Er ist verheiratet mit Meinou Hermans.
Hij was het 8e en jongste kind.
Gerbrandt en Meinu hadden slechts een dochter, Lysabeth (te Enkhuizen begraven 2-9-1652). Deze trouwde met de zoutzieder Freek Freeksz Keetman (óf "Krimpen") in september 1601 te Enkhuizen. Hun kinderen kregen alle de naam Semeijn en het is hun jongste zoon Paulus Frederiksz Semeijn, wijnkoper te Enkhuizen, getrouwd met.Hendrikje Hendriks Wegewaert (uit het beroemde klokkengietersgeslacht!), die, te samen met Jan Hendriksz van Loosen op een stuk land de "Smeerweid" te Zwaagdijk (tussen de Zwaagdijk en de Leek) in 1658 de eendenkooi stichtte. Vanaf die tijd tot 1830 is deze "Vogelcoye" in handen van de Semeinsen geweest en daarna nog een eeuw van de fam. Groot. Een en ander is door de heer Brouwer beschreven in dl. IX van de bundel Hist. Gen. Oud Westfriesland (1935, blz. 116-120). Paulus Semeijn en Jan van Loosen behoorden tot de Enkhuizer regenten en zonder veel moeite verkregen zij de voor de kooi benodigde rechten die nog geëerbiedigd worden.
Het door Buyskes genoemde schepenvonnis Semeyns contra Buyskes dd. 3.9.1599 (Privilegie Semeyns No. 59) komt voor in Oud-rechterlijke archieven No. 4878 (schepenregisters) fol. 166, vo; de in no. 59 volgende acte, waarbij partijen zich onderwerpen aan de arbitrage van enige "goede mannen" dd. 29.1.1601, in Not. archieven no. 847 (protocol van Nots. Codde) fol 130 vo. In deze laatste acte heet hij Garbrant Symonsz. Semeyns en tekent Garben Symssen Symens.
In 2 acten, verleden voor Nots. Cloetenius op 16 en 25.6.1580 (Not. Archief 815, blz. 504 en 507), wordt geregeld de verkoop door Simon Meynertsz. (Semeyns) aan zijn "jonxte kyndt" Gerbrandt Simonsz. van een zoutkeet gelegen "bij westen Enchuysen aan de Zuiderdijk", koopprijs f 1500.-, en in de acte van 25 Juni wordt de vereffening der schulden aldus geregeld, dat slechts f 400.- later in mindering zal worden gebracht bij de verdeling van de nalatenschap van Simon Meynertsz. in verband met een huwelijksgift van f 1100,- aan elk van zijn andere kinderen uit hun moeders goed reeds door hem uitbetaald. Hij tekent hier Gerbrant Syms en is dan blijkbaar nog niet getrouwd.
De datum van zijn huwelijk met Meynu Hermans is niet gevonden.
In de "peylinge ofte visitatie" van de voorraden aan wollen lakens bij de lakenkopers dd. 11.10.1595 (Not. Archief 819, blz. 31, 151 en 239) komt hij voor als Gerbrandt Simonzoon Meyns, Gerbrandt Simo,nsz., Simon Meyns en Gerbrandt Simonsz. Sym Meyns. Men zou geneigd zijn hieruit te concluderen dat de familienaam Semeyns ontstaan is door samentrekking uit Simon Meinertsz.
In een protocol van Nots. Willem Cornelisz. int Wijnhuis (Not. Archief 837, fol. 383 vlg) komt hij in de jaren 1607-1610 voor als medeborg van Rijckelmoer Seywerts, weduwe van Reyner Rutgersz., wegens de betaling van een schuld van laatstgenoemde aan een Utrechts koopman Steven de la Faille. Hij ondertekent Garben Symssen Sijmeijns.
Notariële of andere acten, welke als bewijs kunnen dienen, dat Lysabeth Gerbrands een dochter is geweest van Gerbrand Simonsz. Semeyns en Meynu Hermansdr. werden niet gevonden, doch de juistheid dezer afstamming kan wel als zeker gelden. Allereerst kan gewezen worden op de doopinschrijvingen der kinderen van Freeck Freecksz. en Lysbefh Gerbrants: Herman, 23.6.1602, get. Meynu Hermandsdr.; Symon, 17.2.1605, get. Garbert Symonsz.; Gerrebrant, 4.9.1608, get. dezelfde: Pouwels, 29.5.1612, get. Meynu Hermansdr. Nog overtuigender is hetgeen uit de legger der graven van de Westerkerk blijkt. De tak van Gerbrand had in genoemde kerk verschillende graven in eigendom: in Zuidkapel de nos. 274 en 306, in het Middenschip nos. 267 en 392. Voor no. 274 zie het voorafgaande.
Graf 306 stond in 1635 op naam van Meynou Harmes en werd op 2.2.1637 door Freedrick Freedricksz. in vrije eigendom overgedragen aan Pieter Lieckelesz de Vries.
Graf 267 stond in 1635 op naam van Meynou Harmes, "komt dan toe Symen Freecksz. (broer van Pouwels Freecksz.) blijkens het transportboek fol. 46 vo", dan aan Gerbrandt Semeins, oud-schepen. Jammer genoeg is dit oudste transportboek der graven niet bewaard. Ook twee niet nader aangeduide kinderen van Pouwels Freecksz. werden resp. 18.4.1639 en 15.7.1641 in dit graf begraven.
Graf 392 behoorde aanvankelijk aan Gerbrand Simonsz. Semeyns, dan blijkens het transportboek fol 46 vo aan Harmen Freecksz. (oudste broer van Pouwels Freecksz.); in margine staat aangetekend "door ordre van Lijsbet Gerbrandts twee doden uit een graff Suydcap no. 306 hier ingebracht"; dit is hoogstwaarschijnlijk geschied begin 1637, toen laatstgenoemd graf werd verkocht, zie boven.
Sie haben geheiratet zwischen 1580 und 1584 in Enkhuizen, Nederland.
Kind(er):
Hij was het 8e en jongste kind.
Gerbrandt en Meinu hadden slechts een dochter, Lysabeth (te Enkhuizen begraven 2-9-1652). Deze trouwde met de zoutzieder Freek Freeksz Keetman (óf "Krimpen") in september 1601 te Enkhuizen. Hun kinderen kregen alle de naam Semeijn en het is hun jongste zoon Paulus Frederiksz Semeijn, wijnkoper te Enkhuizen, getrouwd met.Hendrikje Hendriks Wegewaert (uit het beroemde klokkengietersgeslacht!), die, te samen met Jan Hendriksz van Loosen op een stuk land de "Smeerweid" te Zwaagdijk (tussen de Zwaagdijk en de Leek) in 1658 de eendenkooi stichtte. Vanaf die tijd tot 1830 is deze "Vogelcoye" in handen van de Semeinsen geweest en daarna nog een eeuw van de fam. Groot. Een en ander is door de heer Brouwer beschreven in dl. IX van de bundel Hist. Gen. Oud Westfriesland (1935, blz. 116-120). Paulus Semeijn en Jan van Loosen behoorden tot de Enkhuizer regenten en zonder veel moeite verkregen zij de voor de kooi benodigde rechten die nog geëerbiedigd worden.
Het door Buyskes genoemde schepenvonnis Semeyns contra Buyskes dd. 3.9.1599 (Privilegie Semeyns No. 59) komt voor in Oud-rechterlijke archieven No. 4878 (schepenregisters) fol. 166, vo; de in no. 59 volgende acte, waarbij partijen zich onderwerpen aan de arbitrage van enige "goede mannen" dd. 29.1.1601, in Not. archieven no. 847 (protocol van Nots. Codde) fol 130 vo. In deze laatste acte heet hij Garbrant Symonsz. Semeyns en tekent Garben Symssen Symens.
In 2 acten, verleden voor Nots. Cloetenius op 16 en 25.6.1580 (Not. Archief 815, blz. 504 en 507), wordt geregeld de verkoop door Simon Meynertsz. (Semeyns) aan zijn "jonxte kyndt" Gerbrandt Simonsz. van een zoutkeet gelegen "bij westen Enchuysen aan de Zuiderdijk", koopprijs f 1500.-, en in de acte van 25 Juni wordt de vereffening der schulden aldus geregeld, dat slechts f 400.- later in mindering zal worden gebracht bij de verdeling van de nalatenschap van Simon Meynertsz. in verband met een huwelijksgift van f 1100,- aan elk van zijn andere kinderen uit hun moeders goed reeds door hem uitbetaald. Hij tekent hier Gerbrant Syms en is dan blijkbaar nog niet getrouwd.
De datum van zijn huwelijk met Meynu Hermans is niet gevonden.
In de "peylinge ofte visitatie" van de voorraden aan wollen lakens bij de lakenkopers dd. 11.10.1595 (Not. Archief 819, blz. 31, 151 en 239) komt hij voor als Gerbrandt Simonzoon Meyns, Gerbrandt Simo,nsz., Simon Meyns en Gerbrandt Simonsz. Sym Meyns. Men zou geneigd zijn hieruit te concluderen dat de familienaam Semeyns ontstaan is door samentrekking uit Simon Meinertsz.
In een protocol van Nots. Willem Cornelisz. int Wijnhuis (Not. Archief 837, fol. 383 vlg) komt hij in de jaren 1607-1610 voor als medeborg van Rijckelmoer Seywerts, weduwe van Reyner Rutgersz., wegens de betaling van een schuld van laatstgenoemde aan een Utrechts koopman Steven de la Faille. Hij ondertekent Garben Symssen Sijmeijns.
Notariële of andere acten, welke als bewijs kunnen dienen, dat Lysabeth Gerbrands een dochter is geweest van Gerbrand Simonsz. Semeyns en Meynu Hermansdr. werden niet gevonden, doch de juistheid dezer afstamming kan wel als zeker gelden. Allereerst kan gewezen worden op de doopinschrijvingen der kinderen van Freeck Freecksz. en Lysbefh Gerbrants: Herman, 23.6.1602, get. Meynu Hermandsdr.; Symon, 17.2.1605, get. Garbert Symonsz.; Gerrebrant, 4.9.1608, get. dezelfde: Pouwels, 29.5.1612, get. Meynu Hermansdr. Nog overtuigender is hetgeen uit de legger der graven van de Westerkerk blijkt. De tak van Gerbrand had in genoemde kerk verschillende graven in eigendom: in Zuidkapel de nos. 274 en 306, in het Middenschip nos. 267 en 392. Voor no. 274 zie het voorafgaande.
Graf 306 stond in 1635 op naam van Meynou Harmes en werd op 2.2.1637 door Freedrick Freedricksz. in vrije eigendom overgedragen aan Pieter Lieckelesz de Vries.
Graf 267 stond in 1635 op naam van Meynou Harmes, "komt dan toe Symen Freecksz. (broer van Pouwels Freecksz.) blijkens het transportboek fol. 46 vo", dan aan Gerbrandt Semeins, oud-schepen. Jammer genoeg is dit oudste transportboek der graven niet bewaard. Ook twee niet nader aangeduide kinderen van Pouwels Freecksz. werden resp. 18.4.1639 en 15.7.1641 in dit graf begraven.
Graf 392 behoorde aanvankelijk aan Gerbrand Simonsz. Semeyns, dan blijkens het transportboek fol 46 vo aan Harmen Freecksz. (oudste broer van Pouwels Freecksz.); in margine staat aangetekend "door ordre van Lijsbet Gerbrandts twee doden uit een graff Suydcap no. 306 hier ingebracht"; dit is hoogstwaarschijnlijk geschied begin 1637, toen laatstgenoemd graf werd verkocht, zie boven.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Gerbrand Simonsz Semeijn | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1584 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Meinou Hermans | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.