Nwe Z. Kapel
Sie ist verheiratet mit Jacob Ploos van Amstel.
Sie haben geheiratet.
Sara Rothé (1699–1751), kunstverzamelaar in Amsterdam, werd bekend als de samensteller en eigenares van twee 18e-eeuwse poppenhuizen in het Frans Halsmuseum te Haarlem en het Gemeentemuseum te Den Haag.
Sara Rothé trouwde op 16 februari 1721 met de zeer bemiddelde koopman Jacob Ploos van Amstel. Zij woonden in een huis aan de Keizersgracht te Amsterdam (tegenwoordig nummer 474), maar de zomermaanden brachten zij door aan het Spaarne bij Haarlem, in hun buitenplaats Klein-Berkenrode.
In 1735 schilderde Jurriaan Buttner het echtpaar, samen met (waarschijnlijk) Rothé's moeder. Rothé zit aan het klavecimbel. Ter gelegenheid van het25-jarig huwelijksfeest maakten familie en vrienden een boekje met 15 lofdichten; ook werd door Martin Holtzhey (1687-1764) een zilveren penning geslagen. De neefjes en nichtjes kwamen graag bij het echtpaar, dat bleek wel uit de gedichten.
Rothé was zeer ontwikkeld en had veel belangstelling voor de schone kunsten. Ze hield van borduren, kaartweven, muziek, schilderen en het samenstellen vanhaar twee poppenhuizen.
Rothé en Ploos van Amstel hadden zelf geen kinderen. Na de onverwachte dood van Rothé in 1751 erfden twee nichtjes van Ploos van Amstel, Willemina en Anna Margaretha, de poppenhuizen van hun tante. Een nazaat van Anna verkocht in 1939 een van de twee poppenhuizen aan de kunsthandel van Jacques Goudstikker. In 1943 kwam het in het bezit van de echtgenote van Piet Rienstra van Stuyvesande, die het in 1958 verkocht aan het Frans Halsmuseum.
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.