Zij wordt Vrouwe tot Knippenberg en erfgename van Alt-Knippenburg genoemd. Rorich huwde met Walter van Loe, heer van Sodingen. Hij was een jongere zoon van Walter van Loe, heer van Dorneburg en Marie van Dilwick. Hij was rechthebbende in de erfenisdeling van het huis Sodingen en werd hiervan schriftelijk toezegging gedaan door de landdagen. Hij leefde in de jaren 1554-1589.(1)
Loe was de naam van een gelijknamig goed in de Vest Recklinghausen, ambt Mark. Wapen: Schild in zilver, bedekt met een zwart hengsel(Ketelhaak). Helmteken: Op de helmwrang zesmaal, afwisselend witte en zwarte struisveren; paarsgewijze geplaatst en boven ieder paar wordt het hengsel herhaald.(2)
Op donderdag de 6.12.1554 verkopen Wolter vom Loe ter Knippenborch en zijn vrouw Rorich, een erfrente van 30 plaatselijke daalders, in gangbare munt te Essen, te betalen alle jaren op St.Martinus uit hun goed, genaamd het "Kelners gut", gelegen te Bottrop bij Nyenhuses Hecke, aan de kerk van Bottrop hier ver tegenwoordigd door Johan ze Nesszell en Hinrich im Steckinchove, kerkmeesters te Bottrop. Een aflossing met 15 daalders blijft voorbehouden aan de verkopers. Als getuigen traden op Henrich Randenbroick , Schroder en Henrich Kochs.(3)
Nadat hun oudste zoon Knippenburg van Loe gehuwd was met Maria von Bodelschwingh, stellen Walter won Loe en Rorich van der Knippenburg op 10.3.1578 hun huwelijksovereenkomst op.
Bij de sluiting van hun huwelijk hadden Walter en Rorich geen overeenkomst afgesloten, daarom wordt nu dit verzuim goedgemaakt en zal dit contract ook als testament moeten dienen. Opdat er na hun overlijden geen misverstand of onenigheid zou ontstaan tussen hun kinderen, genaamd Knippenburg, Wessel, Rutger, Die trich, Anne en Elisabeth von Loe.(4)
De echtelieden schenken malkander het vruchtgebruik en het genot van hun wederzijds ingebrachte goederen, zowel gedurende hun leven als na hun dood. De langstlevende erft al hun erfelijke goederen, zowel de bestaande als deze die nog zouden komen.
Van Walter von Lae zijn dat zijn erfgoederen, gulden, renten en inkomsten uit het land van Kleef, het land van de Mark, het gericht Bockum en waar die ook gelegen zouden zijn.
Van Rorich von der Knippenburg zou dit wezen het huis Knippenburg, benevens de toebehorende bebouwing, de goederen, de gulden en de renten.
Na hun dood zullen de kinderen tot een gelijke verdeling over gaan, uitgezonderd voor het huis Knippenburg, met zijn grachten, dijken en vijvers, de wijk en de opbrengsten, die de oudste zoon Knippenberg von Loe, zonder wedervergelding vooraf zal bekomen en behouden mag. Omdat het huis zonder de erfgoederen moeilijk kan behouden blijven, zal hij aan de andere kinderen een billijke vergoeding geven, die gelijk is aan de waarde van de goederen.
Margaretha van Apeldoorn, de moeder van Rorich, had voor een kleinood met keten (hanger) 200 Rijksdaalders betaald. Walter en Rorich hadden dit juweel verkocht en daarna met de bekomen som het hof "Vogelsang" bij Eickel afgelost. Daarom zullen alleen hun dochters het goed en het hof "Vogelsang" bekomen en mogen uitbaten, tot dat hun broeders de 200 Rijksdaalders terugbetaald hebben.
Deze oorkonde werd gezegeld door Walter von Loe, Melchior von Helwig zu Delwig, drost te Bockum en neef van Rorich en door Melchior von Loe tot Bornenburg, broer van Walter. Deze overeenko mst werd "met eigen hand" ondertekend door Walter en Rorich.(5)
Op 28.4.1579 wordt een notariële akte opgesteld door de notaris Herman Stulen van Metelen uit Recklinghausen in de woning van de licentiaat Averdunck, van vóór in de grote en laagste ka mer, naast de keuken. Aldaar heeft Diderich van Westrem zum Guttacker voor de notaris verklaard, dat hij de akten die tussen hem, zijn zusters en zijn schuldeisers opgesteld werden door de licentiaat Johan Averdunck, alsmede door Franz Droste zur Beek en Wolter vom Loe zur Knippenborgh, als keurvorstelijke, Keulse Commissarissen te Recklinghausen, niet kon bekomen; alhoewel hij er meermaals om verzocht had en ook 50 daalders als borgsom ingezonden had.
Gemeenschappelijk met de notaris is Diederich van Westrem naar de licentiaat gegaan, die evenwel 58 daalders schrijfleen ver langde(6) en waarbij van Westrem zich moest bij neerleggen.(7)
Door een oorkonde van 20.11.1582 staaft Diderich Reppelmont, rechter te Essen, dat Henrich Pikkenbroich en Joist Schmidt, als kerkmeesters van de kerk te Bottrop en als afgevaardigden van de gezamenlijke Bottropse buurtschap, hier persoonlijk vertegenwoordigd door Jacob off dem Wall van de herendienst te Bottrop en met de uitdrukkelijke goedkeuring van Rutger Ovelacker, commandeur te Welheim en van Wolter vom Lohe, als principaal van de kerkraad en medehoofd van de buurter kerken, verkocht hebben aan Peter Rotstein en zijn erfgenamen, met recht van wederkoop, een jaarlijkse erfrente van 2 1/2 mud hard koren, half rogge en half gerst, uit de aan de Weitkamp gelegen Paweskotten te Bottrop, die aan de hoger genoemde kerk behoren, voor een bedrag van 80 rijksdaalders.(8)
Tot deze lening was de parochieraad overgegaan om te kunnen vol doen aan de inkwartierings- en verzorgingskosten, als gevolg van het verblijf van de hun toebedeelde "Neuwenairschen" troepen. Dat de kas van de parochie een dieptepunt bereikt had, kunnen wij afleiden uit de nota op de keerzijde van de oorkonde, waar de koper Peter Rotstein eigenhandig verklaart, dat de huidige kerkmeesters Hindrich Bucker en Johan Wilde van Bottrop op 21.2.1621 de verbintenis -38 jaar later- afgelost hebben.(9)
Walter en Rorich zijn reeds overleden, wanneer op Donderdag de 11.7.1591, het echtpaar Wilhelm Sluter en Gerdrudt Sunt von Biffrik afstand doen van twee rentebrieven. De eerste van 1.4.1568 over een jaarlijkse rente van 8 1/2 gou den daalders en de andere van 30.3.1562 over een jaarlijkse rente van 4 1/2 goede daalders, die wijlen "sieur" Wolter vom Loe zur Knippenborch en Rorich von der Knippenborgh verkocht en uit geschreven hadden aan het echtpaar Herman Sunden en Hillen uit Bottrop. Gerdrudt Sunt von Biffrink had deze rentebrieven van haar ouders geërfd en deze worden nu overgemaakt ten behoeve van Adolph Puelack en diens vrouw Berdrent Nabbenselden. Zij zullen de rente eerst vanaf het jaar 1592 kunnen genieten.(10)
Kinderen:
A. «b»Knippenborgius von Loe«/b» huwde met Marie von Bodelschwingh en op 3,6,1577 stelden zij «i»een «/i»huwelijksovesreenkomst op. Maria von Bodelschwingh was reeds tweemaal gehuwd geweest.
Zij was weduwe van haar eerste huwelijk met Dietrich von Lipperheide zu Schörlingen en in haar tweede huwelijk met Balster updem Berge zu Ripshorst, Zij was een dochter van Gisbert van en te Bodelswing en van Anna Stael von Holstein, Haar grootvader Wenemar van en te Bodelswing was maarschalk en raadslid van de hertog van Kleef, drost te Lünen, hofschout te Hockerde en ge rechtsheer te Mengede. Bodelswing was een riddergoed met gerecht te Mengede (Dortmund) en met een vrijstoel(11) onder Hagedorne. De Bodelswinge stammen uit het geslacht Specke en maken met de Westhusen één familie uit.
( Wapen : Schild in goud, beladen met een rode dwarsbalk. In het bovenste veld een vierkante, blauwe gesp. Op de helm, tussen een vlucht beladen met een rode balk, wordt de gesp her haald.)
De stamvader van de Bodelswingen was Gisbert, genaamd Specke van Bodelswing, ridder 1303, rechter te Bochum 1305.(12) Het huwelijk van Knippenburg von Loe met Marie von Bodelswing bleef kinderloos en daarom benoemde hij in zijn testament van 1587 zijn broer Dietrich tot erfgenaam van de burcht Knippen burg; verder schonk hij hem 3,000 goudguldens, een bonte kast met het wapen van Loe en Bodelschwingh met het daarin bevin dende zilver, verder een kast met linnengoed en een lederen koffer. Indien Dietrich zou sterven zonder erfgenaam, zouden zijn zusters Anna en Elisabeth het vermogen erven. Zijn broer Rotger, met wie hij het niet goed kon vinden, zou slechts 300 daalders ontvangen.
«b»B«/b». Meestendeels wordt er in de genealogie van Loe geen onderscheid gemaakt tussen de oudste zoon Knippenburg en zijn broer «b»Rotger. «/b» Men noemt hem dan verkeerdelijk Rotger Knippenburg von Loe, Rutger von Loe zur Knippenburg werd gedurende de oorlog van Nederland met Spanje (1586-1609) door de keurvorst van Keulen tot ritmeester van de ruiterij in de vest Recklinghausen benoemd. In 1586 maakte hij een "testamentum militare" waarin hij zijn vermogen schonk aan zijn vrouw Anna von Sevenax.
«b»C. Dietrich of Théodor, heer van Knippenburg en Sodingen«/b» (1598- 1616), huwde in 1594 met Helena-Theodore von Heiden de Bruch, dochter van Diederich von Heiden zum Bruch en van Hermanna von Hoerde zu Bocke. Diederich vom Loe en Helena von Heiden verkochten in het jaar 1603 de tienden van Bottrop en Osterfeld, die tot het huis Knippenburg behoorden, aan Friedrich von Brempt van het huis Vondern.(13)
Op 9.5.1605 had het echtpaar Diederich von Loe zur Alden-Knippenburg en Helena von Heiden een stuk land, gelegen aan de Limbecker Poort te Essen, verkocht aan Magnus Arbecks en zijn vrouw Gerdrut Bitter. Tussen de jaren 1660-1700 doet Johannes Heltropff, als gevolmachtigde van Wilhelm Diederich von Bel linghausen, afstand van een erfrente van 50 daalders op het hogergenoemde land.(14)
Dietrich von Loe en Helena von Heyden hadden slechts een zoon Christoph von Loe zur Knippenburg, die de erfgenaam zou worden van de Knippenburgse goederen.
Bij het uitbreken van de Dertigjarige oorlog in 1618, trok Christoph von Loe, met de troepen van de keurvorst van Keulen, naar Bohemen. Op 12 januari 1620 vermaakte hij zijn goederen aan zijn moeder Helena van Heiden. Zij nam op 20.11.1620 bezit van Alt- en Neu-Knippenburg.
Zij hertrouwde in 1621 met Johan von Delwig zu Hecket und Horrll en overleed in 1625.
D. «b»Wessel«/b» von Loe was zwakzinnig,
E. «b»Anna«/b» von Loe huwde een eerste maal met Rötger Ovelacker. Na zijn dood huwde zij met Johan von Palant zu Issum, weduwnaar van N.van Blottenbexg, genoemd Kessel en van Elisabeth van Hochkir chen. Hij«i» «/i»was een zoon van Jean von Pallant, heer van Horst en Issum en van Elisabeth von Rechteren. Palant is een der oudste Rijnlandse geslachten, wellicht het oudste. De stamboom van de familie van Pal lant zou beginnen ten tijde van Karel de Grote. Hun oudst bekende verblijfplaats is Breidenbend bij Linnich, vroeger een zeer sterke vesting.
( Wapen: Schild in goud, beladen met drie zwerte dwarsbalken. Op de gekroonde helm twee zwarte adelaarsvleugels, waartussen het schild herhaald wordt.(15)
F. «b»Elisabeth«/b» was stiftsdame te Gerresheim en zij huwde met Nn. Esken, advokaat te Düsseldorf.
«u»«b»Nota.«/u»«/b»
Fahne in zijn Geschichte Westphalischen Geschlechter noemt in de genealogie van Loe als kinderen van Wolter en Rorich de eerste zoon Walter; terwijl hij ook een zoon Bruno noemt, die ridder van de Duitse Orde zou geweest zijn. Wij vinden deze namen ech ter niet terug in de huwelijksovereenkomst van 1578.
«u»«i»Voetnoten:«/u»
(1) Staatsarchiv Munster, Sammlung Spiessen; Archief van de Hoge Raad van Adel.
(2) Fahne, Geschichte Westphalischen Geschlechter, p,67-72;
(3) origineel op perkament, het zegel is afgevallen, doch ligt er bij en vertoont een ketelhaak; op de keerzijde staat: Keilers Kotten; Schetter, St.Cyriakus p. 45, nr.54;
(4) in haast alle genealogieën von Loe wordt de oudste zoon Rot ger Knippenburg von Loe genoemd;
(5) Beitrage zur Geschichte der Stadt Bottrop, Jahrgang 1918.
(6) voor iedere "Sextern" één daalder, de daalder tegen 52 albus gerekend, zoals gangbaar in Recklinghausen;
(7) origineel op perkament met notaristeken. Op de keerzijde
staat: "Instrumentum Inotectationis van Westrem, die de Acta c. Sorores et Creditores van Johan Averdunck niet kon beko- men 1579; Burghardt, Archivs Orts- und Heim. Reckl p.204;
(8) " ... so Verkauffers in namen gemelter semplicher burschafft in deren hoher betrangnus, so innen von dem Neuwenairschen Kriegsvolckh in Recklinghusen zugefuegt, von dem Keuffer empfangen und demselben Kriegsvolckh vor onderhaltungh oder be letten geltt in der eihl moissen ond geliebertt."
(9) origineel op perkament. Het zegel van de rechter hangt eraan, ook eigenhandig ondertekend Rotgher Dffelacker, Kümpter zu Wellem, Wolter von Loe zu Kni jppenborch ; Schetter, St.Cyria- kus, nr. 63, p. 47;
(10) Stadtarchiv Essen, rep. 100, 327, p. 250;
(11) vrijstoel = zetel van het veemgericht;
(12) Fahne, Geschichte Westph p.62-63;
(13) Strange, Beitrage, Heft 11, p.12.9;
(14) Stadtarchiv Essen, rep. 100, 322, p. 587-588;
(15) Fahne, Geschichte Cölnis .Geschil. p«326;
(16) v.Steinen, Historie Backum, Lit.9, p.191; Félix 8, Goethals, Diction.Gén.Hér. p.734.«/i»
Zij is getrouwd met Walter van Loe.
Zij zijn getrouwd op 10 maart 1578, zij was toen 44 jaar oud.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.