Nadat het gezin was gedeporteerd, ging Hendrika van Haren enige tijd in hun huis wonen, de echtgenote van Piet Baaijens, die als machinist werkte op het slachthuis. Op dat moment zat hij echter opgesloten in kamp Vught omdat hij Hendrika’s broer, die bij de SS zat, had beledigd. In tegenstelling tot haar man was Hendrika pro-Duits. Ze ging veel om met Duitse militairen en onderhield naar eigen zeggen en dat van anderen, een intieme relatie met de leider van de Politieke Dienst bij de Nijmeegse politie, Marinus Verstappen, die ook bij de SS was aangesloten. Ooggetuigen vertelden na de oorlog dat in het pand op de Hezelstraat meerdere malen Duitse militairen en Duitse meisjes over de vloer kwamen. Na de oorlog werd ze - met name omdat ze het Joodse gezin Kalf-De Wilde uit Den Bosch aan Verstappen had uitgeleverd - tot 10 jaar cel veroordeeld.
oorlogsmisdadigster, veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf
Sie ist verheiratet mit Petrus Jacobus Mattheus Baaijens.
Sie haben geheiratet am 12. März 1928 in 's Hertogenbosch, sie war 20 Jahre alt.
Kind(er):
Das Ehepaar wurde geschieden von 25. April 1946 bei Arnhem.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Hendrika Wilhelmina van Haren | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1928 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Petrus Jacobus Mattheus Baaijens | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.