Hun aalmoezenier, de Antwerpse priester Jean-Baptist
Paaps, een bewonderaar van Lavigerie en van de door
hem opgerichte Witte Paters, deed een beroep op
Broeder Bernardinus van Aert van de Broeders van St.
Louis in het Nederlandse Oudenbosch, waar een
verzameldepot was van oud-zouaven. Bernardinus,
samen met pastoor Hellemons, bewogen een aantal
van hen zich te gaan inzetten voor Lavigerie en zijn
missiewerk. Negen Nederlandse oud-zouaven (o.a. de
reeds vernoemde Gerard Mertz, onze eerste
Nederlandse broeder-missionaris), werden daartoe
bereid gevonden. Vanaf 1 884 begon Bernardinus zich
te ontpoppen als een van de grootste 'propagandisten'
van het werk van de Witte Paters in Nederland. Een
kroniekschrijver noemde zijn kantoortje in het
Instituut St. Louis te Oudenbosch: 'Het
hoofdagentschap van de Witte Paters in Nederland'.
Hier redigeerde hij 1 5 jaar lang het missieblad:
'Annalen der Afrikaansche Missiën', beter bekend als
het 'Gele Boekje' en organiseerde hij met veel succes
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Joannes Baptista Paaps Pastoor Deken | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.