Schepenen van Heusden vanaf het jaar 1282. Geput uit het archief van Berne .
1375. Hacken van Boningen ende Ghodert Didderic Lubensoen.
1376. Jan Didderics soen van Well ende Didderik van den [Wyele ? ]
1382. Gheraet Wouters soen ende Jan Vennen Oeden soen .
uit: Beschryvinge der stadt Heusden ; JvdOudenhoven-1743
Lyste van de Heeren Magistraaten die van Jaar tot Jaar gediend hebben binnen Heusden, beginnende met den Jare Anno 1308.
Schepenen : Anno 1384. 1 Diderik van Wiele Roelofsz. ; 1 Jan Oedelszoon. ; 1 Geert Wouterszoon.
Anno 1390. : 5 Arent van Aule president. ; 6 Wouter van den Staele ; 2 Willem van Hedikhuysen. ; 2. Diderick van de Wiele Roelofszoon.
Rechtsbronnen van Woudrichem en het Land Altena ; deel 2 ; Mr K.N.Kortweg-1948
202. TEN OVERSTAAN VAN RECHTER EN HEEMRADEN VAN DE WERKEN DRAAGT DIEDERIK VAN DEN WIEL, ALS GEMACHTIGDE VAN WILLEM VAN OOSTERVANT, HEER VAN ALTENA, AAN DEN PRIOR VAN HET KLOOSTER MARIENDONK BIJ (OF MARIENCROON TE?) HEUSDEN ZEVEN EN TWINTIG MORGEN LAND IN EIGENDOM OVER. HIJ BELOOFT q.q. HET KLOOSTER GEDURENDE JAAR EN DAG TE VRIJWAREN.
- 1392 Juli 6. Ic Joest Westvelinc als een ghewaert richter in den ghericht van der Werken doe cont ende kenlijc allen luden, dat ic daer over ende aen was als een richter voerscreven ende met mi als heemraet in denselven ghericht Jan Bruustijnssone, Robbrecht Diddericssone, Daniel Backe ende Hughe Goeswijnssone, dat voer ons quam DIDDERIC VAN DEN WIEL RUTGHEERSSONE ende gaf een vrije ghift den prior der monyken van Huesden tot behoef des ghemeyns convents der monyken voerseyd van seven ende twintich merghen lants, gheleghen in den ghericht van der Werken, des sevcntien merghen lants gheleghen sijn aen die hoghe side van der Werken, daer Heynrics Bigghen erfnamen lant gheleghen is aen die een side oestwaert ende Wyerincswalle ende Willem Thonyssoens erfnamen lant aen die ander side westwaert, streckende van der Werken uut, alsoe groet ende alsoe cleyn alsi daer gheleghcn sijn, ende tien merghen lants gheleghen aen die leghe side van der Werken, daer Lodewijchs lant van der Werken Danckaertssoens gheleghen is aen die een side oestwaert ende ons liefs ende ghenadichs heren des graven van Oestervant ende here van den lande van Althena eyghendom aen die ander side westwaert, streckende van der Werken totter Vycen toe, alsoe groet ende alsoe cleyn alsi daer gheleghen sijn ende der vrouwen van Ryede plach te wesen ende den nonnen hadde ghegheven tot enen rechten testament. Ende dese voernoemde vrije ghift van den voerscr. lande gaf Didderic voerncemt totter monyken behoef voersz. bi beveel ende wille ons liefs heren van Oestervant vaerseyd ende van sijnre weghen, daer onse lieve here voerscr. sijn open brieve af seynde Didderic van den Wiel voern. daer hi Didderic voerseid in mechtichde onder sinen zeghel den monyken voornoemt een vrije ghift te geven van den voersprokenen lande, welc open brief beseghelt is met ons liefs heren zeghel van Oestervant voerscreven, dien wi richter ende heemraet voerseyd ghesien ende ghehoert hebben, daer wi heemraet voernoemt op wiseden een vonnisse met vollen ghevolch, dat Didderic van den Wiel voerscr. wael mocht geven een vrije ghift van den voersprokenen lande metten voerscr, brieve, open beseghelt met ons liefs heren ze.-hel voerseyd. Ende Didderic van den Wiel voornoemt verteech op dat voerghenoemde lant ende verhalmede daerna op tot des ghemeyns convents behoef van Huesden voerscr. van ons liefs heren weghen van Oestervant voerseyd. Ende Didderic van den Wiel voernoemt wart uut dcsen voerghenoemde seven ende twintich merghen lants ghebannen van ons liefs heren weghen van Oestervanz voerseyd ende die prior voern. in tot des ghemeyns convents behoef, als vonnisse der heemraet voerscr. wisede dat recht was. Voert quam Didderic van den Wiel voerscr, van ons liefs heren weghen van Oestervant voern. ende ghelovede den prior voerseid tot behoef des ghemeyns convents voerscr. dat voerghenoemde lant te waren jaer ende dach van ons liefs heren weghen voerseyd alse men erve sculdich is te waren binnen bans. Ende want ic Joest Westvelinc, richter voern., ende wi Jan Bruustijnssone, Kobbrecht Diddericssone, Daniel Backe ende Hughe Goeswijnssone, heemraet voerscr., selve op dese tijt gheen seghelen en hebben, soc hebben wi ghebeden ende bidden Bonden van der Werken Danckaertssone, dat hl desen brief open op ons beseghelen wille met sinen zeghele.
Ende ic Bonden van der Werken Danckaertssone voernoemt hebbe cm beden wille Joests Westvelincs, richters voernoemt, ende Jan Bruustijnssone, Robbrecht Diddericssoens, Daniel Bacs ende Hughen Goeswijnssoens, heemraet voerseyd, desen brief open beseghelt met minen zeghel.
In kennissen ende in ghetughe der waerheyt alrc zaken die voer ghescreven staen, ghegheven int jaer ons Heren dusent driehondert twee ende tneghentich, des Saterdaghes na sente Meertijnsdach translatio in den somer.
- Met uithangend zegel van Bouden van de Werken in groene was.
- Oorspr. - Archief van het klooster Mariëndonk buiten Heusden, no. 42,
- In dorso staat: littera de bonis an der Werken institucionis.
- Litt.: Inleiding, blz. 87.
Archieven van Kloosters Mariënkroon en Mariëndonk in Heusden, 1245 - 1631
nr.195 ; dd.1392-07-06.
1392 juli 6 (des saterdaghes na sente Meertynsdach Translatio in den somer)
Richter en heemraden van De Werken, Joost Westvelink / Jan Bruustynszn / Robbrecht Dirkszn / Daniël Hacke / Hugo Gooswijnszn, oorkonden, dat Dirk van den Wiel Rutgerszn, als gemachtigde van (latere graaf Willem VI) heer van Oestervant, heeft geschonken aan prior monniken van Heusden:
27 morgen in De Werken, afkomstig van vrouwe Van Riede en door haar geschonken aan nonnen in Heesbeen
- Origineel (inventarisnr 522)
- Met zegel Bouden van der Werken Dankartszn in plaats van rechter en heemraden
- Hieraan is gehecht de akte van 1495 augustus 11 (regestnr 1571)
- Kopie in groot cartularium (inventarisnr 120) pagina 30
- Gevidimeerd in Hollands Boek van Vidimus (inventarisnr 87) folio 85v
NB: Wellicht eender Didderic en Heinric ?
Rechtsbronnen van Woudrichem en het Land Altena ; Mr K.N.Kortweg-1948
237. DE RECHTER VAN EMMICHOVEN OORKONDT DAT, TEN OVERSTAAN VAN HEM EN HEEMRADEN, JACOB VAN DER DUYN AAN ROBBRECHT BOKELAER DEN GEHEELEN DORENBOSCH IN EIGENDOM OVERDROEG.
- 1408 November 13.
Ic Heinric van den Wiel, richter in den ghericht van Emmichoven, doe cont ende kenlic allen luden, die dezen brief zullen zien of horen lezen, dat ie daer over gheroepen was, als een richter, ende met mi Gheryt Arntszoen, Ghijsbrecht Gherytszoen, Jacop Janszoen ende Gheryt van Ganswijc, als heemrader, dat voer ons quam Jacop van der Dune ende gaf een vrije ghift heren Robbrecht Bokelaer, priester, van den alinghen Dorenbosch met alle zinen toebehoren ende hl zijn is, gheleghen in die Spijc, tusschen dat lant van Coudenhove aen die een zide ende dat lant, dat Houkens Blonde[.,]zoens kynder toebehoert ende Gheryt van Ganswijc met den loeten aen die ander zide, also groet ende also cleyn, als hi daer gheleghen is. Ende Jacop voernoemt verteech ende verhalmde op dit voerseyde erve tot behoef heren Robbrecht voernoemt ende gheloefde hem dit voerseyde erve te waren jaer ende dach, ~ls men een vrije eyghen erve sculdich is te waren, ende alle voercommer ende voerplicht af te doen, die hl met recht sculdich is af te doen, als vonnisse der heemrader voerscr. wijsde ende recht is.
In kennessen der waerheyt so hebbe ic, Heinric, richter voernoemt, dezen brief open bezeghelt met minen zeghele. Ghegheven int jaer ons Heren veertienhondert ende acht, op den dertienden dach in November.
- Zegel verloren.
- Oorspr. - Archief Altena, no. 106.
- Litt.: Inleiding, blz. 87.
uit: R.K. parochie Sint-Jan Geboorte, Vlijmen, 1365-1983 ; nr.8. 1411 aug. 2
Bernt van den Wyele en Didderic van den Wyele, schepenen in Heusden, verklaren dat jonkvrouw Meraude van Hemert, weduwe van Jan Knoden zoon van Gheerluck Knodenz van den Bossche, met haar voogd ten behoeve van de abdij van Berne afstand heeft gedaan van de erftijns en cijnshoenderen die haar echtgenoot bezat in de ban van Vlijmen.
Inv. nr. 330. Afschrift (1883) van het origineel door W. Hoevenaars. Het origineel van deze akte bevindt zich in het archief van de abdij van Berne, zie H. van Bavel, Regestenboek van het archief van de abdij van Berne 1400-1500. Met inleiding en indices (Heeswijk 1990), p. 12, nr. 557.
Archieven van Kloosters Mariënkroon en Mariëndonk in Heusden, 1245 - 1631
354 1411-08-14.
1411 augustus 14 (op Onser Vrouwenavond te uutgaende oegste) ; Schepenen van Heusden, Melis de Wilde en DIRK VAN DEN WIEL, oorkonden, dat Gerard van Bie Jacob Zegerszn, heeft overgedragen aan Jacob Doesburg: -4 morgen onder Oudheusden en Gaarsweide; waarna Jacob dit land weer aan hem heeft overgedragen tegen pacht van 1 mud rogge
- Gevidimeerd in akte van 1422 oktober 4 (regestnr 496)
BHIC ; Regesten nr.239 Kloosters Mariënkroon en Mariëndonk in Heusden, 1245 - 1631
nr.195 1392-07-06.
1392 juli 6 (des saterdaghes na sente Meertynsdach Translatio in den somer)
Richter en heemraden van De Werken, Joost Westvelink / Jan Bruustynszn / Robbrecht Dirkszn / Daniël Hacke / Hugo Gooswijnszn, oorkonden, dat DIRK VAN DEN WIEL RUTGERSZN, als gemachtigde van (latere graaf Willem VI) heer van Oestervant, heeft geschonken aan prior monniken van Heusden: - 27 morgen in De Werken, afkomstig van vrouwe Van Riede en door haar geschonken aan nonnen in Heesbeen
Origineel (inventarisnr 522) ; Met zegel Bouden van der Werken Dankartszn in plaats van rechter en heemraden
Hieraan is gehecht de akte van 1495 augustus 11 (regestnr 1571) ; Kopie in groot cartularium (inventarisnr 120) pagina 30 ; Gevidimeerd in Hollands Boek van Vidimus (inventarisnr 87) folio 85v
bron: Sceaux Armores -part 4 pag 253, (395) - J.Th.de Raadt 1898
(Wiele Rudolphe van den), 1309; Thierry (Diederick) van den Wijele, fils de Rudolphe, 1382, 91; Bernard van den Wijele, 1407 ; Thierry van den Wijele, 1421; tous échevins de Heusden (Brabant) : trois fers de moulin ; au franc-quartier brochant, conqué; au 1er, deux roues; au 2nd, plain (Malines) (voir Kuijst).
Kind(er):
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.