Er ist verheiratet mit Joanna Hendrik Florisdr De Bey.
Sie haben geheiratet am 31. Januar 1444 in Oostmalle.
Kind(er):
Hendrick de Bye heeft reeds bij zijn leven de halve heerlijkheid Oostmalle aan zijn schoonzoon overgedragen. Jan van der Schueren had sinds 12 maart 1452 "6 sisters rogs" te Ginneken gekocht van zijn schoonvader. Het huwelijk van Jan van der Schueren werd gezegend met twee zonen en drie dochters. Floris werd priester en Jan huwde met Ida Seveyns; de drie dochters verkozen de religieuze staat: Joanna en Georgia te Waalwijk en Margaretha in het klooster Sint-Catharinadal (1480-1535) buiten Breda, thans gelegen te Oosterhout. Volgens de genealogie Van der Schueren had Jan van der Schueren nog een derde zoon: Leonard genaamd, maar hij zou een "speciaal geval" zijn of een bastaard. Zijn nakomelingen wonen ook in Nederland, er is een genealogisch onderzoek gaande naar de geschiedenis van de familie Van der Schueren. Daar vier van hun kinderen religieuzen waren, hadden Jan en Joanna van der Schueren een origineel plan om de familie bij elkaar te brengen en tevens voor hun "oude dag" en voor hun "zielezaligheid" te zorgen. Het uiteindelijke doel was immers zoals het in het "commentarium" staat, op de regel van Sint-Augustinus: "ut in celesti regno simul maneamus" - "opdat wij samen in het hemelse rijk zouden verblijven". Het heerlijk hof te Oostmalle, een met water omringd perceel de Borcht genaamd, werd door het echtpaar Van der Schueren afgestaan om een klooster te stichten, op voorwaarde dat hun drie dochters: Joanna, Georgia en Margaretha daar zouden verenigd worden en dat zijzelf er tot aan hun dood zouden mogen wonen, samen met hun zoon-priester Floris, "in een huys met eenen redelyken wermoeshove". Een klooster stichten was niet zo eenvoudig. Kerkelijke en wereldlijke overheden moesten hun toestemming geven.De eerste toestemming die men moest verkrijgen was van paus Innocentius VIII, die de "bulle" verleende op 1 januari 1490. Deze belaste de Norbertijner abt van Sint-Michels te Antwerpen, Jan de Weert o. praem., met de uitvoering. De paus bepaalde dat de nonnen onder gehoorzaamheid zouden staan van de congregatie van het kapittel van Windesheim. Uit de kloosters van dit kapittel moest een visitator aangewezen worden. Doch het waren de kloosters die bij het kapittel van Venlo waren aangesloten die een groot aandeel in de stichting van dit klooster hadden. Naast de gezusters Joanna en Georgia van der Schueren uit het Waalwijkse klooster, zouden dus nog enige andere nonnen van dezelfde orde, onder andere uit het klooster In Den Hage bij Helmond, geschikt bevonden moeten worden om een nieuw klooster te beginnen. Echter, Nazareth en het klooster In Den Hage (waarvan men overigens nog geen origineel stuk heeft gevonden met betrekking tot het klooster te Oostmalle) vielen onder het kapittel van Venlo, hoewel dit kapittel nauw bij het kapittel van Windesheim was betrokken. Het lag in de bedoeling dat ook Margaretha van der Schueren naar dit klooster zou worden overgeplaatst. Het maximum aantal nonnen werd vastgesteld op zevenentwintig, opdat de aanvragen van vrouwen de inkomsten van het klooster niet te boven zouden gaan. De abt van Sint-Michiels zal wel de familie Van der Schueren op de hoogte hebben gebracht van de last die hem was toevertrouwd. Nu diende de begiftiging notarieel geakteerd. De notariële akte van begiftiging werd verleden op 26 oktober 1491 te Hoogstraten voor notaris Johannes van Beka. Alle bezittingen (zoals te Gierle en Nijlen waar Jan van der Schueren uitgestrekte leengoederen bezat) en inkomsten en ook de heerlijke rechten over de halve heerlijkheid van Oostmalle gingen naar het klooster. De voorwaarden van Jan van der Schueren werden aanvaard en hij kreeg zijn "huisje met een tuintje", waarin hij met vrouw, zoon en schoonzoon mocht wonen. De kerk van Oostmalle, die toen toebehoorde aan de abt van Averbode, stelde ook haar voorwaarde. Deze hielden onder andere in: tienrecht, het bedienen van sacramenten, de begrafenissen, de sermoenen enzovoort. De bisschop van Kamerijk moest ook nog erkend worden, want in de vijftiende eeuw hing Oostmalle af van het bisdom Cambrai in Noord-Frankrijk. Op 20 mei 1493 stemde ook de bisschop van Kamerijk in met de stichting, nadat aan zijn voorwaarde werd voldaan, onder andere: bij zijn bezoek "naar zijn staat" ontvangen te worden. Op 28 mei 1493 kreeg alles zijn beslag, waarbij onder andere geregeld werd hoeveel het klooster aan de kerk moest betalen. Tevens mochten zij geen "reclame" maken en de pastoor geen "concurrentie" aandoen. Intussen waren ook de gezusters Georgia (Jorijn) en Joanna van der Schueren en de gezusters Heilwigis en Catharina Jacobs, geboren in het nabij Oostmalle gelegen Gierle, vanuit klooster Nazareth te Waalwijk naar Oostmalle vertrokken. Een derde persoon van de familie Jacobs, Barbara, zou ook nog in het Oostmalse klooster treden. In het dagboek van het klooster werd genoteerd: "In 'tjaer naer de geboorte Ons Heere 1491 is ons Clooster gefondeert in het Dorp van Oostmal ter eeren de Presentatie derAllerh. Maegd en Moeder Godts Maria, en Ste Anna, door den Heer Joannes van der Schueren Heer vant selve Dorp, ende jouff. Joanna de B/e syne Huysvrouwe. Daer syn in dit nieuw gefondeert Clooster gekomen vier geprofesside Religieusen uyt het Clooster tot Waelwyck, te weten Srs. Jorijn van der Schueren, Joanna van der Schueren beyde Dogters van onsen Fondateur, met Heilwigis en Katherijn Jacobs geboren tot Gierle. Anno 1493 den 8 junius is ons Clooster gewijd." Nu alle hindernissen genomen waren kon men een naam voor het nieuwe klooster kiezen. Het werd "Onze-Lieve-Vrouw-Presenteering-in-Templo". Aan het voornemen om Margaretha van der Schueren eveneens naar Oostmalle te plaatsen werd geen gevolg gegeven. Op 20 april 1496 schenkt haar vader nog eenrogge-rente op de Molengracht te Breda aan het toen nog Bredase klooster Sint- Catharinadal. Als eerste subpriorin werd aangesteld Georgia van der Schueren. In 1520 woedde de "haestige ziekte" te Oostmalle en het klooster werd niet gespaard. Drie bewoners van het klooster zijn door de pest overleden; een van hen was Georgia van der Schueren. Op vrijdag 5 juli, 's morgens om drie uur overleed zij, oud 50 jaar en in 1486 te Waalwijk geprofest. Zij werd als eerste ingeschreven in het obituarium van Onse-Lieve-Vrquw-Presenteering-in-Templo. Haar zuster Joanna werd de eerste procuratesse. Zij overleed op zondag 10 augustus 1539 in het vijftigste jaar van haar professie. De vierde non afkomstig uit het Waalwijkse klooster, Heilwigis Jacobs, werd na Georgia van der Schueren subpriorin. Zij overleed eveneens in het vijftigste jaar na haar te Waalwijk afgelegde professie, op zaterdag 15 juni 1532. De geschiedenis van het klooster te Oostmalle, later te Antwerpen, gaat verder met ups en downs. Voor de geschiedenis van het Waalwijkse klooster Nazareth is het niet meer van toepassing. Doch, het was een der hoogtepunten in de geschiedenis van Nazareth dat men een aandeel in mocht hebben in de stichting van het klooster te Oostmalle.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Joannes Van Der Schueren | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1444 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Joanna Hendrik Florisdr De Bey | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.