Kind(er):
Johan Gerritsz wordt in verschillende oude familieregister opgevoerd als de stamvader van de familie Beckeringh. Wordt soms ook wel vermeld als Baeckeringhe als Beckeeringh, het is waarschijnlijk de persoon die het schrijft. In de archieven is over deze persoon niets te vinden, de jaartallen zijn dan ook berekend na de aangegeven data's van zijn kinderen. Wat wij van hem weten is ons overgedragen uit oude familieregisters.
We kunnen zeer wel aannemen dat hij vermoedelijk in Drenthe gewoond heeft of daar zijn verleden had in het gebied van Ruinen, want in dezelfde tijd werd in het 'Ordelboek van de Etstoel [= rechtbank] van Ruinen' verschillende uitspraken vermeld van vonnissen waarin de naam Beckering(h)e voorkomt, o.a. een uitspraak over ene "Johan Baeckeringe". Deze Johan moest aantonen dat hij geen schuld had bij ene Otto Landes. Deze 'Ordel' (= oordeel-uitspraak) werd opgeschreven op St. Magnus van het jaar 1590 [= 19 augustus]. Deze Johan zou de Johan van ons kunnen zijn, maar daar moet men nog wel het bewijs voor vinden en tot nu toe ontbreekt dat.
Johannes zou in 1572 ten tijde de zgn. "Bartholomeusnacht" in Frankrijk zijn geweest. In een oud familieregister van rond 1700, wordt het onderstaande vermeld:
"Johannes Beckeringhe is in het jaar 1572 teruggekomen in Winsum uit Parijs, waar hij de moord van dien tijd is ontkomen, zijne dies aangaande verwittigd door den zilversmit bij wien hij was ingekwartierd. Hij heeft op zijne vlucht nog drie edelen mede uit de stad gevoerdt en voor op de handen moord gewaarschuwd. Gelijk de Edelen Coenders, Rengers en Alberda, zulks ook altoos dienstelijk hebben erkend hebben door aan Beckeringh wel te doen en tot Predikanten te Beroepen.
Deze Johannes is te Groningen gestorven, nalaatende twee zoons. Doguit welke ene vrouwe zij zijn geboren is onbekend, althans hiervan is niets aangetekend en kan dus niet bepaald worden."
Dat dit verhaal leefde in de familie blijkt wel uit het volgende:
?De Heer en Oud-Kantonrechter Anthonius Beckeringh vierde in het jaar 1872, volgens een artikel uit de Groninger Courant van die tijd, te Onderdendam het zgn. ?Beckeringh feest?. Het was volgens dit krantenartikel, dat op 24 augustus drie eeuwen geleden was, dat de stamvader van de Hr. Beckeringh de zgn. ?Bloedbruiloft? was ontvlucht?. (zie no.326)
Het is zeer moeilijk om het bovenstaande na te gaan, maar in die tijd was het heel gewoon dat iemand van gegoede burgerlijke familie, welke meestal intellectueel gelijk was of eigenlijk hun meerdere op dat gebied was, als mentor werd benoemd voor jonge adellijke Jonkers die in het buitenland de universiteiten bezochten. De mentor zorgde dat zijn pupillen hun studie deden en dat ze hun natje en droogje kregen en kruiden hun pupillen naar hun Hospes, als ze teveel een studie hadden gemaakt naar de smaak van gerst en hop.
Wat betreft het punt van het verhaal dat de genoemde families de Beckeringh?s uit dankbaarheid tot predikanten hebben genoemd is zeer mogelijk, daar zij het recht daartoe hadden. Wel moet er aangetekend worden dat de Hr. Johan Rengers in ballingschap zat van 1580 tot 1694 in Ophuisen bij Emden en dat de Heren Coenders en Alberda moesten vluchten uit Groningen in 1569. Hun goederen waren door Alva in beslag genomen en de Heren werden officieel verbannen. Toen in 1594 de prinsen Maurits en Willem Groningen op de Spanjaarden veroverende, keerden zij terug en kregen zij hun goederen weer terug.
In 1600 werd Gerhardus Johannis, gewezen Pastor in het Westerkwartier, benoemd tot Predikant in Niebert-Nuis en zijn broer Wilhelmus Johannis werd in 1609 benoemd tot Predikant in Huizingen. Dit is wel zo?n 28 tot 30 jaar later nadat hun vader Parijs was ontvlucht, maar men had toen pas blijkbaar de mogelijkheid daartoe, om hun dankbaarheid te tonen aan de Beckeringh?s.
source: https://www.bloggen.be/genealogie_beckeringh/archief.php?ID=229333
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.