PAULUS MARINUSZ HOCKE treedt reeds op 28 maart 1643 als getuige op (Z.E.5686).
Z.E. 5651 (Poortvliet): 24 november 1646 PAUWELS MARINUSZ HOCKE bekentvan de secretaris Mr. JACOBUS VAN VRIJBERGHE ontvangen te hebbenalzulke 42 pond dertien schell. gr. Vlaams als de Majoor Johan VISERonder Zijn Edele op
21 september 1642 heeft "genamptiseert" ten behoeve van PHILIPS GRINDETvoor zijn moederlijk goed; hij belooft interest te geven en te zijnertijd voormeld bedrag te restitueren aan diegene, die daartoe zalgerechtigd wezen. Mede compareren FRANS JANSZ BLOCK en WOUTER VANRAVELS; zij constitueren zich als borgen en principale schuldenaren. Inmargine: "ten versoecke van VAN RAVELS als borg een acte uitgegevenom hem te dienen september 1648. Andermaal acte ten versoucke van VANRAVELS om hem te dienen int proces tegen GUILLO BARTOLOTTI den 21september 1650".
PAULUS MARINUSZ is op 6 april 1659 nog getuige bij de doop van JACOBJANSZ (BLOCK) (zie deze Bijlage onder III f, 3).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.