Cornelis was van aug. 1658 tot aug. 1661 veerman en pachter van het veer van de Royale Polder in Klundert op Strijensas n). Voor dit veer betaalde hij een pacht van fl. 300.- voor drie jaar. Hij sloot daarvoor een lening van fl. 600.- bij Pieter Jorissen, wonende "in den Keysers Croon" te Zevenbergen. Als onderpand stelde hij op 11 sep. 1658 zijn huis met stalling beneden de Zeedijk van de Royalen Polder, begrensd noord de Zeedijk, oost het huisje van Barend de Ruyter en zuid het land genaamd Lockengors (Moerdijk blz. 21). De resterende fl. 300.diende waarschijnlijk voor aankoop van één of meer vaartuigen.
Van 1664 tot 1671 was hij pachter met zijn schoonzoon Jacob Teunen. Volgens het weesboek van Klundert was op 3 juli 1673 Cornelis "onlangs aan het Posthuys overleden". Als kinderen werden genoemd: Stijntje, gehuwd met Jacob Teunen, veerman op 't Sas, en verder Adriaan, Jacobus, Geertruy en Jan g).
Er ist verheiratet mit Truijtje Jacobs (dr) Coppens.
Sie haben geheiratet am 15. Februar 1635 in Zevenbergen.
Kind(er):
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.