Er ist verheiratet mit Jacoba Mijnders.
Sie haben geheiratet am 7. August 1918 in Sassenheim, Zuid-Holland, Nederland, er war 44 Jahre alt.
Cornelis (ook wel Cornelius genoemd) van Rijssel is geboren in 1873 in de Haarlemmermeer, in een huis aan de ringdijk in sectie G, wat tegenwoordig de Cruquiusdijk tussen Vijfhuizen en de Cruquius is.
Cornelis is in 1893 in militaire dienst geweest. In de militieregisters wordt een korte omschrijving van zijn uiterlijk gegeven. Cornelis was 1.601 meter lang, had een ovaal gezicht, een ronde kin en een laag voorhoofd. Hij had grijze ogen, bruin haar en bruine wenkbrauwen. Neus en mond waren 'gewoon' en hij had een litteken op zijn voorhoofd. Cornelis is in 1918 op latere leeftijd getrouwd met Jacoba Mijnders, een winkelierster uit Sassenheim. Cornelis heeft in eerste instantie samen met zijn moeder bij zijn broer Jozef en zijn gezin op Lisserdijk 348 gewoond. Vanaf 1905 is hij echter met zijn moeder op Lisserdijk 399 gaan wonen. Na zijn huwelijk in 1918 is Jacoba Mijnders bij hem ingetrokken. Toen zijn schoonvader Gerrit Mijnders in 1919 kwam te overlijden, zijn zij korte tijd in Lisse gaan wonen op Kanaalstraat 268, waar schoonmoeder Josina Beijer bij hen introk. Vanaf 1921 zijn zij weer met haar teruggekeerd naar Lisserbroek, waar zij op Lisserdijk 525 zijn gaan wonen. Later zijn Cornelis en Jacoba weer naar Lisse verhuisd en zijn zij op Grachtweg 45 gaan wonen.
Cornelis was tot 1920 vervener van beroep en bezat een goed lopende veenderij, maar werd later bollenkweker. Hij bezat meerdere stukken land in Lisserbroek, o.a. aan de zuidkant tegenover de roversbroekpolder in Lisse. Verder had Cornelis weiland in roversbroekpolder en bezat hij twee huizen in de Wagenstraat. In 1920 verkocht hij een van deze huizen, welke ook een winkelpand omvatte, aan zijn neef Pieter van Rijssel. Na 1920 is Cornelis bloembollen gaan telen en had zijn bedrijf in de Kanaalstraat in Lisse.
Op maandag 4 juli 1910 heeft Cornelis aangifte gedaan bij de politie vanwege de verdwijning van zijn ijzeren boot in Lisserbroek. Deze gebruikte hij waarschijnlijk om de ringvaart over te steken naarde roversbroekpolder. De boot bleek echter niet erg ver weg te zijn, want deze werd een paar dagen later al gevonden onder een brug in de laatstgenoemde polder. In 1928 haalt hij de krant vanwege hetin bloei hebben van een vroege dubbel tulp van het soort "Couronne d'Or". Volgens het Leidsche Dagblad was hier 'een belangrijke som gelds voor geboden'.
Cornelis is uiteindelijk in december 1937 in Lisse komen te overlijden. Het bezit van zijn land is overgegaan op zijn weduwe Jacoba Mijnders en later op haar neef Johannes Cornelis Mijnders, winkelier in Lisse.
-Woonplaats: Lisserbroek, Lisse
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Cornelis van RIJSSEL | ||||||||||||||||||
1918 | ||||||||||||||||||
Jacoba Mijnders | ||||||||||||||||||