Tijdstip: 20:00
in 1959
Er ist verheiratet mit Gerritje ten Haken.
Sie haben geheiratet am 17. Juni 1927 in Kortenhoef, er war 30 Jahre alt.Quelle 8
Izak van de Velden huwde 17 juni 1927 met Gerritje ten Haken, geboren 27 februari 1904 te Loosdrecht. Zij gingen in Hilversum boven een slagerij wonen, maar Izak was het wonen dichtbij de natuur gewend en verhuisde naar een woning in Maarssen en daarna naar Uitermeer. In kortenhoef, nabij de Kattenbrug bij Jan Blom, kwam een deel van de woning vrij en Izak vestigde zich weer in Kortenhoef. Toen er vlakbij de Kattenbrug in het blok van vier woningen, de noordelijkste woning vrij kwam ging hij voor de laatste keer verhuizen. Hier bleef hij tot zijn dood wonen. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. In 1945 ontstonden bij zijn broer Hermanus gezinsproblemen en diens zoon Jantje kwam bij Izak en Gerritje in huis en hij is daar vele jaren gebleven.
Na zijn lagere school was het vanzelfsprekend dat Izak met zijn vader in de polder ging werken. Zo leerde hij ruigt en riet snijden en het steken van turf. Hij nam altijd zijn hondje mee de polder in en dat hondje ving vele mollen en in die tijd brachten de huidjes van de mol veel geld op. Izak besloot dan ook om naast het polderwerk mollenvanger te worden. De boeren waren hier blij mee omdat er veel mollen in het weiland werden gevangen. Hij kreeg van hen dus ook een vergoeding. Op latere leeftijd werd dit mollenvangen bij vele bungalows in Kortenhoef gedaan, niet voor geld maar voor een liter jenever en zo heeft hij menig litertje verdiend en opgedronken. Een andere bijverdienste, maar ook een hobby, was het vangen van otters als er dik ijs lag. Voor de Tweede Wereldoorlog was vangen van otters een spannend tijdverdrijf. Omdat tijdens dik ijs de meeste polderwerkers werkloos waren, waren het vooral zij, die gewapend met een otterspeer de otters volgden en probeerden te verschalken voor de opbrengst van het huidje. Het Gat van Oostindie, het Hol en de Wijde Blick waren de beste plekken om ze te vangen. Men vond ze aan de hand van de luchtbellen en moest ze soms kilometers volgen om hun schuilplaats te vinden, meestal daar waar een beetje open water aanwezig was. Als de otter dan lucht ging happen was het zaak om hem met de speer te vangen. In die tijd waren er ongeveer vijftig otters in de Vechtstreek en bij een hele strenge winter trokken de otters naar de Vecht en dan was het zaak bij de vaste oversteekplaatsen o.a. de Bloklaan in Loosdrecht en bij de Loodijk, proberen de otters te vangen. Izak ging het liefst alleen op pad, terwijl bijvoorbeeld Harmen Schouten met een groep mannen op pad ging, waarbij de buit verdeeld moest worden. Na de tweede wereldoorlog is de otter vrijwel verdwenen uit het plassengebied, mede door de vervuiling van het oppervlakte water, door de toename van de industrie en het autoverkeer. In die tijd was er veel uitbreiding van de woningbouw in Kortenhoef, waarbij het riool uitmondde in de Kortenhoefse polder, met alle gevolgen van dien. De aanwezigheid van diverse belten betekende tevens een grote vervuiling van de polder. Kort geleden werd er nog een otter waargenomen in het Hol, maar of dit echt waar is weet ik niet.
Izak werkte, toen het polderwerk minder werd, ook bij diverse kwekers in de Horstermeer o.a. bij kwekerij Klinge. In de Tweede Wereldoorlog zat hij in het verzet en heeft hij menige Duitser om zeep geholpen. Jammer is dat hij hier nooit iets over vertelde, want over die periode is heel weinig bekend.
Een andere vorm van bijverdienste was het bramen zoeken in de polder in de maand augustus en deze werden dan verkocht in de villa wijken nabij de ’s-Gravelandseweg in Hilversum. Op latere leeftijd ging hij mos (spagnum) zoeken in de polder en dat werd dan, via opkopers verkocht aan diverse bloemenwinkels in Hilversum en Amsterdam. Na de Tweede Wereldoorlog ging hij auto’s stallen bij Ottenhome in Loosdrecht en dat vond vooral in de zomer plaats, hij heeft dit vele jaren gedaan. Hij heeft dit tevens vele jaren gedaan voor de Kortenhoefse IJsclub en het bestuur maakte dankbaar gebruik van zijn ervaring om het weer te voorspellen. Als de eenden tijdens een vorstperiode gaan kwaken komt er snel dooiweer en hij leerde ons dat als de mollen niet wroeten als het even dooit er weer een vorstperiode komt.
Begin 1968 werd zijn vrouw ernstig ziek en zij is in maart 1968 overleden op 64 jarige leeftijd. Pleegzoon Jantje (bijnaam Hiskia) heeft heel lang op een woonboot in Heerenveen in Friesland gewoond. Hij was nogal excentriek en dat was de reden dat hij twee keer gevraagd werd voor het televisieprogramma ‘De Stoel’. In dat programma heef hij meerdere malen het kraaien van een haan nagedaan, dat kon hij geweldig. Hij kreeg daarna ook de bijnaam ‘Haantje’. Later verhuisde hij naar het dorpje Ee in Friesland en volgens mij woont hij daar nog steeds.
(bron: boek 'Vanaf De Grote Beer tot en met de familie Hagen' [schrijver Krijn Spaan - uitgever TONK])
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Izak van de Velden | ||||||||||||||||||
1927 | ||||||||||||||||||
Gerritje ten Haken | ||||||||||||||||||
parenteel Van de Velden - Riek Peet - geboorteakte - persoonskaart (verkregen via Centraal Bureau voor Genealogie)
Geboorteakte
Rouwadvertentie Hermanus van de Velden
krantenartikelen
persoonslijst Izak van de Velden (verkregen via Centraal Bureau voor Genealogie)
Nella van de Velden - persoonskaart Izak van de Velden (verkregen via Centraal Bureau voor Genealogie) - huwelijksakte