Leo VI bijgenaamd: (Constantinopel? 866 - aldaar 11 mei 912), Byzantijnskeizer van 886 tot 912, uit de Macedonische dynastie, was de zoon van Basilius I en vader van Constantijn VII. Zijn temperament en de omstandigheden stonden een fortuinlijk buitenlands beleid in de weg: de Arabieren plunderden niet alleen Armenië en Noord-Syrië, maar beheersten de oostelijke Middellandse Zee; de Bulgaren, geleid door Simeon de Grote, die op een Bulgaars-Grieks keizerrijk aanstuurde, wogen in 894-896 tegen Byzantium op, ondanks de steun die de keizer van de Hongaren ontving, en drongen door in Servië en Macedonië. Leo´s binnenlandse politiek beoogde de keizerlijke alleenheerschappij te ontwikkelen en de themata (militaire bestuursdictricten) te vermenigvuldigen. Met de patriarch werden de verhoudingen bijzonder stekelig ten gevolge van Leo´s vierde huwelijk, een aangelegenheid waarbij de keizer overigens steun vond bij paus Sergius III. Zijn duurzaamste roem stoelt op zijn literaire activiteit (opgeleid bij patriarch Photius, schreef hij o.m. Problemata en Tactica, die voor de krijgsgeschiedenis zeer belangrijk zijn) en vooral op zijn wetgeving. Bracht hij zelf 113 Novellae op zijn naam, belangrijker nog is dat de herordening, aanpassing en vergrieksing van het Justiniaanse recht, reeds door Basilius I begonnen, door hem werd voltooid in de zes delen van de zestig boeken Basilica, een werk dat de Justiniaanse wetgeving voortaan als basis van het Byzantijnse rechtswezen en de rechtswetenschap verving. CD ROM Encarta encyclopedie Winkler Prins editie 1998
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.