Besnijdenissen en geboorten bij de Portugees-Israelitische gemeente van Suriname, 1662-1866.
JMM 6 Tis 518 / 20-9-1757; Tweeling Rachel en David b.Binjamin Jesserun lobo. a1519
Almanak van Suriname, 1796.
Ontvanger der Cassas der Gemeente : David Jesserun Lobo.
143. (Grave) of the dignified and virtuous gentleman David Jessurun Lobo; in his lifetime manager of the holy parish "Beracha Ve Salom" and captain of the "Joodsch-Portugeesche divisie" in Suriname. Who died on the 6 Sivan 5576, the first day of Easter, corresponding with the 2 June 1816 at the age of 58 years and 6 months.
Manumissierekest Lobo inzake Mariantje (1817)
Aan den Hove van Politie
en Crimineele Justitie
der kolonie Suriname etc. etc. etc.
Geeft reverentelijk te kennen Aron Bueno de Mesquita, in relatie als straat voogd van de castice (vader blank, moeder mustice) meisje Mariantje, dogter van de mustice(vader blank, moeder mulat(vader blank, moeder zwart)) meid Saratje, behoord hebbende aan den boedel wijlen David Jessurun Lobo.
Dat gemelde mustice meijd Saratje, na het overlijden van voornoemde Lobo, aan heeren weesmeesteren (aan wien den boedel is gedevolveerd), heeft kennis gegeeven, dat haare dogter Mariantje door gezegde Lobo, aan nu wijlen M. Wageman, tot een presentwas gegee-ven om haar ten zijne kosten de schat van vrijdom te bezorgen, blijkens geproduceerde drie stuks verklaaringen, welke de suppliant de vrijheid neemt hier bij te annexeeren sub No. 1, 2 en 3, zo als weesmeesteren ook daar van notitie hebben genoomen, en zig bij memorie aan deese Hove geaddresseerd, en verzogt ……….. zo wel de mustice meijd Saratje, haare dogter, als andere slaaven, te mogen verhuure etc. uijtwijzens copie autentieq memorie hier annex sub N. 4.
Dat het gevolg daar van is geweest, dat Uw Edele Gestrenge WelEdele Achtbare gunstig heb-ben behaag, onder andere te disponeeren, dat voornoemde kastice kind Mariantje behandeld moeste worden als zij in het leeven ….. D.J. Lobo is geweest, volgens annexe extract uijt re-gister der notulen en resolutie van deeze Hove, sub N. 5.
Dat uijt de hier voorengemelde en overgelegde drie stuks verklaaringen afgegeeven door J. Pinto da Fonseca en huijsvrouw A.J. da Costa, en J-b Wolff de Meza, zal UwEdele Gestrengen ontwaaren hoe nu wijlen D. J. Lobo voornoemd kastice meijd Mariantje aan M. Wageman heeft present gedaan, onder deeze beding, omme haar ten zijne kosten de schat van vrijdom te geeven, waar voor gemelde M. Wageman ook pligts halven heeft bedankt, en dat zulx nu (het zij met alle eerbied gezegd) niet anders zoude kunnen uijt gelegd worden dan als een donatie.
Weshalven is de suppliant in relatie voornoemd te raaden geworden zig bij deezen tot Uw-HoogEdele Gestrengen en Wel Edele Achtbaare te keeren, ootmoedigst verzoekende dat het UHoog Edele Gestrenge en Edele Achtbare gunstig behaagen mogen, heeren weesmeesteren te authoriseeren om voorszegde het kastice meisje Mariantje, dogter van de mustice meid Saratje, aan de suppliant overtegeeven en haar als geweesene slaaf van den boedel wijlen D.J. Lobo te ontslaan, ten eijnde bij geleegenheid de noodige brieven van vrijdom voor haar van deezen hoven te verzoeken. En is de suppliant hier op eene gratieuselijk dispositie aller eerbiedigst imploreerende etc.
Paramaribo den 27 augustus 1817
Aron Bueno Demesquita
Het Hof steld deze in handen van Heeren Gecommiteerden tot de zaken van de Weeskamer om consideratien en advies.
Paramaribo 27 augustus 1817
C.R. Vaillant
Ter ordonnantij van den Hove
P.J. Changuion
De bijlagen geligt
Paramaribo den 15 september 1817
Aron Bueno Demesquita
Aan den WelEdelen Gestrenge
Heeren J. Bruijning,
H.L. Perret Gentil,
Gecommiteerde Raden tot de
Zaken van de Weeskamer.
Wel-Edele Gestrenge Heeren!
Ter voldoening aan UWel Edele Gestrengen begeerte omme de gevoelens van den ondergetekendens intewinnen, op zekere rekweste van Aron Bueno de Mesquita, als straatvoogd van de castice meisje Mariantje, behorende aan den boedel David Jessurun Lobo, zullen den ondergetekendens, de eer hebben UwelEdelens het volgende voortedragen.
Dat zij zich geensints parthij stellen onder approbatie van UwelEdelens, in het verzoek van den suppliant, aangezien zulks meer tot voordeel van den boedel Lobo zal strekken vermits dat daardoor den gemelde boedel in preferentie zoude kunnen wordengebragt, en ten eerste aflopen, gemerkt de meeste schuldenaren dien boedel z……………..de ad een pct1 smaand, en volgens reeds gedaane handtekening van de opgekomene crediteuren blijkt, dat gemelde boedel insolvent is en versoekende den ondergetekendens omme wanneer den Edele Achtbaa-re Hove in het verzoek van den suppliant mogte consenteren, als dan tot menagement van kosten, den ondergetekendens te authoriseeren, omme de moeder van gezegde meisje genaamt
Saraatje, …..haare nog resterende twee castice kinderen bij namen, Rebekka en Daniel (welke laaste genoemde onlangs geboren) publiekelijk te mogen verkopen ten einde voorschreve boedel zonder verzuim in preferentie te brengen.
Vertrouwen den ondergeteekendens bij deeze hunnen pligt te hebben nagekomen.
Waarmeede wij ons met de meeste eerbied noemen.
Wel Edelen Gestrenge Heeren
U WelEdele Gestrenge DienstWillige Dienaren.
Paramaribo den 29e augustus 1817
Monsontafils
(………)
M. Naar
(cap. weesm.)
1 pct: procent
________________________________________
Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 444, inventarisnr. 698, sessie augustus 1817, bijlage 40/ nr. 110/ DK:444.698.8.40.demesquita-lobo
In deze akte van 1817 is er sprake van een Saratie met dochter Mariantje, die uit de boedel van de in 1816 overleden DJ Lobo voor vrijkoop is geschonken aan M Wageman.
Manumissierekest Jessurun Lobo inzake Saratie (1817)
Aan Zijn Exellentie den Hoog Edele Gestrenge Heer mr. Cornelis Rijnhard Vaillant, Gouverneur Generaal ad-interim der kolonie Suriname mitsgaders opperbevelhebber van de land en zeemagt in dezelve etc. etc. etc.
Bij non sessie van den Edele Achtbaare Hove van Politie en Crimineele Justitie der voorsz. kolonie etc etc.
Geeft met alle eerbied te kennen Aron Bueno de Mesquita.
Dat de mustice (1/4) meijd Saratie, behoord hebbende aan nu wijlen David Jessurun Lobo, hem suppliant heeft ter handen gesteld drie onderscheidene verklaaringen afgegeeven door J-k Pinto da Fonseca en deszelfs huijsvrouw A.J. da Costa en J–b Wolff Demeza, als ook extract resolutie van de Edele Achtbaare Hove van Politie en Crimineele Justitie deezer kolonie, wel-ke de suppliant de vrijheid neemt hier bij eerbiediglijk te annexeeren.
Dat in de maand junij A…(1816 ?)… gemelde D.J. Lobo ab intestato is overleeden en uijt dien hoofde dezelfs boedel en nalatenschap in handen van heeren Weesmeesteren der Portugeesche Joodsche Gemeente is gedevolveerd, zo als hij ook de nalatenschap voormeld hebben doen inventarisseeren. Dat bij die geleegendheid gemelde mustice meijd aan hun Edelens heeft kennis gegeeven dat nu wijlen D.J. Lobo aan nu wijlen M. Wageman haare kind genaamd Marjantje, heeft persent gedaan om haar de vrijdom te geeven, en alzo zij aan den suppliant heeft verzogt voor de belanges van voormelde kind in regten waar te neemen vermits zij nog geen persoon aldaar is.
Weshalven de suppliant zig bij deeze met alle reverentie tot U Hoog Edele Gestrenge Heer is keerende, ootmoedigst verzoekende hem suppliant tot straat voogd over de castice(1/8) meisje genaamd Marjantje dogter van de mustitie meijd Saratje te willen stellen, ten eijnde de nodige addressen namens gemelde castice kind te kunnen doen.
En is de suppliant hier op eene gratieuze dispositie aller eerbiedigst imploleerende etc.
Aron Bueno Demesquita
Annexe bijlagen geligd
Paramaribo den 13 augustus 1817
Aron Bueno Demesquita
________________________________________
Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 444, inventarisnr. 698, sessie augustus 1817, bijlage 12/ nr. 110 / DK:444.698.8.12.demesquita-lobo
Manumissierekest : Lobo inzake Mariantje (augustus 1817)
Aan den Hove van Politie en Crimineele Justitie der kolonie Suriname etc. etc. etc.
Geeft reverentelijk te kennen Aron Bueno de Mesquita, in relatie als straat voogd van de castice (vader blank, moeder mustice) meisje Mariantje, dogter van de mustice(vader=blank, moeder=mulat(vader=blank, moeder=zwart)) meid Saratje, behoord hebbende aan den boedel wijlen David Jessurun Lobo.
Dat gemelde mustice meijd Saratje, na het overlijden van voornoemde Lobo, aan heeren weesmeesteren (aan wien den boedel is gedevolveerd), heeft kennis gegeeven, dat haare dogter Mariantje door gezegde Lobo, aan nu wijlen M. Wageman, tot een presentwas gegeeven om haar ten zijne kosten de schat van vrijdom te bezorgen, blijkens geproduceerde drie stuks verklaaringen, welke de suppliant de vrijheid neemt hier bij te annexeeren sub No. 1, 2 en 3, zo als weesmeesteren ook daar van notitie hebben genoomen, en zig bij memorie aan deese Hove geaddresseerd, en verzogt ……….. zo wel de mustice meijd Saratje, haare dogter, als andere slaaven, te mogen verhuure etc. uijtwijzens copie autentieq memorie hier annex sub N. 4.
Dat het gevolg daar van is geweest, dat Uw Edele Gestrenge WelEdele Achtbare gunstig hebben behaag, onder andere te disponeeren, dat voornoemde kastice kind Mariantje behandeld moeste worden als zij in het leeven ….. D.J. Lobo is geweest, volgens annexe extract uijt register der notulen en resolutie van deeze Hove, sub N. 5.
Dat uijt de hier voorengemelde en overgelegde drie stuks verklaaringen afgegeeven door J. Pinto da Fonseca en huijsvrouw A.J. da Costa, en J-b Wolff de Meza, zal UwEdele Gestrengen ontwaaren hoe nu wijlen D. J. Lobo voornoemd kastice meijd Mariantje aan M. Wageman heeft present gedaan, onder deeze beding, omme haar ten zijne kosten de schat van vrijdom te geeven, waar voor gemelde M. Wageman ook pligts halven heeft bedankt, en dat zulx nu (het zij met alle eerbied gezegd) niet anders zoude kunnen uijt gelegd worden dan als een donatie.
Weshalven is de suppliant in relatie voornoemd te raaden geworden zig bij deezen tot Uw-HoogEdele Gestrengen en Wel Edele Achtbaare te keeren, ootmoedigst verzoekende dat het UHoog Edele Gestrenge en Edele Achtbare gunstig behaagen mogen, heeren weesmeesteren te authoriseeren om voorszegde het kastice meisje Mariantje, dogter van de mustice meid Saratje, aan de suppliant overtegeeven en haar als geweesene slaaf van den boedel wijlen D.J. Lobo te ontslaan, ten eijnde bij geleegenheid de noodige brieven van vrijdom voor haar van deezen hoven te verzoeken. En is de suppliant hier op eene gratieuselijk dispositie aller eerbiedigst imploreerende etc.
Paramaribo den 27 augustus 1817
Aron Bueno Demesquita
Het Hof steld deze in handen van Heeren Gecommiteerden tot de zaken van de Weeskamer om consideratien en advies.
Paramaribo 27 augustus 1817
C.R. Vaillant
Ter ordonnantij van den Hove
P.J. Changuion
De bijlagen geligt
Paramaribo den 15 september 1817
Aron Bueno Demesquita
Aan den WelEdelen Gestrenge
Heeren J. Bruijning,
H.L. Perret Gentil,
Gecommiteerde Raden tot de Zaken van de Weeskamer.
Wel-Edele Gestrenge Heeren!
Ter voldoening aan UWel Edele Gestrengen begeerte omme de gevoelens van den ondergetekendens intewinnen, op zekere rekweste van Aron Bueno de Mesquita, als straatvoogd van de castice meisje Mariantje, behorende aan den boedel David Jessurun Lobo, zullen den ondergetekendens, de eer hebben UwelEdelens het volgende voortedragen.
Dat zij zich geensints parthij stellen onder approbatie van UwelEdelens, in het verzoek van den suppliant, aangezien zulks meer tot voordeel van den boedel Lobo zal strekken vermits dat daardoor den gemelde boedel in preferentie zoude kunnen wordengebragt, en ten eerste aflopen, gemerkt de meeste schuldenaren dien boedel z……………..de ad een pct1 smaand, en volgens reeds gedaane handtekening van de opgekomene crediteuren blijkt, dat gemelde boedel insolvent is en versoekende den ondergetekendens omme wanneer den Edele Achtbaa-re Hove in het verzoek van den suppliant mogte consenteren, als dan tot menagement van kosten, den ondergetekendens te authoriseeren, omme de moeder van gezegde meisje genaamt
Saraatje, …..haare nog resterende twee castice (vader=blank, moeder=mustiec) kinderen bij namen, Rebekka en Daniel (welke laaste genoemde onlangs geboren) publiekelijk te mogen verkopen ten einde voorschreve boedel zonder verzuim in preferentie te brengen.
Vertrouwen den ondergeteekendens bij deeze hunnen pligt te hebben nagekomen.
Waarmeede wij ons met de meeste eerbied noemen.
Wel Edelen Gestrenge Heeren
U WelEdele Gestrenge DienstWillige Dienaren.
Paramaribo den 29e augustus 1817
Monsontafils
(………)
M. Naar
(cap. weesm.)
1 pct: procent
________________________________________
Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 444, inventarisnr. 698, sessie augustus 1817, bijlage 40/ nr. 110/ DK:444.698.8.40.demesquita-lobo
Overlijdensadvertenties en Onbeheerde Boedels
nr.5275; datum: 02-06-1816 Overledene: Lobo, David Jessurun Lobo. Begraven: Joden Savanne overleden. Aanmerkingen: Ab intestato. Boedel aan de Onbeheerde Boedels Kamer gedevolveerd en door Weesmeester genaderd. OVADV.
***
143. (Grave) of the dignified and virtuous gentleman David Jessurun Lobo; in his lifetime manager of the holy parish "Beracha Ve Salom" and captain of the "Joodsch-Portugeesche divisie" in Suriname. Who died on the 6 Sivan 5576, the first day of Easter, corresponding with the 2 June 1816 at the age of 58 years and 6 months.
***
nr5275 +02-06-1816 Lobo, David Jessurun Lobo; Joden Savanne overleden. Ab intestato. Boedel aan de Onbeheerde Boedels Kamer gedevolveerd en door Weesmeester genaderd. OVADV.
Uit: Wat overbleef van ... Jodensavanne ; door FRED. OUDSCHANS DENTZ.
Grafsteen tekst van - David Jesserun Lobo Sr. :
743. Do Digno & Valerozo / Sr. David Jessurun Lobo / Em Sua Vida Regente / Da Santa CongTega / B. V. S. & Capitao da Divizao / Judaica Portugeza / em Surinam / Faleceu em 6 Sivan 5576 / Sendo premeyro Dia da / Festa de Sebuhoth / Corr.de a 2 Junho 1816 / Da
Idade De / 58 Annos & 6 Mezes
Er ist verheiratet mit Hanna del Prado.
Sie haben geheiratet rund 1792 in Paramaribo, Suriname.
Kind(er):
David de Binjamin, Jesserun Lobo | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1792 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hanna del Prado | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||