C.Huygens heer van Zuilechem.
1972 historisch jaarboek 1572 Leiden; blz 187
De oprichting van de Leidse universiteit in 1575 heeft een belangrijke impuls gegeven aan het Leidse drukkers- en uitgeversbedrijf.
De belangrijkste in Leiden werkzame graveur in de periode omstreeks 1600 was de hiervoor al meermalen genoemde Jacques de Gheyn (1565- 1629),43 geboren te Antwerpen als zoon van de glasschilder Jacques de Gheyn 1, die in 1580 in Utrecht woonachtig was. Aanvankelijk door zijn vader in hetzelfde beroep opgeleid, ging hij later, waarschijnlijk van ca. 1585 tot ca. 1590, in de leer bij de Haarlemse tekenaar en graveur Hendrick Goltzius. In 1591 was hij als zelfstandig graveur in Amsterdam gevestigd en vervaardigde daar prenten naar voorbeelden van o.a. Goltzius, Van Mander en Cornelis Cornelisz. van Haerlem, maar begon na enige tijd ook naar eigen ontwerpen te graveren. Weliswaar stond hij daarbij nog sterk onder invloed van Goltzius, maar langzamerhand
kwam hij tot de ontwikkeling van een eigen stijl. In 1595 trouwde hij met Eva Stalpaert van der Wiele, geboren in Mechelen, maar wonende in Den Haag;
werkte er voor prins Maurits en Frederik Hendrik
Uit: OUD-HOLLAND. - I 8 8 5. - Geschiedenis der Neder landsche Kunst, Letterkunde, Nijverheid, enz.
ONDER REDACTIE VAN Mr. N. DE ROEVER, Archivaris van Amsterdam. Derde Jaargang, 1885.
Ter Drukkerij van de Uitgevers Gebroeders Binger, Warmoesstraat, 174. — AMSTERDAM, 1885.
pagina 145: Jacob de Geyn x EvaStalpaert vandeWyele 1595
Uyt crachte van de acte notariael geteeckent bij de Wees van dato den laetsten Marty 1595 syn geboden ingewillicht van der puye deser stede aen Jaques de Geyn, woonende inde molensteech, en Eva Stalparts vandeWyele, won. inde Hage pres. Jan de VryeEgbertsz. enz. den i en aprilis 1595. (Extra ord. register v. huw. saecken.)
- Comp. voor my Nots. d'eersame Mr. Adriaen van den Bosch, Chirurgyn, inwoonder deser stede als man en voocht van Joffr. Anna de Gain ende heeft gemachtich gemaeckt Sr. Jaques de Gain, zijn swager, omme uyttenname van hem constituant te manen, eysschen en innen van een Albrecht Fock, in den Hage, sekere somme van hondert acht carolus gul: de, voorn, constituants huysvrouw competerende enz. (het slot ontbreekt maar 't blijkt dat de acte van April 1 594 is.) (Prot. Not. S. Henrix p. 190.)
-Sr Adrian Gole, Ebéniste, et sa familie en tout quatre personnes.
Sr. Jean Gole fris du susnommé et Graveur de tailles douces 1 ) une personne.
(Dénombrement de tous les protestants Refugiés de France a Amsterdam depuis Tan 1681, aan Burgem. aangeboden 24 Maart 1684.) 2 Nov. 1697. Begraven Walenkerk. Adriaan Gole, op de Leydsestraat tussen de Prinsegraft en d'eerste Leydse dwarsstraat, Leyt inde nieuwe Waendeling tegen de muer aen in Lr O. N". 8.
Er ist verheiratet mit Eva Stalpert van der Wiele.
Sie haben geheiratet April 1595 in Leiden, ZH, NL, er war 30 Jahre alt.
11 Febr. 1592. Compareerde voor mij Notario en de naergenoemde getuygen Anna de Gheyn, geassisteerd met Jaq. de Gheyn, haren broeder en gecoren vooght in desen, en maect machtig Sebastiaen de procureur te Utrecht. (Prot. Not. S. Henrix p. 190.)
Wyt crachte van de acte notariael geteeckent bij de Wees van dato den laetsten Marty 1595 syn geboden ingewillicht van der puye deser stede aen Jaques de Geyn, woonende inde molensteech, en Eva Stalparts vandeWyele, won. inde Hage pres. Jan de Vrye Egbertsz. enz. den i en aprilis 1595. (Extra ord. register v. huw. saecken.)
Kind(er):
Collectie Boijmans van Beuningen
Als leerling van de beroemde graveur Hendrick Goltzius bekwaamde de graveur (plaatsnijder) en (glas)schilder Jacob de Gheyn II – geboren in Antwerpen in 1565, maar vanaf 1605 tot aan zijn dood op 29 maart 1629 woonachtig in Den Haag – zich in de burijn- of kopergravure. Die had haar oorsprong in de versierselen van de harnassen en schilden van krijgslieden. Nu worden zowel Goltzius als De Gheyn gerekend tot de grondleggers van de kunst van de Gouden Eeuw (Barok) – het tijdperk van onder meerRembrandt, Rubens en Vermeer.
De tekenaar, graveur, prentuitgever en schilder Jacques de Gheyn II werd geboren in Antwerpen en was de zoon van de uit Utrecht afkomstige glas- en miniatuurschilder en graveur Jacques de Gheyn I (1537/38- 1581?), die zoals Karel van Mander in zijnSchilder-boeck vermeldt, zijn eerste leermeester was.1 Het is niet bekend wanneer de familie De Gheyn naar de Noordelijke Nederlanden emigreerde. In ieder geval werd Jacques de Gheyn II tussen 1585 en 1587 in het atelier van Hendrick Goltzius als graveur opgeleid.2 Vermoedelijk vertrok hij daar in 1588, om als graveur voor de Amsterdamse uitgevers Joos de Bosscher en Jan Pitten te werken. In 1592 begon De Gheyn in Amsterdam prenten uit te geven, vooral naar zijn eigen ontwerp. In deze periode kreeg hij de eerste officiële opdrachten voor het maken van prenten. In 1595 trouwde hij met Eva Stalpaert van der Wielen en verhuisde naar Leiden, waar hij contacten onderhield met geleerden van de Leidse universiteit. Kort na 1600 vestigde hij zich in Den Haag, waar hij in 1605 lid werd van het Sint-Lucasgilde en tot zijn dood woonde en werkte. Net als Goltzius stopte De Gheyn kort na 1600 met het graveren van prenten om zich op het schilderen te richten. Hij bleef echter wel prentontwerpen maken. Ook zijn zoon Jacques de Gheyn III (1596-1641) werd schilder en tekenaar.
Jacob de Gheyn – die voor zijn ‘Wapenhandelinghe’ het militaire leven aan het einde
van de 16de eeuw moest leren kennen – tekende in 117 gravures de verschillende individuele houdingen ten behoeve van de exercitie voor het laden en afvuren van een musket. Maurits gaf het boek cadeau aan bevriende staatshoofden, graven en legeraanvoerders. Hiermee bevestigde hij zijn reputatie als innovatief militair. Overigens was De Gheyn niet de enige die Maurits’ wapenhandelingen verluchtte met afbeeldingen. De exercitiereglementen van Maurits werden ook door de Duitse militairhistoricusJohann Jacob von Wallhausen (1580-1627) te boek gesteld in ‘Kriegskunst zu Fuß’ (1615) en ‘Kriegskunst zu Pferdt’ (1616). Wallhausen noemde Maurits zelfs een “minnaar van drillen”.
De Gheyn bracht de exercities uit Maurits’ tijd uitstekend in beeld en werkte, na diens dood in 1625, ook voor zijn jongere broer en opvolger prins Frederik Hendrik. De ‘Wapenhandelinge’ vormde zo een belangrijk deel van de legerhervormingen die Maurits vanaf het begin van de jaren ’90 van de 16de eeuw doorvoerde. Deze verbeteringen legden het fundament voor diens overwinningen tijdens de Nederlandse Opstand tegen de Spanjolen.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Jacob (II) [Graveur] de Gheyn | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1595 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Eva Stalpert van der Wiele | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.