoor schade vergoeding te betalen. Op 1.9.1731 is Thomas doopgetuige te Helden van Maria Ester Engels, dochter van zijn nicht Cornelia. In een periode gelegen tussen 1727 en 1746 krijgt Thomas, bij de inkwartiering van een compagnie soldaten, twee onderofficieren en 16 manschappen te logeren. Voor de schout en het gerecht te Helden heeft Thomas op 12.6. 1734 de eed afgelegd als voogd van de minderjarige kinderen van wijlen het echtpaar Wilm Gommans en Anna van Dijck, ten overstaan van de schepenen Michiel Smolders en Wilm van Knippenbergh. Op 25.7.1734 worden Lennaert Jeucken en Thomas opnieuw aangesteld in deze functie.
Op 24.10.1734 ontvangt Thomas 16 gulden aan arbeidsloon van Mayen Dorsten voor het vervoer van vruchten, die voortkomen uit de openbare verkoop van de roerende goederen van Anna van Dijck zaliger. Het gerecht van Helden had op 12.6.1734 de toestemming verleend tot deze uitverkoop ten behoeve van de minderjarige kinderen van wijlen Wilm Gommans en Anna van Dijck. Op 7.10.1734 had deze verkoop plaats en Thomas kocht er twee malder rogge voor 18 gulden en 12 stuivers, alsook een "wygevoet" voor 15 stuivers en een bedstede voor 1 gulden en 12 stuivers. Thomas en zijn broer Jan bewoonden in 1735 hetzelfde huis, gelegen in het dorp. Bij de nieuwe telling van de huizen in 1753 werd het huis door de weduwe van Thomas bewoond. Thomas en de schepen Jan Gielen leggen op 19.5.1738 de eed af als voogden voor de minderjarige kinderen van wijlen het echtpaar Mathijs Engels en Cornelia Knippenbergh. Enige tijd later op 1.7.1738 vragen Thomas en Jan Gielen, in hun hoedanigheid van beëdigde voogden van de voornoemde minderjarige kinderen, met het akkoord van het echtpaar Peter Hulskens en Catharina Engels, aan het gerecht van Helden om te mogen overgaan tot de verdeling van de nagelaten goederen van de grootouders Peter Engels en Dirisken van Hooghten, geschat op een totale waarde van 2700 gulden Roermonds.
Op een specificatie van juli 1747 van de inwoners van Helden vinden wij hun aangifte terug van de opbrengst en het verbruik van hun gewassen. De weduwe van Thomas geeft een jaarlijkse opbrengst aan van 20 malder rogge, 1 malder gerst en 14 malder boekweit. Haar verbruik ligt hoger met 22 malder rogge; 1 malder gerst en 14 malder boekweit. Op een lijst van 11.9.1748 over het "Capitatie geldt" - capitatie is de directe en personele belasting, zij stemt uit het Romeinse tijdperk en diende om de buitengewone uitgaven te dekken - wordt de weduwe van Thomas belast met één zoon en één dochter boven de 16 jaar. Volgens de lijst van de "bestialen" van 1748 bezat de weduwe slechts één koe. Blijkbaar gaat het de weduwe van Thomas niet voorspoedig want op 28.3.1749 leent Henriske Wilms, bijgestaan door haar zoon Thomas en haar schoonzonen Frans Gommans en Wilm Wilms en in naam van haar andere kinderen voor het gerecht van Helden 200 gulden R.oermonds tegen een jaarrente van 4% van Andrys Knippenbergh en Catharina Schoenmakers. Voor deze lening verpanden zij een stuk akkerland van 2 1/4 morgen grootte; gelegen aan een zijde langs het erf van Janis Smolders en langs de andere zijde naast de eigendom van Marten Gommans en de "Hoogen Wegh", langs de voorzijde aan het erf van Daniel Daniels en aan "de Riet"; verder één morgen land gelegen langs een zijde aan het erf van Drijs Comans en aan de andere zijde aan de beemd van de weduwe Thomas Knippenberg, langs de voorzijde aan het voetpad en langs de achterzijde aan het erf van de weduwe van Martin Gommans. Op 29.12.1753 verschijnen voor het gerecht van Helden Henderske Wilms met haar zonen Thomas en Jacobus Knippenberg, Wilm Wilms en Direck van Knippenbergh. Zij verklaren schuldig te zijn aan Andrys Knippenberg en Catharina Schoenmakers een bedrag van 200 gulden Roermonds tegen een jaarrente van 4 %. Als onderpand stellen zij een stuk akkerland van 3/4 morgen, gelegen langs een zijde van het erf van Lenardt Versondert en langs de andere zijde aan het erf van Marten Comans het einde aan de "Waterlaet" nog een 1/8 morgen land tussen de "Waterlaet" en het erf van Jacob Winnekens en langs voor tegen het erf van Drijs Comans; alsmede hun holuis., bijgebouwen en grond een halve morgen en 5 roeden groot, gelegen langs de Stoggerstraat, nevens het huis van Lambert Lamers en de Gemeentestraat. Waarschijnlijk hebben de kinderen van wijlen Thomas van Knip- penberg en Henriske Wilros moeilijkheden om hun schulden af te betalen, want op 16.7.1755 verkopen Thomas van Knippenbergh, Jacobus van Knippenbergh en Anna Peters, Frans Gommans en Joanna van Knippenbergh, Wilm Wilms en Godefrida van Knippenbergh en Dirck van Knippenbergh een huis en de grond langs de Stoggerstraat, gelegen naast het erf van Peter Huysch, alsmede drie morgen akker en weiland met een schuur aan het echtpaar Hendrick Keiren en Agnes Wijnen voor een bedrag van 1.000 gulden.
Hij is getrouwd met Henrica Simons.
Zij zijn getrouwd op 9 juni 1718 te Helden, Limburg, Netherlands, hij was toen 32 jaar oud.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Thomas van Knippenbergh | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1718 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Henrica Simons | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.