Bij zijn overlijden liet hij geen descendenten na ;
zijn weduwe J. M. VAN ALKEN heeft daarom tot haar dood — 9 Oct. 1879 — den eigendom c.q. het vruchtgebruik gehad van dit 1\11 aandeel.
Bovendien erfde zij, per 18 Nov. 1862, 1/10 gedeelte van het 1/11 aandeel, dat haar schoonzuster — vide sub III, 9 — de weduwe W . V . HELVETIUS VAN RIEMSDIJK,^ . MARTENS naliet, terwijl zij, per 23 Maart 1878, 1/9x 7/7 0 aandeel erfde van hare schoonzuster — vide sub III, 11 — A. H . L. VAN RIEMSDIJK, echtgen. J. M. VAN BEUSECHÈM, (vide eigendomsacten dd. 7 Juni 1880 No's 565 t/m 573), zoodat ten tijde van haar overlijden (9 Oct. 1879) het 1/11 aandeel, dat haar man bezat, was aangegroeid tot 1/9 aandeel. Dit 1/9 aandeel ging over op de 8 toen overgebleven takken van erfgenamen van haren schoonvader W . V. HELVETIUS VAN RIEMSDIJK, ieder voor 1j8 gedeelte,
Er ist verheiratet mit Johanna Maria van Alken.
Die Erlaubnis zur Eheschließung wurde am 13. Juni 1807 in Batavia (nu: Jakarta), Jawa Barat, Indonesia erhalten.
Sie haben geheiratet am 28. Juni 1807 in Batavia (nu: Jakarta), Jawa Barat, Indonesia, er war 24 Jahre alt.J. J. HELVETIUS VAN RIEMSDIJK en J. M. VAN ALKEN hadden geen kinderen, doch adopteerden te Batavia op 18 Juni 1815 PETRONELLA MARIA, geb. aldaar en
gedoopt op Tjampea (Buitenzorg) oud 8 jaar, (Ds. J.'C. SUPPER) \op 21 Juni 1815 ;
zij was dochter van zekeren PIERRE en eene onbekende moeder ;
peten bij den doop waren PETRUS WILHELMUS HELVETIUS VAN RIEMSDIJK en
zijne echtg. S. C. BANGEMAN.
Blijkbaar is dit kind spoedig daarna gestorven.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Jacobus Johannes Helvetius van Riemsdijk | ||||||||||||||||||
1807 | ||||||||||||||||||
Johanna Maria van Alken | ||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.