Er ist verheiratet mit Marie-louise de Gonzague Glavany.
Sie haben geheiratet am 25. März 1904 in Lummel (B), er war 51 Jahre alt.
Woonde op kasteel Het Hamel, hij was een neef van Eugène van Willigen.
Op 1 mei 1865 werd, door de toenmalige eigenaar Eugène van Willigen, begonnen met de bouw van een nieuw kasteel - tegenover het oude gebouw - naar ontwerp van achitekt Grard uit Hasselt. Dit bouwwerk werd op het einde van de 19de eeuw vergroot met torens.
Na de bouw van het nieuwe kasteel werd het oude kasteel, met Vlaamse puntgevels, verbouwd en in gebruik genomen als wagenhuis en paardestallen, met achteraan een U-vormige boerderij.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het nieuwe kasteel Het Hamel afgebroken en het oude manoir werd in 1947-1950 verbouwd in klassieke stijl in opdracht van de eigenaar, baron Andr de Moffarts.
Henri en Hubert
Op 6 september 1852 kwam een zoon van Eugene en Adele in het kasteel van Schulen ter wereld: Henri van Willigen.15 Enkele jaren later, in 1857, volgde zijn jongere broer. Hubert.16 Over hun jeugd zijn weinig feiten bekend. Uiteraard genoten ook zij een elitaire, katholieke opvoeding, daarvan getuigen de lidmaatschapskaarten voor de beide broers van het 'Genootschap der Heilige Kindsheid'. Het lidmaatschap kostte elk kind vijf centiemen per maand, met dat geld richtte het genootschap in de wereld scholen op om kinderen een christelijke opvoeding te bezorgen." Net als hun vader groeiden ze vermoedelijk voornamelijk in de hoofdstad op, waar ze school liepen aan het Sint-Michielscollege. Henri deed vervolgens in het spoor van zijn vader universitaire studies te Namen en in Leuven rond 1870.18 Hubert bracht het schooljaar 1873-1874 door in het St. George's College in Croydon bij Londen, een vrij elitaire school opgericht door de Belgische Jozefietencongregatie. 19
In zekere zin lijkt het erop dat Henri en Hubert op het sociale vlak de vruchten konden plukken van het werk van hun vader en grootvader: voor de zonen was de politieke en bestuurlijke carriere veel minder een noodzakelijke voorwaarde om op de maatschappelijke ladder te klimmen en toegang te krijgen tot de hogere kringen. Integendeel, dankzij de inspanningen van hun voorouders (ook in economisch opzicht zoals verder zal blijken) behoorden zij in feite zelf al tot die kringen en werden ze als zodanig ook aanvaard. Oat blijkt heel goed wanneer we de sociale achtergrond van hun huwelijkspartners en de bred ere sociale netwerken waarin Henri en Hubert zich bewogen, bekijken.
Voor beide zonen geldt dat ze hun huwelijkspartner in het Brusselse milieu zochten en vonden, in tegenstelling tot hun vader die iemand uit de Oiestse burgerij had gehuwd. Henri huwde in 1876 in met de in Brussel geboren Marie Louise de Gonzaga Glavany, wiens vader Faustin
Glavany gevolmachtigd miruster van de Turkse sultan bij Leopold Il was. Hij ontwierp overigens ook een monument dat aan de ingang van het Suezkanaal moest kornen.r" De echtgenote van Hubert, Henriette Claes, had weliswaar een andere achtergrond, maar was evenmin van slechte afkomst. Zij was de dochter van Victor Claes en [eanne-Emilie t'Serstevens. Victor Claes stamde uit de Lembeekse farnilie van jeneverstokers en liet bij zijn do od in 1900 een immens fortuin na. Hij bezat een vrij groot kasteel, gelegen te Vinalmont, waar hij eveneens burgemeester was." Opnieuw zijn de gelijkenissen met de familie van Willigen niet ver te zoeken.
Noch Henri, noch Hubert ontplooiden een arnbtelijke loopbaan. Wel waren ze enigszins politiek actief, al moet hierbij aangestipt worden dat ze daarbij de carriere van hun vader niet overtroffen: geen van de beiden bracht het tot een nationaal mandaat. Of ze dit nastreefden is ook niet geweten. Wel kunnen we stellen dat de 'carriere' van Henri een duidelijk andere richting uitging dan deze van zijn vader en dat de zuivere politiek daarbij slechts een deel van het verhaal was. Zo werd Henri kort na het overlijden van zijn vader voor het eerst verkozen tot provincieraadslid en was hij ook burgemeester in Schulen en Lummen, terwijl Hubert slechts de functie van burgemeester van Schulen bekleedde. Henri was echter nog actief in tal van andere organisaties, waaronder katholieke genootschappen zoals de Virga Jesse te Hasselt. Eveneens was hij voorzitter van de conferenties van het Vincentiusgenootschap, een lekenorganisatie die zich richt op hulpverstrekking voor noodlijdenden, en voorzitter van de katholieke scholen in de parochie Lummen, te vergelijken met het hoofd van een inrichtende macht.i' Andere functies houden dan weer verb and met het landbouwgebeuren zoals het lidmaatschap van de 'landbouwcomice' en van de parochiale boerengilde aantonen.r' of het voorzitterschap van de lijfrentekas en het bestuursmandaat bij de paardenverzekering." Hoewel deze organisaties geen politieke partijen zijn in de strikte zin van het woord, had het lidmaatschap van Henri wel degelijk een politiek geinspireerde motivering, maar daar komen we in het volgende hoofdstuk nog op terug. Het overzicht van al deze mandaten en functies die Henri waarnam, leidt in ieder geval tot de belangrijke vaststelling dat de inhoudelijk klemtoon op het sociale dome in (onderwijs, hulpverstrekking) en op het landbouwbedrijf lag, en bovendien zeer sterk op het lokale vlak gericht was. Kortom, het 'profiel' van Henri week toch enigszins af van dat van zijn vader. Aangaande Hubert kunnen we stellen dat zijn 'profiel' gelijkaardig was aan dat van zijn broer. Zo was er behalve het burgemeesterschap ook het ondervoorzitterschap van het 'Werk der Weezen en Verlatene Kinderen' in het kanton Herk-deStad.25
Hun hele leven onderhielden Henri en Hubert nauwe banden met elkaar. Dankzij hun huwelijken en hun uitgebreide netwerken in de hoofdstad konden ze samen deel uitmaken van de high society, en hielden ze er een levensstijl op na die deze stand met zich meebracht. Een van de aspecten waarvan die evolutie goed kan worden afgelezen is de jacht. Van oudsher was de jacht een aristocratische activiteit bij uitstek. In de negentiende eeuw kwam hierin enigszins verandering en kon de gegoede burgerij die vorm van levensstijl ovememen.t" Ook de van Willigens beoefenden de sport. Over de jachtpartijen van Eugene is weinig bekend, maar verrnoedelijk waren ze nog relatief beperkt. De gegevens over de jachtpartijen van Henri en Hubert tonen daarentegen goed aan hoezeer hun sociale achtergrond ten opzichte van die van hun vader al was veranderd.
Dankzij de Turkse connecties van zijn schoonvader verkreeg Henri in 1884 een jachtpermissie voor de omgeving van Constantinopel.t' Ook in Duitsland ging hij op jacht." Het merendeel van de jachtpartijen vond echter in een georganiseerd verband plaats. De beide van Willigens waren immers medeoprichters van de Societe de Chasse des F6rets d'Anlier et de RuHes, opgericht in 1886. Het betrof een jachtgebied in de provincie Luxemburg, maar de zetel van deze maatschappij was gevestigd in Brussel. Het ging dus eigenlijk om een initiatief van de Brusselse beau monde, een sociale laag waar de van Willigens in verkeerden en zoals gesteld ook hun huwelijkspartners zochten. Van de andere stichtende leden waren er enkele enigszins verwant met de van Willigens, bijvoorbeeld Charles Claes, of Edmond t'Serstevens. Eveneens waren sommige medeoprichters van adel, zoals graaf Visart de Bocarme, of Charles della Faille de Leverghern.t" Ook van de Societe de chasse des Epioux waren Henri en Hubert lid.30
Tot 1891 bleven zowel Henri als Hubert gedomicilieerd in Schulen. Nadien verhuisde Henri naar het Hamel in Lummen, Hubert bleef in Schulen op het Gasterbos wonen. Uit de aangehaalde functies die Henri en Hubert bekleedden, zou men kunnen afleiden dat naar het einde van de negentiende eeuw toe, de band tussen de familie en Brussel minder sterk werd. Het klopt in ieder geval dat deze formeel gezien losser was en dat de focus van de activiteiten eerder op de Limburgse ruimte gericht was, maar dit is een eenzijdige benadering, die enkel een 'professioneel' perspectief neemt. Vanuit het sociale standpunt gezien bleef de hoofdstad erg belangrijk, hetgeen met verschillende argumenten gestaafd kan worden. De ontmoetingsplaats van de hogere burgerij en de adel was namelijk bij uitstek Brussel. De contacten met de regionale elite in het Limburgse konden de duurzame sociale verankering in de Zennestad niet vervangen, ze waren er eerder een aanvulling op. De belangrijke plaats die ook Henri en Hubert aan Brussel gaven, bleek niet alleen uit de achtergrond van hun echtgenotes, maar komt evenzeer tot uiting in het feit dat Henri zijn testament in de hoofdstad liet registreren " of in het aanhoudende lidmaatschap van de Concert Noble van Hubert tot aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog.32
Het huwelijk van Henri en Marie de Glavany bleef kinderloos. Henri overleed in 1904, zijn weduwe overleefde hem tot in 1942 en bleef al die tijd op het Hamel wonen. Hubert en Henriette Claes daarentegen hadden een dochter Jeanne, geboren in 1884. In februari 1908 verscheen zij op een bal ten huize de Villenfagne in Antwerpen, toen een jonge edelman haar bijna tegen het einde van het bal ten dans vroeg.33 De wals die erop volgde, zou ook haar leven een omwenteling bezorgen, want in augustus van datzelfde jaar vierde Jeanne in het kasteel van N ieuwenhoven haar verloving met baron Eugene de Moffarts.34 Kort daarop trouwde het paar. Wanneer Hubert van Willigen tien jaar later overleed, was hij de laatste mannelijke telg van zijn familie en stierf de Belgische tak van de familie met hem. Door de aderen van zijn nageslacht stroomde evenwel blauw bloed.
Overschouwen we deze korte verkenning van de geschiedenis van de Belgische van Willigens, dan kunnen we stellen dat de familie zich op drie generaties tijd succesvol van Nederlandse inwijkeling tot gevestigde elite wist op te werken. Daarbij valt over de generaties heen duidelijk op dat de familie haar wortels in wezen niet hoefde te verloochenen: haar katholieke achtergrond en de focus op bestuurlijk-politieke activiteiten bleven centraal staan. Bovendien bewoog ze steevast op twee terreinen: ze had lokale en regionale wortels in het Limburgse, maar had ook in de hoofdstad een blijvende vaste voet aan grond. Dankzij haar aanpassingsvermogen slaagde de familie er in rond 1900 goed geintegreerd te geraken in de haute bourgeoisie, waardoor ze ook in contact kwam met enkele adellijke families. Hierbij moet worden opgemerkt dat het doorgaans om vrij jonge en/of lagere adel ging, die voor de familie nog meer sociale opgang in het vooruitzicht stelde. Omgekeerd werden de van Willigens door hun succesvolle familiegeschiedenis ook voor de anderen interessantere huwelijkspartijen. Eugenes zus Stephanie huwde met baron de Stenbier, Huberts dochter Jeanne trouwde zoals aangehaald met baron de Moffarts. Het ging in deze gevallen dus niet om hoge adel, maar veeleer om adellijke families die net zoals de van Willigens deel uitmaakten van en gericht waren op een regionale elite.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Henri van Willigen | ||||||||||||||||||
1904 | ||||||||||||||||||
Marie-louise de Gonzague Glavany | ||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.