geboren
Simon begon als winkelier te Sint Maarten. Daarna ging hij timmeren. In 1845 begonnen de werken van de Anna Paulownapolder. Groet bracht het daar tot keetbaas. Zijn spaargeld stak hij in een tapperij op een stukje grond in erfpacht bij de Van Ewijcksluis. Vrijdom van grondbelasting werd hem verleend bij resolutie van G.S. d.d. 15-03-1848 (R.A.H.). De indijking was vlot verlopen. De financiële problemen begonnen bij de exploitatie en de verdere inrichting. In 1851, het jaar dat het graven van sloten in de Oostpolder kwam stil te liggen, vertrok Groet naar Koegras. Kort tevoren was deze polder overgenomen van Domeinen door de schiedamse jenevermagnaat Loopuijt. Grondwerkers konden er aan de slag bij de uitvoering van het inrichtingsplan dat Loopuijts schoonzoon Cornelis van Foreest had opgesteld. De tapperij te Van Ewijcksluis deed Groet bij vertrek over aan Cornelis Smit Kzn. uit Nieuwe Niedorp (gd. 28-11-1802) die neveninkomsten vond in een landbouwbedrijfje en een stalhouderij, inspelend op het verkeer dat de veerdienst op Wieringen bracht. Het ethablissementstond bekend als 'Het Wieringer Veerhuis'. Ook het postverkeer met Wieringen dat voorheen via Den Helder liep ging gebruik maken van de veerdienst in Van Ewijksluis. Groet keerde rond 1860 terug naar de Anna Paulownapolder waar hij een baan kreeg als brievenbesteller.
(1) Er ist verheiratet mit Trijntje Plavier.
Sie haben geheiratet am 2. März 1837 in Texel, er war 25 Jahre alt.Quelle 2
(2) Er ist verheiratet mit Jannetje Visser.
Sie haben geheiratet am 12. Mai 1849 in Zijpe, er war 37 Jahre alt.Quelle 2
Kind(er):
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Simon (Sijmon) Groet | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1837 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Trijntje Plavier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1849 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Jannetje Visser | ||||||||||||||||||||||||||||||||||