Op 23 juni 1816 werd het lijk van de Almelose procureur mr. Jan Dikkers uit een waterplas ter hoogte van de Braamhaarskamp te Delden opgevist. Vrijwel direct na de vondst van het lijk werd er al een schuldige aangewezen. Enige dagen daarvoor had Dikkers de inboedel van de uit Delden afkomstige failliete timmerman Gerrit Jan Pieperiet in het openbaar verkocht. Dikkers had de zaak zelfs zo hardhandig aangepakt, dat hij de petjes van de zoontjes van Pieperiet van hun hoofden aftrok om deze in het openbaar te verkopen. Nog dezelfde avond ging procureur Dikkers vanuit Delden via de Oude Deldenscheweg richting zijn woonplaats Almelo, waar hij echter nooit aan zou komen. Volgens de overlevering zou Dikkers in de buurt van het Tusveld te Almelo vermoord zijn. Er gingen echter ook geruchten dat hij in de omgeving van de boerderij van Ossenkoppele om het leven was gebracht. Na de moord zou het lijk naar de waterplas nabij de Braamhaarskamp gesleept zijn.
Aldus werd de timmerman Pieperiet als schuldige aangewezen en op het stadhuis van Almelo, waar tevens de gevangenis gehuisvest was, gevangen gezet. Samen met Pieperiet werd ook de Deldense klompenmaker Gerrit Roessing gevangen gezet.
Op 6 november 1817 werd Pieperiet in hoger beroep door de rechtbank te Zwolle schuldig bevonden aan ‘doodslag met voorbedachten rade’, en veroordeeld tot dood door ophanging. De medeverdachte Roessing werd echter vrij gesproken.
Een journalist schreef in de Overijsselsche Courant van 6 maart 1818 het volgende over de executie: ‘De executie maakte op de ontzettende menigte aanschouwers, welke van alle oorden waren zamengevloeid, om dit akelige schouwspel, waarvan alhier sedert ruim eene eeuw geen voorbeeld geweest was te zien, den diepsten indruk. Er heerschte eene onbegrijpelijke stilte, en alles is in de volkomenste orde afgelopen. Ik hoop, dat het heilzaam doel, hetwelk met het doel dier executie alhier beoogd is, volkomen zal zijn bereikt en dus de onbedachtzame menigte van het uitvoeren van wandaden, waarvan zij thans de gevolgen hebben kunnen zien, zal worden afgeschrikt.’ De laatste woorden van Pieperiet waren: ‘Ik ben onschuldig.’ Naar achteraf bleek was waarschijnlijk de al eerder genoemde Roessing de hoofddader. Hij zou in een kroeg met Pieperiet borrels gedronken hebben en Pieperiet opgestookt hebben om de procureur Dikkers eens een lesje te leren. Uiteindelijk zou het Roessing geweest zijn die Dikkers de dodelijke klap gegeven had! Na de (criminele) executie van een, waarschijnlijk onschuldig persoon, is er nimmer meer iemand in Almelo terecht gesteld
Oorzaak: vermoord
Er ist verheiratet mit Janna VASTERS.
Sie haben geheiratet am 6. Mai 1795 in Den Ham, Gemeente Twenterand, Overijssel, Nederland, er war 29 Jahre alt.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.