Jan van Heenvliet, Heer van Cattendijke, Stavenisse, Hundeloip (Hindelopen), Baljuw van Amstelland. Waterland en Zeevang, Admiraal en Maarschalk van Zeeland, werd op 19 April 1387 door Hertog Albrecht beleend met zeker ambacht in Zuid-Beveland, dat door de dood van Jan van Cattendijke aan Jan van Heenvliet gekomen was, doordat zijn moeder, Aleit van Borssele, Vrouwe van Cruyningen, er afstand van gedaan had. Aldus werd hij Heer van Cattendijke.
Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 9; p.346
[Heenvliet, Jan van (1)]
HEENVLIET (Jan van ) (1), ridder, heer van Kattendijke, Stavenisse en Hindeloopen, geb. omstreeks 1360, overl. tusschen 1408 en 1411, zoon van Jan en van Alyd van Borsselen .
- Hij werd 19 Apr. 1387 door hertog Albrecht verlijd met zeker ambacht in Zuid-Beveland (Kattendijke), hem aangekomen door den dood van Jan van Kattendijke, door afstand van zijn moeder Alida van Borsselen, vrouwe van Kruiningen (van Mieris , III, 472).
- 28 Mrt. 1396 koopt Jan v.H. van den hertog het land van Stavenisse en hetgeen heer Brusteyn van Herwijnen bezeten had; de hertog geeft aan de bewoners van Stavenisse vrijheid van tollen en andere voorrechten (van Mieris , III, 657).
- 11 Oct. 1404 beveelt en machtigt hertog Albrecht heer J.v.H. om de uitgorzen gelegen voor Stavenisse, geheten Kempe's hofstede en Zuidmoer, die hem en Albrecht van Arnemuiden, zijn mededeeler, toebehooren, uit te geven en te bedijken (Reg. II Hert. Albr. fol. 62 vo., Rijksarchief).
- In 1407 bevestigde hertog Willem dezen aankoop en geeft 27 Oct. van dat jaar aan Jan v.H.v. Kattendijke, die de ambachtsheerlijkheid van Stavenisse bezat, de hooge en lage heerlijkheid daarvan (van Mieris , IV, 88).
- In 1396 maakte Jan v.H. den eersten tocht naar Friesland mede; volgens het Wapenboek van Lion voerde hij in rood een aanzienden leeuw met een blanco schildje op de borst. Bij den tweeden tocht in 1398 wordt hij vermeld als baljuw van Amstelland, Waterland en de Zeevang en speelt een belangrijke rol. Met Gerrit van Egmond, baljuw van Medemblik, wordt hij tot admiraal der hertogelijke vloot benoemd, met bevel de Friezen afbreuk te doen op den stroom en in de zee, met dit voorbehoud, dat zij den hertog alle landen, sloten en heerlijkheden die zij bemachtigen, zullen overleveren (Schwartzenberg , Charterboek I, 267; E. Verwijs , De Oorlogen tegen de Friezen, p. LXIII, LXXVI). Dit is de eerste maal in 's lands historie dat de titel van admiraal werd verleend: de aanstelling was tijdelijk en slechts voor één tocht of expeditie bedoeld (de Jonge , Gesch. Ned. Zeew. I, 49-52). Einde Oct. of begin Nov. 1397 veroveren de beide admiraals Terschelling (Verwijs , p. LXVII). Ook den tocht van 1399 heeft Jan v.H. meegemaakt en 11 Mei van dat jaar werd hij door den hertog met Hindeloopen verlijd (a.v. 488, 522 en CVII).
Toen Jan van Arkel hertog Willem ontzegde en de burggraaf van Leiden 15 en 16 Juli 1405 namens den hertog de baanrotsen, ridders en knapen ter heirvaart opriep, moest ook Jan v.H. met 10 man voor zijn landsheer opkomen (van Mieris , IV, 20), terwijl hij ook 22 Oct. 1405 behoorde onder hen, die door den hertog voor Hagestein en Everstein werden opgeroepen (a.v. IV, 27, 28; Wagenaar , III, 371-375 en Bijvoegsels op W., 76-78). Boudijn en Floris van Borssele, broeders, kochten hun verplichtingen (40 man gedurende 6 weken) met geld af en 17 Aug.1405 erkenden Dirk van Borssele, heer van Zulen, rentmeester van Bewesterschelde, en Jan v.H. heer van Kattendijke, maarschalk van Zeeland, dat zij deze gelden hadden ontvangen. In 1408 was J.v.H. door den hertog belast met het nazien der grafelijkerekeningen; hij teekende de rekening van den rentmeester van Bewesterschelde, die op 8 Mei 1408 werd afgesloten en overleed niet lang daarna.
Jan v.H. was omstreeks 1385 gehuwd met Margaretha van den Coulster , dochter van Willem , kanselier van hertog Albrecht. Jan tochtte zijn gade met 100 dordtsche guldens 's jaars aan zijn ambachten, welke lijftocht door den hertog werd bevestigd (Reg. Lib. V, fol. 16 verso, Rijksarchief).
Uit dit huwelijk sproten o.a. drie zoons: Albrecht en Willem, die volgen, en Jacob , vermeld in 1418 en 1451.
-Zie: J.W. des Tombe in Navorscher (1904), 629-638. -Regt-
uit: Archieven.nl / 122 Heerlijkheid Heenvliet (en Ambacht)
Heer Hugo van Heenvliet werd opgevolgd door zijn zoon Jan van Heenvliet en van der Capellen, Ridder, Heer van Heenvliet en van Capelle van 1409 tot 1436.
Hij kocht van zijn neef, Zweder van Heenvliet, Blydestein. In 1404 werd hij door de Hertog beleend met de goederen van zijn overleden moeder, Elizabeth van Polanen, Vrouwe van Capelle. Evenals de meeste leden van de familie van Heenvliet had hij in de voortdurende burgeroorlog de zijde der Hoeken gekozen en hij wordt ook op 15 Augustus 1416 genoemd onder de edelen, die Hertog Willem VI beloven zijn dochter Jacoba van Beyeren als hun landsvrouwe te erkennen. Waarschijnlijk heeft hij in 1417 deze belofte dan ook gestand gedaan, doch toen de Bourgondiër Vrouwe „Jacop" eindelijk te machtig werd en hijzelf zijn einde voelde naderen sloot hij tenslotte een verdrag met Jacoba's erfvijand. 18 Februari 1436 consenteerde Hertog Filips van Bourgondië aan Jan van Heenvliet wegens ziekte en ouderdom, dat hij met zijn onderzaten vrij zal mogen wonen in het land van Voorne en onbeschadigd zitten, gedurende de „veede" tussen de Hertog en zijn nicht Jacoba. Na aldus Heenvliet te hebben bewaard voor verwoesting stierf hij in datzelfde jaar 1436, zonder de Heerlijkheid aan een zoon te kunnen nalaten. In 1392 was hij gehuwd met Heilwich van Borssele, dochter van Claes en van Janna van Zevenbergen. Volgens Gouthouven had hij een zoon Frank van Heenvliet, die vóór zijn vader overleed, en een dochter, die geestelijke zuster werd. *
Hiermede stierf het geslacht Van Voorne—van Heenvliet in rechte lijn uit. De oudste zoon van zijn zuster Elizabeth van Heenvliet, Jan van Cruyningen, werd in 1436 met de Heerlijkheid Heenvliet beleend. *
De zuster van Jan van Heenvliet van der Capellen, Elizabeth van Heenvliet, Vrouwe van Heenvliet, was n.l. gehuwd met Heer Adriaan van Cruyningen. Haar broeder Adriaan stierf kinderloos, en toen ook haar oudste broeder, de Heer van Heenvliet, geen opvolger scheen te zullen nalaten, moest de Heerlijkheid Heenvliet wel aan haar vervallen. De Heerlijkheid kwam zodoende in het geslacht der van Cruyningens, die snel in de gunst kwamen van het Bourgondische hof. Vóór 1436 was zijzelf als haar man, Adriaan van Cruyningen, reeds overleden, want hun zoon, Jan van Cruyningen volgde zijn oom als Heer van Heenvliet op, zoals hierboven werd vermeld.
Er ist verheiratet mit Margrete Willemsdr Coulster.
Sie haben geheiratet rund 1385.
(Molhuijs NNWB.dl.9. p346) Jan v.H. was omstreeks 1385 gehuwd met Margaretha van den Coulster , dochter van Willem , kanselier van hertog Albrecht. Jan tochtte zijn gade met 100 dordtsche guldens 's jaars aan zijn ambachten, welke lijftocht door den hertog werd bevestigd (Reg. Lib. V, fol. 16 verso, Rijksarchief). Uit dit huwelijk sproten o.a. drie zoons: Albrecht en Willem, die volgen, en Jacob , vermeld in 1418 en 1451.
Zie: J.W. des Tombe in Navorscher (1904), 629-638. -Regt-
Kind(er):
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Johan [Heer] van Heenvliet (van Kattendijke) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1385 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Margrete Willemsdr Coulster | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.