Johan Hamming diende op de goorsprake te Borger op 27 november 1574 een klacht in tegen de vrouw van Egbert Sloet, die het paard van Hamming in het huis van diens broer Harmen Hamming had gedood. De aangifte geschiedde door de buren van Bonnen, waar Johan en Harmen derhalve wel zullen hebben gewoond (Goorspraken 1574, p. 183).
Johan Hamming te De Veenhof kocht met zijn vrouw Gertyen vele stukken land onder Gieten van de weduwe en erfgenamen van Roelof Levinge (te weten diens weduwe Katerina en de kinderen heer Reiner Levinge (een priester), Lambert Levinge en Henrick Levinge) [Mensinge 1464]. De akte is helaas niet gedateerd, maar het betreft een extract uit een protocol van Coert Santinck, die ca. 1570-1578 schulte was van Anloo. Het (authentieke) afschrift dateert van voor 1630, aangezien de naam van de authoriserende persoon bekend is: de priester Jacobus vander Utlo, wiens weduwe (eigenlijk zijn huishoudster) in 1630 stierf. Deze Jacobus vander Utlo (ook Ab Utlo) was als priester de laatste vicaris van Gasselte voor de reformatie. Hier ondertekent hij echter als "notarius publicus".
De daaronder geplaatste akte, waarin Boele Hamming met zijn vrouw Abele als erfgenaam van zijn broer Jan dezelfde stukken grond weer doorverkoopt aan Karst Wyffen en zijn vrouw Hille, dateert van 1615. Aangezien beide akten door dezelfde persoon zijn geschreven, moet het afschrift ook van 1615 dateren. We kunnen derhalve aannemen, dat Jan Hamming zonder (overlevende) kinderen zal zijn overleden, tussen ca. 1575 en 1615. Aangezien in 1587 Boele Hamming en zijn broer Willem Hamming ruzieden over de erfenis van hun vader, was Jan waarschijnlijk reeds overleden.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.