ingekomen van en uitgeschreven naar Delfzijl
Na nog op behoud gehoopt te hebben moesten wij kort daarna tot de treurige overtuiging komen, dat onze geliefde Zoon, Broeder en Behuwdbroeder AMBROSIUS VISSER, in leven 2de machinist a/b van het s.s. «Cornelis», bij de ramp van genoemd stoomschip zijn dood in de golven heeft gevonden.
Schiermonnikoog:
J. VISSER
L. VISSER-VISSER.
Rotterdam Maaskade 139:
A. VISSER
A. VISSER-DE JONGE.
Delfzijl :
Tj. VISSER
G. VISSER-ROELSEMA [sic]
[Nieuwsblad van het Noorden 25 october 1922]
BUITENLAND.
HET SCHIP „CORNELIS" VERGAAN.
• De Telegraaf meldt uit Londen,
volgens een Lloyd telegram is het Nederlandsche stoomschip „Cornelis" gezonken. Men vreest dat de opvarenden het leven hebben verloren. De „Cornelis" groot 2434 ton, eigendom der Duitsch-Nederlandsche Stoomvaartmaatschappij, gebouwd in 1914, vertrok13 Oct. met een lading hout van „Uleaborg" naar Terneuzen en strandde 15 dezer nabij het Grankulen vuurschip.
[Provinciale Drentsche en Asser courant 18 october 1922].
De ramp van het s.s "Cornelis"
(...)
Omtrent het vergaan van het Nederlandsche stoomschip de „Cornelis" zijn tot dusverre nog weinig bijzonderheden ontvangen. De bijzonderheden, die er reeds over bekend zijn, laten helaas weinig hoop omtrent het lot van de bemanning.
Vermoedelijk is het schip op een rotspunt geloopen en daarna spoedig gezonken. De zee was, zoo verneemt de „Tel.", buitengewoon stormachtig, zoodat, al ware hulp spoedig tee plaatse geweest, het nog de vraag was geweest, of men wel met een boot langszij het zinkende schip had kunnen komen.
Tragisch voor de bemanning van het zinkende schip was vooral, dat de reddingbooten, waarschijnlijk ook door het stormachtige weer, reeds van boord waren weggeslagen.
In den nacht van Maandag op Dinsdag n.l., om 3 uur 25 min., werd door den Zweedschen kustdienst een draadloos noodsein van het schip opgevangen, dat in zijn kortheid de geheele vreeselijko tragedie weergaf. „Wij hebben onze booten verloren," aldus luidde het draadlooze noodtelegram. Verder werd niets meer van het schip vernomen, ook niet de minste aanduiding omtrent de plaats, waar het schip zich bevond. Hieruit moet men dus de conclusie trekken, dat het schip, ook al voordat het lek werd, vreeselijk van den storm had geleden en reeds te voren door de woedende elementen van zijn reddingbooten was beroofd. De mogelijkheid bestaat, dat dit draadloos noodsein werd verzonden, voordat er een onmiddellijk gevaar voor het schip bestond en dat de ramp zich toen zoo snel heeft voltrokken, dat er voor verdere draadlooze seinen geen tijd meer was.
Onmiddellijk nadat het draadloos hulpsein was ontvangen, werden de Zweedsche stoomreddingsloepen de „Herakles" en de „Diana" ter assistentie gezonden. De zee was echter zoo woest, dat er reeds te voren aan werd getwijfeld, of men het schip des nachts al zou kunnen bereiken.
Toch werd een poging gewaagd en werd de strijd met de woedende elementen aangebonden. De „Herakles" arriveerde het eerst nabij de plek van de ramp, doch al haar pogingen om een boot in zee neer te laten of om op andere wijze hulp te bieden, mislukten. Men was genoodzaakt den dag af te wachten en had moeite genoeg om niet te ver van het wrak af te drijven Ook het afzoeken van de zee naar drenkelingen bleef zonder resultaat. Het schip zoowel als zijn bemanning schenen geheel verloren.
Bij het grauwen van den morgen gelukte het aan de „Herakles", het wrak te naderen. De „Cornelis" was toen reeds zoo goed als verdwenen. Alleen de masten staken nog boven de golven uit. Nog een korten tijd slechts, dan verdween het geheel in de diepte. Met het afzoeken van de zee werd nogmaals energiek een aanvang gemaakt, evenwel wederom zonder eenig resultaat, zoodat men wel moet aannemen, dat de geheele bemanning van 29 koppen bij deze ramp den dood in de golven heeft gevonden.
[De T?d : godsdienstig-staatkundig dagblad 19 october 1922]
Het ongeluk vult dagenlang de kolommen der kranten. Gezagvoerder van het schip was overigens Wiebe Teensma, eveneens geboren te Schiermonnikoog maar inmiddels wonend in Rijswijk.
Er ist verheiratet mit Weeke Tjapkoline Leeuwe.
Sie haben geheiratet am 13. Januar 1921 in Delfzijl, er war 26 Jahre alt.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Ambrosius Visser | ||||||||||||||||||
1921 | ||||||||||||||||||
Weeke Tjapkoline Leeuwe | ||||||||||||||||||