Er ist verheiratet mit Baukje Reinders.
Sie haben geheiratet am 29. Mai 1735 in Hiaure, West-Dongeradeel, er war 26 Jahre alt.
Kind(er):
Jelmer Sikkes Steenhuisen is gedoopt op 22 februari 1709 te Uithuizermeeden als zoon van Sikke/Sicco Steenhuisen en Claeske Derks Schutting (bron: Rosenberg Data File op Rootsweb). Hij trouwt de eerste keer op 29 mei 1730 in Hiaure (Westdongeradeel) met Baukje Reinders, gedoopt op 26 oktober 1708 te Dokkum als dochter van Reinder Hayes en Trijntje Freerks (bron: parenteel van Reinder Hayes). Ze krijgen in Dokkum de kinderen Sicke (1730-<1734) en Trijntje (1732-<1739). In Grijpskerk worden vervolgens geboren Sicce (1734-1813), Reinder (1737-1787), Trijntje (1739-1812), Claaske (1743-1766), Dirk (1746-1785) en Frerik (1752). Dat betekent dat Jelmer en Baukjen tussen 1732 en 1734 van Dokkum naar Grijpskerk zijn verhuisd. Baukje overlijdt daar in 1763 (bron: diaconieboek Grijpskerk).
Op 30 maart 1766 hertrouwt Jelmer met Catharina Woelesius; zij is op 7 februari 1712 te Middelstum gedoopt als dochter van Jan/Johannes Woelesius en Grietje Olgers. Maar ook voor haar is het het tweede huwelijk, want zij trouwt in december 1739 te Grijpskerk met Dirk Meertens Boersma. Ze krijgen de zonen Jan (1740), Meerten (1743) en Hindrik (1745). In december 1762 overlijdt Dirk.
In het huwelijkscontract van 4 februari 1766 (toegang 735, inv.nr. 77, fol.199) staat dat Sicke Steenhuisen, Reinder Steenhuisen, Trijntje Steenhuisen en Claaske Steenhuisen alle vier volle zoons en dochters van de bruidegom zijn, en dat Freerik Reinders (voormond), Dirk Steenhuisen (sibbevoogd) tesamen aangezworen zijn over bruidegoms twee minderjarige kinderen bij wijlen Boukjen Reinders. Meerten Derks Boersema en Hindrik Derks Boersema zijn volle zoons van de bruid. Dat betekent dat Jan Derks intussen moet zijn overleden.
Het jaar 1766 is een bewogen jaar voor de familie Steenhuisen, want op 30 maart trouwt niet alleen Jelmer, maar ook zijn dochter Trijntje. En op 21 december van dat jaar trouwen ook de zonen Reinder en Derk. In februari was dochter Claaske overleden.
Volgens het register van lidmaten van Grijpskerk) is Jelmer diaken in 1750, 1753, 1755, 1759 en 1765, en ouderling in 1767, 1773, 1779 en 1783.
Volgens het diaconieboek van Grijpskerk wordt Jelmer op 30 januari 1786 begraven en de weduwe op 3 april 1795.
Eigendom van de molen
Jelmer Steenhuisen is tot 5 juni 1781 eigenaar van de molen, want dan verkoopt hij deze aan Willem Sijmons. Overigens staat in nummer 76 van het tijdschrift "De Utskoat" dat Jelmer Steenhuizen, pelmolenaar te Grijpskerk, in 1752 een molen voor afbraak in het Groningse Stroobos verkocht aan Berend Eijes en Claas Jans Pot. Het kan zijn dat hij vóór het overlijden van Jan Eppes rond 1750 de molen van hem heeft gekocht.
Op 5 juni verkoopt Jelmer Steenhuizen de molen aan Willem Sijmons.
Bijgaand de akte en de transcriptie (Groninger archieven, toegang 735, inv. nr. 78, pagina 260):
Dat in eigener perzoon voor mij is gecompareert de E: Jelmer Steenhuizen, woonagtig te Grijpskerk, welke bekende en beleed aan de E: Willem Sijmons, mede gecompareert, en dezen accepterende voor de tijd van negen agter een volgende jaaren te hebben verpacht deszelvs pelmolen, staande tot Grijpskerk op de grond van Eje Tjipkes, met zijn annexen, gereedschappen, alsmede de eigendom van de ledige molenberg te Pieterzijl, doende jaarlijks drie guldens grondpagt, en zulks alzoo te zamen verpagt voor een summa van zesduizend vierhondert car:gulden (=caroligulden). Verklaarende voorts de verpachtenaar nog voor dezelve tijd aan de pachtenaar te verpachten de behuizinge, schuur en hoving, straaten, steenen, vermuirt of onvermuirt, met gort bakken, meelkist, maaten, schaalen en zakken , alles met lusten, en lasten, servituten en zwarigheden in einden, en zwetten, invoegen door verpachtenaar tot nu toe is bezeten en bewoond geweest, doende benevens de molenberg tot jaarlijksche grondpagt aan Eje Tjipkes tien car:guldens, en zulks voor een summa van agtien hondert car:guldens, en eijndelijk voor zich zelvs benevens deszelvs huisvrouw Catharina Woelesius, verpacht de vaste beklemming van zes grazen groen land, mede onder Grijpskerk gelegen, tot naaste zwetten ten noorden Jan Harkes meijerwijze, ten oosten Frerik Jans meijerwijze, ten zuiden de molenberg en het huis, en ten westen Sijtze Jacobs en Jan Harkes meijerwijze, doende tot jaarlijkschen huur aan de erven van Jan Tijmens zes en dertig car:guldens, alle te zamen monterende (=bedragende) een summa van tien duizend car:guldens, in drie termijnen te voldoen als nu bij de aanvaarding vijf duizend car:guldens, welke halve coopschat door pachtenaar zijnde voldaan wierde hij in zoo verre gequiteert, de andere halfscheid (=helft) in twee termijnen als den 1. November 1781 twee duizend vijf hondert gulden, en het resteerende ter gelijkener summa op Maij 1782, voorts in alles verder als na pachtstijl ieget en behoort, zijnde dezen bij provisie door verpachtenaar, pachtenaar benevens mij vertekent, verklaarde de verpachtenaar en in qlte (=kwaliteit) bij zegel en brieve te zullen desisteren (=afstand doen van) ten behoeve van de pachtenaar, en an dezelve te schenken het recht van redemtie over dit verpachte.
Actum den 5 Juny 1781,
Was getekent
M.W. de Raadt Grietman
Jelmer Steenhuizen
Willem Sijmons
Jelmer Sikkes Steenhuisen is gedoopt op 22 februari 1709 te Uithuizermeeden als zoon van Sikke/Sicco Steenhuisen en Claeske Derks Schutting (bron: Rosenberg Data File op Rootsweb). Hij trouwt de eerste keer op 29 mei 1730 in Hiaure (Westdongeradeel) met Baukje Reinders, gedoopt op 26 oktober 1708 te Dokkum als dochter van Reinder Hayes en Trijntje Freerks (bron: parenteel van Reinder Hayes). Ze krijgen in Dokkum de kinderen Sicke (1730-<1734) en Trijntje (1732-<1739). In Grijpskerk worden vervolgens geboren Sicce (1734-1813), Reinder (1737-1787), Trijntje (1739-1812), Claaske (1743-1766), Dirk (1746-1785) en Frerik (1752). Dat betekent dat Jelmer en Baukjen tussen 1732 en 1734 van Dokkum naar Grijpskerk zijn verhuisd. Baukje overlijdt daar in 1763 (bron: diaconieboek Grijpskerk).
Op 30 maart 1766 hertrouwt Jelmer met Catharina Woelesius; zij is op 7 februari 1712 te Middelstum gedoopt als dochter van Jan/Johannes Woelesius en Grietje Olgers. Maar ook voor haar is het het tweede huwelijk, want zij trouwt in december 1739 te Grijpskerk met Dirk Meertens Boersma. Ze krijgen de zonen Jan (1740), Meerten (1743) en Hindrik (1745). In december 1762 overlijdt Dirk.
Wat is het afzien van het recht op redemtie? Gerrit W. Kuijk stuurde me de volgende uitleg: In het Groninger landrecht washet zo geregeld dat onroerend goed niet zomaar verkocht kon worden. Het was onderworpen aan het recht van naarkoop. Dat wil zeggen dat in bepaalde omstandigheden familieleden of buren van de verkoper naar de rechter konden stappen om het verkochte goed tegen betaling van de oorspronkelijke koopsom te naasten. Verpachten van onroerend goed kon wel. Er werd dan een overeenkomst opgesteld waarin de grond voor 6 of 9 jaar verpacht werd tegen betaling van een som ineens. Na het verstrijken van de termijn kon de grond weer terug naar de verpachter tegen vaak ongunstige financiële voorwaarden. Dat heet het recht van terugkoop, of redemtie. Vaak vind je dan in de volgende (of voorgaande) akte dat de verpachter zijn recht van redemtie doneert aan de pachter. Op die manier kon je het recht van naarkoop buitenspel zetten.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Jelmer Sikkes Steenhuisen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1735 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Baukje Reinders | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.