Er ist verheiratet mit N.N. N.N..
Sie haben geheiratet
Kind(er):
Tichelt is een buurtschap bij Rijsbergen.
Wouter wordt in twee charters, namelijk van het jaar 1293 en 1294 als overleden beschouwd. Daar zijn zoon Gerard reeds in 1310 als overleden wordt vermeld, en zijn kleinzoon reeds in 1295 als leenman van de Graaf van Hoogstraten voorkomt, moeten we aannemen dat hij omstreeks het jaar 1200 is geboren.
Wouter had drie zonen: Gerard, Jacob en Gielis. Alleen Gerard heeft nakomelingen gebracht. Gielis van Tichelt was plebaan in in St. Walburgis (1295). Een plebaan was een pastoor van een kathedraal. Van 1305 tot 1310 was hij kanunnik van O.L.V. Kerk te Antwerpen. Hij wordt in 1310 oom genoemd van de kinderen van wijlen zijn broer Gerard van Tichelt. Van Jacob van Tichelt is bekend dat hij in 1297 verplicht was jaarlijks 6 zesteren koren te betalen "op de hoeve Kaarschot en den molen met al wat daartoe behoort". Kaarschot behoorde net als Tichelt tot de vijf gehuchten van Rijsbergen.
Het geslacht Van Tichelt behoorde in de middeleeuwen tot de landadel. In de latere middeleeuwen bestond er een hogere en een lagere adel die op afkomst gegrond was. De 'lagere adel', ook wel landadel genoemd, kwam voort uit de verarmde hogere adel, de keizerlijke ambtenarenkaste, geridderde krijgers, in een enkel geval (in het Oude Hertogdom Brabant) uit een koopmansfamilie, maar meestal uit de gegoede landbouwersstand. Het kenmerk van de landadel was meestal belangrijk leen- en cijnsgoederenbezit. Ze hielden zich voornamelijk bezig met het boerenbedrijf. Het parool luidde: 'een goed ridder beploegt 's morgens zijn akker en rijd 's middags ten tournooi'. De landedelman woonde doorgaans op een omwaterde hofstede waar niet zelden bier werd gebrouwen en graan werd gemalen. Deze nederzettingen vormden later vaak de basis voor een burcht.
Wouter van Tichelt | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
N.N. N.N. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.