Hij was kanunnik te Essen en hij wordt als priester of deken een twintigmaal genoemd in de stadsrekeningen van Wesel, vanaf 1369 tot in het jaar van zijn overlijden in 1388. (1)
Graaf Diderich van Limburg (Lymborgh) verklaart op 16.1.1370, dat hij met toestemming van zijn broeder Johan, afziet van zijn aanspraken op de beide hoven in het stift te Rolinchusen; nml. Muddinchove (= Mönkhof in Ueberruhr) met de bijhorende "walberen", koten en houtgewas; alsmede op het hof Kyrchvelde (- Kirchfeld). Zijn aanspraken waren gebaseerd op de voogdij die hij er bezat. Hij belooft echter van geen schatting te heffen van de bewoners. Medezegelaar was zijn broer Johan en onder de getuigen vinden wij Hinrich oppen Berghe en Wessel van der Knyppenborgh, kanunnik te Rolinchusen. (2) Op 10.11.1371 is Wessel Knippenborg getuige bij de notariële opstelling van de oorkonde, over de uitrusting van het altaar St.Martinus in de domkerk van Essen met 13 goederen, die een jaarlijkse rente-waarde vertegenwoordigt, die geschat werd op 24 gouden gulden. Deze vikariatsstichting geschiedde vòòr de notarissen Albertus, genaamd Durichman de Blankenstein en Wenemarus de Waltrope en zij wordt voltrokken door Wernerus de Haselbeyke, canonicus eccl.. St.Cassii Biunnensis, die hiervoor door een bijgevoegde oorkonde van Paus Innozenz VI, een paus van Avignon, en gedateerd op 4.2.1360 te Avinione, toelating had bekomen.(3) In 1377 is Wessel de Knyppenborgh zelf de aanvrager voor de stichting van een vikarie. Hij wordt genoemd in een Latijnse oorkonde van Elisabeth de Nassouwe, abdis van het stift te Essen.(4) Aartsbisschop Friedrich van Keulen, keurt op 4.3.1385 te Keulen de stichting goed, door de gebroeders Wessel en Henrich van den Knyppenborg, van de kapel en de vikarie "Trium Regum" (=Drie Koningen). Medezegelaars van deze oorkonde waren: Theodericus (= Diederich) "comes" in Limborg (5), patroon van de parochiekerk in Osterfeld, Tilmannus deken ad.b.Mariam virg. ad gradus in Keulen en aartsdiaken van het kapittel te Dortmund, alsmede, door Fridericus Lugyhe, pastoor te Osterfeld.(6) Wessel overlijdt op 23.12.1388 en een half jaar later op 15.6. 1389 verzaakt zijn broeder, jonker Henrich van den Knyppenborgh aan de erfenis van Wessel, kanunnik te Essen. Deze had zijn goederen, gedurende zijn leven, bij testament overgemaakt aan de deken en de kanunniken van de kerk te Essen. Het betrof: de halve hofstede en het goed "Tutbelenberg", hetgeen voor de andere helft de eigendom
was van het stift te Essen en gelegen was in het kerspel Borbeck; insgelijks te Borbeck gelegen het hof "In de Sandgaten" met het land en de bijhorigheden; 29 1/2 penning jaarlijkse tienden uit een hof gelegen te Essen; zijn hof, tuin en huis, genoemd "Ouweches" en gelegen te Esteren in het kerspel Essen, alsmede zijn huis te Essen, gelegen binnen de "Bonck".(7) Volgens de Sammlung Spiessen waren Wessel (1368, 1397) en Henrich, zonen van Alef; dit berust zonder twijfel op een vergissing, want in de trouwgelofte als vazal van Duisburg noemt Henrich zich "Rutger Knippenborghs zoon".
«u»«b»«i»Voetnoten: «/u»«/b»
(1)«b» «/b»Gorissen, Stadtrechnungen von Wesel, Bd.5, p.152 - I.56, 58, 133, 135, 184/5, 188, 196, 213 - II.86, 94/5, 121/2, 127, 133, 137/8, 142/4, 148/9, 153, 156/7, 160, 163. In dezelfde stadsrekeningen, die dus betrekking hebben op de inkomsten- en uitgavenrekening van Wesel, wordt een "Knippenburgs scolaris Harman Coci" genoemd. Een scholaer is een leerling, die tot geestelijke wordt opgeleid - ook koorknaap: I.135;(1388-1403) II.164, 169, 187, 190, 214. III. 71/2; (1431-1433) IV. 97, 124.
(2) Rollinghausen bevindt zich op 5 Km. ten Z.O. van de stad Recklinghausen; Hauptstaatsarchiv Düsseldorf, Rollinghausen, oorkonde nr.89; Hulshoff, Geschichte Grafen Limburg, Bd.2, nr.529,
(3) Uitvoering in perkament met het cachet van de beide notarissen, zegel van de abdis (randschrift: S 'Elizabet de Nass. Abba ... nsis), links een hoek afgebroken, meerdere scheuren; zegel van het kapittel en van de opsteller af. Stadtarchiv Essen, oorkonde 77 - afgedrukt naar de copie van de Vikarienfundationen, p.20ff in het Münsterarchiv: Essen beitr. 28.21
(4) Hauptstaatsarchiv Düsseldorf, Stift Essen nr.798;
(5) comes: gedurende het rijk van Karel de Grote en van Clovis, was het rijk administratief ingedeeld in gouwen, waarvan aan het hoofd een ambtenaar - comes, later grafio - geplaatst werd, die in naam van de vorst alle macht uitoefende.
«b»(«/b»6) Bisschöfl. Diözesanarchiv Münster, Akten des Generalvikariats betr. Pfarrkirche, St.Cyriacus in Bottrop A6; Hulshoff, Geschichte Grafen Limburg, Bd. 2, nr.644, p.306.
(7) Hauptstaatsarrhiv Düsseldorf, Stift Essen oorkonde 926.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.