Familienstammbaum Seekles, vd Burgt, vd Ende, Janssen en Kwartiestaat van Petra van de Burgt » Martinus Adrianus van den Ende (1712-1763)

Persönliche Daten Martinus Adrianus van den Ende 


Familie von Martinus Adrianus van den Ende

Er ist verheiratet mit Ariaantje Pieterse van Etten.

Die Eheerklärung wurde am 15. Februar 1737 zu Naaldwijk, Zuid-Holland, Nederland gegeben.

Sie haben geheiratet am 3. März 1737 in Maasland, Zuid-Holland, Nederland.


Kind(er):

  1. Hubertus van den Ende  1747-1824 


Notizen bei Martinus Adrianus van den Ende

Martinus Adrianus van den Ende is het oudste kind van Ary van den Ende en Marietje Marckenburgh. Hij wordt in de rooms-katholieke kerk van Loosduinen gedoopt op 12 januari 1712. Hij zal dus een dag of een paar dagen daarvoor geboren zijn. Op 3 maart 1737 huwt Maarten Arienzn. van den Ende, zoals hij meestal in de stukken voorkomt, met Ariaentge Pietersdr. van Etten uit Maasland. Op 15 februari daaraan voorafgaand zijn zij in ondertrouw gegaan:
"Op den 15e Februari 1737 zijn door Joost van Adrichem en Pieter van den Velde Welgeboren mannen van Naaldwijk in wettige ondertrouw opgenomen Maarten Aryens van den Enden J.M. van Naaltwijk met Aryaantje van Etten J.D. van Maaslant. Verzoekende dat haar drie proclamatien behoorlijk plaats mogen hebben".
Ariaentge is in 1715 in Maasland geboren. De exacte datum is (nog) niet bekend.
In het gaardersboek (een gaarder is een belastingontvanger) van Maasland staat de verklaring van Ariaante van Etten dat zij behoort tot de klasse van f 3,= :
"Ik ondergeschrevene mij zullende begeeven ten huwelijkse staat met Maarten Arents van den Ende woonende tot Naaldwijk verklare mij selve aan te geven als gehorende onder Classis van drie gulden. get. Ariaante Pieters van Effen ".
In Holland bestaat in die tijd een belasting op welstand. De bevolking is daarvoor ingedeeld in vijf klassen. De laagste is de groep van onvennogenden; zij hoeven niets te betalen. De groep daarboven zijn de mensen die een bezit hebben van maximaal f 2000,=. Deze 'gegoeden' moeten bij een huwelijk of een begrafenis een tarief van f 3,= betalen. Tot deze categorie verklaart Ariaentge zich te behoren. Daaruit kan geconcludeerd worden dat zij enig bezit heeft, maar dat zij zeker niet rijk is. Toch hebben Maarten en Ariaentge kennelijk niet slecht geboerd, want bij Maartens dood in 1763 blijkt hij te behoren tot de klasse van f 6,= (m.a.w. hij is dan een "welgestelde" met een vermogen tussen de f 2000,= en de f 6000,=).
Lang niet altijd beoefent de oudste zoon hetzelfde beroep als zijn vader. Vaak is de vader nog te jong om zijn bedrijf aan de oudste zoon over te doen. Maarten is dan ook niet net als zijn vader schoenmaker geworden. Hij wordt bouwman, wat wil zeggen dat hij als landbouwer of boer de kost verdient.
Hij vestigde zich om zelfstandig te zijn als boer, in de heerlijkheid Zand Ambacht, die toen overigens nog onder de gemeente 's-Gravenzande viel.
Bij de doop van meerdere kinderen wordt gesproken over 'geboren in of aan de Opstal'. Dat gebied lag ten noorden van de huidige Opstalweg en het grensde aan of liep door in de huidige Hoge Geest en daarboven de Baakwoning. Dat dit sinds diens huwelijksdatum moet zijn geweest valt af te leiden aan het feit dat alle kinderen daar geboren zijn. Maar omdat dit gebied zo gevoelsmatig bij Naaldwijk hoorde, werd dikwijls vermeld 'geboren te Naaldwijk', begrijpelijk maar onjuist. Op zijn beurt zijn de zonen van Maarten van den Ende uitgewaaierd naar eigen bedrijven waarvan er een, Pieter geheten, de boerderij aan de Woertlaen weer in bezit kreeg.
Vanaf zijn huwelijk in 1737 tot zijn dood huurt hij van de rentmeester van de Nassause Domeinen een woning in het Opstal en ruim 33 morgen wei-, hooi- en teelland in het Opstal, Naaldwijk en Zandambacht.
Na zijn dood neemt zijn weduwe de huur over. In 1775 woont zij nog steeds in het Opstal. Dat blijkt uit een verklaring uit 1775 van haar schoonzoon Ary Pieterszn. Hofstede, waarin staat dat hij haar f 2200,= schuldig is.
Maarten en Ariaentge krijgen niet minder dan twaalf kinderen; ook voor die tijd bijzonder veel. Wel is er een aantal van hen heel jong gestorven, wat niet zo vreemd is, want de kindersterfte is in de achttiende eeuw nog zeer hoog. Hun kinderen zijn;
1. Maria, geboren in Naaldwijk en op 22 januari 1738 gedoopt in Loosduinen. Zij huwt in Naaldwijk op 26 april 1761 met Ary Pieterszn. Hofstede. Negen kinderen krijgen zij, waaronder een tweeling.
2. Catharina, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 30 maart 1740. Zij huwt op 23 oktober 1774 in Naaldwijk met Pieter Pieterszn. Kocks, die in Wateringen geboren is. Pieter Kocks is hoogstwaarschijnlijk van beroep broodbakker. Dat blijkt uit de publieke verkoop van zijn bakkerij in 1796.
3. Adrianus, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 22 november 1742. Hij huwt op 7 mei 1775 in Maasland met Jannetje van der Drift. Bij zijn huwelijk verklaart hij te behoren tot de derde klasse van f 6,=. Dat betekent dat hij op dat moment een bezit heeft tussen de f 2000,= en f 6000,=. Hij overlijdt op 22 mei 1817 in Naaldwijk. Uit het testament blijkt dat Arij en Jannetje geen kinderen hebben.
4. Pieter, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 7 november 1744. Omdat het volgende kind ook Pieter heet, zal dit kind vroeg overleden zijn.
5. Pieter, geboren in Naaldwijk (het Opstal) en gedoopt in Monster op 21 januari 1746. Hij trouwt op 1 maart 1772 in Naaldwijk met Aaltje Willemsdr. Kester uit Zandambacht. Zij krijgen drie kinderen. In 1775 wonen zij op de 'Boswoning' van het Huis van Honselersdijk. Pieter overlijdt op 4 juni 1797 en wordt op 8 juni op het kerkhof van Naaldwijk begraven. Volgens het testament woont het echtpaar dan niet meer op de 'Boswoning', maar op de 'Hoeve Kostverloren' aan de Groeneweg in Naaldwijk tegen de Maasdijk. Aaltje overlijdt op 19 januari 1824 .
6. Hubertus, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 30 september 1747.
7. Cornelis, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 27 oktober 1749. Ook hij zal heel jong overleden zijn, want het eerstvolgende jongetje dat na hem geboren wordt, heet ook Cornelis.
8. Catharina, gedoopt in Monster op 5 februari 1751. Zij trouwt op 2 februari 1777 als "Clazina" met Nicolaes Kocks uit Rijswijk.
9. Cornelis, geboren in Naaldwijk en als "Comelius" gedoopt in Monster op 22 juli 1752. Hij huwt op 26 april 1778 in Naaldwijk met Ariaante Willemsdr. Kester, zijn schoonzusje. Zij krijgen vier kinderen. Cornelis overlijdt al in 1786. Ariaantje hertrouwt op 30 maart 1788 met de weduwnaar Pieter Sprinkhuysen uit Naaldwijk. Zijzelf woont dan op de 'Baakwoning' in Monster. Uit dit huwelijk is in ieder geval nog één kind geboren: Adriana, gedoopt op 27 januari 1789.
10. Cornelia, gedoopt in Monster op 18 augustus 1753.
11. Nicolaas, gedoopt in Monster op 27 maart 1755.
12. Marijtje, gedoopt in Monster op 17 mei 1760.
Deze laatste drie kinderen lijken alle drie jong gestorven te zijn. Op 22 maart 1763 krijgt Maarten de laatste sacramenten, het sacrament van de stervenden (Extremis Muniti), toegediend. Op 4 april 1763 is hij overleden. Ariaentge overlijdt op 3 september 1792 in Kethel.
Maarten en zijn kinderen komen we nog een paar keer in de archieven tegen. Zo is hij in begin september 1740 ziek. De toestand laat zich kennelijk ernstig aanzien want op 9 september wordt aan het ziekbed een wederzijds testament opgemaakt door twee schepenen van Honsholredijk. Als voogden van de kinderen worden benoemd Maartens broer Cornelis en van moederskant Leendert Pieterszn. van Etten, broer van Ariaentge. Gelukkig voor hem, knapt hij weer op, maar of hij een goede gezondheid heeft gehad, valt te betwijfelen. Uiteindelijk wordt hij maar 51 jaar.
In 1754 heeft Maarten van den Ende wegens verpachting van een stuk aardappelland een bedrag van f 166,= te vorderen van een zekere Leendert van der Dussen. Deze zal het bedrag betalen in zes jaarlijkse termijnen. Blijkbaar wordt er door Van der Dussen niet betaald, want op 31 december 1756 worden er in opdracht van de schuldeiser, Maarten dus, twee huisjes in Naaldwijk publiekelijk geveild. De opbrengst van de verkoop is f 900,=, wat nogal veel is in vergelijking met de schuld, maar misschien had Van der Dussen nog meer betalingsproblemen. Op 1 april 1757 wordt deze zaak tenslotte afgewikkeld.
In het Rechterlijk Archief van Naaldwijk komen we nog een vreemd verhaal tegen. Op 13 oktober 1758 getuigen enkele inwoners van Naaldwijk en Honselersdijk,waaronder Maarten van den Ende, dat zij meermalen wijn gekocht hebben van de chirurgijn Hendrik Engelbregt. Zij betaalden daarvoor zeven of acht stuivers de fles. Zo heeft Maarten in de zomer van 1756 vier morgen hooigras te velde gekocht van Jan Dusaar en bovengenoemde Hendrik Engelbregt. Om op de koop een glas te drinken spreken zij af dat Maarten vier flessen wijn zal leveren en Jan Dusaar twee. De twee flessen van Jan Dusaar worden nog diezelfde dag bij Dusaar thuis opgedronken. Een tijdje later gaat Maarten van den Ende naar het huis van Jan Dusaar om het hooi af te rekenen, maar Dusaar is dan niet thuis. Daarop besluit Maarten naar Hendrik Engelbregt te gaan, waar even later Jan Dusaar ook langs komt. Als de vier flessen wijn ter sprake komen, zegt Hendrik Engelbregt dat hij ze wel leveren kan uit eigen voorraad en nog wel voor dezelfde prijs die hijzelf ervoor betaald heeft. Aldus geschiedt en ter plekke worden drie flessen opgedronken. De vierde fles neemt Maarten mee naar huis. Hoe dit verhaal verder afloopt, is onduidelijk. Maar in het archief zitten meer van dit soort verklaringen over verkoop van wijn door Engelbregt. Blijkbaar was dit verboden en dienden de getuigenverklaringen om het bewijs van een strafbaar feit te leveren.
Ook twee zonen van Maarten komen in het Rechterlijk Archief voor. Op 27 juni 1766 leggen Arie van den Ende en zijn broer Pieter, beide wonend in het Opstal, een verklaring af voor de schepenen van Naaldwijk. Dit gebeurt op verzoek van de rentmeester van de Nassause Domeinen. In augustus 1765 is Pieter aan het stekels (distels) uitsteken op het land van Zijne Hoogheid de Koning van Pruisen. Dit land wordt, zoals we al gezien hebben, via de Nassause Domeinen gehuurd door zijn moeder, de weduwe van Maarten van den Ende. Op een gegeven moment komt Dirk Valstar, de zoon van de buurman, vragen of hij de scheidingssloot tussen het land van zijn vader en het land van de Nassause Domeinen wat mag uitdiepen, omdat de koeien er steeds overheen komen en in de tuin van zijn vader lopen. Daarop antwoordt Pieter: "Ja, jij mag het wel wat opgooien ". Later hebben de beide broers geconstateerd dat de sloot ± drie voet (dus bijna een meter) is verbreed en dat dit volledig ten koste is gegaan van het land van Zijne Hoogheid. De versmalling van de sloot was echter juist ontstaan door bomen aan de kant van Valstar. Ook hebben de broers nog gezien dat in februari houtgewas op het land van Zijne Hoogheid door de
zoons van Valstar voor een gedeelte is gerooid, gehakt en geknot. Een paar dagen daarna is dat hout door een zekere Arij van Dop op drie boerenwagens naar het erf van Valstar gebracht en daar afgeladen. Verder hebben zij nog gezien dat de zoons van Valstar op 8 maart enig houtgewas hebben gerooid en dat dichter bij de scheidingssloot weer hebben ingeplant. Hoe deze kwestie uiteindelijk is afgelopen, is niet bekend.
In november 1804 laat de weduwe van Pieter van den Ende, Aaltje Willemsdochter van Kester een testament maken bij notaris Gijsbertus van Hasselt in Delft. Interessant is dat daar ook een inventaris bij zit van alle roerende en onroerende goederen met hun getaxeerde waarde. Deze inventaris geeft een goed beeld van hoe een boerderij in Delfland er rond 1800 uitzag. De boerderijen van Pieters vader, Maarten, zijn broer Cornelis en zijn neven (oomzeggers) Adrianus en Cornelis zullen niet wezenlijk anders van opzet en inrichting geweest zijn.
Aan onroerende goederen bezitten Pieter en Aaltje:
- een huis en een tuinland in Wateringen, groot één morgen en vierhonderd roeden. Het geheel is voor f 180,= per jaar verhuurd aan Ary de Munink.
- een stuk tuinland in Wateringen, groot twee morgen en vierhonderd roeden. Schoonzoon Ary Bruggeling huurt dit voor f 125,= per jaar. Samen wordt dit land getaxeerd op f 5500,=
- een stuk teelland, groot vijf morgen en vijfhonderd roeden in Naaldwijk, dat voor f 130,= per jaar verhuurd wordt aan Ary de Munink. Getaxeerd op f 3600,=. Waarom de 'Hoeve Kostverloren' hier niet bij staat is niet duidelijk, maar mogelijk wordt deze door hen gepacht.
Verder hebben zij een aantal Schuld- en Hypotheekbrieven uitstaan:
- ten laste van C. van Dijk f 2500,= à 3½%,
- ten laste van C.van Vugt f 500,= à 3½%,
- ten laste van Ary Hofstede f 700,= à 3%,
- ten laste van Frans van Hees f 500,= à 3%,
- ten laste van Klaas Kok f 2000,= à 3½%.
Aan obligaties hebben zij:
- ten laste van de "Rooms Catholieke Kerk" te Naaldwijk f 1000,= à 3%,
- als vooren f 200,= à 3%,
- ten laste van Pieter Sprenkhuizen f 2000,= à 3½%,
- ten laste van Michael van Paassen f 1000,= à 4%,
- ten laste van Joris Koppert f 1000,= à 4%,
- ten laste van Willem v.d. Drift f 2600,= à 3½%,
- ten laste van Cornelia v.d. Maarel f 1600,= à 3½%,
- ten laste van Joost van Dijk f 600,= à 4%,
- ten laste van Barend Kaeyman f 2000,= à 4%,
- ten laste van Ary Bruggeling f 600,= zonder interest.
Dan staat er iets merkwaardigs: gezien de geringe rente en de omstandigheden van sommige debiteuren zijn deze brieven niet veel waard. Voor de verdeling van de boedel worden zij pro memorie geraamd! Toch proberen mensen in de zeventiende en achttiende eeuw op deze wijze, -door aankoop van onroerend goed en door het uitgeven van schuldbrieven-, hun vermogen veilig te stellen. We hebben dit ook al zien doen door o.a. Annetge van Vliet, Arij en Maarten van den Ende.
Aan "Leevende Waar" bezitten Pieter en Aaltje:
- elf melk- en tien vaerskoeien, tesamen getaxeerd op f 1260,=
- vier hokkelingen (een hokkeling is een éénjarig kalf)
en drie kalveren f 88,=
- tien mestkalveren f 60,=
- elf paarden f 440,=
- dertig hoenders f 9,=
Volgens Van der Kooy, blz. 113, heeft de doorsnee Maaslandse boer in het midden van de negentiende eeuw zo'n dertig à veertig koeien. Dat klopt heel aardig bij Pieter. Hij heeft wel niet zoveel melkkoeien, maar bij elkaar toch 38 kalveren en koeien. Opmerkelijk is het grote aantal paarden. Voor een melkbedrijf zijn één of twee paarden normaal. Voor een landbouwbedrijf zijn vier à vijf paarden nodig. Pieter heeft dus echt veel paarden.
Aan "Bouwgereedschappen ":
- drie wagens f 180,= - een kraan f 2,= 10 st.
- een chais (een sjees ?) f 30,= - twee roomstaaven f 7,=
- een karn f 15,= - twee wastobben f3,=
- twee kamvatten f 30,= - vier wateremmers f 1,= 10 st.
- vier ploegen f 32,= - vier melkemmers f 3,=
- een zeeuwse egge f 13,= - twee spillen f 7,=
- vier paar eggen f 24,= - een heeve f 2,= 10 st.
- een sleede en een arresleede f 5,= - een windmolen f 7,=
- twee kruiwagens f 6,= - twee ladders f 7,=
- een borstelwagen (?) f 2,= - een aggelen (?) f 3,=
- twee span wagentuigen f 7,= - twee melkbakken f 0,= 6 st.
- een chaise tuig f 3,= - vijf zeeven f 7,=
- een karretuig f 1,= 10st. - een hoekstamper (?) f 1,=
- twee ploegtuigen f 8,= - vijftien halve hokken f 26,=
- een kaastafel f 1,= - acht hekken f 11,=
- een varkenstrog f 1,= - twee vlonders f 7,=
- een harp (een soort zeef) f 1,= 10st. - een partij grampels (een
- een hooygraaf (een soort grampel is de ketting
scherpe spade om een vak uit waarmee de koeien in de
een hooiberg te snijden) f 1,= stal vastgezet zijn) f 2,= 10 st.
- drie mestrieken f 1,= 10 st. - een partij klaaven
- vijfhooivorken f 1,= (klaaf is het halshout) f 1,=
- twee sloothaken f 1,= 8 st - drie rijven (een rijf is
- twee draagvorken f 1,= 10st. een houten hark met plat
- vijf koornvorken, drie klauwen, liggende tanden) f 0,= 10 st.
drie vlegels f 3,= - twee melkjukken f 1,= 12 st.
- tien melktesten f 1,= 5 st. - vijfmestplanken f 2,= 10 st.
- een botervloot f 1,= 10 st. - twee ragen f 1,= 10 st.
- veertig koornzakken f 16,= - twee bijlen f 0,= 16 st.
Aan "Provisiën ":
- een partij tarwe f 150,= - een partij turf en hout f 10,=
- een partij takkenbossen f 8,= - een partij vlees en spek f 15,=
Aan "Juwelen en Goud":
"De juweelen mitsgaders goud en zilverwerk tot deesen boedel op het overlijden van Pieter Maartense van den Ende behoort hebbende is door de Goud en Zilversmid Jacobus van Kuyk te Delft getaxeerd op vijfhonderd twee en tachtig gulden en tien stuiver volgens een specifici lijst daarvan bij hem uitgegeven. Dus! 582 - 10."
Aan "Meubilaire goederen en Inboedel":
Op de hoogkamer
- een ladetafeltje f 8,= - een bed met toebehoren f 45,=
- een spiegel f 3,= - een lessenaar f 2,=
- een beddepan f 1,= - acht stoelen f 6,=
- negen schilderijen f 6,= - een tafeltje f 1,=
- drie vakjes met porcelein f 21,= - twee stoelen met kussen f 3,=
- twaalf porceleinen borden f 6,= - een kastje f 3,=
- drie doosjes f 0,= 12 st. - vier blikken f 2,=
- een kabinet en Delfsch stel f 19,=
In de voorkeuken
- een bed met toebehoren f 32,= - ijzerwerk en vorken f 2,=
- een kast f 2,= - een voetebank f 1,= 16 st.
- een vak met schotels f 2,= - ijzerwerk en vorken f 3,=
- een "glaaze vakje" f 2,= - zeventien stoelen f 3,=
- een vakje met porcelein f 3,= - twee tafels f 1,= 10 st.
- zestien schotels f 1,= 12 st. - twee gordijnen f 0,= 6 st.
- twee schoorsteenkleden f 1,= - een klok f 5,= 10 st.
- twee paar gordijnen f 2,= - zes stooven f 0,= 8 st.
- een voetebank f 1,= 16 st. - een zwavelbak f 0,= 2 st.
In de knechtskamer
- twee bedden met toebehoren f 26,= - een bank f 0,= 3 st.
- twee paar gordijnen f 1,= 16 st.
In de meydekamer
- een bed met toebehoren f 14,= - een paar gordijnen f 0,= 12 st.
In het zomerhuis
- een vak met schotels f 2,= - een spiegel f 0,= 10 st.
- een schoorsteenkleed f 0,= 3 st. - een koffijmolen f 2,=
- een partij aardewerk f 3,= - twee lepelvakjes f 0,= 14 st.
Op de zolder
- een bed met toebehoren f 12,= - twee tafeltjes f 1,= 10 st.
- een kamergemak f 0,= 4 st. - twee tafelkleedjes f 0,= 12 st.
- twee lepelvakken f 0,= 4 st.
Het lijkt er op dat er één meid is en twee knechten, gezien het aantal bedden. Wel is er op zolder ook nog een bed, maar op zolder sliep ófnog een knecht óftijdelijk personeel, zoals bijvoorbeeld in de hooitijd een Brabantse of Duitse maaier. Wat dat betreft zijn Pieter en Aaltje misschien wat be- scheiden, want meestal hebben de boerderijen, in ieder geval in Maasland, minimaal twee knechten en twee meiden.
Aan "Kooper-, tin en ijzerwerk":
- een melkketel f 6,= - een ijzeren pot f 0,= 6 st.
- een kookketel f 5,= 10 st. - een tinnen bierkan f 0,= 18 st.
- een dito deksel f 3,= - twee kandelaars f 0,= 12 st.
- een dito deksel f 3,= - een deconfois (?) f 0,= 3 st.
- een dito deksel f 4,= - drie theebusjes f 0,= 6 st.
- een pandeksel f 1,= - een tinnen kom f 0,= 6 st.
- een theeketel f 2,= - 24 dito lepeltjes en
tien dito kleiner f 1,= 8 st.
- een dito f 1,= - twee dito trekpotten f 0,= 9 st.
- een dito f 0,= 12 st. - een peperdoos en meer f 0,= 5 st.
- een schenkketel f 1,= 4 st. - een rasp en beker f 0,= 5 st.
- een aspot f3,= - vijftien borden f 1,= 10st.
- een koffiekan f 1,= - een suiker- en tabakspot f 0,= 6 st.
Aan "Bed- en tafellinnen ":
- tien bedlakens f 15,= - zes kussensloopen f 3,=
- een tafellaken, zes servetten f 6,= - twintig servetten f 6,=
Aan "Mansklederen":
- een mansester (sic) camizool f 8,= - een zwarte lakenrok f 3,=
- een serge f 8,= - een cantonet (?) dito f 7,=
- drie hemdrokken f 12,= - negen hemden f 7,= 4 st.
- een dito f 10,= - vijf paar kousen f 1,= 10 st.
- een ketting serge dito f 2,= 10 st. - een korte rok f 3,=
- twee paar schoenen f 1,= 12 st. - twee hoeden f 2,= 10 st.
- een zware camizool, broek - vijf dassen f 2,=
en twee onderbroeken f 9,= 18 st. - vier zakdoeken f 1,= 8 st.
Aan "Vrouwe kleede":
- een corset f 0,= 10 st. - een zwarte japon f 3,=
- drie borstrokken f 1,= - een zwarte rok f 2,=
- drie schortekleeden f 2,= - twee dito f 3,= 10 st.
- negen hemden f 7,= 4 st. - een damasten dito f 4,= 10 st.
- twee paar schoenen f 1,= 8 st. - een dito f 9,=
- drie paar kousen f 1,= 10 st. - tien zijden dito f ?
- twee paar muilen f 1,= 2 st. - negen mantels in soorten f 45,=
- twaalf mutsen f 6,= 16 st. - vijf schoortekleeden f 7,= 10 st.
- zes zakdoeken f 1,= 12 st. - een regenkleed f 0,= 18 st.
- zes halsdoeken f 3,= 11 st. - vijf wollen rokken f 5,=
- vier hoeden f 5,= - twee schoudermantels f 7,=
- vier kerkboeken waarvan twee - twee gestreepte rokken f 3,= 10 st.
met slotjes f 6,= - twee keurslijven f 5,= 10 st.
Over de kleren van Aaltje kan nog opgemerkt worden, dat zij, ook in vergelijking, goed voorzien is. Zij heeft niet minder dan 22 rokken en 9 mantels. In een bepaald opzicht is zij nog ouderwets: zij draagt geen onderbroek. In een ander opzicht is zij modern: zij heeft een corset en twee keurslijven. Rijke vrouwen in de stad (bijvoorbeeld Delft) gaan in het laatste kwart van de achttiende eeuw onderbroeken dragen. Pas in de loop van de negentiende eeuw wordt dat gemeengoed. Hetzelfde patroon zien we met het corset en de keurslijven.Wat de "contante penningen" betreft wordt opgemerkt dat deze niet eens de kosten van de begrafe- nis van Pieter kunnen dekken. Een begrafenis in die tijd kan ongelooflijk veel kosten, zeker bij een rijker iemand. Er zijn rekeningen bekend o.a. ook uit Maasland waaruit blijkt dat er wel f 200,= wordt uitgegeven voor een begrafenis van een boer. Ter vergelijking, een ambachtsman verdient ± f 300,= per jaar! Het bezit van Pieter van den Ende en Aaltje van Kester wordt tenslotte vastgesteld op f 31.558,= en twaalf stuivers en daarmee behoren zij tot de hoogste welvaartsklasse.

Haben Sie Ergänzungen, Korrekturen oder Fragen im Zusammenhang mit Martinus Adrianus van den Ende?
Der Autor dieser Publikation würde gerne von Ihnen hören!


Zeitbalken Martinus Adrianus van den Ende

  Diese Funktionalität ist Browsern mit aktivierten Javascript vorbehalten.
Klicken Sie auf den Namen für weitere Informationen. Verwendete Symbole: grootouders Großeltern   ouders Eltern   broers-zussen Geschwister   kinderen Kinder

Mit der Schnellsuche können Sie nach Name, Vorname gefolgt von Nachname suchen. Sie geben ein paar Buchstaben (mindestens 3) ein und schon erscheint eine Liste mit Personennamen in dieser Publikation. Je mehr Buchstaben Sie eingeben, desto genauer sind die Resultate. Klicken Sie auf den Namen einer Person, um zur Seite dieser Person zu gelangen.

  • Kleine oder grosse Zeichen sind egal.
  • Wenn Sie sich bezüglich des Vornamens oder der genauen Schreibweise nicht sicher sind, können Sie ein Sternchen (*) verwenden. Beispiel: „*ornelis de b*r“ findet sowohl „cornelis de boer“ als auch „kornelis de buur“.
  • Es ist nicht möglich, nichtalphabetische Zeichen einzugeben, also auch keine diakritischen Zeichen wie ö und é.



Visualisieren Sie eine andere Beziehung

Die angezeigten Daten haben keine Quellen.

Historische Ereignisse

  • Die Temperatur am 12. Januar 1712 war um die 3,0 °C. Quelle: KNMI
  •  Diese Seite ist nur auf Niederländisch verfügbar.
    Van 1702 tot 1747 kende Nederland (ookwel Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden) zijn Tweede Stadhouderloze Tijdperk.
  • Im Jahr 1712: Quelle: Wikipedia
    • 29. Januar » In Utrecht beginnt ein Kongress europäischer Mächte mit dem Ziel, den Spanischen Erbfolgekrieg zu beenden. Der Friede von Utrecht wird als Ergebnis am 11. April des Folgejahres geschlossen, doch von Kaiser Karl VI. nicht akzeptiert.
    • 29. Februar » In Schweden folgt auf den 29. Februar noch der 30. Februar, um den Schwedischen Kalender wieder dem Julianischen Kalender anzupassen.
    • 12. März » Schweden wechselt zurück zum Julianischen Kalender. In Schweden ist das Datum der 1. März, der Tag davor war der 30. Februar.
    • 25. Juli » Die Zweite Schlacht von Villmergen wird von den Einheiten der reformierten Orte Bern und Zürich gewonnen. Die Schlacht gilt als entscheidend dafür, dass in der Schweizer Eidgenossenschaft die konfessionelle Parität möglich wird.
    • 11. August » Im Frieden von Aarau gewinnen nach dem Toggenburgerkrieg die protestantischen Kantone, namentlich Zürich und Bern, anstelle der katholischen Orte das Übergewicht in der Gemeinen Herrschaft.
    • 22. November » Am Queen’s Theatre in London findet die Uraufführung der Oper Il Pastor fido (Der treue Hirte) von Georg Friedrich Händel statt. Das Stück fällt in seiner Erstfassung durch und wird bereits nach sieben Vorstellungen abgesetzt.
  • Die Temperatur am 3. März 1737 war um die 8,0 °C. Es gab 7 mm NiederschlagDer Wind kam überwiegend aus Westen. Charakterisierung des Wetters: geheel betrokken. Quelle: KNMI
  •  Diese Seite ist nur auf Niederländisch verfügbar.
    Van 1702 tot 1747 kende Nederland (ookwel Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden) zijn Tweede Stadhouderloze Tijdperk.
  • Im Jahr 1737: Quelle: Wikipedia
    • 6. Februar » Am Kleinen Hoftheater in Wien erfolgt die Uraufführung der Tragikomödie Alessandro in Sidone von Giovanni Battista Bononcini.
    • 16. März » Mit der Unterzeichnung des Vertrages von Paris endet der formell unerklärte Spanisch-Portugiesische Krieg in Südamerika.
    • 17. September » Die Georg-August-Universität Göttingen wird als Universität im Geist der Aufklärung eröffnet.
    • 11. Oktober » Ein Erdbeben im Raum Kalkutta, Indien, fordert etwa 300.000 Tote.
    • 12. Oktober » Das musikalische Drama Lucio Papirio von Ignaz Holzbauer wird uraufgeführt.
    • 4. November » In Neapel wird mit Domenico Sarros Oper Achille in Sciro das Teatro San Carlo eröffnet, das zu diesem Zeitpunkt größte Opernhaus der Welt.
  • Die Temperatur am 4. April 1763 war um die 5,0 °C. Der Wind kam überwiegend aus Nordwesten bis Norden. Charakterisierung des Wetters: zeer betrokken. Quelle: KNMI
  • Erfstadhouder Prins Willem V (Willem Batavus) (Huis van Oranje-Nassau) war von 1751 bis 1795 Fürst der Niederlande (auch Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden genannt)
  • Regent Lodewijk Ernst (Hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel) war von 1759 bis 1766 Fürst der Niederlande (auch Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden genannt)
  • Im Jahr 1763: Quelle: Wikipedia
    • 27. Januar » Rio de Janeiro löst Salvador da Bahia als Hauptstadt des portugiesischen Vizekönigreichs Brasilien ab.
    • 10. Februar » Der Frieden von Paris beendet den Kolonialkrieg, insbesondere den Franzosen- und Indianerkrieg in Nordamerika, im Rahmen des Siebenjährigen Krieges. Frankreich verliert seine Kolonie Neufrankreich im heutigen Kanada und seine indischen Besitzungen an Großbritannien, dessen Imperium sich dadurch massiv vergrößert. Spanien tritt Florida an Großbritannien ab und erhält dafür das bisher französische Louisiana-Territorium.
    • 15. Februar » Preußen, Österreich und Sachsen schließen im sächsischen Schloss Hubertusburg den Frieden von Hubertusburg zur Beendigung des Siebenjährigen Krieges in Europa. Der Status quo vor dem Krieg wird wiederhergestellt und Preußen etabliert sich als europäische Großmacht.
    • 7. Mai » Mit einem erfolglosen Angriff auf Fort Detroit beginnt der Pontiac-Aufstand, eine große Revolte mehrerer Indianerstämme unter Ottawa-Häuptling Pontiac gegen die britische Kolonialherrschaft an den Großen Seen.
    • 24. Juni » Nach einem Pocken-Ausbruch in Fort Pitt schenkte Captain Ecuyer als Offizier des Kommandeurs der britischen Truppen, Sir Jeffrey Amherst, Ureinwohnern verseuchte Decken aus dem Lazarett. In sein Tagebuch schrieb er: ›Ich hoffe, es wird die erwünschte Wirkung haben.‹
    • 7. Oktober » Per Königlicher Proklamation beschränkt der britische König Georg III. das Siedlungsgebiet der amerikanischen Kolonien auf das Gebiet östlich der Appalachen.
  • Die Temperatur am 9. April 1763 war um die 4,0 °C. Der Wind kam überwiegend aus Nord-nord-west. Charakterisierung des Wetters: betrokken. Besondere Wettererscheinungen: noorderlicht. Quelle: KNMI
  • Erfstadhouder Prins Willem V (Willem Batavus) (Huis van Oranje-Nassau) war von 1751 bis 1795 Fürst der Niederlande (auch Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden genannt)
  • Regent Lodewijk Ernst (Hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel) war von 1759 bis 1766 Fürst der Niederlande (auch Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden genannt)
  • Im Jahr 1763: Quelle: Wikipedia
    • 15. Februar » Preußen, Österreich und Sachsen schließen im sächsischen Schloss Hubertusburg den Frieden von Hubertusburg zur Beendigung des Siebenjährigen Krieges in Europa. Der Status quo vor dem Krieg wird wiederhergestellt und Preußen etabliert sich als europäische Großmacht.
    • 23. Februar » Unter der Führung des Haussklaven Cuffy beginnt in der niederländischen Kolonie Berbice im heutigen Guyana in Südamerika ein Sklavenaufstand.
    • 27. April » Bei einem großen Treffen in der Nähe des Forts Detroit beschließen die Abgesandten mehrerer Algonkin-Stämme unter der Führung von Ottawa-Häuptling Pontiac den Aufstand gegen die britische Kolonialmacht an den Großen Seen.
    • 7. Mai » Mit einem erfolglosen Angriff auf Fort Detroit beginnt der Pontiac-Aufstand, eine große Revolte mehrerer Indianerstämme unter Ottawa-Häuptling Pontiac gegen die britische Kolonialherrschaft an den Großen Seen.
    • 24. Juni » Nach einem Pocken-Ausbruch in Fort Pitt schenkte Captain Ecuyer als Offizier des Kommandeurs der britischen Truppen, Sir Jeffrey Amherst, Ureinwohnern verseuchte Decken aus dem Lazarett. In sein Tagebuch schrieb er: ›Ich hoffe, es wird die erwünschte Wirkung haben.‹
    • 7. Oktober » Per Königlicher Proklamation beschränkt der britische König Georg III. das Siedlungsgebiet der amerikanischen Kolonien auf das Gebiet östlich der Appalachen.


Gleicher Geburts-/Todestag

Quelle: Wikipedia


Über den Familiennamen Van den Ende

  • Zeigen Sie die Informationen an, über die Genealogie Online verfügt über den Nachnamen Van den Ende.
  • Überprüfen Sie die Informationen, die Open Archives hat über Van den Ende.
  • Überprüfen Sie im Register Wie (onder)zoekt wie?, wer den Familiennamen Van den Ende (unter)sucht.

Geben Sie beim Kopieren von Daten aus diesem Stammbaum bitte die Herkunft an:
P.J. van de Burgt, "Familienstammbaum Seekles, vd Burgt, vd Ende, Janssen en Kwartiestaat van Petra van de Burgt", Datenbank, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-seekles/I320.php : abgerufen 24. Januar 2026), "Martinus Adrianus van den Ende (1712-1763)".