Familienstammbaum Vijgh » Jan Verweij (1838-1878)

Persönliche Daten Jan Verweij 


Familie von Jan Verweij

Er ist verheiratet mit Wilhelmina Frederika van der Vijgh.

Sie haben geheiratet am 13. März 1862 in Amsterdam, Noord Holland, Ned, er war 24 Jahre alt.


Kind(er):

  1. Albert Verweij  1865-1937

  • Das Paar hat gemeinsame Vorfahren.

  • Notizen bei Jan Verweij

    Gens Nostra 1966, p134,135

    Dichter, Literator en historicus; medoprichter van de Nieuwe Gids en de Beweging

    Verwey groeide op in een rechtzinnig-hervormd gezin. Hij verloor opvijfjarige leeftijd zijn moeder, bijna acht jaar later zijn vader. Hij bezocht na de HBS met driejarige, die met vijfjarige cursus, waar de leraar dr. W. Doorenbos en de poëzie der Engelse romanticidiepe indruk op hem maakten. Weldra leerde hij de enige jaren oudere letterkundigen kennen met wie hij in 1885 het tweemaandelijkse tijdschrift De Nieuwe Gids oprichtte. Van dezen is Willem Kloos vanonschatbare betekenis voor hem geweest. Tegenover diens aansporingen, vormende kritiek en inspirerende omgang stelde Verwey steun in het werk als redactiesecretaris van het tijdschrift en in het persoonlijke leven van Kloos. Tijdens zijn verloving kwam een bitter einde aan de homo-erotisch gekleurde vriendschap.

    Biografie van Verweij, Albert

    > Onderzoek >Projecten > Biografisch Woordenboek van Nederland > verweij

    © ING - Den Haag. Bronvermelding: C.A. Zaalberg, 'Verweij, Albert (1865-1937)', in Biografisch Woordenboek van Nederland. URL:http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn1/verweij [05-09-2003]

    VERWEIJ, Albert (1865-1937)

    Verweij, Albert (bekend onder de naam Verwey ), dichter, criticus, litteratuurhistoricus ( Amsterdam 15-5- 1865 - Noordwijk-aan-Zee 8-3- 1937 ). Zoon van Jan Verweij, meubelmakerspatroon, en Wilhelmina Frederika van der Vijgh. Gehuwd sinds 6-3-1890 met Katharina (Kitty) van Vloten. Uit dit huwelijk zijn 4 dochters en 3 zoons geboren.

    Verwey groeide op in een rechtzinnig-hervormd gezin. Hij verloor op vijfjarige leeftijd zijn moeder, bijna acht jaar later zijn vader. Hij bezocht na de HBS met driejarige, die met vijfjarige cursus, waar de leraar dr. W. Doorenbos en de poëzie der Engelse romantici diepe indruk op hem maakten. Weldra leerde hij de enige jaren oudere letterkundigen kennen met wie hij in 1885 het tweemaandelijkse tijdschrift De Nieuwe Gids oprichtte. Van dezen is Willem Kloos van onschatbare betekenis voor hem geweest. Tegenover diens aansporingen, vormende kritiek en inspirerende omgang stelde Verwey steun in het werk als redactiesecretaris van het tijdschrift en in het persoonlijke leven van Kloos. Tijdens zijn verloving kwam een bitter einde aan de homo-erotisch gekleurde vriendschap.

    In 1889 verliet hij de redactie. Hij had, na enkele jaren als kantoorbediende waarbinnen een reis naar Amerika viel die lang heeft nagewerkt, geen betrekking meer vervuld. Gehuwd in het. stille Noordwijk wonend, leefde hij met zijn voorspoedig groeiend gezin van een vruchtbare letterkundige produktie, deels berustend op studie (o.m. Een inleiding tot Vondel [1892] en bloemlezingen, waarvan die uit de lyriek van Bredere (1893) en Gedichten van Jonker Jan van der Noot (1895) invloed hebben doen gelden), maar verloor niet het contact met zijn generatiegenoten. Dit werd nog zeer verlevendigd toen hij in in 1894, nadat de meeste redacteuren en medewerkers De Nieuwe Gids vaarwel hadden gezegd, met Lodewijk van Deyssel (K.J.L. Alberdingk Thijm) de redactie op zich nam van het Tweemaandelijksch Tijdschrift voor letteren, kunst, wetenschap en politiek, dat in 1902 een maandblad zou worden onder de naam De XXe Eeuw.

    Tegelijk speurde Verwey óver de grenzen. Medewerkers voor de tijdschriften vond hij in Vlaanderen, geestverwanten die een niet naturalistische, niet sensitivistische litteratuur voorstonden vooral in Duitsland: de dichters van de Blätter für die Kunst. Met hun centrale figuur, Stefan George, verbond hem sedert 1896 een vriendschap, waarvan de sporen in hun werk te vinden zijn.

    De diepgaande, hoewel duidelijk begrensde invloed van Verwey op de litteratuur van zijn tijd bleek pas duidelijk, toen hij in 1905, na een breuk met Van Deyssel, De Beweging. Algemeen maandschrift voor letteren, kunst, wetenschap en staatkunde stichtte, een tijdschrift beogend 'dat boven gedeeltelijke en tijdelijke bedoelingen aan de Geestelijke Beweging van onzen tijd uiting (zou geven)'. In 1908 nam hij de bouwmeester H.P. Berlage, de filosoof T.J. de Boer en de sociaal werkzame technoloog Is.P. de Vooys in de redactie op. Toch bleef De Beweging 15 jaar lang vooral het tijdschrift der jonge dichters, die er een eer in stelden als het scherpe oordeel van Verwey hun werk een plaats gunde: de jonggestorven Alex Gutteling, Maurits Uyldert, die zijn biograaf zou worden, P.N. van Eyck, in wie hij de toekomstige leider van De Beweging zag, J.C. Bloem, C.L. Schepp (Jan Prins), Jacob Israël de Haan, later Victor E. van Vriesland, M. Nijhoff, H. Marsman. Ook ouderen, zeer verschillend naar hun dichterschap, vonden er hun plaats: W.L. Penning, Aan van der Leeuw, later J.A. der Mouw (Adwaita). Sommigen hunner leverden ook kritieken, en De Vooys schreef over sociale politiek, De Haan over significa en strafrechtspleging, F.C. Gerretson over politieke geschiedenis, P.J. Troelstra een enkele keer over politiek. Van Eeden liet het niet bij De kleineJohannes II, waarmee de eerste jaargang, als symbool van de aansluiting bij De Nieuwe Gids, opende. Litterair-historische artikelen schreven J. Koopmans, J.L. Prinsen en C.G.N. de Vooys. Studiën en kritieken op het gebied ook van vreemde litteraturen plaatste Verwey in zijn eigen rubriek 'Boeken, menschen en stroomingen'.

    Zijn gezag was in deze jaren ongetwijfeld groot. Van zijn Inleiding tot de nieuwe Nederlandsche dichtkunst 1880-1900 (1905) werden bij de Wereldbibliotheek van 1905 tot 1914 20.000 exemplaren gedrukt, de Groningse Universiteit verleende hem in 1914 een eredoctoraat, buitenlandse uitgeverijen en tijdschriftredacties wendden zich tot hem. Voor velen was hij een steun of een voorbeeld, hetzij door zijn poëzie, zijn helder oordeel, zijn kijk op de wereld, of door zijn persoonlijke zorg en trouw. Maar zijn leidende functie wekte ook irritatie. Onderlinge waardering binnen de kring van De Beweging (men sprak honend van de 'Noordwijker Kamer') en het negeren van veelgelezen schrijvers schenen te duiden op kliekgeest, het spreken van een 'geestelijke beweging' op hoogmoed. Zwaar van gevolgen was het 'Voorbericht' van de drie delen Verzamelde gedichten (1911-1912), dat de bundels omschreef als boeken, waarin de gedichten, gerangschikt in de volgorde van ontstaan, 'een verband [vertoonden] dat tot hun eigen verklaring onmisbaar was'. Jongeren hebben zich beijverd om dat verband aan te tonen, de buitenwacht kon in de aangehaalde woorden een motivering zien voor het niet uitwerpen van zwakke gedichten. De onpersoonlijke formulering 'dat de Idee in [de dichter] plan heeft voor al wat hij schrijven zal', deed de mening postvatten, als zou Verwey zich bij uitstek als 'de dichter van de Idee' beschouwen. In werkelijkheid was hij bij de introspectie waarvanvele gedichten getuigenis afleggen, evenzeer als bij zijn studie van andere dichters, gericht op manifestaties van het dichterschap in het algemeen. Dit geldt zowel voor veel van zijn natuur- en landschapsschilderingen als voor zijn tekening van gestalten in het lyrische werk. Ook in twee zijner toneelstukken, Jacoba van Beieren (1902) en 'Cola Rienzi' (1909), heeft het denken over het dichterschap zijn aandeel gehad. Dit neemt uiteraard niet weg dat de aanleiding tot een gedicht veelal herkenbaar door het persoonlijke leven van de dichter geleverd wordt; crises in zijn gevoelsleven vindt menterug in Uit de Lage Landen bij de Zee ( 1904) en De figuren van de sarkofaag (1930) (geschreven onder de indruk van de dood van vrienden) en Het zwaardjaar (1916) en De weg van het licht (1922) (geschreven tijdens oorlog en revolutie).

    Verwey aanvaardde als criticus poëzie op grond van de klank (zijn begrip 'toon' verdient alsnog onderzoek) en baseerde zijn waardering vooral op de rol van de creatieve verbeelding, die hij in aansluiting bij Jean Paul en de Engelse romantici onderscheidde van de fantasie. Haar werking zag hij in de 'verheerlijking van de werkelijkheid', ook bij schilders: Rembrandt, Versier. Proza van Arij Prins, Jac. van Looy, Arthur van Schendel, Nine van der Schaaf, had zijn belangstelling of voorkeur. Onder de oude Nederlandse dichters bewonderde hij bovenalVondel, en ook trokken hem figuren in wie hij leiders zag: Hadewych, Spiegel, Drost, Potgieter.

    De hoogleraarsbenoeming in Leiden (1924), doorgezet door minister J.Th. de Visser, bleek een gelukkige keus. Opnieuw kwam een generatie van jongeren onder de ban van zijn rustige zekerheid en natuurlijk leiderschap. Kern van zijn onderwijs was: het zich aandachtig rekenschap geven van klank enbetekenis van de tekst; daarna hechtte hij belang aan achtergronden en toespelingen. De luistercolleges, waarop hij de teksten zoveel mogelijk voorlas, zoals hij ook voor zichzelf gewoon was te doen,gebruikte hij om, in zijn ruim tienjarige ambtsvervulling, eenmaal de Nederlandse litteratuurgeschiedenis door te lopen en jaarlijks een onderwerp uit de 19de of 20ste eeuw te behandelen. Dat hij termen als 'geest', 'idee', 'toon' als vanzelfsprekend niet placht toe te lichten, gaf zijn leerlingen misschien meer een gevoel van reeds ingewijd zijn, dan dat het hun vraaglust wekte. Nieuw was dat hij, rekening houdend met het toekomstig leraarschap van de meeste zijner studenten, een spreekbeurtencollege invoerde, alsook de aanstelling van een assistente voor de studiebegeleiding van de pre-kandidaten. In deze jaren bevestigden studies als Vondels Vers (1927) en Ritme en Metrum (1931) zijn gezag als hoogst bevoegde schrijver over poëzie. Ten tweeden male aanvaardde hij een officiële benoeming: als lid van minister Marchants spellingcommissie.

    Tussen zijn aftreden in 1935 en zijn plotselinge dood nog geen twee jaar later was zijn produktie veelzijdig en belangrijk. Na Het lachende Raadsel (1935), waarin de herdenking van Stefan George een ruime plaats inneemt, en het afzonderlijk uitgegeven hartstochtelijke strijdgedicht De Dichter en het Derde Rijk (1936) verscheen nog de bundel In de Koorts van het Kortstondige (1936), waar een beheerste zelfopenbaring als 'Ik en mijn Land' contrasteert met het felle en bittere tijdsgedicht 'Aan een Vriend die wil dat ik Vrede predik'. Met 'Rudolf Pannwitz' Paradijs-trilogie' (in De Stem 17 (1937) 2 (februari) 160-169) sloot hij de lange reeks af van zijn aan hoge eisen van gelijkwaardigheid beantwoordende poëzievertalingen (Dantes Goddelijke Komedie, Shelleys 'Alastor' en hymnen, Shakespeares Sonnetten, gedichten van Baudelaire, George en vele anderen). Zijn Inleiding tot Vondels Volledige Dichtwerken en Oorspronkelijk Proza(1937) bewees, zoals reeds vroeg zijn Leven van Potgieter (1903), hoe verrijkend voor ons inzicht in poëzie van vroeger het woord van een dichter kan zijn. Veel weerklank vond het essay Het Lijden aan de Tijd (1936), geschreven als antwoord op een enquête: een waarschuwing tegen kleinmoedigheid en wanhoop en laatste belijdenis van trouw aan Spinoza, wiens godsbegrip (bij Verwey 'het Leven') in zijn gehele geestelijke werkzaamheid centraal staat. Na zijn overlijden bleek, ook nog uit het algemeen bekend raken van gedeelten uit zijn cantate 'Honestum petimus usque' (geschreven voor het lustrumconcert van het Amsterdams Studentencorps in 1937) en de wijze waarop bij de Vondelherdenking het gelegenheidsgedicht Amsterdam en Vondel (1937) ontvangen werd, hoezeer Albert Verwey een nationale figuur was geworden.

    A: Verwey-archief in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam.

    P:

    Bibliografieën in De Stem 17 (1937) 7-8 (juli-augustus) 836-840 en onder L genoemde werken van M. Hanot, 203-271 ; F.W. van Heerikhuizen, 58-59; J.C. van Aart, 169-170; M. Wolf, 148-151; Dichtspel van Albert Verwey (Amsterdam, 1978). Uitg. door M. Nijland-Verwey.

    L: 'Ter herdenking Albert Verwey', in De Stem 17 (1937) 7-8 (juli-augustus); S. Vestdijk, Albert Verwey en de idee (Rijswijk, 1940); M. Hanot, 'De beginselen van Albert Verweys literaire kritiek', in Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Reeks 6: 78 (Gent, 1957) 273-295; F.W. van Heerikhuizen, Alben Verwey (Brugge [enz.], 1963); E. Jaeckle, Rudolf Pannwitz und Albert Verwey im Briefwechsel (Zürich, 1976); J.C. van Aart, Idealisme en 'Idéisme'... (Amsterdam, 1977) 170-171; M. Wolf, Albert Verwey and English romanticism ('s-Gravenhage, 1977); P. Henrard, Wijsheidsgestalten in dichterwoord. Onderzoek naar de invloed van Spinoza op de Nederlandse literatuur (Assen, 1977); Th. Weevers, Droom en beeld (Amsterdam, 1978); H.[P.G.] Scholten, Aspecten van het tijdschrift De Gemeenschap (Baarn, 1978). Proefschrift Leiden.

    C.A. Zaalberg

    Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)

    Laatst gewijzigd op 05-09-2003

    Haben Sie Ergänzungen, Korrekturen oder Fragen im Zusammenhang mit Jan Verweij?
    Der Autor dieser Publikation würde gerne von Ihnen hören!


    Zeitbalken Jan Verweij

      Diese Funktionalität ist Browsern mit aktivierten Javascript vorbehalten.
    Klicken Sie auf den Namen für weitere Informationen. Verwendete Symbole: grootouders Großeltern   ouders Eltern   broers-zussen Geschwister   kinderen Kinder

Vorfahren (und Nachkommen) von Jan Verweij


    Zeige ganze Ahnentafel

    Mit der Schnellsuche können Sie nach Name, Vorname gefolgt von Nachname suchen. Sie geben ein paar Buchstaben (mindestens 3) ein und schon erscheint eine Liste mit Personennamen in dieser Publikation. Je mehr Buchstaben Sie eingeben, desto genauer sind die Resultate. Klicken Sie auf den Namen einer Person, um zur Seite dieser Person zu gelangen.

    • Kleine oder grosse Zeichen sind egal.
    • Wenn Sie sich bezüglich des Vornamens oder der genauen Schreibweise nicht sicher sind, können Sie ein Sternchen (*) verwenden. Beispiel: „*ornelis de b*r“ findet sowohl „cornelis de boer“ als auch „kornelis de buur“.
    • Es ist nicht möglich, nichtalphabetische Zeichen einzugeben, also auch keine diakritischen Zeichen wie ö und é.



    Visualisieren Sie eine andere Beziehung

    Die angezeigten Daten haben keine Quellen.

    Anknüpfungspunkte in anderen Publikationen

    Diese Person kommt auch in der Publikation vor:

    Historische Ereignisse

    • Die Temperatur am 24. Januar 1838 war um die -11,0 °C. Der Wind kam überwiegend aus Nord-Nord-Osten. Charakterisierung des Wetters: betrokken. Quelle: KNMI
    •  Diese Seite ist nur auf Niederländisch verfügbar.
      De Republiek der Verenigde Nederlanden werd in 1794-1795 door de Fransen veroverd onder leiding van bevelhebber Charles Pichegru (geholpen door de Nederlander Herman Willem Daendels); de verovering werd vergemakkelijkt door het dichtvriezen van de Waterlinie; Willem V moest op 18 januari 1795 uitwijken naar Engeland (en van daaruit in 1801 naar Duitsland); de patriotten namen de macht over van de aristocratische regenten en proclameerden de Bataafsche Republiek; op 16 mei 1795 werd het Haags Verdrag gesloten, waarmee ons land een vazalstaat werd van Frankrijk; in 3.1796 kwam er een Nationale Vergadering; in 1798 pleegde Daendels een staatsgreep, die de unitarissen aan de macht bracht; er kwam een nieuwe grondwet, die een Vertegenwoordigend Lichaam (met een Eerste en Tweede Kamer) instelde en als regering een Directoire; in 1799 sloeg Daendels bij Castricum een Brits-Russische invasie af; in 1801 kwam er een nieuwe grondwet; bij de Vrede van Amiens (1802) kreeg ons land van Engeland zijn koloniën terug (behalve Ceylon); na de grondwetswijziging van 1805 kwam er een raadpensionaris als eenhoofdig gezag, namelijk Rutger Jan Schimmelpenninck (van 31 oktober 1761 tot 25 maart 1825).
    • Im Jahr 1838: Quelle: Wikipedia
      • Die Niederlande hatte ungefähr 2,9 Millionen Einwohner.
      • 30. Januar » Am Teatro La Fenice in Venedig erfolgt die Uraufführung der Oper Maria de Rudenz von Gaetano Donizetti.
      • 23. April » Mit der Sirius und der vier Tage später gestarteten Great Western laufen gleich zwei Dampfschiffe im Hafen von New York ein. Es sind dies die beiden ersten Dampfer aus Europa. Mit dem Dampfschiffverkehr über den Atlantik reduziert sich die Reisezeit merklich. Die Great Western erhält für ihre Überfahrt in Rekordgeschwindigkeit das Blaue Band.
      • 30. Juli » Im Dresdner Münzvertrag wird der Doppeltaler als gemeinsame Münze des Deutschen Zollvereins geschaffen.
      • 22. September » Die Berlin-Potsdamer Eisenbahn, die erste Eisenbahnstrecke Preußens, geht in Betrieb.
      • 15. November » Am Théâtre de la Renaissance in Paris erfolgt die Uraufführung der komischen Oper Lady Melvil von Friedrich von Flotow.
      • 20. Dezember » Die Buren erreichen die, vom Zulu-König Dingane zerstörte Zulu-Hauptstadt uMgungundlovu.
    • Die Temperatur am 13. März 1862 war um die 6,0 °C. Es gab 0.1 mm Niederschlag. Der Winddruck war 1 kgf/m2 und kam überwiegend aus Nord-Nord-Osten. Der Luftdruck war 76 cm. Die relative Luftfeuchtigkeit war 97%. Quelle: KNMI
    • Koning Willem III (Huis van Oranje-Nassau) war von 1849 bis 1890 Fürst der Niederlande (auch Koninkrijk der Nederlanden genannt)
    • Von 14. März 1861 bis 31. Januar 1862 regierte in den Niederlanden die Regierung Van Zuijlen van Nijevelt - Loudon mit als erste Minister Mr. J.P.P. baron Van Zuijlen van Nijevelt (conservatief-liberaal) und Mr. J. Loudon (liberaal).
    • Von 1. Februar 1862 bis 10. Februar 1866 regierte in den Niederlanden das Kabinett Thorbecke II mit Mr. J.R. Thorbecke (liberaal) als ersten Minister.
    • Im Jahr 1862: Quelle: Wikipedia
      • Die Niederlande hatte ungefähr 3,6 Millionen Einwohner.
      • 1. Juni » Der seit dem Vortag geführte Angriff konföderierter Truppen in der Schlacht von Seven Pines auf Stellungen der Potomac-Armee der Nordstaaten endet unentschieden. Die Nord-Virginia-Armee bricht ihren Kampf ab. Daraufhin übernimmt General Robert Edward Lee den Oberbefehl über die Südstaatentruppen.
      • 23. Juni » Auf der Strecke von Hamar nach Grundset nimmt in Norwegen die weltweit erste Schmalspurbahn in Kapspur ihren Betrieb auf. Sie ist vom Eisenbahnpionier Carl Abraham Pihl konzipiert.
      • 25. Juni » Im amerikanischen Sezessionskrieg beginnt mit der Schlacht am Oak Grove eine Serie von kriegerischen Auseinandersetzungen zwischen der Union und den Südstaaten, die als Sieben-Tage-Schlacht bezeichnet wird.
      • 27. Juli » An der mexikanischen Küste kommen bei einem Brand an Bord des amerikanischen Raddampfers Golden Gate 204 der 338 Passagiere und Besatzungsmitglieder an Bord ums Leben. Das Schiff strandet und bricht auseinander.
      • 23. September » Otto von Bismarck wird im Preußischen Verfassungskonflikt zum preußischen Ministerpräsidenten bestellt.
      • 11. Dezember » Die Schlacht von Fredericksburg im Sezessionskrieg beginnt. Sie dauert bis zum 15. Dezember.
    • Die Temperatur am 7. Dezember 1878 war um die 1,3 °C. Der Winddruck war 1 kgf/m2 und kam überwiegend aus Süd-Süd-Westen. Der Luftdruck war 75 cm. Die relative Luftfeuchtigkeit war 88%. Quelle: KNMI
    • Koning Willem III (Huis van Oranje-Nassau) war von 1849 bis 1890 Fürst der Niederlande (auch Koninkrijk der Nederlanden genannt)
    • Von 3. November 1877 bis 20. August 1879 regierte in den Niederlanden das Kabinett Kappeijne van de Coppello mit Mr. J. Kappeijne van de Coppello (liberaal) als ersten Minister.
    • Im Jahr 1878: Quelle: Wikipedia
      • Die Niederlande hatte ungefähr 4,0 Millionen Einwohner.
      • 3. März » Der Frieden von San Stefano beendet den Russisch-Türkischen Krieg und die Balkankrise der Jahre 1876–1878. Bulgarien gewinnt nach fast 500 Jahren wieder die Unabhängigkeit vom Osmanischen Reich, bleibt diesem jedoch weiterhin tributpflichtig.
      • 13. Juni » Auf dem Berliner Kongress wird der osmanisch-russische Vorfrieden von San Stefano revidiert. Die beginnende Konferenz unter der Leitung von Otto von Bismarck sucht nach Lösungen für die Konflikte der Großmächte.
      • 30. Juli » Die deutsche Reichstagswahl wird nach zwei in diesem Jahr vorausgegangenen Attentaten auf den Kaiser Wilhelm I. von den Konservativen gewonnen, die nun eine Mehrheit für das vom Reichskanzler Otto von Bismarck gewünschte Sozialistengesetz finden können.
      • 26. August » Im westsibirischen Eismeer wird die Insel Ensomheden („Einsamkeit“) entdeckt.
      • 12. September » In London wird am Ufer der Themse ein ägyptischer Obelisk aufgestellt, einer der Nadeln der Kleopatra. Den Obelisken hatte Muhammad Ali Pascha im Jahr 1819 Großbritannien geschenkt, doch die Transportkosten wollte jahrzehntelang niemand tragen.
      • 14. September » Der Deutsche Sportverein Hannover wird als Deutscher Fußball-Verein Hannover gegründet. Er spielt Rugby und ist der älteste deutsche Rasensportverein.
    

    Gleicher Geburts-/Todestag

    Quelle: Wikipedia

    Quelle: Wikipedia


    Über den Familiennamen Verweij

    • Zeigen Sie die Informationen an, über die Genealogie Online verfügt über den Nachnamen Verweij.
    • Überprüfen Sie die Informationen, die Open Archives hat über Verweij.
    • Überprüfen Sie im Register Wie (onder)zoekt wie?, wer den Familiennamen Verweij (unter)sucht.

    Die Familienstammbaum Vijgh-Veröffentlichung wurde von erstellt.nimm Kontakt auf
    Geben Sie beim Kopieren von Daten aus diesem Stammbaum bitte die Herkunft an:
    H.J. van der Vijgh, "Familienstammbaum Vijgh", Datenbank, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-vijgh/I2946.php : abgerufen 31. Januar 2026), "Jan Verweij (1838-1878)".