Familienstammbaum Lars Werner » Martijntje van SPARENBURG (-< 1756)

Persönliche Daten Martijntje van SPARENBURG 

  • Sie ist geboren.
  • Sie wurde getauft.
  • Sie wurde getauft.
  • Sie ist verstorben vor 1756.
  • Diese Information wurde zuletzt aktualisiert am 9. Juni 2015.

Familie von Martijntje van SPARENBURG

Sie ist verheiratet mit Erris van EKDOM.

Sie haben geheiratet am 28. Juni 1739 in Zeist (Utrecht, The Netherlands).


Notizen bei Martijntje van SPARENBURG


Bron: De Biltse Grift - september 1997 - Schippers in de Bilt door Lies Haan-Beerends.
Een beurtschipper was een officieel door de ambachtsheer aangestelde functionaris. Toen Mr. Antoni Keppel in 1715 de heerlijkheid Oostbroek en De Bilt kocht was Jan van Eist schipper van De Bilt. Na diens overlijden benoemde de ambachtsheer Mary van Sparenberg tot schipperse. Zij was de weduwe van Jan van Eist. De heerlijkheid Oostbroek en De Bilt werd in 1744 eigendom van J.H.van Ewijck. Hij was niet verplicht om Mary als schipperse aan te houden, maar zoals uit het onderstaande blijkt, bleef zij tot haar dood deze functie vervullen: Vermits het overlijden van Mary van Sparenberg het schippersampt van de Bilt is komen te vaceren hebben wij Johan Hendrik van Ewijck ambagtsheer van Oostbroek en de Bilt etc. daartoe provisioneeljk aangestelt, gelijk wij daartoe tot wederopseggens aanstellen, Ernst Venendaal, waarvoor denselven ons uyt eijgen, en vrijen wille als een recognitie aangeboden heeft jaarlijks te sullen betaelen de somma van veertig Caroly guldens √ج¨·Äö 20 sts yder, welke moeten voldaen werden binnen veerthien daegen naar elken verscheijndag, ingegaan sijnde den 29. January desesjaars 1748... In het onderschrift vermeldde Martijn, de vrouw van Ernst: √¨Dit merk x is gegeven bij mijn man Ernst Venendaal of van Ekdom√Æ.
Het trouwboek maakte duidelijk, dat Martijn bleek te staan voor Martijntje Sparenberg, naar alle waarschijnlijkheid familie van Mary, de overleden schipperse. Ernst, ook wel Erris of Arris genoemd, was de eerste officieel benoem de schipper uit het Biltse schippersgeslacht van Ekdom. Er zouden er nog diverse volgen. Ernst van Ekdom diende na korte tijd een klacht in bij de Ambachtsheer. Andere schippers zouden goederen vervoeren van en naar Utrecht, waardoor hij zich in zijn inkomsten zag beknot. Hij betaalde, zo zal hij gedacht hebben, niet voor niets f 40,- per jaar als recognitie. Ambachtsheer J.H.van Ewijck was het kennelijk met hem eens. Die diende een bezwaarschrift in bij gedeputeer de staten, welk college op 16 januari 1750 besloot: ìDe Gedeputeerden van de Staten Çs Lands van Utregt, interdiceren alle ende een iegeljjk/ buiten de ordinaris beëdigde Schipper of Voerman/ door den Ambagtsheer van de Bilt aangesteld! eenige Vragtgoederen en andere Thijnsbare waaren/ voor de respective In- en Opgesetenen onder de Bilt woonachtig/ in te laden/te vervoeren/ ofte bestellen/ ët zij van de Bilt naar Utregt, ofte van Utregt naar de Bilt, op poene van tëeIken reyse te incurreren een boete van vijftig Guldens, te appliceren het eene derde ten behoeve van den Armen van de Bilt, het andere derde ten behoeve van den benadeelden ordinaris Schipper in der tijd/en het laatste derde ten behoeve van den Aanbrenger/ boven de verbeurte van alzulken Schuvt/Wagen ofKarre/ waarmede voorsz. Vragtgoederen zullen gevoerd zijn...î
Al was de boete lang niet mis, toch was er in 1752 weer een geschil. Onderstaande getuigenverklaring werd d.d. 16april 1752 opgemaakt: .dat ik onderges(creven) J Arien Jansse Pappelendam schepen van Oostbrouk ende Bilt eenen Cornelis van Voort op den 12. April 1752 met sijn schuyt hebbe gevonden, leggende voer de hofstede van Mevrouw Brakonier onder de Bill (buitenplaats Arenberg) en komende van Utrecht, zijnde geladen onder anderen met ses vaten bier, een mand wijn, twee kindjes asijn, een vaatje seep en verders een partije huyscieraad, welke goederen ik voor een gedeelte hem heb sien lossen op gemelde hofstede...âˆšÆ Weer stuurde de ambachtsheer een rekest naar gedeputeerde staten, maar dit keer met minder succes. Ook de tegenpartij had een advocaat in de arm genomen. Een commissie, samengesteld uit leden van gedeputeerde staten, kreeg in juni 1752 de opdracht de zaak te onderzoeken en zo mogelijk in der minne te schikken, hetgeen in maart 1753 geschiedde. Gedeputeerde staten besloten, dat iedere inwoner van De Bilt een willekeurige schipper mocht verzoeken goederen te vervoeren, mits in de afgehuurde schuit geen tijnsbare waren of goederen voor derden werden verscheept.
Voor wie zouden de Biltse schippers goederen te vervoeren hebben gehad en w¬âˆ‘t zal er in die tijd voor vervoer per schip zijn aangeboden? De Geheimschrjver van de Staat en Kerken der Vereenigde Nederlanden, uitgegeven in 1759, verraadt ons voor wie er vervoerd zou kunnen zijn. Betreffende De Bilt staat daarin o.a. het volgende vermeld: √¨De Bewoonders van de Dorp, in winkeliers, nodige Ambachtslieden en andere, die door de Land-, Vee, Graan- en Vruchtbouw alhier een vrolijk en vergenoegt leven genieten, bestaande, zijn op omtrent 300 te tellen; wel te verstaan van den oudsten tot den jongsten toe. Deese gevoegt op de Opgezetenen van rondomme, binnen de Jurisdictie, en op 76 Huysgezinnen genomen (vijf Persoonen voor √©âˆš©n Huysgezin genomen) kan alsoo te zamen een getal van 680 uitbrengen.√Æ
Wat er zoal werd vervoerd is op te maken uit het ORDRE ofte REGLEMENT d.d. 23 oktober 1765.
Behalve de vrachtprjzen voor bier en wijn stonden in het Reglement o.a. vermeld de vrachtlonen voor stenen en dakpannen, voor mest, hout en koren. Het vrachtloon voor een mandje pijpen werd gevolgd door de vermelding wat het vervoeren van een ton teer kostte. Kortom, de te vervoeren goederen waren heel divers. Opmerkelijk is de vermelding van koper. Dat was bestemd voor de Vingerhoedsmolen, die zich ter hoogte van de Biltse sluis bevond. In het Reglement stond verder officieel beschreven, dat de schipper geacht werd op woensdag en zaterdag naar Utrecht te varen. Hij moest de avond te voren bij zijn schuit aanwezig zijn om de goederen in ontvangst te nemen. Op de woensdagen en zaterdagen diende hij uiterlijk om 9 uur ·Äòs morgens in Utrecht bij de aangewezen ligplaats aan de Oudegracht te zijn, vanwaar hij niet mocht vertrekken voor 12 uur ·Äòs middags. Hij werd geacht op zijn laatst om 5 uur middags in De Bilt terug te zijn om dan de bestelde goederen af te leveren aan de mensen die binnen het dorp woonachtig waren. Goederen die te zwaar waren, zoals bijv. een okshoofd wijn of een ton bier, dienden op kosten van de geadresseerden met het √¨KraankindâˆšÆ te worden gelost.
In 1786 moest de Biltse sluis vernieuwd worden. Dat bracht voor de schipper veel ongerief met zich mee.
Hij moest er gedurende de verbouwing twee schuiten op na houden. De goederen moesten van de ene
schuit op de andere worden overgeladen. Erris van Ekdom, nog steeds de officiële beurtschipper, verkreeg van schout en schepenen toestemming om gedurende de tijd dat de sluis niet te gebruiken was, de vrachtlonen te verhogen. Of deze vermoeiende periode de aanleiding is geworden van het feit,
dat in 1787 ÑErris van Ekdom zich in een Gasthuis gekogt en daardoor het Schippersamt van de Bilt vacant gemaakt heeftî, is niet te bewijzen, maar is wel aannemelijk. Hij had inmiddels bijna 40 jaar het
schippersambt bekleed en de jaren zullen zich hebben doen voelen.
Wulfert van Tammelen werd 22 oktober 1787 door de ambachtsheer als zijn opvolger benoemd. Ook Wulfert was de schrijfkunst niet machtig en tekende met een kruisje. In zijn aanstellingsakte was daarom de volgende zinsnede opgenomen: ìzal hij altoos imand van zijnent wegen, die behoorljjk leezen en schrijven kan, in zijne plaats ofnevens hem moeten stellen op zijne Schuit ten tijden plaatse bij ët Reglement bepaalt, om hierdoor zijn gebrek in ët leezen en schrijven te vergoede, op poene van op de eerste klagte deswegens, van zijn bediening ontzet le zullen worden.î
Wulfert was gehuwd met Dirkje Willemse van Ekdom, blijkens de stamboom van de familie
Van Ekdom een oomzegster van de vorige schipper. Het ambt bleef dus in de familie.
Wulfert overleed in 1788. In 1791 trad Dirkje voor de tweede maal in het huwelijk, ditmaal met Jacob Harskamp, die blijkens de belastingkohieren van 1795/1796 het schippersvak beoefende.
Al stonden in bedoelde kohieren de gebroeders Jan en Cornelis van Ekdom niet als schippers vermeld -zij werden daghuurder genoemd - uit andere gegevens blijkt, dat ook zij als schipper werkzaam waren.

Haben Sie Ergänzungen, Korrekturen oder Fragen im Zusammenhang mit Martijntje van SPARENBURG?
Der Autor dieser Publikation würde gerne von Ihnen hören!


Mit der Schnellsuche können Sie nach Name, Vorname gefolgt von Nachname suchen. Sie geben ein paar Buchstaben (mindestens 3) ein und schon erscheint eine Liste mit Personennamen in dieser Publikation. Je mehr Buchstaben Sie eingeben, desto genauer sind die Resultate. Klicken Sie auf den Namen einer Person, um zur Seite dieser Person zu gelangen.

  • Kleine oder grosse Zeichen sind egal.
  • Wenn Sie sich bezüglich des Vornamens oder der genauen Schreibweise nicht sicher sind, können Sie ein Sternchen (*) verwenden. Beispiel: „*ornelis de b*r“ findet sowohl „cornelis de boer“ als auch „kornelis de buur“.
  • Es ist nicht möglich, nichtalphabetische Zeichen einzugeben, also auch keine diakritischen Zeichen wie ö und é.

Die angezeigten Daten haben keine Quellen.

Über den Familiennamen SPARENBURG

  • Zeigen Sie die Informationen an, über die Genealogie Online verfügt über den Nachnamen SPARENBURG.
  • Überprüfen Sie die Informationen, die Open Archives hat über SPARENBURG.
  • Überprüfen Sie im Register Wie (onder)zoekt wie?, wer den Familiennamen SPARENBURG (unter)sucht.

Die Familienstammbaum Lars Werner-Veröffentlichung wurde von erstellt.nimm Kontakt auf
Geben Sie beim Kopieren von Daten aus diesem Stammbaum bitte die Herkunft an:
Bea Werner, "Familienstammbaum Lars Werner", Datenbank, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-lars-werner/I31069.php : abgerufen 6. Januar 2026), "Martijntje van SPARENBURG (-< 1756)".