Er ist verheiratet mit Maria Sleeswijk.
Sie haben geheiratet am 3. Juli 1791 in Tjerkgaast, er war 26 Jahre alt.
Hij is in 1783 naar Groningen gegaan en studeerde aldaar godgeleerdheid, omdat hij als niet-Lutherse zijn studie in Duitsland niet kon afmaken. Voor de families Cannegieter en Snethlage geldt een dergelijk verhaal.
Hij werd in 1788 predikant te Tjerkgaast, zijn bevestiging tot predikant in september 1788 werd daar 200 jaar later gevierd tijdens een grote Schönfeld-reünie. Vervolgens werd hij predikant te Lutjegast in 1793, 1794 Sleen, 1799 Nuis/Niebert, en in 1801 te Schüttorf net over de grens bij Oldenzaal.
Zijn laatste standplaats werd in 1802 Roderwolde: hoewel dit plaatsje slechts 142 inwoners had, was het een begeerde standplaats vanwege de geringe plichten en de rijkdom van de kerkelijke gemeente. In 1831 was hij de bouwheer van de nieuwe kerk: vanwege verzakking van de veengrond rond het kerkhof was het dorp eigenlijk al een km verder naar het zuiden verplaatst, de oude kerk werd afgebroken en in het huidige dorp werd een nieuwe kerk uit hetzelfde materiaal opgebouwd. Dominee Schönfeld schreef een brief aan koning Willem I voor steun hierbij en kreeg die ook.
Na 39 jaar in Roderwolde ging hij van uit daar in 1841 met emeritaat. Wellicht is hij te Borger overleden ten huize van zijn dochter Sara Johanna Elisabeth en schoonzoon Carl Friedrich Gaerthé, die aldaar arts was.
Kind(er):
Zoon van Johann Simon Christian Schönfeld en Anna Dorothea Piderit. Getrouwd op 3 juli 1791 te Tjerkgaast met Maria Sleeswijk (Joure 17 april 1774 – Roderwolde 6 mei 1840), dochter van Pieter Sleeswijk en Klaasken Gerbens, wonende te Lemmer. Zij kregen ELF kinderen (vijf zonen en zes dochters).
Hij is in 1783 naar Groningen gegaan en studeerde aldaar godgeleerdheid, omdat hij als niet-Lutherse zijn studie in Duitsland niet kon afmaken. Voor de families Cannegieter en Snethlage geldt een dergelijk verhaal.
Hij werd in 1788 predikant te Tjerkgaast, zijn bevestiging tot predikant in september 1788 werd daar 200 jaar later gevierd tijdens een grote Schönfeld-reünie. Vervolgens werd hij predikant te Lutjegast in 1793, 1794 Sleen, 1799 Nuis/Niebert, en in 1801 te Schüttorf net over de grens bij Oldenzaal.
Zijn laatste standplaats werd in 1802 Roderwolde: hoewel dit plaatsje slechts 142 inwoners had, was het een begeerde standplaats vanwege de geringe plichten en de rijkdom van de kerkelijke gemeente. In 1831 was hij de bouwheer van de nieuwe kerk: vanwege verzakking van de veengrond rond het kerkhof was het dorp eigenlijk al een km verder naar het zuiden verplaatst, de oude kerk werd afgebroken en in het huidige dorp werd een nieuwe kerk uit hetzelfde materiaal opgebouwd. Dominee Schönfeld schreef een brief aan koning Willem I voor steun hierbij en kreeg die ook.
Na 39 jaar in Roderwolde ging hij van uit daar in 1841 met emeritaat. Wellicht is hij te Borger overleden ten huize van zijn dochter Sara Johanna Elisabeth en schoonzoon Carl Friedrich Gaerthé, die aldaar arts was.
Hij was dominee achtereenvolgens te:
Tjerkgaast 28-09-1788 14-04-1793
Lutjegast28-07-1793 04-05-1794
Sleen11-05-1794 07-04-1799
Nuis/Niebert 17991801
Schüttorf (Schuttrop)17-05-180129-08-1802
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Johann Christoph Schönfeld | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1791 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Sleeswijk | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.