Lena Feijtel
Overledene op woensdag 9 september 1863 Kattendijke
Aktejaar (year) : 1863
Aktenummer (documentnumber) : 11
Overleden op (died on) : 9-9-1863
Overleden te (died in) : Kattendijke
Lena Feijtel
Leeftijd bij overlijden (age) : 3 maanden
Geslacht (gender) : vrouwelijk
Geboorteplaats (place of birth) : Kattendijke
Vader (father) : Joos Feijtel
Leeftijd (age) : 28 jaar
Beroep (occupation) : boerenknecht
Moeder (mother) : Francina Zuidweg
Beroep (occupation) : particuliere
Opmerking (note) : Lena Feijtel is geboren op 4-6-1863
Wie in de 19e eeuw geboren werd in het westen van Nederland liep groot risico op een vroege dood. De zuigelingen- en kindersterfte in dit deel van ons land lag hoger dan in de rest van Nederland. Wie in die tijd geboren werd op de Bevelanden, Tholen of Sint Philipsland maakte nog minder kans op leven. Het sterftecijfer onder baby's was hier lange tijd het hoogst. Daar is niet een eenduidige verklaring voor te geven. Verschillende factoren zijn daarop van invloed. De hoge sterftecijfersin Zeeland - onder meer door de Zeeuwse koortsen - werden in de negentiende eeuw al regelmatig aan de orde gesteld door medici. Verklaringen die daarvoor werden gegeven hadden meestel te maken met ecologische omstandigheden als "besmette lucht" of "moerasgif". Later werd gewezen op de slechte hygiâ´nische omstandigheden. Daarnaast werd de hoge babysterfte (meestal door diarreeen dysenterie) geweten aan de onvoldoende borstvoeding die moeders gaven. De kinderen kregen in plaats daarvan "dikke broodpap, aangemengd met enkele melk en bruine keuken suiker", zo antwoorden 4 artsen in 1863 op vragen van een bezorgde burgemeester J.H.L. Vader van Wissenkerke. De maagvan een kind kon broodpap volgens de medici niet verdragen. Aangeraden werd om baby's koemelk verdund met water en wat suiker te geven. Uit onderzoek naar de zuigelingensterfte in de negentiende eeuw op Noord- en Zuid-Beveland, Tholen en Sint Philipsland kwam Wissenkerke als trieste winnaaruit de bus. In dit dorp was de babysterfte het grootst. Koning Lodewijk Napoleon maakte zich zorgen om het tekort aan borstvoeding. Zo vaardigde hij op 6 juni 1809 zelfs een decreet uit om moeders te stimuleren hun kinderen de borst te geven. in dit decreet werd afgekondigd dat de meest verdienstelijke huismoederop Zuid-Beveland "die alle hare kinderenzoogen en gezoogd hebben twee Oor IJzers van Goud" zouden ontvangen. In sommige plaatsen zijn deze 'zoogpremies' ook daadwerkelijk toegekend en tijdens een feestelijke plechtigeheid uitgereikt. De Middelburgse geneeskundige Jan Cornelis de Man (1818-1909) was in 1853 de eerste die de aandacht vestigdeop de hoge sterfte onder pasgeborenen op Noord- en Zuid-Beveland. Op basis van statistische gegevens concludeerde hij dat de levenskansen van zuigelingen in dit gebied aanzienlijk slechter waren dan in de rest van Zeeland. In de zomer was de sterfte het hoogst. Vrouwen gingen aan het werkop het land en lieten de zorg van hun baby's aan anderen over. Gevolg: geen borstvoeding, maar 'verkeerde papjes', die vaak ook nog eens op onhygiâ´nische wijze klaargemaakt werden. Zuigelingensterfte kwam het meest voor binnen de arbeidersklasse. Rond het midden van de negentiende eeuw stierven b.v. in Wolphaartsdijk vier op de tien kinderen voor hun eerste verjaardag. en zes op de tien voor hun vijfde. Dat is absurd hoog te noemen. Tal van factoren zijn van invloed op de hogere sterfte onder baby'sin Goes en omgeving. Inderdaad, er werd weinig borstvoeding gegeven ende hygiâ©nische omstandigheden waren slecht. "Iedereen deed zijn behoeften in een ton achterin de tuin. als die vol was werd-ie door pa opgepakten in de tuin uitgestort. Dat bleef dan in warme zomers liggen op de keiharde kleigrond". Een belangrijke factor in verband met de hoge zuigelingensterfte in Goes en omstreken, is de hoge vruchtbaarheid onder de vrouwen. Er was kennelijk een druk om na het overlijden van een kind weer snelzwanger te worden. De wens om gestorven kinderen te vervangen kwam veel voor en omdat de vrouwen weinig borstvoeding gaven, waren ze vruchtbaarder. Wolphaartsdijkse vrouwen brachten in de periode 1841-1870 gemiddeld 11,8 kinderen ter wereld. En hoe meer kinderen men kreeg, hoe meer er ook overleden. De situatie in de onderzochte gezinnen verbeterde in de 2e helft van 19e eeuw. Er kwam meer welvaart en meer aandacht voor hygiâ©ne. Aan het eind van 19e eeuw weken de sterftecijfers, ook die voor zuigelingen, niet meer af van de rest van Nederland. Ook de geboortecijfers waren toen fors gedaald. De periode 1840-1850 was een zwarte periode, met armoeen de aardappelziekte. Vanaf 1870 ging het langzaam aan wat beter.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.