Er ist verheiratet mit Lijsken Wouter Loij Timmermans.
Sie haben geheiratet
Indertijd had wijlen Jan Jan Houbraken weduwnaar van Lijsken Wouter Loij Timmermans, welke Lijsken weduwe was van wijlen Dielis de Hoppenbrouwer, samen met de kinderen van wijlen Willem de Metser een proces aangespannen voor de schepenbank van Oirschot tegen Marieken dochter van wijlen Henrick Jan Cornelissen weduwe van Henrick Bernaerts vanwege een rogpacht van een mudde rogge per jaar, welke pacht genoemde Jan Houbraken meende te kunnen heffen op het bezit van genoemde Marieken, waarbij deze Marieken zich niet verder daartegen had verweerd dan dat ze met haar voogd op verzoek van de schepenen van Oirschot bemiddelaars had verkregen, namelijk Jan Dirck Huijskens en Everaert Henricks Ekerschot. Daarom zijn hier voor schepenen en vermelde commissarissen nu verschenen Peter Henrick Sijckens als man van Elisabeth, verder Odulphus Jan Goossens als man van Barbara en Goijaert Andries Goossens als man van Henrieksken, zijnde allen dochters van wijlen genoemde Willem de Metser, verder Dirk Jan Houbraken en Gerit Jan Gerit Schepens als man van Ijken dochter van wijlen Dielis de Hoppenbrouwer, voor henzelf optredend alsook voor de andere erfgenamen van genoemde Dielis de Hoppenbrouwer als partij ter ener zijde hierbij en verder Marieken weduwe van Henrick Bernaerts geassisteerd door Arien Joordens de Cort en door Gijsbert Rutgers van Osch als voogd over haar en over haar minderjarige zoon Bernaert, die als zodanig waren benoemd door schout en schepenen van Oirschot, als partij ter andere zijde en ze hebben verklaard met elkaar de volgende overeenkomst hierover te hebben gemaakt. Marieken en de voogden zullen vanwege het mudde rogge en de vervallen rente daarvan tussen nu en a.s. 3 weken na Pasen een bedrag van 200 gulden betalen en vandaag een bedrag van 12 gulden voor het verteer. Daarmee zal deze jaarlijkse rogpacht zijn afgelost samen ook met alle achterstand. Maar als dat geld 2 of 3 weken na die termijn dan niet zal zijn betaald, dan zal deze overeenkomst zijn komen te vervallen en dat moet genoemde Marieken aan vermelde Peter Henricks Sijckens en de zijnen voor die jaarlijkse pacht van een mudde rogge een nieuwe belofte laten maken omdat de eerste brief daarvan in het ongerede is geraakt. Partijen verklaren over en weer deze overeenkomst na te zullen komen. Datum 14 maart 1630, getuigen Huijskens en Ekerschot.
Bewerking van het oud rechterlijk archief Oirschot door Jan Toirkens 1630
+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.