Familienstammbaum Boas-Bianchi-Baaij-Happee e.v.a. » Cornelis Johannes "Kees" Maks (1876-1967)

Persönliche Daten Cornelis Johannes "Kees" Maks 

  • Spitzname ist Kees.
  • Er wurde geboren am 22. August 1876 in Amsterdam (NH).
  • Beruf: kunstschilder.
  • Wohnhaft:
    • Haarlemmerstraat 58, Amsterdam (NH).
    • Prinseneiland 91 (laatst bekende huisnummertelling is 24b), Amsterdam.
      het adres wordt in de zg woningkaarten aangegeven als schildersatelier maar Maks woonde op de Willemsparkweg 60hs.
      in 1970 wordt het atelier gebruikt/bewoond door Josef Diederen (Hemonystraat 27'''
      De een van de twee ateliers werd oorspronkelijk door de vader van Kees die aannemer was voor Hendrik Breitner gebouwd. het was de bedoeling dat zoon Kees in opleiding zou gaan bij Breitner. Dit is wel goed gelukt kunnen we stellen.
    • bis 1941: Weteringschans 111A bhs, Amsterdam (NH).
    • Ab 1941: Willemsparkweg 60hs, Amsterdam.
  • Er ist verstorben am 28. Oktober 1967 in Amsterdam (NH), er war 91 Jahre alt.Quelle 1
  • Er wurde beerdigt am 1. November 1967 in Amsterdam, Zorgvlied, Amsteldijk.
  • Ein Kind von Cornelis Johannes Maks und Bartha Johanna Maks

  • Es gibt weitere biographische Informationen über Cornelis Johannes "Kees" Maks auf RKDartists
  • Diese Information wurde zuletzt aktualisiert am 30. Januar 2025.

Familie von Cornelis Johannes "Kees" Maks

Er ist verheiratet mit Sara Boas.

Sie haben geheiratet am 6. Mai 1920 in Amsterdam (NH), er war 43 Jahre alt.Quelle 2

Transcriptie huwelijksakte
No. 362
Heden zes Mei negentienhonderd twintig zijn voor mij Ambtenaar van den burgerlijken stand van Amsterdam verschenen, ten einde een
huwelijk aan te gaan:
Cornelis Johannes Maks, kunstschilder geboren en wonende alhier oud drie en veertig jaren, meerderjarige zoon van Cornelis Johannes Maks, overleden en Bartha Johanna Maks zonder beroep, wonende alhier en
Sara Boas chef in een modemagazijn, geboren en wonende alhier oud zeven en twintig jaren, meerderjarige dochter van Abraham Juda Boas oud, zeven en vijftig jaren — pedicure en Sophia Betje Mossel oud zeven en vijftig jaren, zonder beroep, beiden wonende alhier.
De ouders der bruid verklaarden, voor mij tegenwoordig, toe te stemmen in dezen echt.
De afkondiging tot dit huwelijk is onverhinderd geschied, alhier den vier en twintigsten April laatstleden.
Ik heb bruidegom en bruid afgevraagd of zij elkander nemen tot echtgenooten en getrouwelijk alle de plichten zullen vervullen, welke door de wet aan den huwelijken staat verbonden zijn. Nadat deze vragen door hen bevestigend beantwoord werden, heb ik, in naam der wet, uitspraak gedaan, dat zij door het huwelijk aan elkander zijn verbonden.
Als getuigen waren tegenwoordig: Herman Baucke, ingenieur\ oud acht en veertig jaren en Simon Willem Maris kunstschilder oud zes en veertig jaren, beiden wonende alhier.

Notizen bei Cornelis Johannes "Kees" Maks

Kees Maks
(Amsterdam 1876-1967)

De eigentijdse Kees Maks
Artikel Studio 2000 magazine 2014 3/4

Toen de Amsterdamse kunsthandel Buffa in 1912 de eerste solotentoonstelling van het werk van Kees Maks organiseerde viel de schilder op door zijn eigentijdse thematiek: het mondaine uitgaansleven, circusvoorstellingen, dansparen, flanerende gezelschappen. Hij werd bijzonder progressief gevonden. De expositie was de eerste van een lange reeks eenmanstentoonstellingen, met als hoogtepunt de grote tentoonstelling die in 1929 in het Amsterdamse Stedelijk Museum werd georganiseerd.

Hoewel Maks in de jaren twintig verschillende keren overwoog om zich in Parijs te vestigen, zou het niet tot een verhuizing komen. Hij bleef zijn atelier op het Prinseneiland trouw, waar ook George Hendrik Breitner had gewerkt. Maks’ vader was Breitners aannemer geweest bij de bouw en omdat het ruime atelier Breitner zo goed beviel, beloofde hij om voor de komende drie jaar de artistieke prestaties van Kees Maks in de gaten te houden. Ze trokken er samen op uit om de stad te tekenen in kleine schetsboekjes. In de literatuur over Breitner wordt Maks vaak aangehaald als Breitners enige leerling en Maks hanteerde aanvankelijk dezelfde stijl als zijn leermeester. Hij schilderde bekende ‘Breitner-motieven’ als bouwplaatsen en werkpaarden. Breitner zou erover gezegd hebben tegen zijn leerling: ‘Schilder maar paarden jongen, die heb je goed in de gaten.’ In 1929 toonde Maks zijn schilderij ‘De Dam te Amsterdam bij avond’; als eerbetoon aan Breitner noemde hij het schilderij ‘Herinnering aan een vernietigd schilderij van G.H. Breitner’. Hierover gesproken ontkrachtte Cecile Maks-Boas, de vrouw van de schilder, de geruchten dat Maks wel eens schilderijen van Breitner afmaakte en andersom: ‘Pertinent onjuist. Eén keer is het gebeurd, dat Breitner met een gezicht op de Dam bezig was. Maar het wilde niet lukken en op een gegeven ogenblik veegde hij het van het doek. Probeer jij het maar eens, zei hij tegen Maks. Die heeft toen een retrospektieve gemaakt van het schilderij, dat hij niet meer in werkelijkheid kon zien. Het was de bedoeling, dat Breitner die retrospektieve van Maks zou afmaken, maar daar is nooit iets van gekomen. Nee, ze waren toch teveel verschillend als schilder om elkaars werk af te kunnen maken.’ Ze noemde de beroemde paarden van beide schilders als voorbeeld voor de verschillen tussen de twee: ‘De paarden van Breitner zijn afgeleefde sleperspaarden of cavaleriepaarden. En dan de paarden van Maks. Die zijn toch heel anders. Trotse paarden, paarden die aan het kunstlicht gewend waren, paarden die op de muziek liepen. Theaterdieren, heel wat anders dan de afgeleefde, vermoeide paarden van Breitner.’

De eerste keer dat Maks naar Parijs vertrok, was vlak na de eeuwwisseling. Hij was vastbesloten om het ambacht goed te leren en kopieerde in het Louvre het werk van de grote meesters. Nadat hij hier een kopie naar een schilderij van Velázquez zag, besloot hij naar Spanje te gaan om het origineel te bekijken. Het is een tekenend voorbeeld van de manier waarop Maks zich vol overgave stortte op het kunstenaarschap: hij kreeg toestemming om in het Prado te schilderen, waar hij acht maanden werkte aan de kopie van ruim drie bij ruim drie meter vijftig. Volgens zijn vrouw kreeg Maks een speciale positie in het museum: ‘Als de Spaanse koning bijvoorbeeld op bezoek kwam, moesten alle kopiisten het museum uit, maar hij mocht gewoon door blijven werken’. Ze beschreef de zorgvuldigheid waarmee hij werkte: ‘Hij was zo consciëntieus. Hij had wel eens een schilderij gemaakt, waarvan een ander zou zeggen: het is toch goed zo. Maar dan was hij er zelf toch ontevreden over. Dan was hij ’s-nachts er nog mee bezig en krabde hij het geschilderde eraf. Als ik de volgende morgen op het atelier kwam – in de eerste jaren woonden we er nog (…) – zag ik allemaal verf op de grond liggen en dan wist ik al hoe laat het was. Vrienden en kennissen waren er ook van op de hoogte, die brachten steeds oude Gilette-mesjes voor hem mee.’

Maks werkte twee jaar in Spanje, waar hij in aanraking kwam met een nieuwe zang- en danscultuur die hem fascineerde. Onder invloed van het zuidelijke licht veranderde zijn palet. Hij schilderde flamencodansers in vlammend rood en okergeel en plaatste ze tegen een monochrome achtergrond.

Via Rome en nogmaals Parijs kwam Maks terug in Nederland. De Franse hoofdstad werd zijn tweede thuis. In 1911 werd hij benoemd tot lid van de Parijse Salon d’Automne, waar hij een jaar eerder voor het eerst had geëxposeerd. Vanaf 1912 kon hij jaarlijks werk inzenden zonder gejureerd te worden en hij zou tot aan de Tweede Wereldoorlog deelnemen aan deze Salons. In de jaren twintig en dertig verkocht Maks veel werk in Frankrijk. ‘Wat de verkoop betreft gingen Maks en Kees van Dongen gelijk op’, vertelde zijn vrouw. Ze verklaarde ook dat het Maks was die Van Dongen in de begintijd bij enkele Parijse bankiers introduceerde, toen Van Dongen daar nog totaal onbekend was. Als Maks net als Van Dongen in Parijs was gebleven, ‘was er vermoedelijk hetzelfde met hem gebeurd als met van Dongen; hij zou beroemd zijn geworden. Maar zo lief als hij Parijs had, hij wilde er toch niet blijven, daarvoor trok hem zijn atelier op het Prinseneiland teveel. Hij was er de man niet naar om zich blijvend in die vreemde omgeving te vestigen.’

Terug in Nederland maakte Maks met grote, zonovergoten tuintaferelen de overstap van Breitner-leerling naar zelfstandig modernist. Na een tiental tuinstukken liet hij het ‘en plein air’ schilderen voor wat het was. Hij richtte zich op het kunstlicht, voor taferelen uit het nacht-, theater- en circusleven. Hij bleef Parijs bezoeken en zocht in cabarets, revues en circussen voortdurend naar modellen. Ook in Amsterdam speurde hij de theaterzalen af. Onder de artiesten die optraden in Tuschinsky en het Rembrandt-theater waren vaak Spaanse dansers, die Maks vroeg model voor hem te staan. Hij stuurde in de middag een taxi om ze op te halen zodat ze in het atelier konden poseren. ’s Avonds was er een onderbreking vanwege het optreden, maar ’s nachts kwamen de dansers weer terug en kon Maks verder werken. Hij werkte bij voorkeur ’s avonds en ’s nachts: het is niet voor niets dat het werk van Maks bij kunstlicht goed uitkomt. Het grote doek La Valse Chaloupée uit 1914 toont de dansers René Blanc en Lucette Gilbert. Het werk behoorde tot zijn eerste inzending voor de tentoonstelling van De Onafhankelijken, waar Maks zich in 1914 bij aansloot. Op een foto uit dat jaar in de catalogus van Koninklijke Kunstzaal Kleykamp, uitgegeven ter gelegenheid van de Maks-expositie in 1925, is het schilderij nog onvoltooid op de ezel te zien. Links van het werk poseert het danspaar; rechts staat Kees Maks. Omdat Maks voor het werken in het theater en ’s avonds in zijn atelier afhankelijk was van kunstlicht, hebben de modellen vaak scherpe contourlijnen en zware schaduwen. De donkere achtergrond en de gloed van het kunstlicht vormen een warm contrast met de heldere kleuren die hij vaak voor de kleding gebruikte.

De grote formaten doeken die Maks gebruikte zorgden overigens wel voor problemen. Cecile Maks-Boas: ‘Die waren in die tijd echt onverkoopbaar. Welke particulier kon zulke doeken nu in zijn huis ophangen? Bijna niemand toch. Hij realiseerde zich dat ook wel, maar hij gaf er verder niet om. Hij wilde nu eenmaal op dat formaat schilderen en daarmee uit.’ ‘Hij kon nu eenmaal niet anders werken. Ik ben zelf groot, zei hij dan, ik heb een groot atelier, dus maak ik ook grote doeken.’ De formaten van zijn werk berekende hij overigens zeer zorgvuldig. In de opzetten in zijn schetsboeken woog hij verschillende formaten tegen elkaar af om tot een beslissing over het formaat te komen, dat het beste bij het onderwerp paste.

Het circus neemt een aparte plaats in in Maks’ oeuvre. Hij was de enige Nederlandse kunstenaar die zo bezeten was van het circus en de theater- en cabaretwereld. Cécile Maks-Boas: ‘Ik weet nog, dat we in Parijs in het Nouveau Cirque zaten. We zaten ontzettend hoog in de nok. En opeens komt een hogeschool-rijder de piste binnenrijden. Mijn man wordt helemaal opgewonden, hij pakt me bij mijn arm beet. Nee maar zegt hij, weet je wie dat is? Dat is Petoletti! Kom, we gaan naar beneden, ik moet die vent vragen of hij voor me wil poseren. Wij gaan dus die lange tocht maken van boven uit de nok helemaal naar beneden. Want zo was Maks. Meteen enthousiast en dan moest alles wijken. Hij zat er eigenlijk nooit écht voor zijn plezier. Hij zat er in de eerste plaats voor zijn werk. Bij alles wat hij bekeek, had hij in zijn achterhoofd de gedachte: kan ik dat of dat gebruiken?’

Het paard speelde een belangrijke rol in de circustraditie. Aanvankelijk waren kunstrijders te paard, dresseurs met exotische dieren, koorddansers en goochelaars afzonderlijke acts op de kermis, tot bleek dat een paard beter in een cirkel kon draven: de circuspiste werd onderdeel van de kermis. De vrijheidsdressuur, waarin meerdere paarden in een snel tempo ingewikkelde figuren lieten zien, en de hogeschool, een vergevorderde vorm van dressuur, waren de twee belangrijkste vormen van het kunstrijden. Maks schilderde voornamelijk witte Lippizaner en bruine Arabische paarden, die vanwege hun goede geheugen veel voor de dressuur gebruikt. Bij het hogeschoolrijden moest het paard tijdens de passage of Spaanse draf zijn benen hoog opheffen. De passen leenden zich om op een kleine oppervlakte – de piste – te worden uitgevoerd. Naast amazones (al vanaf 1830 hadden vrouwen een plek naast de mannen weten te veroveren) schilderde Maks ook beroemde hogeschoolrijders onder wie Jean Houcke, herkenbaar aan zijn donkere snor. Hij reed op het beroemde paard Melaoli, dat eens wereldkampioen was geworden. Samen trokken zij veel paardensportliefhebbers naar het circus. Maks reed overigens zelf graag paard en ging naar de Hollandsche Manege in de Vondelstraat. Naar verluid was een van de amazones in Parijs zo onder de indruk van zijn rijstijl dat Maks werd gevraagd om een circusnummer met haar te doen. Hij sloeg het aanbod af.

Zijn geliefde circussen schilderde hij veelal in Carré. Het nu als theater bekend staande gebouw was aanvankelijk een circustheater, opgericht door Oskar Carré. Alle beroemde circussen uit die jaren traden er op. Zo ook de beroemde Fratelinni’s, de drie broers met een clownsnummer. Maks maakte tijdens de voorstellingen honderden schetsen, maar vroeg de artiesten ook om na afloop van de voorstelling te poseren in het verlaten theater. Hij betaalde de artiesten en de technici om de voorstelling opnieuw te laten opvoeren. Zo kon hij de scènes die hij nog eens wilde zien pauzeren, zodat hij in alle rust kon kijken en werken. Ook de lieveling van het Nederlandse publiek, de Rotterdamse clown en komiek Buziau van de Bouwmeesterrevue, ontkwam niet aan Maks’ penseel. De grote Bouwmeesterrevues, die Maks ieder seizoen in de Stadsschouwburg van Amsterdam bezocht, werden gevuld met sketches en zang- en dansnummers in combinatie met modieuze kostuums en fraaie decors. De voor zijn doen opvallend kleine schilderijen van dit clownpersonage roepen een heel ander gevoel op dan de vrolijke beelden van de Fratelinni’s. Maks gebruikte ingetogen kleuren die pasten bij de kenmerkende treurige melancholieke blik van Buziau. Hij vond, hoewel Buziau de grote ster was, de revuemeisjes en andere figuranten in de groot opgezette spektakels minstens zo interessant.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak moest Maks zijn werkwijze veranderen. Vooral in het laatste oorlogsjaar waren de theaters gesloten en was er geen circus meer te bekennen. Hij werkte in die tijd veel met modellen, en toen op het laatst de olieverf ook schaars werd, maakte hij ook aquarellen. Hij wilde niet toetreden tot de Kultuurkamer en weigerde om in Duitsland te exposeren. Volgens zijn vrouw was hij overigens toch niet toegelaten, als hij dat had gewild, omdat zij Joodse was. In de twintig jaar na de oorlog sloot Maks zich steeds meer op in zijn atelier. Hij trad minder in de openbaarheid; hij werkte vooral. Ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag organiseerde het Stedelijk Museum in 1946 een jubileumtentoonstelling. In de inleiding schreef Herman van den Eerenbeemt: (…) De op zon en zomergroen en bloemengeur verliefde schilder werd een minnaar van het daverende rood en geel van de wereld van den schijn, van de wereld, welke onder felle kleuren en hel-flakkerend kunstlicht, voor hem, die door de dingen heen kan zien, haar weedoem niet verbergen kan. (…) Maks schilderde dit alles, glorieus, breeduit, heftig en bewogen, van een eigen, zeer persoonlijke visie uit en in een hem geheel eigen trant. De liefde tot de kleur dreef hem tot de beweging en (…) naar de wereld van het circus, van cabaret, dancing en music-hall. En zoo werd Maks, die geen vrees koesterde voor het groote doek, maar ook zijn zorg kon wijden aan het kleine aquarel, de schilder van een eigen wereld, welke, in den kosmos van het reeds eeuwen lang schilderend Holland, steeds haar eigen plaats en ruimte behouden zal.’

Maks kwam echter in de laatste twee decennia van zijn leven vooral naar voren als een kunstenaar uit een voorbije tijd. Hij werd beschreven als een van de laatste der Mohikanen, die de traditie van de Amsterdamse impressionisten als Breitner en Israels voortzette. Maks behoorde nu eenmaal niet tot de revolutionaire vernieuwers uit het begin van de eeuw en de ontwikkelingen in de naoorlogse kunst waren op zijn zachtst gezegd stormachtig. Hij manifesteerde zich eerder als modernist dan avant-gardist en behoorde noch tot de vooruitstrevende noch tot de behoudende kunstenaars. Zijn werk raakte, zoals dat met het werk van veel veelbelovende kunstenaars uit het interbellum gebeurde, op de achtergrond. Tegenwoordig bestaat er weer interesse voor figuratieve kunst. De karakteristieke werken van Maks, met het unieke schildershandschrift met de losse en brede toets, het kleurgebruik en de licht-donker contrasten, krijgen weer de aandacht die ze verdienen.

Haben Sie Ergänzungen, Korrekturen oder Fragen im Zusammenhang mit Cornelis Johannes "Kees" Maks?
Der Autor dieser Publikation würde gerne von Ihnen hören!


Zeitbalken Cornelis Johannes "Kees" Maks

  Diese Funktionalität ist Browsern mit aktivierten Javascript vorbehalten.
Klicken Sie auf den Namen für weitere Informationen. Verwendete Symbole: grootouders Großeltern   ouders Eltern   broers-zussen Geschwister   kinderen Kinder

Vorfahren (und Nachkommen) von Cornelis Johannes Maks

Cornelis Johannes Maks
1876-1967

1920

Sara Boas
1892-1988


Mit der Schnellsuche können Sie nach Name, Vorname gefolgt von Nachname suchen. Sie geben ein paar Buchstaben (mindestens 3) ein und schon erscheint eine Liste mit Personennamen in dieser Publikation. Je mehr Buchstaben Sie eingeben, desto genauer sind die Resultate. Klicken Sie auf den Namen einer Person, um zur Seite dieser Person zu gelangen.

  • Kleine oder grosse Zeichen sind egal.
  • Wenn Sie sich bezüglich des Vornamens oder der genauen Schreibweise nicht sicher sind, können Sie ein Sternchen (*) verwenden. Beispiel: „*ornelis de b*r“ findet sowohl „cornelis de boer“ als auch „kornelis de buur“.
  • Es ist nicht möglich, nichtalphabetische Zeichen einzugeben, also auch keine diakritischen Zeichen wie ö und é.



Visualisieren Sie eine andere Beziehung

Quellen

  1. CBG familie advertenties Maks blad 17
  2. Noord Hollands Archief BS Amsterdam BS Akte Reg 2C fol. 39v

Historische Ereignisse

  • Die Temperatur am 22. August 1876 war um die 22,4 °C. Der Winddruck war 2 kgf/m2 und kam überwiegend aus Süd-Süd-Westen. Der Luftdruck war 76 cm. Die relative Luftfeuchtigkeit war 67%. Quelle: KNMI
  • Koning Willem III (Huis van Oranje-Nassau) war von 1849 bis 1890 Fürst der Niederlande (auch Koninkrijk der Nederlanden genannt)
  • Von 27. August 1874 bis 3. November 1877 regierte in den Niederlanden die Regierung Heemskerk - Van Lijnden van Sandenburg mit als erste Minister Mr. J. Heemskerk Azn. (conservatief) und Mr. C.Th. baron Van Lijnden van Sandenburg (AR).
  • Im Jahr 1876: Quelle: Wikipedia
    • Die Niederlande hatte ungefähr 4,0 Millionen Einwohner.
    • 13. Februar » In Moskau erfolgt die Uraufführung der Oper Angelo von César Cui.
    • 22. März » In Berlin wird im Beisein von Kaiser WilhelmI. die Nationalgalerie eröffnet. Der Bau nach den Plänen von Friedrich August Stüler unter der Leitung von Johann Heinrich Strack hat neun Jahre in Anspruch genommen.
    • 1. April » Benno Orenstein und Arthur Koppel gründen ein Maschinenbau-Unternehmen, das sich als Orenstein & Koppel einen Namen macht.
    • 26. April » Im dänischen Kopenhagen wird der Kjøbenhavns Boldklub (KB), ein Fußball-, Cricket- und Tennisverein gegründet. Es ist der älteste Fußballverein Nordeuropas, der später durch die Fusion mit Boldklub 1903 (B1903) zum FC København (FCK) wird.
    • 19. September » Melville Bissell aus Grand Rapids (Michigan) wird für den ersten funktionierenden Staubsauger (Carpet Sweeper) das Patent erteilt.
    • 26. September » Friedrich Karl Henkels Waschmittelfabrik Henkel & Cie. wird im Aachener Handelsregister eingetragen.
  • Die Temperatur am 6. Mai 1920 lag zwischen 7,7 °C und 14,3 °C und war durchschnittlich 10,5 °C. Es gab 3,8 mm Niederschlag. Die durchschnittliche Windgeschwindigkeit war 4 Bft (mäßiger Wind) und kam überwiegend aus Süd-Süd-Westen. Quelle: KNMI
  • Koningin Wilhelmina (Huis van Oranje-Nassau) war von 1890 bis 1948 Fürst der Niederlande (auch Koninkrijk der Nederlanden genannt)
  • Von 9. September 1918 bis 18. September 1922 regierte in den Niederlanden das Kabinett Ruys de Beerenbrouck I mit Jonkheer mr. Ch.J.M. Ruys de Beerenbrouck (RKSP) als ersten Minister.
  • Im Jahr 1920: Quelle: Wikipedia
    • Die Niederlande hatte ungefähr 6,8 Millionen Einwohner.
    • 3. Januar » In der Berliner Schauburg wird der deutsche Stummfilm Sklaven fremden Willens, mit Lee Parry und Bela Lugosi in den Hauptrollen, uraufgeführt.
    • 10. Januar » Der in Versailles unterzeichnete Friedensvertrag tritt in Kraft. Dadurch wird auch der auf dem 14-Punkte-Programm von Woodrow Wilson basierende Völkerbund gegründet, der unter dem Eindruck des Ersten Weltkrieges das Ziel hat, den Frieden dauerhaft zu sichern.
    • 15. April » Zwei mit Handfeuerwaffen bewaffnete Männer erschießen in South Braintree, Massachusetts, zwei Angestellte der Slater & Morrill Shoe Company. Die Täter erbeuten 15.776,51 Dollar Lohngeld. Wenig später werden Ferdinando „Nicola“ Sacco und Bartolomeo Vanzetti wegen dieser Tat verhaftet.
    • 28. April » An der Staatsoper in Dresden wird die heitere Oper Schirin und Gertraude von Paul Graener mit dem Libretto von Ernst Hardt uraufgeführt.
    • 16. Mai » Jeanne d’Arc wird von Papst BenediktXV. heiliggesprochen.
    • 16. Juli » Der Vertrag von Saint-Germain, der die Auflösung der k.u.k. Doppel-Monarchie Österreich-Ungarn und die Bedingungen für die neue Republik Österreich regelt, tritt in Kraft.
  • Die Temperatur am 28. Oktober 1967 lag zwischen 7,5 °C und 12,1 °C und war durchschnittlich 9,5 °C. Es gab 11,5 mm Niederschlag während der letzten 8,0 Stunden. Es gab 1,0 Stunden Sonnenschein (10%). Es war Halb- bis Schwerbewölkt. Die durchschnittliche Windgeschwindigkeit war 4 Bft (mäßiger Wind) und kam überwiegend aus Süd-Süd-Westen. Quelle: KNMI
  • Koningin Juliana (Huis van Oranje-Nassau) war von 4. September 1948 bis 30. April 1980 Fürst der Niederlande (auch Koninkrijk der Nederlanden genannt)
  • Von 22. November 1966 bis 5. April 1967 regierte in den Niederlanden das Kabinett Zijlstra mit Prof. dr. J. Zijlstra (ARP) als ersten Minister.
  • Von 5. April 1967 bis Dienstag, 6 Juli, 1971 regierte in den Niederlanden das Kabinett De Jong mit P.J.S. de Jong (KVP) als ersten Minister.
  • Im Jahr 1967: Quelle: Wikipedia
    • Die Niederlande hatte ungefähr 12,5 Millionen Einwohner.
    • 25. April » An Stelle des Union Jack wird in Swasiland erstmals die neue, von Emily Shongue, der Cousine des Königs SobhuzaII., entworfene Flagge Swasilands gehisst.
    • 10. Juni » Israel besetzt im Sechstagekrieg Teile des Berges Hermon sowie die Golanhöhen auf syrischem Staatsgebiet. Syrien und Israel vereinbaren einen Waffenstillstand.
    • 2. August » Der türkische Sportverein Trabzonspor wird gegründet.
    • 20. August » Wormatia Worms spielt als erste deutsche Mannschaft mit Trikotwerbung.
    • 3. Oktober » Die bis 2016 größte Schleuse der Welt, die Berendrechtschleuse, wird bei Antwerpen in Betrieb genommen.
    • 6. Oktober » Mit der Veranstaltung Death of a Hippie, mit der die Hippie-Bewegung symbolisch zu Grabe getragen wird, endet der Summer of Love in San Francisco.
  • Die Temperatur am 1. November 1967 lag zwischen 6,4 °C und 10,3 °C und war durchschnittlich 7,9 °C. Es gab 9,0 mm Niederschlag während der letzten 7,4 Stunden. Es gab 1,8 Stunden Sonnenschein (19%). Es war schwer bewölkt. Die durchschnittliche Windgeschwindigkeit war 3 Bft (mäßiger Wind) und kam überwiegend aus Süden. Quelle: KNMI
  • Koningin Juliana (Huis van Oranje-Nassau) war von 4. September 1948 bis 30. April 1980 Fürst der Niederlande (auch Koninkrijk der Nederlanden genannt)
  • Von 22. November 1966 bis 5. April 1967 regierte in den Niederlanden das Kabinett Zijlstra mit Prof. dr. J. Zijlstra (ARP) als ersten Minister.
  • Von 5. April 1967 bis Dienstag, 6 Juli, 1971 regierte in den Niederlanden das Kabinett De Jong mit P.J.S. de Jong (KVP) als ersten Minister.
  • Im Jahr 1967: Quelle: Wikipedia
    • Die Niederlande hatte ungefähr 12,5 Millionen Einwohner.
    • 13. Januar » In Togo putscht Gnassingbé Eyadéma erneut. Staatspräsident Nicolas Grunitzky muss ins Ausland fliehen. Gnassingbé Eyadéma übernimmt seine Aufgaben.
    • 14. Januar » Im Golden Gate Park in San Francisco findet das Human Be-In mit 20.000 bis 30.000 Mitgliedern der Hippiebewegung statt. Das gilt als der Beginn des Summer of Love.
    • 30. April » In Brühl, Nordrhein-Westfalen, wird in der ehemaligen Grube Berggeist der Freizeitpark Phantasialand als Märchenwald eröffnet.
    • 14. Juni » Die NASA-Raumsonde Mariner5 startet auf dem Weg zur Venus.
    • 27. Oktober » In Salto di Quirra wird die erste Schweizer Höhenforschungsrakete vom Typ Zenit gestartet.
    • 17. Dezember » Der australische Premierminister Harold Holt verschwindet beim Schwimmen südlich von Melbourne spurlos.


Gleicher Geburts-/Todestag

Quelle: Wikipedia

Quelle: Wikipedia


Über den Familiennamen Maks

  • Zeigen Sie die Informationen an, über die Genealogie Online verfügt über den Nachnamen Maks.
  • Überprüfen Sie die Informationen, die Open Archives hat über Maks.
  • Überprüfen Sie im Register Wie (onder)zoekt wie?, wer den Familiennamen Maks (unter)sucht.

Geben Sie beim Kopieren von Daten aus diesem Stammbaum bitte die Herkunft an:
Kees Boas, "Familienstammbaum Boas-Bianchi-Baaij-Happee e.v.a.", Datenbank, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-boas/I19296.php : abgerufen 6. Februar 2026), "Cornelis Johannes "Kees" Maks (1876-1967)".