De vader van Adriaan Roland Holst was een broer van de beeldend kunstenaar Richard Roland Holst die gehuwd was met Henriette Roland Holst-van der Schalk, dichteres, schrijfster en socialiste. Zij was dus de tante van Adriaan Roland Holst. Adriaan werd door vrienden en familie 'Jany' genoemd. De drie - Adriaan, Richard en Henriette - hebben hun hele leven veel contact gehad.[1] Annie Roland Holst-de Meester (1893-1987) was de echtgenote van zijn broer.
Biografie
Holst groeide op in het Gooi. Hij bezocht in Hilversum de Gemeentelijke HBS (deze school is nu naar hem vernoemd en heet het A. Roland Holst College) en studeerde van 1908-1911 Keltische Letteren aan de Universiteit van Oxford. Al op twintigjarige leeftijd wist hij gedichten te plaatsen in het literaire tijdschrift De XXste Eeuw. In 1911 verscheen zijn debuut in boekvorm, de bundel Verzen. In zijn volgende bundels De belijdenis van de stilte en Voorbij de wegen is zijn eigen stem al totot volle wasdom gekomen. De gedragen verzen getuigen van een romantisch verlangen, van mythologie en van verheven eenzaamheid. Deirdre en de zonen van Usnach (1920), dat verscheen in de bibliofiele serie Palladium, is een poëtisch verhaal in een Keltische wereld.
In 1918 ging Holst in Bergen wonen, waar zijn woonhuis thans bij toerbeurt wordt bewoond door verschillende schrijvers en dichters. Hij had verschillende literaire vrienden, zoals Menno ter Braak, J.C. Bloem, E. du Perron, J. Slauerhoff, Herman Gorter[2], M. Vasalis en Victor van Vriesland. Verder had hij contact met de schilder Carel Willink, die in 1948 in opdracht van het ministerie van onderwijs kunsten en wetenschappen een portret van hem schilderde.
Uit het archief met nominaties voor de Nobelprijs voor de Literatuur bij de Zweedse Academie blijkt dat Holst in 1955 en 1961 genomineerd is geweest voor de Nobelprijs.[3]
Hij overleed aan de complicaties van een val uit bed.[4]
Nationaal Monument
Gedicht van Roland Holst op het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam
Roland Holst werd in diverse opzichten gezien als een monumentaal dichter. Op het beeld ‘’De stedemaagd’’ in Alkmaar (1950) staat een kort gedicht van Roland Holst. Op de binnenkant van de gedenkmuur van het Nationaal Monument op de Dam (onthuld in 1956) is een gedicht van Roland Holst aangebracht, in een belettering ontworpen door Jan van Krimpen:
"Nimmer, van erts tot arend, was enig schepsel vrij onder de zon,
noch de zon zelve, noch de gesternten. Maar geest brak wet en stelde op de geslagen bres de mens.
Uit die eersteling daalden de ontelbaren. [...]"
Mari Andriessen, als beeldhouwer onder andere bekend van het beeld De Dokwerker in Amsterdam, lid van de tweede generatie van 'De Groep', heeft het beeld gemaakt van Holst dat op de hoek van de Hoflaan bij de Ruïnekerk in Bergen staat. Het werd tot zijn huidige formaat vergroot door Theo Mulder, leerling en vriend van Mari Andriessen.
Varia:
Op 19 november 2009, naar aanleiding van de eventuele ambtswisseling van premier Herman Van Rompuy weerklonken de volgende versregels uit "De Ploeger" in het Belgisch parlement:
Ik vraag geen oogst; ik heb geen schuren,
ik sta in uwen dienst zonder bezit.
Maar ik ben rijk in dit:[5]
dat ik de ploeg van uw woord mag besturen
Ik zal de halmen niet meer zien
noch binden ooit de volle schoven,
maar doe mij in den oogst geloven
waarvoor ik dien…
Bibliografie:
1911 - Verzen
1913 - De belijdenis van de stilte
1920 - Deirdre en de zonen van Usnach
1920 - Voorbij de wegen
1925 - De afspraak
1925 - De wilde kim
1926 - Ex tenebris mundi: gedichten
1926 - Over den dichter Leopold
1928 - Het Elysisch verlangen (gevolgd door De zeetocht van Ban)
1928 - Shelley, een afscheid
1932 - Tusschen vuur en maan
1936 - De pooltocht der verbeelding
1936 - Voorteekens
1937 - Een winter aan zee
1938 - Uit zelfbehoud
1940 - In memoriam Charles Edgar du Perron en Menno ter Braak
1940 - Onderweg
1943 - Voor West-Europa
1945 - Een winterdageraad
1945 - Eigen achtergronden
1946 - In memoriam Herman Gorter
1946 - Sirenische kunst
1947 - De twee planeten
1947 - Tegen de wereld
1948 - In ballingschap
1948 - Van erts tot arend
1950 - Swordplay wordplay
1951 - De dood van Cuchulainn van Murhevna
1951 - Woest en moe
1957 - Bezielde dorpen
1958 - In gevaar
1960 - Omtrent de grens
1962 - Onder koude wolken
1963 - Onderhuids
1966 - Aan prinses Beatrix
1967 - Kort
1967 - Uitersten
1968 - Vuur in sneeuw
1970 - Met losse teugel
1971 - Verzamelde gedichten
1974 - Over Arthur van Schendel
1975 - In den verleden tijd
1976 - Voorlopig
1977 - Roland Holst, ten afscheid
1986 - Hij bestond op zichzelf [Over Arthur van Schendel]
2000 - Trouw in ontrouw. Liefdesgedichten
Prijzen:
1927 - Prijs van Amsterdam voor De wilde kim
1938 - D.A. Thiemeprijs voor Een winter aan zee
1945 - Verzetsprijs voor letterkundigen voor Helena's inkeer
1948 - Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre
1955 - P.C. Hooft-prijs voor Late telgen
1959 - Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre
1961 - Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Omtrent de grens
1964 - Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Onderhuids
Biografie: Jan van der Vegt, A. Roland Holst. Biografie. Baarn, De Prom, 2000.
Externe links: Commons heeft mediabestanden in de categorie Adriaan Roland Holst.
H.A. Wage, 'Roland Holst, Adrianus (1888-1976)', in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (1985).
Biografieën, werken en teksten bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.
Bron: Wikepedia
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Adrianus Roland Holst | ||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.