Er hat eine Beziehung mit Marianne van de Bije.
Kind(er):
Gen. John de Bye
zie ook:
"DE AANKOMST IN SURINAME
Jan Willem de Bye kwam op 20 augustus 1755 uit Amsterdam in Suriname aan met het schip de Weenard onder kapitein William Alan. Zijn mede-passagiers waren: Nicolaas Lemmers, Francois Gerard Lemmers, Abraham Labadie, Theodorus Boes, Jan Boeying, Arend Masson, de negerjongen Tempel, de neger Sambo en 12 soldaten.
Pieter Hendrik de Bye arriveerde op 5 augustus 1756 met de Adolph Stephanus uit Rotterdam onder kapitein Lucas Jacobs Lont. Zijn mede-passagiers waren: de chirurgijn Willem van de Kamer, Vrouwe Adriana Sophia Houttuyn (de echtgenote van Mr. Joan Balthesar van Vhelen) met haar kleintje en Eva Johanna Reuringh met haar dienstmaagd.
De hitte, het vochtige klimaat en de muskieten waren niet erg aangenaam, maar vooral Pieter, die gewend was de handen uit de mouwen te steken, paste zich snel aan.
Op 20 juni 1763 vertrok Jan Willem naar Amsterdam met de Vrouwe Gesina onder kapitein Nicolaas Ertman. De lading van het schip bestond uit koffie, cacao en oud koper.
Op 7 mei 1764 kwam hij weer in Suriname aan met het schip de Christina onder kapitein M. Daams.
Op 1 juli 1763 maakten Jan Willem en Pieter Hendrik een gezamelijk testament, waarbij de langstlevende alles zou erven. Wat ze toen nog niet wisten is, dat met dit testament de geschiedenis van de Surinaamse familie de Bye zou beginnen.
Jan Willem overlijdt op 11 november 1765 en wordt als een der eersten begraven in de Nieuwe Oranje Tuin.
Pieter Hendrik vertrok op 8 september 1769 naar Amsterdam met de Hoopende Zeeman onder kapitein Jan Mansen, om op 5 januari 1771 weer in Suriname terug te keren met de Vrouw Elisabeth Jacoba onder kapitein Pieter Steenman.
Onze Pieter Hendrik kreeg vrij snel aansluiting bij de notabelen en werd benoemd tot Raad in de Hove van Politie en Criminele Justitie in Suriname. In deze functie plaatste hij in februari 1788 zijn handtekening op het kaartengeld met de waarde van vier schelling en wel op de nummers 1 tot 10.000.
Verder had hij aandelen in een Apothekerswinkel in Paramaribo en kocht hij de plantage Soribo aan de Perika. Zelf woonde hij later op de plantage de Eendragt.
Hier bracht hij waarschijnlijk de plezierigste tijd van zijn leven door, samen met Mariane (of zo U wilt, Marianne).
De vrije Mariane van de Bye, zoals ze in officiele papieren genoemd werd, was een beeldschoon mulatten meisje. Toen hij haar leerde kennen had zij een dochter, Elsje Kobert en later, in 1761 schonk zij hem een zoon Johannes de Bye.
Marianne vertoonde zich slechts zelden in het openbaar en trad dan meer als huishoudster dan als concubine op. Zij was haar Pieter, ook tijdens zijn afwezigheid, uitermate trouw en in tegenstelling tot de meeste andere mulatten keek zij niet op haar donkere moeder neer, die ook zonder de minste aarzeling toestemde in haar verhouding met Pieter. Zij was, als hoofd van zijn huishouding, bij de andere slaven en slavinnen erg geliefd en deze wisten dat dat niet gezegd kon worden van de meeste donkere meesters en meesteressen."
Pieter Hendrik de Bije | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Marianne van de Bije | |||||||||||||||||||||||||||||||||||