Er ist verheiratet mit Elisabeth Johanna Maria Meussen.
Sie haben geheiratet am 16. Juni 1911 in Heumen, er war 28 Jahre alt.
Kind(er):
Rond 1911 kocht de Mookse bakker/molenaar Frans Lelieveld, die zijn bedrijf aan de andere kant van de weg, tegenover de molen, had en dus in de gemeente Mook en Middelaar woonde, deze molen van zijn buurman Kleve om er zijn graan te malen. Een molen was volkomen afhankelijk van het weer en lag stil als het windstil was. Bovendien was het malen met windkracht vaak een barre onderne ming en niet ontbloot van gevaren. Om niet meer zo afhankelijk van de wind te zijn, diende de heer Lelieveld op 16 november 1921 bij de burgemeester van Heumen een verzoek in "om vergunning te bekomen tot het oprichten van een electrisch gedreven graanmalerij in een nieuw te bouwen schuur aan de Rijksweg ten noorden van de windmolen." Frans Lelieveld wilde er een elektromotor in plaatsen van 20 pk. De arbeidsinspectie verklaarde geen bezwaar te hebben omdat naar haar oordeel het geheel aan de eisen van de veiligheidswet voldeed .
Soms kon de wind tegenzitten maar gezien de volgende brief kreeg molenaar Lelieveld ook met andere tegenwerking te maken.
"Aan Zijne Excellentie de Heer Commissaris der Koningin te Limburg.
Geeft met verschuldigde eerbied te kennen ondergetekende F. Lelieveld wonende te Mook, dat hij systematisch wordt ten gronde gericht door de Burgemeester van Mook en deze handelwijze kennelijk het karakter draagt van wraakoefening onder bescherming zijner waardigheid en onder valse vlag van wettelijkheid, dat ondergetekende op wiens maatschappelijk leven nooit iets is aan te merken geweest Uwe tussenkomst in deze inroept alvorens het de Burgemeester gelukken moge mijn bestaan geheel te hebben vernietigd, dat ondergetekende de volgende feiten onder de welwillende aandacht van Uwe Excellentie brengt ter toelichting van bovenstaand verzoek.
Ondergetekende was tot 1917 de enige molenaar te Mook en vond met dit bedrijf en bakkerij en winkel een burgerbestaan. Juni 1917 begon een familielid van de Burgemeester een motormolen en hoewel mij de Burgemeester de helft van de distributiemalerij beloofde, kreeg ik tot heden slechts 8000 kilo te malen nog niet eens een gedeelte van de gedistribueerde rogge.
Ons bedrijf door de oorlogstoestand toch al geknakt, wordt op die manier geheel ten gronde gericht.
In november 1917 verbood de Burgemeester mij onrechtmatig 2 maanden de bakkerij op grondvan een fout die op het Raadhuis in de distributie was gemaakt en liet 40 kilo rogge bij mij in beslag nemen, die ik nog moest verantwoorde n door in te leveren bonnen .
Daar nu eerst mijn molen door hem werkeloos was gelegd en toen de bakkerij werd verboden, begon ik met wekelijks een rund te slachten dus in de tijd dat iedere boer ook slachtte. Wetend dat niemand van mijn nieuw middel van bestaan hinder zou hebben, verkeerde ik in de mening dat dit evenals het slachten bij de boeren buiten de hinderwet viel. Toch liet edelachtbare mij zonder waarschuwing verbaliseren.
Op de in april gelaste opgave van de gemeentenaren van wie zij vlees wensten te betrekken, maakte hij verschillende mensen die mij opgaven als hun slager, wijs dat ik waarschijnlijk niet zou kunnen voldoen aan de bestelling. Hij plaatste zelfs mensen die persé mij opgegeven hadden op de lijst van een andere slager. Ik ben nu, nadat eerst mijn molenaarsbedrijf (wind- en motorkracht) en mijn bakkerij door hem zijn geknakt, ook in deze laatste poging om mij een bestaan te verzekeren zodanig geplaagd dat ook dit niet meer gaat.
De inspecteur van de distributie uit Eindhoven is meermaals op onderzoek geweest maar zijn tussenkomst kon schijnbaar niet baten; vandaar dat ik mij tot Uwe Excellentie wend om een einde te maken aan dit stelselmatig sarren hiervan alsook van zijn schrikkelijke partijdigheid kunnen nog meerdere feiten aangehaald worden. En die waarschijnlijk voort zullen duren tot ik geheel ten gronde ben gericht door het feit dat een burgemeester thans de distributie als wapen heeft en dit niet overeenkomstig de rechtvaardigheid gebruikt." Het antwoord op deze brief, als Lelieveld die al gehad heeft, moeten wij u schuldig blijven .
Toen Frans Lelieveld in 1935 naar de Stationsstraat vertrok, kwam in de woning aan de Rijksweg tegenover de molen de familie Fleuren te wonen.
Mevrouw Marietje van den Berg-Lelieveld schreef ons in 1998: "De molen is afgebrand in 1928 op een vrijdagavond. Ik kan het me nog goed herinneren." Het vreemde is dat in geen enkel brandweerrapport melding van deze brand wordt gemaakt. De molen brandde dus kennelijk af en werd niet meer herbouwd.
Bakker Frans Lelieveld diende in 1935 bij burgemeester en wethouders een verzoek in om in de kamer links van de hoofdingang, gelegen aan de Stationsstraat, alcoholvrije drankjes te mogen verkopen.In de dertiger jaren werd veel aangegrepen om een extra centje te kunnen bijverdienen. Hij ontving hiervoor inderdaad toestemming.
Een stukje verderop woonde bakker Frans Lelieveld. Vanaf de Rijksweg kreeg hij op 9 maart 1935 een bouwvergunning voor een winkel aan de Stationsstraat. Achter het huis werd de bakkerij gebouwd waar op 10 mei 1940 veel mensen tijdelijk een goed onderkomen vonden. Behalve brood werden er ook kruidenierswaren verkocht. De oudste dochter Truus was in de winkel en de huishouding ieders steun en toeverlaat, terwijl de oudste zoon Jan de bakkerij beheerde en per transportfiets brood rondbracht.
In februari 1958 werd deze winkel gesloten.
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Franciscus Lelieveld | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1911 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Elisabeth Johanna Maria Meussen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.