13-08-1837 tot te Luik tot priester gewijd en kort daarna tot kapelaan te Munstergeleen.In 1855 werd hij pastoor in Cadier en Keer en in 1866 keerde hij terug als pastoor in Munstergeleen waar hij op 14 mei 1902 is overleden.
Hij deelde zijn woning tijdens zijn kapelaantijd in Munstegeleen met mulderszoon Andreas Houben de later zalige pater Karel.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.