Hij is getrouwd met Claesje Jacobs Overgauw.
Zij zijn getrouwd op 14 november 1640 te Delft.
Kind(eren):
IIb Groeneide, Walingh Bastiaens (geb. verm. Abtsrecht (over]. tussen 12jan. 1678 en 1 nov. 1681), gezworene van Abtsrecht, was bouwman vanberoep. Hij verkreeg de gift die de andere erfgenamen van zijn vader in1637 deden. Waling is degene die de naam Groeneide is gaan voeren. Deeerste maal dat hij die naam gebruikte was bij het ondertekenen van eenacte op 22 mrt. 1659 als Wa-ling
Basteiians Groeneeid. Hij trouwde op 14 nov. 1640 te Delft (Nieuwe Kerk)met Claesje Jacobs Overgauw (overl. na 2 nov. 1686), dr. v. JacobAdriaens Overgauw en diens eerste vrouw Maritgen Pleunen van der Kooij.
Uit dit huwelijk:
1. Bastyaen, ged. Delft (N.K.), 8 nov. 1641 (get. Annetje Simons).
2. Maertje, ged. Delft (N.K.), 21 nov. 1642 (get. Jannetje Simons);
3. Bastyaen, ged. Delft (N.K.), 6 nov. 1643 (get. Jannetje Simons);
4. Bastiaen Walingsz. Groeneyde, ged. Delft (N.K.), 9 dec. 1644 (get.Jannetje Simons), overl. tussen 3 febr. 1685 en 6 dec. 1714; gezworenevan Abtsrecht
(O.R.A. Abtsrecht nr. 4, f. 37 en nr. 8 f. 53 en 57); geen huwelijkgevonden;
5. Pleun Walingh Groenheijde, ged. Delft (N.K.), 10 mei 1646 (get.Jannetje Simons), bouwman te Abtsrecht, overl. ald., 2 dec. 1714;ong.;
O.V. 242 (Mei/Juni 1975), Arch. van de Fundatien van Renswoude, blz.209:20 hond land te Cool wordt op 29 mei 1691 belast met andere goederen(o.a. 25 morgen land in Vrijenban, strekkende uit de Schie tot deDelfgauwse weg, gepacht door Pleun Wahlings Groeneyde) door
Diderik, baron van Voorhout, won. Antwerpen, met 7500 gulden (acte d.d.18-5-1695 voor notaris Hendrick Brouckman te Delft).
Not. Arch. Delft 2526, d.d. 1-10-1714:
642.Testament van Pleun Walingh Groenheijde, bouwman, won. Abtsrecht.Hij benoemt tot universeel erfgenaam zijn dienstmaagd Annetge GerritsSterreveld.
Not. Arch. Delft 2526, d.d. 6-12-1714:
Acte van repudiatie door Annetge Gerrits Sterreveld, bejaarde dochter,won. Abtsrecht, volgens testament d.d. 1-10-1714 van Pleun WalinghGroenheijde (overl. 2 dec. 1714) diens erfgename. Annetge verklaart geenerfgename te willen zijn. Tevens compareren de erfgenamen ab intestato(Cornelis Leendertse Uijttenbrcek, in huwelijk hebbend Maertge WaelinghGroenheijde, Cornelis Huijbregtse Poot, wednr. v. Trijntge WalingeGroenheijde, tevens als vader en voogd van zijn vier kinderen bij haarverwekt, won. Hof van Delft, en Walingh
Jacobse van der Koij, nagelaten zoon van Neeltge Walinge Groenheide, aanhaar verwekt door Jacob Gerritse van der Koij, won. op Schie onderAbtsrecht) die eveneens verklaren niet genegen te zijn erf-genaam tezijn. Zij verzoeken een curator aan te stellen ten behoeve van decrediteuren om de boedel te redden.
Not. Arch. Delft 2526, d.d. 13-12-1714:
Acte van revocatie en overgifte van de boedel van Pleun WalinghGroenheijde ten behoeve van diens crediteuren (Maerten Hogenhoek,burgemeester van Delft, Jonkvrouw Theodora Duijst van Voorhout enjonkvrouw Juliana Godefrida Duijst van Voorhout) door Annetge GerritsSterreveld, als geinstitueerd erfgename en Cornelis Uittenbroek, inhuwelijk hebbende Maertge Walingh Gmenheijde, Cornelis
Huijbregtse Poot, wednr. v. Trijntge Waling Groenheijde, mitsgaders alsvader en voogd over zijn vier kinderen, won. beide Hof van Delft, WabnghJacobs van der Koij nagelaten zoon van Neeltje Waling Groenheijde, aanhaar verwekt door Jacob Gerritse van der Koij, won. Abtsrecht, erfgenamenab in-testato van Pleun Walingh Groenheijde. De erfgenamen herroepen deacte van repudiatie van 6 dec. op vezoek van de principaalstecrediteurenten behoeve van de hierboven genoemde eigenaren van de woningvan Pleun Groenheijde, zodat deze het eigendom niet zullen verliezen.
6. Maertje Waling Groenheijde, ged. Delft (N.K.), 25 okt. 1647 (get.Jannetje Simons) overl. aangeg. Hof van Delft, 22 dec. 1735, gehuwd le op30 mei 1677 te Overschie met Jacob Abrams Lugtigheyt (ged. Overschie 7febr. 1649-overl. Hodenpijl 19 okt. 1687), z. v. Abraham GerritsLugtigheyt en diens eerste vrouw Lijsbeth Pouwels Verspeck, gehuwd 2evoor 13 mrt. 1690 met Cornelis Leendertse Uyttenbroeck (overl. tussen 13dec. 1714 en 23 mei 1721);
Not. Arch. Den Haag 655, f. 113, d.d. 5-2-1678:
Huurconventie tussen Sophia van Wouw, wede. van mr. Maerten Paets,verhuurder, en Jacob Abrahamss Luchtigheijt, bouwman, huurder, over eenwoning etc. met ca. 32 morgen wei- en hooiland in Hodenpijl. Compareerdenmede Abram Gerrits Luchticheyt, zijn vader, en Bastiaen WallinghGroeneyde, zijn schoonbroeder, die zich tot borg stelden.
Not. Arch. Delft 2330, f. 3, d.d. 28-1-1688:
Inventaris van de boedel van Jacob Abrahams Lugtigheyt, bouwman onderHodenpijl, en Maertge Walingen Groenheijde, zijn huisvrouw, door devoorn. Jacob Abrahams op 19 okt. 1687 metterdood ontruimd, nalatende totzijn erfgenamen: zijn twee kinderen, Lijsbeth Jacobs, oud 7 jr. enAbraham Jacobs Lugtigheijt, oud 2 jr).
Not. Arch. Den Haag 667, f. 153, d.d. 13-3-1690:
Huurconventie tussen Hillebrant van Wouw, won. in den Hage, verhuurder,en Comelis Leendertse
Uijttenbroeck en Maertje Walings, echtelieden, huurders, over een woningetc. met ca. 34 morgen landin Hodenpijl, waar de huurders tegenwoordigwonen.
Not. Arch. Delft 2332, no. 73, d.d. 7-2-1692:
Testament van Comelis Leenderts Uijtenbroeck, bouwman en Maertje WalinghsGroenheyde, echtelieden, won. Hodenpijl. Zijn erfgenaam: zijn vrouwMaertje Walinghs. De legitieme portie voor eventuele nog te verwekkenkinderen: 200 car. gld. Overlijdt hij kinderloos dan krijgen zijnerfgenamen ab intestato 50 gld. Haar erfgenamen: haar 2 voorkinderen,gewonnen bij Jacob Abrams Lughtigheijt, haar eerste man, haar nog tewinnen kinderen uit haar huidig huwelijk en haar tegenwoordige man. Voogdover hun gezamenlijke minderjarige erfgenamen is de langstlevende.Voogden over haar voor-643.kinderen: Pleun Walinghs Groenheyde, haarbroer, en Gerrit Abrams Lughtigheijt, haar eerst mans broer.
Gaarder Zouteveen 10, f. 35, d.d. 341721:
Aangifte door Abrah. Jacobsz Lugtigheyt en Comelis Prs Poot, dat MaartieWaligs Groenheijden had verkocht en Pr. Huijb. Poot had gekocht 5 hondland in Zouteveen.
R.A. Hof van Delft 1892, no. 9, litt k, d.d. 23-5-1721:Marijtje Walinghvan Groenheijde, wede. v. Cornelis Leendertse Uijttenbroek, wint giftewegens het overlijden van haar man van de helft van 8 mergen 200 roedenonvrij hofland, gelegen in t Hoefslag van Vockestaart, staande de mergenop 6 pond Schots.
R.A. Vrijenban 20, f. 247, d.d. 27-5-1721:
Comp. Maartje Waling Groenheijden, eerst wede. v. Jacob AbramsLugtigheijt en laatst van Cornelis Leenderts Uijttenbroek, enige enuniversele erfgenaam ex testamento van haar man, won. Hof van Delft,transp. aan Pieter Joris Kleijwegh, of nu diens huisvrouw Annetje Arijensvan Schie, 3 mergen 422 roeden weiland, gelegen alhier.
Gaarder Zouteveen 10, f. 61, d.d. 16-10-1734:
Aangifte door Abrah. Jacobsz. Lugtigheyt en Geertruijd Moordregt, wede.v. Steven Westerholt, dat Maartie Waligs Groenheijt, eerste wede. v.Jacob Lugtigheijt en nu van Comelis Leendertss Uyttenbroeck, had verkochten de voorn. weduwe Westerholt had gekocht 5 mergen land in Zouteveen.
Gaarde Zouteveen 10, f. 62, d.d. 18-5-1735:
Opgedragen door de wede. Uyttenbrcek aan de wede. Westerholt 5 morgenland en 2 morgen 53 roeden, voor 1.100 gulden.
R.A. Hof van Delfl 1892, no. 9, litt k, d.d. 18-5-1735:
Maartje Waling Groenheijden , wede. v. Corn. Leendertse Uijttenbroek,geeft gifte aan Geertruijd Moordregt, wede. v. Steven Westerhout, wegenseen woning etc. omtrent 3 mergen onvrij hofland, gelegen in t Hoefslagvan Vockestaart, eveneens nog 5 mergen 200 roeden onvrij hofland. medealdaar gelegen, staande de mergen op 6 ponden Schots.
7. Neeltje Waling Groenheijde, ged. Delft (N.K.), 16 apr. 1649 (get.Maertje Leenders), overl. tussen 9 febr. 1687 en 24 nov. 1690, gehuwd op30 apr. 1679 te Delft (O.K.) met Jacob Gerritse van der Kooy (ged. Delft(N.K.), 19 apr. 1643-overl. tussen 13 okt. 1694 en 26 mei 1700),gezworene van Pijnacker z. v. Gerrit Jacobsz. van der Kooy en LiedewijDirksdr. de Hoogh.
Not. Arch. Delft 2307, f. 75, d.d. 30-3-1679:
Huw. voorw. tussen Jacob Gerrits van der Kooy, meerderjarig Jongman, won.Zuideinde van Delfgauw, en Neeltge Waling, meerderj. dochter, won. op deSchie. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Een inventaris zalopgemaakt worden, die aangeeft wat
ieder inbrengt.
R.A. Nootdorp 27, d.d. 15-8-1683:
Testamen van Jacob Gerrits van der Koij en Neeltjen Walinghs Groenheijde,won. Nieuwkoop onder Pijnacker. Langstlevende is universeel erfgenaam.Legitime portie voor de kinderen is 100 gld. Voogden: de langstlevende +Dirck Gerrits van der Koy en Corns Simons de Bij, zijn broer en zwager,van zijn kant, en Bastiaen en Pleunis Walinghs Grcenheijde, haar broers,van haar kant.
8. Trijntje Waling Groenheide, ged. Delft (N.K.), 5 aug. 1650 (get.Annetje Hendricx), overl. Abtswoude, 20 sept. 1709, gehuwd op 18 febr.1685 te Kethel met Comelis Huibrechtse Poot (ged. Kethel, 14 april1657-overl. aangeg. Hof van Delft, 22 febr. 1739), schepen van Hof vanDelft, Z.V. Huibrecht Pieters Poot en diens tweede vrouw NeeltgeHarmansdr. Kouckouck. Trijntje en Cornelis zijn de ouders van de dichterHubert Cornelisz. Poot (1689-1733), die op het overlijden van zijn moedereen gedicht geschreven heeft, dat geldt als een van zijn mooiste werken;
644.Not. Arch. Delft 2233, no. 77, d.d. 18-10-1685:
Testament van Comelis Hijbregtsz Poot, huisman, en Trynie WalingeGroenheyde, echtelieden, won. in Papsouw Langstlevende is Universeelerfgenaam. Voogd: de langstlevende.
Not. Arch. Delft 2619, no. 139, d.d. 18-9-1734:
Huurconventie tussen Cornelis Huijbregtsz Poot, bouwman, verhuurder, enCent Fransz. van Dijk, huurder, won. Vockestaart onder Hof van Delft, vaneen huis en 22 morgen wei- en hooiland in t hoefslag van Vockestaart.
Not. Arch. Delft 2750, f. 25, d.d. 27-2-1738:
Testament van Cornelis Huijbertz Poot, schepen van t Hof van Delft, won.aldaar. Erfgenaam: zijn drie dochters verwekt aan Trijntje WalingenGroenheijde, zijn huisvrouw zaliger, met name Neeltje, Claasje enBastiaantje Poot. Het huis waarin hij met zijn dochter Bastiaantje woontmet 20 morgen land in Hof van Delft, Vrijenban en Dorpambacht, en de 5morgen waar het huis op staat krijgt deze dochter als erfdeel.Ex.-test.: zijn drie schoonzoons: Pieter Sprokkenburch, Pieter Hodenpijlen Pieter van der Eijck.
Cornelis Hijbregst Pool had een eigen graf in de kerk van Schipluiden(no. 5 van het Iste plein, gerekend vanuit de noordwesthoek van de kerk,d.i. de linker zijde van de ingang van de torendeur). Dit graf, dat eerstop naam stond van Huijbreght Comelisz Langelaen, werd op 17 mei 1696 opzijn naam gezet. Op 16 nov. 1740 werd zijn schoonzoon Pieter van der Eijkde eigenaar van het graf (Arch. Herv. Gem. Schipluiden, Kerkvoogdij nr.125)
9. Grietje Waling, overl. tussen jan. 1687 en 6 dec. 1714;
10. Ariaentgen Walingh, ged. Delft (O.K.), 23 juni 1655 (get. DingnomCorne-lis), overl. voor 6 dec. 1714.
O.R.A. Ahtsrecht 8, f. 27, d.d. 22-3-1659:
Acte ondertekend door Waling Basteiianss Groeneiid. Dit is de eerste keerdat de naam Groenheyde in welke vorm dan ook gebruikt wordt.
O.R.A. Vrijenban 17, f. 45, d.d. 29-5-1660:
Comp. voor o.a. Walingh Bastiaens Groeneijde, gezworene van Abtsrecht.
Nat. Arch. Delft 2071, f.23, d.d. 22-3-1663:
Testament van Wallingh Bastiaens en Claesge Jacobs Overgauw, echtelieden,won. op de Schie. Langstlevende is universeel erfgenaam. Voogd is delangstlevende.
O.R.A. Abtsrecht 8, f. 46, d.d. 22-10-1672:
Comp. voor o.a. Waling Basteiansz., gezworene van Abtsrecht. Volgens deinventaris van zijn neef en oomzegger Sijmon Arijens Groeneyde (16251678)had Waling bij hem een lening lopen van 100 gulden (zie Not. Arch. Delft2132, no. 535, d.d. 12-1-1678).
O.R.A. Abtsmht 4, f. 27, rechtdag d.d. 1-11-1681:
Harmanus van Rijsselburg, last en procuratie hebbend van de Heer mr.Abraham Hogenhoeck, gewezen brouwer in de brouwerij van Eenhoorn, eiser,contra de wede. van zaliger Waling Bastiaens, won. op Schie onderAbtsrecht, gedaagde, wegens betaling van f 95:5:- over leverantie vanbier en bostel, in de brouwerij van Eenhoorn door de gedaagde gehaald.
Not. Ar&. Delft 2215, f. 123, d.d. 5-3-1686:
Comp. Claasje Jacobsr, wede. v. Walling Bastiaanse Groeneijnde, en Pleunwallingse Groeneijnde, won. aan de Schie buiten deze stad, die bekennenschuldig te zijn 400 gld. over hun pacht van 25 morgen door haarcomparante benevens haar eerste comparantes zoon en tweede comparantsbroer Bastiaen Walingse gebruikt van de Heer van Sevenhuijsen.
O.R.A. Abtsrecht 4 f. 41v, rechtdag d.d. 2-11-1686:
Comelis Guwendijck, rentmeester van den Heer van Sevenhuijsen, eiser enarrestant op alle vruchten, beesten etc. zich bevindende op ca. 25 morgenland, waar bruikers van zijn Claasge Jacobs, wede. van Walling BastiaensGroeneijde, en Pleun Wallingse Groeneijde,
contra de zelve Claasge Jacobsdr. en Pleun Wallingse. Eis: betaling van f800:-:- over twee jaren huur van de voors. 25 morgen land.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Waelingh Bastiaensz Groenheijde | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1640 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Claesje Jacobs Overgauw | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.