Er ist verheiratet mit Johanna Elisabeth Pieterson.
Sie haben geheiratet am 21. August 1768 in Wijk aan Zee, Noord-Holland, Nederland, er war 46 Jahre alt.
Noot: informatie overgenomen van https://gw.geneanet.org/rijssemus?lang=nl&pz=martinus&nz=rijssemus&p=jean&n=camin+camijn :"tussen 1736 en 1775 :Beroep
eigenaar van de suikerrietplantages Pietersburg aan de Cottica-river, en Mijn Geluk aan de Orlijns- of Orleanekreek te Suriname
--- :Divers - In 1772 had Jean problemen met zijn buurman Egbert Castelein rond het “secreet” van Jean, dat uitwaterde in de kleine keuken van het huis van Egbert Castelein. Tegen betaling van f.200 was Jean bereid zijn toilet weg te halen.
--- :Onroerend goed - Jean kocht in 1772 van Frederick Kuenen (een zeer vermogend man, die voornamelijk van zijn investeringen leefde), huizen, erven en landerijen en wel: - een huis met erf aan de Voorstraat westzijde, schuin tegenover het stadhuis, - een woonhuis ten zuiden daarvan, met erf, stalling, tuin en koetshuis, - een grote tuin in de 1e West-Achterstraat, west van het bovengenoemd huis, waar het huis Putlitz gelegen was, - een huisje ten zuiden van bovengenoemde tuin, aan de 1e West-Achterstraat, - een huis met erfje aan de 1e West-Achterstraat, noordelijk van vorig genoemd huis, - twee waardjes aan de Hogedijk buiten de Oostpoort van Vianen, - stukjes land (ca. 6 roede) langs het jaagpad. Jean kocht dit alles tegen betaling van een lijfrente van f.600,--,-- per jaar. Na zijn dood verkocht zijn weduwe het geheel voor f.5000,--,--
--- :Functie - Hij maakte een bliksemcarrière in de Viaanse politiek, waar hij bekend stond als een ambtsdrager met groot politiek gewicht. Van 1757 t/m 1760 was hij schepen. In 1761 was hij schepen-burgemeester, waarna hij in 1762 stadsburgemeester werd. Na één jaar buiten functie te zijn geweest, keerde hij in 1764 weer terug in de schepenbank, waarbij hij twee in anciënniteitsrang hoger staande schepenen passeerde. In de periode tussen 1765 en 1772 was hij weer stadsburgemeester. In 1768 weigerde hij een schepenzetel wegens een conflict met de drost. In dat zelfde jaar werd hij schepencommissaris. Na weer één jaar schepenburgemeester te zijn geweest, werd Jean in 1774 wederom benoemd tot stadsburgemeester. Jean bekleedde voorts nog andere bestuurlijke functies. Hij was onder meer Commissaris over de Uiterwaarden boven Vianen en onder Hagestein. Hij was ook ouderling van de Waalse kerk te Vianen. "
Großeltern
Eltern
Geschwister
Kinder
Jean Isaac Camijn | ||||||||||
1768 | ||||||||||
Johanna Elisabeth Pieterson | ||||||||||
Die angezeigten Daten haben keine Quellen.